Allerlei.
De laatste uitweg.
Een geloovig man bracht een bezoek aan zign ouderlijk huis. Terwijl hij met zijn moeder zat te praten, kwam zijn jongere broer dronken binnen,
„Moeder, hoe kunt ge dat uithouden ? " vroeg de oudste, toen de jongste zich weder verwijderd had,
„Ik heb het lang uitgehouden en er veel onder geleden", zei de moeder, „doch dat is voorbij; ik heb hem aan God overgegeven, en nu heb ik rust. Het was er op zekeren dag aan toe, dat mij het hart zou breken. Reeds zoolang had ik tevergeefs gebeden, In mijn wanhoop wierp ik mij op de knieën en zei: „Heere, ik kan het niet langer verdragen; neem Gij Zelf mijn jongen in Uw handen, om zijn hart te bekeeren, en hem te redden en te zegenen!" En van dien dag af ben ik stil. Ik weet nu dat hij in Gods hand is",
Den volgenden dag zei de oudste broer tot den jongste:
„Jan, je bent in een vreeselijken toestand, "
„Hoezoo? " vroeg de ander. „Wel, moeder heeft mij gezegd, dat zij je in Gods hand heeft overgegeven, en nu is zij in de overtuiging, dat Hij je bekeeren zal."
Die gedachte trof den jongen man. Zijn vrome moeder had hem in Gods handen gelegd, in de handen van dien God, tegen wien hij eiken dag zondigde.
Dat deed hem nadenken, en 't werd voor hem het begin van een nieuw leven,
„De mensch is onwetend, omdat hij het is; maar hij is wijs, omdat hij - het weet." PASCAL.
*
God, de Schepper. W. Herschel, een der geniaalste onder de sterrenkundigen, zegt: „Hoe verder het veld der wetenschap zich verwijdt, des te talrijker en stelliger worden de bewijzen voor het eeuwig bestaan eener scheppende en almachtige wijsheid." En Muller, een beroemd astronoom, zegt: , Een echt natuuronderzoeker kan geen godloochenaar zijn."
*
Men moet nooit denken, dat men te klein is, of een te gering plaatsje op de wereld inneemt om nuttig te kunnen wezen. Ook moet men nooit nalaten iets goeds te doen omdat 't maar zoo'n kleinigheid is, waartoe men in staat is. Kleine daden hebben dikwijls groote gevolgen en uit iets kleins en onaanzienlijks spruiten vaak groote en heerlijke dingen voort. Omgekeerd ook zijn kleine verkeerdbeden dikwijls oorzaak van een heeieboel
Het onderschatten van gevaren is een weg die zeker tot de nederlaag leidt.
Steun.
Naarmate het leven ernstiger voor ons wordt, en wij de gewone hulp van vrienden en verwanten verliezen, of minder genieten, naar die mate moet zich naar Gods plan ons innerlijk leven ontwikkelen en versterken, want onze God wil voor ons datgene wezen, dat menschen voor ons niet zijn. Wij winnen honderdvoudig aan innerlijke steun, wat we aan uitwendigen verliezen, en hoe vaster en kinderlijker wij op God vertrouwen, des te sterker zullen wij al onze zorgen in Zijne handen leggen, en des te wonderbaarder zullen wij Zijne hulp ondervinden. De waarachtig geloovige beleeft lederen dag wonderen; hij kan alle dagen ervaren, dat, om bergen van angst en zorg te verzetten, er slechts een mosterdzaad van waren geloofsmoed noodig is.
Waakzaamheid is iets, waarover niemand zich ooit heeft beklaagd.
Als men meent dat de zonde weg is, toont zij eerst haar gevaarlijke macht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's