Schoolonderwijs.
IV.
CHRISTEL. NATIONAAL SCHOOLONDBRWIJS.
In het voorafgaande artikel hebben we de Openbare School aanvaard in den meest voortreffelijken zin, in haar ideëelen vorm, zooals ze wellicht nog hier of daar gevonden wordt. De werkelijkheid is echter veelszins geheel anders. Niet alléén daardoor, maar toch wel vooral, doordat het socialisme niet het minst zijn proselieten maakt onder de onderwijzers der Staatsschool. Men verheimelijke dat we zenlqke gevaar niet onder de onbeduidende redeneering, dat het niet de school zal binnentreden.
We willen het gaarne gelooven, dat de onder wijzeri hun klassea niet zullen maken tot gehoorzalen voor hun sociaaldemocratische theorieën. Maar is de onderwijzer dan geen persoonlijkheid? Geen man, wi^ns beginsel zijn optreden, zijn houding kenmerkt, «ijn stempel op het persoonlijk wezen drukt?
Een roode onderwijzer brengt geen socialistische leerstelsels in de school. Neen. Hij is voor zijn klassö geen propagandist van het Marxisme. Alweer: neen. Maar meent men dan, dat de houding, die zoovelen dezer mannen tegenover hun „hoofden" en de schoolautoriteiten in de school en daarbuiten aannemen, geen indruk maakt op de kinderziel hunner leerlingen? De heer Troelstra moge vrij dezen onderwijzer», wien alle begrip van burgerlijk fatsoen vaak schijnt te ontbreken, een scherpe les over hun onhebbelijkheden lezen; wat zij doen, ia toch wezenlijk niet anders dan de repetitie van de lessen, die hij zelf hun heeft geleerd. Hij is als de knecht van den Egyptischen too venaar, die zijn meester wel het woord had afgeluisterd om de geesten op te roepen, maar toen deze er waren en geducht huis hielden, de tooverspreuk was vergeten, welke de booze machten moest bezweren.
Meent men dan, dat de kinderen er niets van begrijpen, van de houding, die deze opvoeders on zer volksjeugd aannemen bij gelegenheden, waar de nationale geest in botsing komt met het internationaal sociaal-democratisch princiep ?
Is men onnoozel genoeg te gelooven, dat onzen kinderen ongemerkt voorbij gaat de afkeerige geest van vele hunner onderwijzers, die weigeren mede te werken aan de voorbereiding van Oranjefeesten?
Dat ze het niet weten, waarom tegen dien tijd de „bovenmeester" in de klas komt om hun nationale liederen te leeren zingen? Dat se het niet evengoed opmerken, gelijk wij h«t zagen, hoe b.v. in den scholen-optocht der Juliana-feesten te Scheveningen, zij met oranje getooid, vele meesters en juffrouwen met een witte lelie op de borst meeslungelden ? Of die dames en heeren misschien Fransche royalisten waren, zullen ze niet hebben kunnen vragen. Maar verwonderen zou het ons niet, als er geweest zijn, die elkaar aanstieten met de opmerking: Zie je, wat 'n rooie! Verwonderd zou het niet hebben, als er plotseling het bekende lied was opgestegen: alle socialen in een haringtoni Er zijn in Scheveningen nog haringtonnen genoeg en warme Oranjeklanten ook.
Daarom is bet te wonderlijker, dat overigens eerbare onderwijzers van Openbare Scholen nog den moed hebben in stembusdagen op te treden met de leuze: De Openbare School — de Christelijk-Nationale School bij uitnemendheid.
Een nationale school moet aansluiten bq het karakter der natie. Nationaal schoolonderwijs behoort" in overeenstemming te zijn met den volksaard, met den volksgeest, zooals die gevormd ia in den loop der historie.
Onze Nederlandsche natie had de wieg barer kindsheid staan te midden van de saamleving van onbeschaafde, heidensche Germaansche volksstammen.
Reeds in haar prille jeugd, in de tijden der „Romaniseering", ving ze enkele lichtstralen op van het Kruis van Christus en in de dagen der Frankische heerschappij ging de volle dag van de Zonne der gerechtigheid voor haar op.
De middeleeuwsche ontaarding der Roomsch-Christelijke Kerk drong niet zóo diep in ons volksleven door, dat de gezegende Hervorming hier door haar genezende kracht in het kranke lichaam een crisis op leven en dood behoefde op te wekken. De worstelstrijd onzer vaderen was waarlijk geen bloedige kamp tegen het Roomsche gevaar in de natie.
Zoo geen „vreemd geweld", zoo Spanje's uitheemsche macht geen Roomschen clerus gezocht had tot sterking van zijn politiek gezag, het proces der Reformatie zou vermoedelijk een zeer kalm verloop hebben gehad. Zij, die telkens weer in „paapsche stoutigheden" de historie van drie eeuwen oproepen en de ontzettende macht van het ongeloof d«zer dagen voorbijzien, moeten zich toch wezenlijk door de Nemesis der historie eens laten leeren, opdat ons nationale bestaan niet straks in de wiaak dier geduchte Vrouwe onderga.
Toch danken wij God voor den bloedigen kamp onzer vaderen tegen het Roomsche en Spaansche geweld op hun gewetens-en burgervrijheid. Want in die worsteling is het karakter onter natie gevormd. Toen „omstreeks 1572, door Oranje geleid, onder den invloed der Hervorming, ontving de volksgeest zijn stempel." En uit dien worstelstrijd trad het kleine Nederland naar voren „aan de spits van de rij der mogendheden van Europa in den kamp om vrijheid van godsdienst en burgerrecht."
Dat nationaal karakter was Calvinis C tisch, Gereformeerd. Zijn levensleuze was D v de eere, de souvereiniteit Gods op elk B terrein. Dat begrip nu vormt ook den G inhoud, den geest, het stempel van ons Christelijk Nationaal Schoolonderwijs. Veel O meer zelfs dan van de Kerk, die de eere K Gods bedoelt op slechts éen terrein, dat m der „particuliere genade." R
De Fransche Revolutie heeft in dat volkskarakter diep ingegrepen, véél dieper dan de deformatie van de Roomsche Kerk der middeleeuwen. Veel zwaarder was dan ook het lijden onder het Fransche dan onder het Spaansche juk. Veel ernstiger de nawerking der Revolutiekoorts dan van de Roomsche besmetting en de Spaansche tyrannie. We zijn er dezer dagen bij de herdenking onzer honderdjarige onafhankelijkheid aan herinnerd en gevraagd mag, of wellicht niet te luid is gejubeld bij de wetenschap, dat de revolutionaire beginselen nog al te zeer de heerschappij hebben. Niet te luide gejubeld onder ons. Christenen in Nederland, omdat voornamelijk de lauwheid en verdeeldheid van ons Christenvolk zelf er de schuld van draagt, dat de schoolstrijd, die moderne 80-jarige oorlog tegen de tyrannie van het Revolutionair geweld, niet reeds lang is geëindigd. Hoe anders had het kunnen zijn, indien alle vrienden van Christelijk-Nationaal schoolonderwijs te allen tijde in dien kamp eensgezind en vast aaneengesloten waren opgetrokken. Reeds in de eerste jaren van de landelijke Vereeniging voor Christelij k-Nationaal schoolonderwijs, een der oudste zusters onder de organisaties voor de scholen met den Bijbel, stonden de mannen, Dr. Kuyper en Dr. Beets, in stee y& n naast, tegenover elkaar.
Het karakter der natie wordt niet uitgemaakt „by den tel". Evenmin als uw persoonlijk karakter bepaald wordt door het getal uwer vingers, van de haren UW8 hoofds, zelfs niet van de vezelen uws harten of de cellen uwer hersenen.
Het nationaal karakter spreekt uit zijn levensopenbaring, het best in ernstige tijden.
Nood leert bidden. Al slaan wij de waarde van het gebed dat alleen door den nood van de lippen geperst wordt en haast verstomt, als^de nood is voorbijgegaan, niet te hoog aan, toch zeggen we: Het karakter van ons volk, de geest onzer natie sprak verleden jaar, toen bij het dreigend gevaar plotseling de nationale behoefte uitging naar de hulpe van God Almachtig.
Helaas! te ras verzwonden, ja! Doch, hoeveel afwijking van de rechte sporen, van de zuivere paden naar Gods Woord, hoeveel verzetten van de oude palen, die de vaderen gezet hebben, we betreuren, de stempel van ons volkskarakter is nog — gereformeerd 1
Zeker, bioscopen en tingeltangels, ze zijn alle avonden, ook op den Dag des Heeren, propvol. Maar ook onze kerkgebouwen, waar het zuivere licht des Evangelies van den kandelaar straalt, blijken nog steeds te klein. Vraag het menigen comediebezoeker, als de ernst des levens hem eens toespreekt, maar af, waar hij zich toch wel beter op zijn plaats gevoelt, in het huis Gods dan wel in de tent der ijdelheid. En zoo niet politieke overheersching de neutrale school had geprivilegieerd, het ware voor ons niettwijfelbaar, waarde meerderheid onzer schooljeugd op de achoolbanken zou plaats hebben.
Ons volkskarakter is nog in kern Calvinistisch, trota de bedervende kracht der Revolutie, gelijk het beeld Gods in den mensch niet geheel ia verwoest door de inwerking der zonde.
„Niet de tel" maakt dat uit. Zoomin in het glorietijdperk onzer historie de Calvinisten de meerderheid vormden, — volgens betrouwbare historievorschers bereikten ze nauwelijks het tiende deel — zoo min is onze volksgeest, niet meer gereformeerd, omdat niet de meerderheid de Gereformeerde Confessie belijdt.
Intuïtief spreekt uit den volksmond de belijdenis van de souvereiniteit Gods. D4t is iiet creterium. En daarom past bij zulk een volk een Christelijk-Nationale school. Daarom heeft zulk een volk behoefte aan Ghristelijk-Nationaal Schoolonderwij», dat de jeugd onzer natie opvoedt tot belijdenis van de eere Gods, tot gehoorzaamheid aan de souvereiniteit van Oranje, tot eerbiediging van de gestelde machten, tot handhaving van de rechten des Volks en de vrijheid des geweten*, tot eerbied voor anderer overtuiging, tot beschouwing van den arbeid als een Goddelijken plicht.
Tot de wetenschap, dat dit leven is een leven in het licht der eeuwigheid.
Tot de gehoorzaamheid aan Christus Jezus, onzen Heere, den Koning der heerlykheid.
God vordert, dat de naneef eeuwen lang. Van kind tot kind, dit onderwijs ontvang'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's