De Diaconale Conferentie.
II.
In de morgenzitting leidde de heer J. O. Blankert van Utrecht het volgende onderwerp in: „Welke wegen moet de Diaconie inslaan om „Goede middelen" voor haar werk te verkrijgen? " De uitdrukking „Goede middelen" is ontleend aan het formulier voor de bevestiging van diakenen. Een van de hebbelijkheden, of wilt ge liever onhebbelijkheden, waartegen alle Diaconieën met kracht dienen te waken, is de sleur, welke in de uitgaven maakt, dat;
Ie. onze werkwijze slechter wordt; 2e. onze uitgaven vermeerderen; 3e. de belangstelling der gemeente in ons werk kwijnt of verdwijnt.
Sleur in het verzamelen van het geld heeft tot noodzakelijk gevolg, dat onze inkomsten verminderen. De inkomsten zijn te splitsen in:
Ie. rente van kapitalen; 2e. legaten; 3e. een groep, die de rest omvat als collecten, bijdragen en giften in allerlei vorm.
Voor de rente van de kapitalen heeft het voorgeslacht gezorgd, 't Zijn onze vaste inkomsten en deze vormen de kern en ruggegraat van het grootste deel onzer Diakonieën. Diakenen doen verstandig hunne vaste uitgaven uit hunne vaste inkomsten te bestrijden. Spreker heeft aan alle zelfstandige Diakonieën een vragenlijstje gezonden. Van 't aantal gemeenten, dat antwoorden toezond, verminderden de legaten bij 20 pet., bleven ze stationair bij 75 pot., en vermeerderden ze bij 5 pet. der gemeenten. Daar waar neiging tot vermeerdering of vermindering bestaat, verdient het aanbeveling, dat Diakenen bij het huisbezoek bij meer welgestelde gemeenteleden de zaak der Diakonie bepleiten, of den titel der Diaconie in advertenties afdrukken. De kerkcollecten vormen nog steeds een hoofdbron van inkomsten. Bij 15 pet. verminderden de collecten, bij 55 pet. bleef de toestand stationnair, bij 30 pet. vermeerderden de collecten. Wij staan er dus niet slecht voor. Aan predikanten zij 't echter aanbevolen, deze wijze van geven — niet eiken Zondag op dezelfde wijze — aan te moedigen, 't Is de nobelste wijze van geven. De collecte is een deel van de godsdienstoefening. Blijken de kerkcollecten echter niet voldoende om al onze uitgaven te bestrijden — en dat zal voorloopig nog wel zoo blij ven — dan - verdient het aanbeveling, voor afzonderlijke doeleinden apart te collecteeren.
De gemeente kan er op gewezen worden, dat bij bijzondere gebeurtenissen het plicht is een offer der dankbaarheid te brengen, b.v. bij trouw-, doop-en avondmaalbeurten. De collecten vooral bij trouwen doopbeurten zijn vaak bedroevend klein en dragen allerminst het karakter van een off ^r. In plattelands-of visschers gemeenten mag men bij gelegenheid van 't binnenhalen van den oogst of na afloop der vangst een extra collecte houden.
Dergelijke collecten geven vaak verrassende resultaten. Een andere weg om aan goede middelen te komen is het huisbezoek, niet uitsluitend bij rijke gemeenteleden, maar bij iedere categorie, omdat overal menschen worden gevonden, die wel eens beter met de Diakonie op de hoogte gebracht mochten worden. Ook zij behooren iets op zij te leggen (zie 1 Kor. 16 : 2), die niet naar de kerk kunnen gaan. Men make het dezen leden gemakkelijk door deze giften eenige malen per jaar in ontvangst te gaan nemen. Het is wenschelijk voor speciale gevallen niet afzonderlijk te vragen, althans niet anders dan in uitersten nood. Anders maakt men de goedgeefsche menschen al huiverig, als hun een bezoek wordt aangekondigd. Tedere diaken spanne zich zoo in zijn werk goed te doen, dat er een goede reuke van uitgaat. Dan zullen alle hulpaanvragen naar de Diakonie verwezen worden en alle giften de Diakonie ten goede komen. Een Diakonie kan ook, zeer doeltreffend, helpen-in natura. Hier moet onderscheid gemaakt worden tusschen de steden en het platteland. In steden schaffe men de uitdeeling van levensmiddelen af, maar trachte men een anderen vorm van hulpverleening beter te organiseeren, b.v. door het verstrekken van gebruikte kleeding of het helpen aan meubilair.
Men stelle een commissie voor het verstrekken van kleeding in en late het goed door naaikransen of naaischolen repareeren. Op het platteland is het geven van levensmiddelen minder ongewenscht. Daar is het eerder aan te bevelen dan af te raden.
Een prachtige hulp in ons werk zou in vele gemeenten zijn het door de Diakonie georganiseerde instituut van burenplichten, waardoor b.v. bij ziekte de arbeid door de buren wordt verricht, zoodat de inkomsten niet verminderen en de Diakonie slechts te zorgen heeft voor versterkend voedsel. Hiermede worden vele voordeelen behaald: Ie. worden de hulpbehoevenden op de beste wijze geholpen; 2e. kost het de Diakonie niets of bijna niets; 3e. het voornaamste doel, het hoogste ideaal komt in deze methode tot uiting: de broederlijke naastenliefde. Een andere goede weg is publiciteit, (geen reclame) in den vorm van geechriften, circulaires, diakonieavouden.
Een pasklaar systeem is niet te geven: men zij echter vooral niet al te huiverig eens wat anders aan te pakken. Ban elk conservatisme uit uw midden weg. Maar ook: verbreek de sleur in uwe uitgaven. Past uwe werkwijze aan aan den tegenwoordigen tijd. Men ondersteune.. Dat is iets anders dan bedeelen. In dit laatste ligt iets vernederends èn voor den arme èn voor den diaken; in het eerste ligt heerlijk opgesloten het apostolisch woord: „Draagt elkanders lasten". Een Diakonie, die dat in toepassing brengt, wint de sympathie van de gemeente, en wie de sympathie heeft, heeft den weg bij uitnemendheid gevonden. Ook hen, die uit de betere kringen komen, moeten wij kunnen helpen, b.v. weduwen van ambtenaren, officieren enz. die zuchten om rond te komen en die 't uit haar mond sparen moeten, als zij hun jongen willen laten studeeren. Een prachtig middel daarbij is het voortdurend samenspreken van predikanten, ouderlingen en diakenen, die in eenzelfde wijk arbeiden. Daarna de instelling van het instituut van bezoekbroeders en - zusters.
Discussie.
De heer Weber van Utrecht wijst er op, dat de Utrechtsche Diakonie het met het middel „huisbezoek" heeft geprobeerd. Maar zij leed schipbreuk. Er zijn niet voldoende gemeenteleden, die dat huisbezoek willen brengen. Het huisbezoek namens of door diakenen moet vooraf gegaan worden door huisbezoek van predikanten. Velen toch hebben geestelijk met de Kerk gebroken, ofschoon zij er in naam lid van zijn.
De heer Hoyert van Ankeveen heeft bezwaar tegen de «iting: de Diakonie, die de sympathie heeft der gemeente, is op den weg bij uitnemendheid. Op kleine plaatsen, waar soms de helft der gemeenteleden eikaars familie is, zal de Diakonie toch vaak de sympatliie der gemeente verliezen, wanneer ze naar plicht en geweten, te werk gaat.
Prof. Visscher meent, dat de Diakonie de Kerk stijfde in haar kwaad, wanneer zg weduwen van predikanten enz. ging verzorgen. Dit is de plicht van de Kerk. Thans blijven vele weduwen onverzorgd achter. Het de taak van ons allen, om tot deze Kerken te zeggen: denkt er aan, dat gij allereerst Christelijk hebt te zijn tegenover uw eigen dienaren.
De heer De Ruyter van Sneek vraagt den inleider of er ervaring bestaat van een andere wijze van inzameling in de Kerk dan thans het geval is.
De heer Mounier van Zutfen beveelt het collecteeren aan op een open schaal, en het mededeelen in den volgenden dienst van de opbrengst in den vorigen dienst.
De heer Poons van Amsterdam meent, dat het op den weg ligt van heeren predikanten, om gemeenteleden aan te.bevelen, de Diakonie door legaten te gedenken. Spreker acht in dezen tijd het verstrekken van brood etc. niet geheel verwerpelijk.
De Referent, de sprekers beantwoordend, is 't er mee eens, dat huisbezoek in groote steden bezwaarlijk is. Maar men probeere het. Spreker kan zich wel een geval indenken, dat de Diakonie tegenover de gemeente moet staan. Maar dan is 't met het levend geloof in die gemeente niet erg mooi gesteld. Het is inderdaad de plicht der Kerk, dat zij zorgt voor de weduwen van hare predikanten, maar nu zij dat nog niet voldoende doet, moeten de weduwen bij de Diakonie geholpen kunnen worden, wat nu niet kan. Spreker wijst den heer De Ruyter op een doeltreffend verschenen rapport. Hij vindt de mededeelingen van de opbrengst bezwaarlijk, omdat er bij gezegd moet worden: bij dominé X. was 't slechts zooveel, bij dominé IJ. zal 't wel beter zijn. Spreker acht de medewerking van predikanten zeer goed. Dit wordt ook in Utrecht door verschillende predikanten gedaan. Spreker blijft het verstrekken van natura verwerpelijk vinden. Wel acht hij de hulp van gemeenteleden zeer aanbevelenswaardig.
De Voorzitter dankte den heer Blankert voor zijn belangrijke inleiding.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 mei 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's