Uit het kerkelijk leven
Voortvaren
VI
Wat bij elkaar hoort ligt uit elkaar. Wat bij elkaar woont hoort niet bij elkaar.
En dat komt, omdat de Hervormde Kerk krachtens de historie en krachtens haar belijdenis de gereformeerde Kerk is maar zich niet alzoo openbaarde sinds 1816, waarbij men maar willekeurig afsneed en uitbande wat met de zienswijze van de helft plus één niet overeenstemde.
Ieder zal moeten toestemmen dat men zóo geen oplossing van het kerkelijk vraagstuk krijgt, gelijk dan ook ieder er van overtuigd is, dat het niet blijven mag zooals het nu is.
Nu willen wij vasthouden déze stelling: dat de Ned. Herv. Kerken als eenig wettigen grondslag hebben de aloude gereformeeide belijdenis, vervat in de 3 Formulieren van Eenigheid. Waarbij men geenszins het recht heeft om historisch geworden termen en fornaulesen omschrijvingen en dogma's, die door heel de christenheid van alle landen nog worden aanvaard en beleden, maar willekeurig te veranderen en uit te leggen in een tegenovergestelden zin.
Zoo b.v. „Gods eeniggeboren Zoon" en „de opstanding des vleesches" enz. enz.
Wil men daar van maken juist het tegenovergestelde van 't geen het altijd beteekende en nóg beteekent — goedl maar dan moet men ook den moed hebben om er afzonderlijk mee te gaan staan. Om te vormen een nieuwen godsdienstigen kring. En men mag die averechts verkeerde uitlegging van de officieel geldende belijdenis maar niet met allerlei sliiaksche streken van boven opleggen aan een Kerk die officieel haar belijdenis heeft en wenscht te houden.
De Hervormde Kerk staat op den bodem van de positief-christelijke belijdenis. Zij is in haar belijdenis gereformeerd. Zij is nog altijd gebonden aan Gods Woord en de belijdenis.
Dat houden we vast. En zóo willen we haar opeischen. Daarbij onder de oogen ziende, dat intusschen straffeloos is toegelaten, ja binnengehaald en gekoesterd allerlei afwijking van de Herv. leer; allerlei dwaling en leugen.
Dat zal de Herv. Kerk moeten boeten. En waar geestelijke rechten geschonken zijn aan Andersdenkenden daar zal men zich zóo maar niet van dezen kunnen en mogen afmaken.
Naar een eerlijken, billijken, goeden weg zal in deze moeten worden gezocht.
Maar intusschen moeten wij zelf ons meer bewust worden van 't geen de historische, gereformeerde grondslag onzer Kerk is.
We zullen meer bewust gereformeerd moeten worden, wij en onze kinderen.
En daarom moet allereerst voor den dienst des Woords gezorgd worden, dat deze geschiedt in gereformeerden zin.
Jongelingen, die niet vreemd zijn aan de vreeze Gods en lust en gaven hebbsn voor de studie, moeten aangemoedigd worden om te gaan leeren voor predikant. Veel meer dan tot op heden moet onze aandacht aan deze zaak geschonken worden, waarbij het ons hartelijk verheugd dat èn het Leerstoelfonds èn het Studiefonds de liefde van velen bezitten mag.
Dat is een uitnemend middel tot verbreiding en verdediging van de Waarheid en om de Hervormde Kerken weer op te bouwen op het fundament door de vaderen hier in dezen lande gelegd. •
Voortvaren! Niet stil zitten met de handen in den schoot. Aanpakken. En onvermoeid arbeiden, opdat, waar het aantal studenten in het algemeen vermindert, het getal van gereformeerde studenten van jaar tot jaar toenemen mag!
Er is zoo brood-gebrek aan gereformeerde candidaten. De Gemeenten zitten te wachten. En er zijn er zoo weinigen. Laat ons voortvaren in deze, om den lust tot studie aan te moedigen; om te helpen waar te helpen is; en om er voor te zorgen dat, als onze jonge mannen straks aan de Hoogeschool komen, er dan ook mannen zijn, die hen onderwijzen naar den geest van Gods Woord en naarden zin van onze gereformeerde belijdenisschriften. ,
Voortvaren! Om gereformeerde studenten te krijgen; om gereformeerde professoren te krijgen en om hoogleeraren en studenten op allerlei manier krachtig te steunen, opdat zij welgemoed en niet al zuchtende hun werk mogen verrichten en hun studie mogen beginnen en voleindigen.
Maar er is meer. De gereformeerden in de Herv. Kerk moeten zich bewust worden, dat er zooveel arbeid wacht op aanpakken!
Wij moeten een of meer gymnasiums krijgen op gereformeerden grondslag.
En als het kan een gymnasium met een internaat of hospitium, waar jongelingen onder goede leiding als gymnasiast kunnen worden onderwezen.
Gelijk we ook moeten gaan zorgen, dat jongens uit geref. Hervormde gezinnen gaan sludeeren voor onderwijzer.
We moeten op onderwijsgebied vooruit. Hier ligt zooveel braak. Zooveel dat wij ons laten afsnoepen door ènderen. Zooveel waar wij niet als positief gereformeerden uitkomen, terwijl het toch zoo brood-noodig is.
We moeten een eigen Kweekschool voor onderwijzers krijgen.
We moeten er naar staan, dat er leeraren voor Gymnasium, Hoogere Burgerschool, Kweekschool enz. komen, die van gereformeerd beginsel zijn en die wat voelen voor de Herv. Kerk.
We moeten positief-christelijke dokters hebben, die behooren tot de Herv. Kerk.
Opdat zoo op alle terrein het christelijk, het gereformeerd beginsel mag worden uitgedragen en zoo de gereformeerde waarheid ook vooral onder de intellectueelen in de Herv. Kerk tot eere mag komen.
Wat maken we een. pover figuur in vele opzichten!
En dat komt omdat ons kerkelijk leven verward ligt; er is geen éénheid, geen band.
En er wordt veelszins ook geen sympathie, geen ijver voor aan den dag gelegd om de eere van de Herv. Kerk op te houden en te verhoogen; om de Herv. Kerk te trachten op te heffen uit haar vervallen jammerstaat.
Juist omdat onze Herv. Kerken mseten worden opgebouwd op het fundament door onze Vaderen in dezen lande gelegd, is het zoo noodig, dat we ons van ons gereformeerd beginsel meer bewust worden en dat we uit deze onze beginselen gaan leven.
En waar het dan noodig is, dat we ons in de Kerk afzonderlijk als gereformeerden gaan organiseeren, daar moeten we niet tegen de moeite opzien en moeten het werk beginnen met vereende krachten en goeden moed.
We hebben ons aanvankelijk afzonderlijk georganiseerd in zake den Zendingsarbeid.
We hebben een Bond tot verbreiding en verdediging der Waarheid hier te lande.
We hebben Leerstoel-en Studiefonds. We hebben een Bond van Herv. jongelingsvereenigingen op Gereformeerden grondslag.
Nu moeten we voort, steeds voort. We moeten komen tot stichting van een Gymsasium met internaat; tot stichting van een Kweekschool; tot bevordering van de studie van a.s. leeraren voor Gymnasium en H. B. S.; tot verkrijging van christelijke artsen enz. enz.
Waarom moeten wij, als Hervormden, altijd achteraan komen en waarom moeten wij, gereformeerden in de Herv. Kerk, altijd 't loodje lijden?
O, we weten het wel, dat tegen deze dingen tal, tal van bezwaren zijn in te brengen. Maar bij welke zaak kan dat niet geschieden?
En 't behoeft ook alles niet tegelijk. Als we ons maar bewust worden, dat er zooveel, zoo héél veel wacht op aanpakken. Dat er zooveel land braak ligt. 't Gaat nu maar om beginnen, aanpakken, doorzetten.
Een van de eerste dingen kon daarbij wezen, dat de gereformeerd-Hervormde predikanten zich kwamen vereenigen in een soort predikanten-vergadering. Die moeten elkaar veel meer ontmoeten. En dan b.v. niet alleen éénmaal 's jaars .op den Zendingsdag, hoe goed en aangenaam dat is. Maar bepaald in vergadering, waar allerlei dingen rakende onze gereformeerde levensbeschouwing en rakende het belang van onze Hervormde Gemeenten, zouden kunnen en.moeten besproken worden. ,
Willen we ooit tot de oplossing, tot een goede oplossing van het kerkelijk vraagstuk komen, dan moeten de gerefor meerden in de Hervormde Kerk zorgen, dat ze niet voor een oortje thuis liggen. Er moet straks niet over hen en zonder hen gehandeld worden door ènderen die de lakens uitdeelen. We moeten weten wat we willen. We moeten weten wat we aan elkaar hebben. Dan zal men ook met ons rekenen. Of eigenlijk gaat het niet allereerst orn dat woordje „ons". Maar dan zal men moeten rekenen met de historie, met de belijdenis, met de gereformeerde waarheid en dan ook met de gereformeerden — en wanneer die dan rekenen met de historie en met de belijdenis en met de gebeurtenissen van de laatste eeuw, ' dan zal men saam trachten om tot een goede, eerlijke, gezegende oplossing te komen van het kerkelijk vraagstuk, waarbij uit elkander zullen gaan die niet bij elkaar hooren terw%l dan bij elkaar zullen komen-die één zijn [in beginsel, één in geloof, één in levens-en wereldbeschouwing, één in Kerkbeschouwing. Waarbij wij dan saata kunnen wonen in het midden van eng volk belijdend^ den name des Heeren op alle terreinen des levens!
Neen, zooals het nu is kan en mag het niet blijven.
De Kerk gaat verloren. Het volk gaat verloren. Heel dan de Kerk.
En het volk zal geheeld worden.
Waarbij de groote Heelmeester ons genadig zij, tot zegening ook voor onze kinderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's