Allerlei.
Neem uw Bijbel mee.
Onder dit opschrift gaf de „Zeeuwsche Kerkbode" onlangs een behartigenswaardigen wenk. Wij achten het niet ondienstig hieruit een en ander over te nemen. Vele kerkgangers komen zonder bijbel ter kerk of hebben alléén een psalmboekje van onmoge.ijk klein formaat bij zich. Ook zijn er die alleen het Nieuwe Testament meenemen.
Wanneer dan ook de voorlezer een deel der Schrift leest, of wel de predikant zijn tekst opgeeft, ziet men, hoe nauwelijks een tiende der aanwezigen hetgeen voorgelezen wordt kan volgen. De overige negen tienden trachten dan zoo goed mogelijk te luisteren, of.... luisteren ook niet.
Wanneer de gemeenteleden geen bijbel voor zich hebben in de kerk, nemeu zij ook van het Woord, dat bediend wordt, niet genoeg notitie. Thuis gekomen weten ze nauwelijks waar het tekstwoord te vinden is. De een zegt: in Habakuk, de ander: in Jeremia. En na wat vergeefsch zoeken wordt geconstateerd, dat men 't niet meer vinden kan.
Ook voor den leeraar is het een prikkel te meer steeds dieper te delven uit de rijke goudmijn van Gods Woord, indien hij bemerkt, dat heel zijn gemeente mee onderzoekt, wat hij predikt. Het geeft hem Opgewektheid en vurigheid van geest. De ervaring leert, dat broeders en zusters, en niet te vergeten ook kinderen, die een bijbel voor zich hebben, meestal met frissche en onverdeelde aandacht de predikatie volgen. Terwijl omgekeerd het wel eens voorkwam, dat een predikant een broeder, die geen bijbel had, reeds zag knikkebollen na het voorlezen van een tekst, die uit eenige verzen bestond. Voor de kosten behoeft men het niet te laten, want tegenwoordig kan men uitstekende uitgaven van het Oude en Nieuwe Testament in handig formaat tegen billijke prijzen bekomen.
De zusters der gemeente komen geregeld ter kerke met een taschje, waarin allerlei prullaria zieh bevindt, dat gevoegelijk door een bijbel kon vervangen worden. Terwijl de broeders in hun kleeding wel altoos een plaatsje kunnen vinden, waarin zij hun bijbeltjes kunnen bergen. Daarom: zonder bijbel in de kerk te zitten mag en moet niet voorkomen onder Christenen die leven willen bij heel de Schrift.
Geen halve Christen, - geen halve bijbel.
Een heele Christen, - een heele bijbel. Daarop zal zegen rusten; verstand en hart zullen er beide wel bij varen.
Trouw aan z'n woord!
Van Adalgisius, een der Friesche Koningen, wordt het volgende verhaald. hij had op de prediking van christenen zendelingen het heidendom verlaten en zich door den Heiligen Doop in de chriselijke gemeente laten opnemen. Dat nu kwam Ebroin, hertog der Franken ter ore, die zich haastte aan den koning een brief te schrijven met veelomvattende beloften, indien hij het Christendom wilde vaarwel zeggen. Toen Adalgisius dien brief ontving zat hij met zijne dienstmannen rond het groote vuur, dat onder een hoogen schoorsteen brandde. Hij las daar den brief voor, scheurde dien in tweeën en wierp de stukken in het vuur met de woorden: „Zoo moet degene verbranden, die het verbond verbreekt, dat hij eens met een vriend gesloten heeft".
Zeg nooit achter iemands rug, wat gij niet zoudt durven volhouden, als gij in zijn gezicht zaagt.
Met Jezus in 't hart, Jeruzalem in het oog en de wereld onder den voet, reizen we 't best.
Christus is de weg. de waarheid, het leven; Satan is afgrond, leugen en dood.
Wèlbesteden.
De uren ijlen Zonder wijlen, En geen enkel keert er weer. Leer dan 't heden Wel besteden, In den dienst van God den Heer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's