De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk, School, Vereeniging.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk, School, Vereeniging.

12 minuten leestijd

NED. HERV. KERK

Beroepen te Groede D. Bins te Ellewoutsdijk; te Surhuisterveen J. D. Stratingh cand. te Groningen; te Nieuwe Tonge P. Kruijt te Gouderak ; te Beesd N. Warmolts te Neerlangbroek ; te Zevenbergen N. G. Veldhoen te Alphen a.d. Rijn; te Wormer W. A. Kastein te Wervershoef; te Bleiswijk D. J. van der Graaf cand. te Papendrecht.

Aangenomen naar Waspik E. H. Jonkers te Lienden; naar Hiaure J. G. H. Verniaat te Cillaarshoek; naar Amsterdam C. H. Nolke te Hattem; naar Westerbork R. Riphaagen cand. te Leiden.

Bedankt voor Hasselt J. J. van Ingen te Harderwijk.

GEREF. KERKEN.

Beroepen te Sleen C. M. Huizenga cand. te Kampen; te Vlaardingen D. van Dijk te Knijpe; te Zuidlaren J. Sybrandij te Niezijl; te Arnhem J. C. Brussaard te Meppel; te 's Gravenmoer Fr. Tollenaar cand. te Zaamslag.

Aangenomen naar Brielle M. Gravendijk cand. te Rotterdam; naar Axel A. Tholen te Vijfhuizen.

Bedankt voor Dussen, Edam, Heerjansdam, Kruiningen, Strijen, St. Pancras, Westmaas en Wateringen M. Gravendijk cand. te Rotterdam.

OHR. GEREF. KERK.

Beroepen . te Kampen J. van der Vegt te Rijnsburg

Bedankt voor Urk A. M. Berkhoff te Zwolle ; voor Maassluis J. W. Polman te Hoogeveen.

» Vèr-gaande vriendschap en nog wat.... In het Hbl.« schrijft Dr. W. J. M. Engelberts, pred. der Ned. Herv. Kerk te Amsterdam, over het Kerkeraadsbesluit in zake het laten optreden van collega's door Amsterdamsche predikanten. (Men weet dat Dr. Engelberts uit svriendschapt moderne collega's voor zich laat optreden). Hij klaagt over het gebrek aan eendrachtig samenleven en noemt het een besluit, »waarbij men inquisiteurtje tracht te spelen en dat getuigt van een bekrompenheid, haatdragendheid, plaagzucht, onheilige gevoelens, zelfverblinding en geestelijken hoogmoed.ee

Waarop dan nog volgt: «waarvoor maar één bede past: Kom, Heilige Geest«.

De »Ned.« voegt zeer terecht spottend aan Dr. Engelberts' geschrift toe: Deze bede past wèl zeer bij de voorafgaande reeks scheldwoorden...!

Uitgelokt conflict en scheeve prediking. Ds. J. J. Knap bespreekt in sOude Paden« het geval-Ds. Keck en vindt dat het besluit van den predikant van Bergambacht, om met de Ned. Herv. Kerk te breken, eerbiediging verdient. »Maar«, vraagt hij, »was het noodig daartoe een conflict uit te lokken en nog wel een conflict, waarbij het ongelijk, voorzoover wij dit thans kunnen beoordeelen, aan de zijde van den predikant is "

Ds. Keck was verplicht de namen der gedoopte kinderen van de moderne lidmaten in te schrijven niet alleen volgens de Reglementen, maar ook door de door hemzelf beleden Gereformeerde beginselen, waar de Doop was toegediend in den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes, en uit dien hoofde geldig en wettig. „Wat zin had het dan nu om de inschrijving te weigeren? Een schorsing van enkele dagen vermocht niet hem tot rede te brengen, en zoo kwam hij er toe zijn ambt, wel uit diepere beweegredenen, maar dan toch door een onzuivere aanleiding neder te leggen. Zijn beweegredenen respecteeren wij uiteraard."

Wat de prediking van Ds. Keck aangaat — verkondiging van „subjectieve bevindingen, waarbij men drijft op de wiegelende wateren eener valsche mystiek" — schrijft Ds. Knap: „ook wij wenschen het mystieke element niet uit de prediking weg te nemen, maar zoodra het eenzijdig op den voorgrond geschoven wordt is het gevaarlijk voor het geestelijk evenwicht der gemeente. Wij weten dat sommige genreenten in ons vaderland in zulk een prediking behagen scheppen.

Maar de Apostel Paulus zou deze predikers tot de gezonde leer terug roepen en hen stellig op 't hart binden dat zij bedienaren des Goddelijken Woords zijn, de daarin vervatte waarheid allereerst hebben te verklaren, om haar vervolgens sober toe te passen op de behoeften en niet op de ziekelijke begeerten van het zondaarshart." Zulke „scheeve prediking" noemt Ds. Knap „op en top de valsche lijdelijkheid, die men van kwalijk ingelichte zijde wel eens voor gereformeerd houdt, maar die wezenlijk anti-gereformeerd is. Zelfs de veel gesmade Dordtsche Leerregels protesteeren er met klem tegen en de vermaarde paragraaf die de dwaalleer verwerpt dat de zondaar een stok of blok zou zijn, er bijvoegend da de genade juist de springveer van den verlamden wil weer in actie brengt. De Gereformeerde mag niet en nooit als een slappe vaatdoek in elkaar ' zakken, maar hij behoort moedig te zijn als ee leeuw en tot lijfspreuk kiezen: „In God zullen wij kloeke daden doen".

— Men schrijft ons uit Leiden:

Ds. K. W. Vethake, sedert 31 Juli 1898 predikant bij de Ned. Herv. Gem. alhier, wien op verzoek wegens gezondheidsredenen tegen i Juli door het Prov. Kerkbestuur van Zuid-Hollaiad eervol emeritaat is verleend, heeft in de ochtendgodsdienstoefening op den Tweeden Pinksterdag afscheid van de Gem. genomen. Hij hield een predikatie naar aanleiding van Joh 2:28 en sprak ambtgenooten en kerkel. colleges en personen slechts kort toe, ten einde niet overmeesterd te worden door zijn aandoeningen. De samenvatting zijner wenschen legde hij der Gem. op de lippen in den slotzang. Psalm 122:3. De groote schare welke het kerkgebouw ternauwernood kon bevatten, zong den scheidenden leeraar toe Psalm 121:4. Toen maakte zich een diepe ontroering van predikant en velen der gemeente meester, 't Was Ds. Vethake onmogelijk diep bewogen als hij was, te bedanken. Slechts met een handgebaar kon hij na het zingen der zegenbede eenigszins uiting geven van zijn gevoelens, 't Was een plechtig, ontroerend oogenblik.

Overgang van de Ned. Herv. Kerk tot de Rootnsch-Kath. Kerk Dr. I. M. J. Hoog, van Nijmegen, herinnert in de »N. R. Ct.« :

De kwestie-Ds. V. E. Vethake is niet nieuw; zij heeft kerkrechtelijk gesproken een precedent; in het najaar van 1898 werd de heer G. Bruna, pred. der Ned. Herv. Kerk te Enter, Roomsch, maar hij deed dit zonder aan Classicaal Bestuur of aan Provinciaal Kerkbestuur daarvan kennis te geven. De secretaris van het laatstgenoemd Bestuur heeft hem toen gevraagd of de openbaar besproken zaak werkelijk waarheid bevatte en heeft daarop van den heer Bruna bevestigend antwoord gekregen. Toen heeft het Provinciaal Kerkbestuur van Overijsel den predikant ontzet wegens ontrouw aan de belofte door hem bij de toelating tot de Evangelie-bediening afgelegd.

De heer Bruna is tegenwoordig redacteur van »Het Centrum».

—-De Heer J, W. Hagen, Evangelist ; der Vereeniging voor Inwendige Zending in Noord-Brabant en Limburg' is door zijn Bestuur overgeplaatst van Roosendaal (N.-Br.) naar Geertruidenberg.

Alleen de avondbeurt blijft door hem nog te Roosendaal (N.-Br.) te leiden.

Ellecomsche Uniedair. In het Middachter bosch achter de Kapel te EUecom zal Woensdag 28 Juni de jaarlijksche Uniedag gehouden worden. Als sprekers hopen op te treden de heerenC.A. van der Voort van Zijp, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, te Den Haag; en ds. J. C. Rullman, predikant te Utrecht. Het openingswoord zal worden gesproken door ds. Ph. J. Hoedemaker, van Doesburg, het slotwoord door ds. H. C. van den Brink, van Dieren.

Afscheidscollege van Prof. Cannegieter. Deze week heeft prof. dr. T. Cannegieter, hoogleeraar vanwege de .Ned. Herv. Kerk te Utrecht zijn laatste college gehouden, waarbij vele zijner ambtgenooten, leerlingen en oud-leerlingen en belangstellenden tegenwoordig waren.

Aan het einde zijner rede sprak prof. Cannegieter de vertegenwoordigers der Synode toe, prof. Cohen, den rector magnificus, de leden der theologische faculteit, en prof. Daubanton. Daarna richtte hij zich tot zijn opvolger, prof. Slotemaker de Bruine, wien hij toewensche dat zijn ervaring van groot geluk in het ambtelijke leven hem ook hier moge geschonken worden, waarbij spr. niet verheelt welk een teleurstelling zijn benoeming voor de vrijzinnigen en voor hemzelf was. Ten slotte spreekt hij zijn leerlingen en oud-leerlingen hartelijk toe.

Vervolgens nam dr. L. W. Bakhuyzen van den Brink, secretaris der Synode van de Ned. Herv. Kerk, het woord, om in opdracht van de Synode den man te danken, die, naar spreker zeide, zooveel voor zijne leerlingen was en wiens doordachte preadviezen en doorwerkte rapporten door de Synode altijd zeer op prijs werden gesteld.

Een geestig en ernstig woord van afscheid sprak prof. Daubanton, die dertien jaar in de grootste harmonie met prof. Cannegieter had samengewerkt.

Prof. dr. S. D. van Veen, lange jaren de ambtgenoot van den aftredenden hoogleeraar, spreekt echter thans als een zijner oudste oud-leerlingen een woord van waardeering en dank. Namens vele leerlingen en oud-leerlingen biedt hij hem de toezegging aan van zijn portret, dat door dr.

Jan Veth zal worden geschilderd.

Een der tegenwoordige leerlingen, mr. J. H. Dijkstra, spreekt eveneens woorden van hulde en waardeering.

Prof. mr. J. de Louter maakt zich tot tolk van vele vrienden en vereerders. Namens hen biedt hij met een hartelijke toespraak wetenschappelijke werken aan met een album der deelnemers aan het huldeblijk.

De rector-magnificus der Utrechtsche Universiteit, prof. Cohen, brengt den afscheidsgroet van den Senaat aan den scheidenden hoogleeraar over.

DUITSCHLAND. Een Zondag voor de jeugd. Het consistorium der provincie Pommeren is op de gedachte gekomen op een bepaalden Zondag speciaal zich bezig te houden met de opvoeding der jeugd, en de gevaren, waaraan deze is blootgesteld. Deze laatste zijn van buitenaf sterk vermeerderd ten gevolge van de afwezigheid van veler vaders en oudere broeders en ook van vele predikanten en onderwijzers door den oorlog. In alle Protestantsche kerken van Pommeren werd Zondag de 19de Maart j.l. de gemeente bepaald bij de gewichtige roeping der opvoeding en met name het opkomend geslacht met nadruk gewezen op de ernstige beteekenis van den tegenwoordigen tijd ook voor de jeugd.

Theologen in den oorlog. In het priesterseminarium te Karlsruhe in Baden is tengevolge van de oproeping tot den krijgsdienst het getal kweekelingen van 50 S. 60 in vredestijd op 4 teruggegaan, zoodat deze inrichting tegenwoordig evenveel kweekelingen als leeraren telt. Onder de 241 studeerenden in de theologie te Freiburg bevinden zich 192 in den oorlog, zoodat nog slechts 49 hun studiën kunnen voortzetten.

Maar nog veel ongunstiger zijn de toestanden bij de Protestantsche theologen, omdat zich onder hen zeer vele predikanten vrijwillig hebben aangemeld voor den gewapenden dienst. Reeds nu zijn er in tal van kleinere vacante gemeenten versehillende kweekelingen van de Bazeler Zending geroepen om er den dienst te vervullen. Daarbij komt nog, dat er onder de 162 theologische studenten te Heidelberg niet minder zijn dan 133, die aan den oorlog deelnemen, zoodat van deze nog maar 29 in dezen tijd hun studiën kunnen voortzetten.

— Te Stettin is volgens besluit van de stedelijke synode der evangelische landskerk een straatkoor opgericht, bestaande uit drie afdeelingen, elk van twintig jongens, die op Zondagmorgen en Woensdagmiddag godsdienstige liederen langs de huizen zingen. Zij dragen uniform, bestaande in mantel en pet in de stadskleuren. Het doel dat het kerkbestuur met deze instelling beoogt, is bevordering van de belangstelling in het geestelijk lied.

FRANKRIJK. Protestantsche plannen tot vereeniging. Vijf-en-twintig Protestantsche veldpredikers hebben aan de kerkelijke colleges een voorstel gedaan, om na den oorlog een sheilige unie« (Union sacrée) voor alle Protestanten van Frankrijk te stichten, opdat er in 't vervolg maar éen Evangelische kerk van Frankrijk zij. Tot de onderteekenaars behooren Lutherschen en Gereformeerden.

Het Luthersche orgaan, Ie Temoignage, noemt dit plan een chimère, een hersenschim, als men bedoelt een organisatie van uitwendige eenheid; bedoelt men echter een vriendschappelijk samenwerken der Protestanten, »op alle gebied, waar het goed en vruchtbaar kan zijn, " en wordt het geweten en de wettelijke vrijheid gerespecteerd, dan kan het plan bijval vinden.

De Eglise libre zegt, met smart gezien te hebben, dat onder de onderteekenaars vrome en vooraanstaande predikanten worden aangetroffen, die op deze wijze de wezenlijke grondslagen van hun eigen kerk verloochenen. De Gereformeerde predikant Lorriaux, secretaris van de commissie van het blad l'Eglise libre schrijft, dat de veldpredikers geen speciaal recht hebben hun geloofsgenooten achter het front voorstellen te doen, waardoor zij hun degen in de weegschaal der Kerk werpen. Men verloochent bij zulk een Unie van alle Protestantsche kerken het wezenlijke dat deze kerken bezitten en bestaat in de trouw aan hel evangelie. Deze oproep roept alle oude klachten nutteloos wakker, die op dit oogenblik stil geworden zijn. Het eenige, wat men thans zonder krenking van 't geweten doen kan, is, dat men den reeds bestaanden gemeenschappelijken arbeid in wederkeerige waardeering en broederlijke liefde sterker en zuiverder make.

Slechts éen blad Evangile et Liberté juicht het plan toe. De naam van dit blad zegt reeds, dat hier de vrijzinnige richting aan 't woord is.

N. AMERIKA. Een scheuring in de secte der i Mormonen Er zijn thans twee Mormopnsche secten, omdat een deel van haar aanhangers zich van de oude heeft afgescheiden. De nieuwe • noemt zich de gereorganiseerde Kerk van de I heiligen der laatste dagen. Zij willen den naam ' van Mormoon eigenlijk niet dragen, omdat door • al het schandelijke door de volgelingen van Jozeph Smith gepleegd, die naam in kwaden reuk gekomen is. Hoe gaarne zij ook willen, zij kunnen van den naam Mormoon en Mormonisme ' niet bevrijd worden, omdat zij evengoed als de ' oude tak het boek van Mormon als hun goddelijke schrift aanvaarden en beiden Jozeph Smith als Gods profeet erkennen. Hij is van beiden de geestelijke vader.

De tegenwoordige profeet van de oude tak is Jozeph F. Smith, oomzegger van den eersten profeet; de profeet van de gereorganiseerde tak is Frederick M. Smith, kleinzoon van den eersten profeet. De oude tak heeft haar hoofdzetel te Salt Lake City, Utah; de nieuwe tak heeft haar hoofdzetel te Independence, Missouri. De oude leert de veel wij verg en de profeet met vele van de priesters brengen die leer in praktijk; de nieuwe leert geen veelwijverij; of zij haar tegengaat, weten wij niet. De nieuwe ontdoet zich van eenige vérkeerdheden der oude, die de secte bij velen in discrediet brengen. Dit maakt haar echter niet minder gevaarlijk, want zij stelt in de plaats van Gods Woord de godslasteringen van Jozeph Smith, die zij aanvaarden als een openbaring van God, waardoor het verloren evangelie weer terug ontvangen is.

Terecht wordt dan ook in N. Amerika zoowel voor de nieuwe als voor de oude tak dier secte, die zich Kerk noemt, maar buiten het Christendom staat, met kracht gewaarschuwd.

(Kerkeraden en particulieren worden vriendeiijlc werzociii ons zoo spoedig mogelijic volledig op de hoogte te stellen van alles wat op kerkelijk gebied der vermelding waard is.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Kerk, School, Vereeniging.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's