De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen leervrijheid in de Ned, Herv, Kerk.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen leervrijheid in de Ned, Herv, Kerk.

13 minuten leestijd

II,

Onze stelling is dus dat men der historie getrouw blijft indien men bewe(; rt, dat het grondbeginsel van het Prolestantisme in de 16de eeuw was: Gods Woord als hoogsten rechter erkennen en geen mensehelijke bepalingen dulden, die zich boven Gods Woord stellen of tegen Gods Woord ingaan" — terwijl het grondbeginsel van de Nederlandsche Kerken der Reformatie was: ods Woord regel voor leer en leven „want overmits de geheele wijze van den dienst, weikon God van ons eischt, aldaar in den bre 'de beschreven is, zoo is het den menschen, al waren het zelfs Apostelen, niet geoorloofd ènders te leeren, dan ons nu geleerd is door de Heilige Schriften; ja, al ware het ook een engel uit den hemel, gelijk de Apostel Paulus zegt (Gal. 1:8)" (Zie artikel 7 Ned. Gel.-belijdenis).

Voor heel het kerkelijk leven is dan ook van de vroegste tijden af door onze Gereformeerde Vaderen Gods Woord als bron en regel voor leer en leven aanvaard. De ambten werden hersteld naar uitwijzen van het Woord.

De Confessie werd opgesteld en aangenomen en gehandhaafd als zijnde de korte en duidelijke uiteenzetting van de goddelijke waarheden ons in de Schrift geopenbaard.

Voor de Kerkregeering werd gestaan naar de uitstippeliog van de lijnen, ons in Gods Woord hiervoor gegeven.

Neen — men doet der historie geen recht als men beweert: „de Kerk, geboren uit den strijd der vrijheid, werd weldra een leerkerk. De Roomsche zuurdeesem werkte in het Protestantisme voort."

Zóo is de historie niet! 't Is bij onze Vaderen geen stryd geweest om de vrijheid — zonder meer. 't Was een strijd om vrijheid te bekomen zich in alles naar Gods Woord te mogen richten!

En dat heilig verlangen is door 's Heeren goedheid gekroond geworden met rijke zegening door bevrijding van 's menschen overlast; om zich daarna te voegen rondom Gods Woord, waarvan de Kerk der Reformatie gaarne belijdenis deed in haar symbolen; om die belijdenis toen ook te " handhaven en te verdedigen tegenover allerlei aanslagen die gepleegd werden, bedoelende de Kerk der Reforjaatie weer los te maken van den band aan het Woord.

Men begeerde zich te voegen naar Gods Woord. Dat bleek al aanstonds op ie eerste Synoden.

Daar werden echt protestantsche bepalingen vastgesteld omtrent geloof en belijdenis en Kerkregeering. „Om die eendrachtigheijt in de leere" onderteekenden alle leden op de Synode te Emden zoowel de Nederlandsche als de Fransche confessie. En men richtte] een verzoek tot de kerken in Frankrijk om iets dergelijks te doen.

Te midden van de worstelingen tegen Spanje vergaten onze Vaderen geen oogenblik waar het ten slotte om ging. Om de Kerk van Christus vrij te maken, opdat zij op eigen erf onder de opperheerschapij van Jezus Christus zich vrij zou mogen inrichten naar Gods Woord. In welken ijver zij zelfs helaas! zóo ver gingen, dat zij gaarne de hulp van het Staatsgezag inriepen, om de eenheid en zuiverheid der gereformeerde Kerk te bevorderen en te handhaven.

Het streven onzer Vaderen, het grondbeginsel onzer Gereformeerde Kerk is in deze dus niet twijfelachtig.

Men wilde in de belijdenis hebben „een ghemeijn accoort" voor allen die dch bij de Kerk voegden. En straks werd ook de Heidelbergsche Catechismus als formulier van eenigheid ingevoerd en oaderteekening, zonder voorbehoud, gevraagd.

De Gereformeerde Kerk heeft dus van den beginne hare grondbeginselen gehad. Die grondbeginselen heeft ze uitgesproken. Ea de toetreding barer leden heeft zij van ouds afhankelijk gesteld van de getrouwe belijdenis dezer beginselen.

De Synoden, te Armentières in 1563, Antwerpen in 1566, te Wezel in 1568, Emden in 1571, te Dordrecht in 1574 1578, te Middelburg in 1581 en 1591, 's ftravenhage in 1586, te Veere in

610 bewijzen dat de Gereformeerde Kerken in dezen lande de geloofsbelijdenis an Guido de Brés en den Heidelbergsehen atltecbismus voor de uitdrukking van haar 'geiooj vefklaarderi en op de Synode te Dordt in 1618—'19 hebben de kerken haar grondbeginselen n.l. Gods souvereiniteit en vrye genade, de eenige grond der zaligheid èn de autoriteit der ÏL. Schrift met ernst en met kracht verdedigd en gehandhaafd tegenover de volgelingen van Arminius.

Men was tegen de autoriteit van den mensch.

Men ontkende dat de H. Geest de conscientie kan onderichten vlak tegen het Woord ingaande.

Men verschilde in opvatting aangaande het geloof, als zou dat z.g.n. zóó teere zaak zijn, dat het niet onder woorden kan worden gebracht en niet zou mogen worden getoetst aan het Woord.

Men was van meeniug, dat het de roeping van Christus' Kerk op aarde was den name des Heeren te belijden en de leer, van de Vaderen overgeleverd, in gehoorzaamheid aan Gods Woord, als een dierbaar pand te bewaren en ten allen tijde kloek te verdedigen.

En sinds 1619 ia deze opvatting in de Gereformeerde Kerken van dezen lande gebleven. Niet, dat de aanhangers van de z.g.n. vrijheid niet telkens hebben beproefd om, in de Kerk zijnde, de leer der Kerk te loochenen, te bestrijden en te ondermijnen. Maar steeds ging weer een krachtig protest op tegen de leeringen die als getuigenissen van den Heiligen Geest door hen die opkwamen voor de persoonlijke vrijheid en daarbij alle dogma's bestreden, werden voorgedragen. Want nooit heeft de Geref, Kerk erkend, dat in de Kerk van Christus de band aan het Woord en aan de belijdenis kon worden doorgesneden door individualististische creaturen, die een beroep deden op de rechten der consientie, zonder meer. Nooit hebben onze'Geref. Vaderefl geloofd dat de H. Geest af voerde van de H. Schrift, waarin de eenige en eeuwige waarheid Gods in Christus ons gegeven is. De Gereformeerde Kerk was en bleef de Gereformeerde Kerk en wi'de niet zijn de Remonstrantsche, de Doopsgezinde, de Luthersche of welke ook.

«Vroomheid—vrijheid" heeft zij daarbij üooit als hoogste leuze in top geheschen. Maar wel: „Getrouw aan Schrift en Belijdenis".

W'at men hier geleerd had van de Vaders der Calvinistische Reformatie als Guido de Brés, Casper van der Heijden, Petrus Datheen, Herman Moded en ^ranciscus Junius.

Wier werk Bogerman, Voetsius, Witsius, Mastricht, è Marck, Brakel, Hellenbroek, Comrie, Appelius en anderen hebben voortgezet.

En neen! dan moet men het niet voorstellen dat de 17de eeuw een tijd van dogmatische verdorring en formalistische doodigheid geweest is. Want men weet beter. Immers is het geen geheim, dat hier een rijke levensontplooiing was van wondere geestkracht en schitterend initiatief, zoodat ook op theologisch gebied een gouden eeuw werd doorleefd.

Maar helaas! de 18de' eeuw is voor land en volk, voor kerk en school niet van goeden invloed geweest en vooral na 1750 is de toestand allerdroevigst geworden.

Wie bazelt dat dit samenhangt met de gereformeerde theologie, met het dogma, met de confessie — die deed beter niets te zeggen dan zulke pure onzin voor te dragen.

De waarheid is ènders. Allerlei invloeden van politieken en maatschappelijken aard deden geen goed aan ons volk, dat godsdienstig van aard is en in theologische vraagstukken belang stelt. Ons volk werd rijp gemaakt voor de revolutie, voor het oordeel. Het zou in de smeltkroes worden geworpen. En het bereidde zich voor tot dien dag waarop de Heer e Zijne straffen zou doen ondervinden. Het bereidde zich voor door op te gaan in de stoffelijke dingen en der wereld gelijkvormig te worden, ondanks de waarhdid die men kende maar niet meer verstond.

Maar bij dat alles kan men niet zeggen, dat de Gereformeerde Kerken van dezen lande de belijdenis hebben losgelaten en de Kerk geproclameerd zouden hebben tot een Vereeniging van vrije vroomheid, waar de leeraars mochten ïeeren wat ze wilden en waar de lidmaten mochten belijden wat ze wilden.

Geenszins! Men hield officieel aan Schrift en Belijdenis vast.

En toen kwam de 19de eeuw. (Wordt vervolgd)

Predikanten-samenkomst.

Reeds lang leefde het in den boezem van de Gereformeerde predikanten in de Hervormde Kerk, dat nauwere aaneensluiting onderling zoo noodig was en zoo nuttig zou werken. Maar van woorden tot daden kwam het niet. Tot nu voor enkele weken déze oproep rondging:

Zeer geachte Broeder,

Predikanten der meest verschillende richtingen hebben op bepaalde tijden hunne onderlinge bijeenkomsten, waarin zij onderwerpen, voor hunne geestelijke en wetenschappelijke ontwikkeling van belang, bespreken. Aan gelijkgezinden wordt daar gelegenheid geboden met elkander van gedachten te wisselen ook over vragen, die zich op practisch gebied ambtelijk voordoen.

Aan ons Gereformeerden ontbreekt echter alle band. Wij brengen op in het oog loopende wijze het „ieder voor zich" in toepassing.

Dit nu kan slechts tot onze schade alzoo voortgaan, want ook onder ons Gereformeerde predikanten is de behoefte om als predikanten met elkander voeling te blijven houden in deze ernstige dagen onafwijsbaar. Ook wij hebben noodig als mannen van ééne belijdenis met elkander samen te komen om gelegenheid te verkrijgen tot gemeenschappelijke overdenking van godgeleerde vragen, niet het minst ook tot versterking van den broederband. Dat hebben wij noodig én voor onze personen èn voor onzen arbeid.

Om dit doel te bereiken, besloten ondergeteekenden, gesteund door meerderen, het initiatief te nemen, niet tot het formeeren van eene groote Gereformeerde predikanten-vergadering, maar aanvankelijk slechts tot het vor ''-' men van een vriendenkring, opdat wij met elkander één dag zouden kunnen doorbrengen op zulk eene wijze, dat er behalve voor de bespreking van godgeleerde vragen, ook ruimte zij voor vriendschappelijk, broederlijk verkeer.

Uit den aard der zaak zal dus op deze samenkomsten niet leder toegang hebben, daar zij niet publiek zgn, maar slechts de genoodigden.

De eerste samenkomst, waartoe wij U beleefd uitnoodigen, zal, bij genoegzame deelneming, gehouden worden op Donderdag 6 Juli te Amersfoort, Hotel Bellevue, bij het Station, aanvang 11 uur voorm.

Prof. Visscher heeft zich bereid verklaard in die eerste samenkomst stellingen in te leiden over: de autoriteit der Heilige Schrift.

Na afloop der inleiding zal er natuurlijk gelegenheid zijn met elkander van gedachten te wisselen.

Aangenaam zal het ons zijn ten spoedigste, in elk geval vóór den 20sten Juni, van U te mogen vernemen, of U aan deze samenkomsten wenscht deel te nemen en op Uwe tegenwoordigheid mag worden gerekend. Gaarne vernamen wij dan tevens van U of U aan den gemeenschappelijken maaltijd na afloop der vergadering wenscht deel te nemen. Uw antwoord wordt daartoe ingewacht bij den laatsten ondergeteekende.

Hoogachtend hebben wij de eer te zijn met broederlijke groeten, Uw dw..

Prof. Dr. H. Visscher, Utrecht. Ds. Batelaan, De Bilt.

Ds. Beekenkamp, 01de broek. Ds. van Grieken, Delft.

Ds. Jongebreur, Veenendaal. Ds. van Toorn, Rotterdam.

Ds. Remme, Oud-Beijerland.

Met deze circulaire was de stoot gegeven om met deze lang begeerde zaak een begin te maken. En het resultaat viel niet tegen. Zoo héél groot was het aantal van predikanten, aan wie deze oproep gezonden werd, niet genomen. Men wilde zachtjes aan beginnen. Later kon men dan zelf tot uitbreiding van den Vriendenkring besluiten. Daarom werd de circulaire maar aan een 50-tal bedienaren des Woords in onze Herv. Kerk toegezonden. En een 40-tal verklaarde zich aanstonds zéér met deze be* weging ingenomen, belovende D.V. Donderdag 6 Juli te Amersfoort present te zijn.

30 Juni jl. volgde daarom van het voorloopig comité deze kaart:

Oproeping tot de vergadering van den „Gereformeerden Vriendenkring", te houden op Donderdag 6 Juli e.k„ des voormiddags 11.30 uur in het hotel , Bellevue" te Amersfoort.

Prof. Dr. H. Visscher. Ds. Batelaan. enz. enz.

6 Juli kwam. 't Was een dag met zonneschijn. Ên met opgewektheid trok een 40-tal predikanten, van alle kanten komend, naar Amersfoort, waar een hartelijke begroeting plaats had, een profetie van een goeden dag.

Precies 11.30 nam Prof. Visscher den voorzittershamer op, liet zingen Ps. 25 : 2, las een gedeelte van 2 Timotheüs 1 en ging voor in gebed.

In zijn openingswoord zei hij, dat het ons voornamelijk er om te doen was een Vrienden-kring te krijgen, waar de predikanten, die leven uit het gereformeerd beginsel, elkander kunnen ontmoeten. En diensvolgens stelde hij aanstonds voor te verklaren, dat heden zoo'n Vriendenkring gevormd was. Warm applaus was teeken dat men algemeen dit wenschte.

Nadruk werd hierbij gelegd op déze zaak: het voorloopig comité had een betrekkelijk klein aantal predikanten uitgenoodigd, om dan op de vergadering zelve, welke een voorloopig karakter droeg, te bespreken hoe 't best de kring kon worden uitgebreid.

Algemeen was men van gevoelen dat niet ieder zóo maar moest worden toegelaten, terwijl aan den anderen kant nauwkeurig zorg gedragen moest worden niet uit te sluiten zonder oorzaak.

Besloten werd dezen Gereformeerden Vriendenkring den naam Sodëtas Reformata te geven, wijl het een kring van predikanten wenscht te zijn waar men leeft uit de echt reformatorische beginselen.

Voorts werd goed gevonden 2 maal per jaar saam te komen en wel in de eerste helft van Januari en de eerste helft van Juli. De plaats waar men zal samenkomen zal nader worden aan» gewezen.

Op voorstel van Ds, Boonstra werd bij acclamatie Prof. Visscher tot voorzitter. Ds. Remme tot secretaris en Ds. Batelaan tot penningmnester benoemd.

Na deze voorbereidende werkzaamheden, noodig tot opening van de vergadering en tot constitueering van de Vereeniging, ging men aan de koffietafel.

De pauze verstreken zijnde werd de vergadering heropend en gaf Prof. Visscher zijn inleiding over: de autoriteit der Heilige Schrift, aan de hand van enkele stellingen, die nader werden toegelicht en uitgewerkt.

Op deze voordracht volgde een levendige discussie, waaruit bleek hoezeer men 't toejuichte, dat juist dit onderwerp in onze dagen door een Oereformeerd'professor zoo principieel behandeld was. Tal van vragen en opmerkingen werden in 't midden gebracht door onderscheidene leden der vergadering, welke allen werden beantwoord of toegelicht door den Spreker.

Half vijf werd de vergadering gesloten met dankgebed van Ds. Boonstra, waarna men ter maaltijd ging.

Onze indruk is, dat deze eerste vergadering uitnemend geslaagd is. Er was een hartelijke, vriendelijke omgang tusschen de bezoekers. De werkzaamheden liepen vlot. De dingen die besproken werden waren interessant. De zaken die onze aandacht vroegen waren allerbelangrijkst. We voelden waar het te midden van zoo vele en belangrijke vraagstukken onzes tijds allereerst en allermeest om gaat nl. om te kennen wat de Heere zelf geopenbaard heeft in Zijn Woord en dat waarachtiglijk in ons te mogen opnemen door de genade des Heiligen Geestes. De fundamenten werden bloot gelegd. De band aan het Woord versterkt. De broederband aangelegd of vernieuwd.

Ja, onze innige overtuiging is, dat het een zegen des Heeren mag gerekend worden, dat deze Gereformeerde Vriendenkring er is en een groote kring van predikanten, die onze Herv. Kerken mogen dienen, nu elkander telkens kunnen ontmoeten, om onderwerpen te bespreken tot hun geestelijke en wetenschappelijke ontwikkeling van belang en daarna ge sterkt, ook door onderlinge vriendschap, weer naar huis en gemeente terug te keeren, opnieuw bezig zijnde in den dienst des Heeren.

-Zegene de Heere dit om pogen en de Sociëtas Reforrnata deele in de liefde van velen. Zij groeie en bloeie, onze Hervormde Kerk tot heil!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Geen leervrijheid in de Ned, Herv, Kerk.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's