De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

8 minuten leestijd

Belijden en toch bestrijden!

Dezer dagen werd te Rotterdam met de bekende Rotterdamsche levendigheid de vergadering der Vereeniging voor H.O. op Gereformeerden grondslag gehouden. Daar trad o. a. ook de hoogleeraar Geesink op om eenerzijds de vroegere Chr. Gereformeerde elementen te bestryden, die aan de Theol. School te Kampen blijven vasthouden, anderzijds moest Prof. Visscher het ontgelden, die den euvelen moed had bij zijne critiek op de Geref. actie ook de Vrije Universiteit te betrekken.

Wij kunnen verstaan, dat aan deze broedereu ons oordeel over die inrichting onaangenaam was, en hadden reeds lang verwacht, dat van die zijde eendegelijk, gegrond protest zou zijn uitgegaan, dat het zoo belangrijke en uit wetenschappelijk oogpunt beteekenisvolle probleem der Vrije Universiteit in het licht stelde op zulk eene wijze, dat de ingebrachte bezwaren daardoar zouden zijn weggenomen. Tot nu toe deed men er het zwijgen toe en bepaalde zich tot enkele verklaringen, die niets zeggen, omdat zij niets bewijzen, en zelfs in de verte het probleem niet raken. Nu trad Prof. Geesink op en trachtte iets tot verdediging in het midden te brengen. Natuurlijk werd dit met luid applaus begroet, zooals men dit op dergelijke vergaderingen gewoon is geworden. Wat echter zeer jammer moest worden geacht, dat is de feitelijke erkenning der bezwaren, door Prof. Visscher ingebracht. Hetgeen Dr. Geesink wilde bestrijden, moest hij belijden. En toch juichte de schare, die daarvan blijkbaar niets begreep.

Volgens het verslag der N. R. Crt. zeide de heer Geesink het volgende:

Nu kwam spreker tot zijn derde stelling, gericht tegen prof. dr. H. Visscher, die in zijn brochure «Na eer en staat» deze vioorden schreef: «Het is er verre van af, dat de Vrije Universiteit voor de geestelijke ontwikkeling van ons volk een beteekenisvoUe factor is, zelfs niet voor ons Gereformeerd volksdeel.» Wat is een factor ? Letterlijk: een maker. Wat is eigenlijk prof. Visscher's betoog ?

Dat de conceptie van zulk een Gereformeerde Universiteit ongetwijfeld geniaal is, juist iets voor zulk een universeelen geest als dr. Kuyper is. Maar het streven om een wetenschap door één machtig beginsel beheerscht op te bouwen, is ook reeds door Hegel beproefd. Toch riep Hegel daartoe nimmer een afzonderlijke Universiteit in het leven.

Spreker zegt daarop: Natuurlijk niet, want Hegel zette eenvoudig alle openbare Duitsche universiteiten naar zijn geestes-richting om. Maar hier te lande stonden alle openbare universiteiten onder de overheersching der vrijzinnigheid. Dat schijnt de heer Visscher te vergeten. Dat nu onze universiteit nog zoo weinig is uitgegroeid, zegt niets. Zij is nog zeer jong, slechts 36 jaren oud, dus tegenover de andere universiteiten nog in den kinderleeftijd.

Hier hebben wij dus de erkenning, dat Hegei's wijsbegeerte in staat bleek het wetenschappelijk streven zijner dagen zoo te beïnvloeden, dat alle openbare Duitsche universiteiten in zijn geest werden omgezet. Die openbare Duitsche universiteiten waren niet onder zijnen invloed, maar zij kwamen er onder zonder dat er van een Hegelsehe Vrije Universiteit sprfike was. Onze openbare universiteiten staan onder de overheersching der vrijzinnigheid, maar heel de Geref. actie, die in de Vrije Universiteit uitliep, is niet bij machte geweest ook maar eenige omkeering in de geestesrichting der moderne wetenschap tot stand te brengen. Precies wat wij beweerden. De moderne wetenschap gaat haar gang zonder dat door de Vrije Universiteit ook maar eenig invloed op het wetenschappelijk loven wordt en werd uitgeoefend. Zij vermocht niet de Calvinistische wereldbeschouwing toteene suprematie te brengen, zooalsHegel dat door zijne wijsbegeerte deed. Daarvoor heeft Hegel geen 36 jaren en ook geene Universiteit noodig gehad.

Ja zelfs voor de groote principieele vraagstukken heeft de Vrije Universiteit als zoodanig niets gedaan, zelfs nog niet op het gebied der theologie. Als er één vraagstuk knelt, dan is het dat der Heilige Schrift. Als er één gebied is, waarover de Vrije Universiteit het licht had moeten laten opgaan der Geref. beginselen, dan was het dat. En zij is niet bij machte geweest er iets van beteekenis voor te doen. Zij heeft geen nieuwe banen kunnen aanwijzen, geen vergezichten kunnen openen. En als de verslagen der vergaderingen juist zijn, ja dan is er wel grond voor de meening, dat zij uit gebrek aan eigen zelfstandig inzicht in het Schriftprobleem ons het vergezicht opent van eene richting, die met een geroep „des Heeren Woord, des Heeren Woord" in niets verschilt van hetgeen vooraanstaande ethischen onder de suprematie der moderne gedachte, voor jaren ook reeds gegeven he.bben en dat door Dr. Kuyper principieel is bestreden. Als dit dan het poover resultaat is van 36 jaren bestaan en werken, dan moet toch ieder, die nadenkt, betwijfelen, of daarvoor nu eene Vrije Universiteit noodig was.

Dat er goede historische dissertaties aan de Vrije Universiteit verdedigd zijn, zal niemand ontkennen. Maar wie ook, behalve Dr. Kromsigt, zal daaruit de conclusie trekken, dat er voor den ontontwikkelingsgang der wetenschap uit dissertaties over oude theologen wat te wachten is.

Dat er superieure mannen onder de hoogleeraren der Vrije Universiteit zijn, stelde schrijver dezes in zijne brochure voorop. In respect voor wie respect verdient, wensch ik bij niemand achter te staan. Maar gesteld er was geen Vrije Universiteit, zouden zij dan minder superieur zijn? Zou er dan in den gang der wetenschap iets anders geweest zijn dan nu?

Het probleem is niet dit, of er ook knappe mannen aan de Vrije Universiteit zijn, ook niet of er eenige leerlingen dier Universiteit in openbare betrekkingen zijn, maar of deze Universiteit als zoodanig in het geestelijk leven van ons volk in zijn geheel die functie vervult en dien invloed oefent, die er voor het intellectueele leven van eene Universiteit moet uitgaan. De vraag is, of er zulk eene leiding, zulk eene toonaangeving geweest is, waardoor het Calvinistisch stempel weer op den volksgeest gedrukt werd? Welnu, men moet willens stekeblind zijn, als men weigert te erkennen, dat heel de ontwikkeling der hedendaagsche wetenschap in Nederland haar gang gaat zonder zich ook maar in het minst door de Vrije Universiteit te laten beïnvloeden. Zij heeft geen eigen weten. schap, noch als Universiteit, noch in hare afzonderlijke Faculteiten, voor zoover die er zijn, afgezien dan van degene, die er niet zijn. Daarom kan zij geen invloed oefenen.

Wat Hegel vermocht zonder Universiteit, dat vermag het Nederlandsch Calvinisme niet met eene Universiteit.

Nu kunnen wij dat betreuren, maar het is zelfbedrog het te ontkennen. De Heer Geesink moest het dan ook zelve belijden. Maar daardoor werd zijne bestrijding een schijn. Meer niet.

Trouwens het probleem ligt te diep om in zulk een samenkomst te worden behandeld. Eene Hooge School is geen school voor groote kinderen, zooals de lagere dient voor de kleinen. Men doet het dikwijls zoo voorkomen. Maar met belangstelling wordt nog steeds in breeden kring uitgezien naar eene grondige bespreking, die op den naam van verdediging aanspraak maken mag. Wie het aanvat, die zal de vraag onder de oogen moeten zien, of het Calvinisme zich genoegzaam op zich zelf bezonnen heeft om te kunnen vastleggen. hetgeen allereerst noodig is voor een eigen wetenschap in het algemeen en dus voor eene eigen Universiteit in het bijzonder. Het is geene vraag over de knapheid van professoren of over het aantal baantjes van leerlingen, maar eene, die het wezen der hedendaagsche wetenschap en het wezen van het Calvinisme eveneens raakt. Als de kwestie principieel gesteld wordt, zooals zij dit verdient, en het | mocht blijken, dat Prof; Visscher de zaak verkeerd heeft ingezien, dan zal niemand zich daarover meer verblijden dan Prof. Visscher zelve. Lang heeft hij verkeerd onder de bekoring dier idee, maar haar ook losgelaten, zoodra hij inzag, dat zij noch met het Calvinisme, zooals het historisch verschijnt, noch met de iiedendaagsche wetenschap zich verbinden laat.

Als compositie moge zij schoon zijn, zooals een droombeeld schoon kan wezen. maar in de werkelijkheid wortelt zij niet en hare levensvatbaarheid is zeer twijfelachtig, namelijk wanneer men zich niet tevreden wil stellen met een Gereformser j" Universiteit in naam alleen. '

Elk oogenblik zal ik gaarne bereid zijn te erkennen, dat ik dwaal, indien zulks kan worden aangetoond op redelijke gronden en met wetenschappelijke bewijsvoering. Maar voor holle woorden en luid applaus, dat het beste kan worden opgewekt' door wie het beste vertrouwd is met vuurwerk en met hetgeen de vergadering begeert, wijkt geen man.

Het Geref. volksdeel zal wel beseffen, dat ik zeker niet met genoegen, maar ook zeker niet zonder grond gezegd heb, hetgeen ik van te voren wist, dat verreweg de meesten dergenen, die ik als mijne naaste geestverwanten beschouw en waaronder mijne beste vrienden zijn, mij niet in dank zouden afnemen.

Dus hier geldt het oude woord: Plato is mijn vriend, Aristoteles is mijn vriend, maar mijn beste vriend is... de waarheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's