De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Allerlei.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Allerlei.

4 minuten leestijd

Verstaat gij ook hetgeen gij leest?

•God de Heere heeft Zijn Woord aan Zijn volk gegeven, opdat het recht verstaan zou worden. Wij hebben het getuigenis onzes Gods te lezen, niet werktuigelijk om het maar gelezen te hebben, maar met oordeel en verstand ten einde den rechten zin en de juiste beteekenis er van te vatten. Alleen als dat het geval is, zal de lezing der Heilige Schrift ons hart een zegen toebrengen en Gods genade verheerlijken.

Nu is de Moorman niet beleedigd, dat een eenvoudig man als Filippus met zulk een vraag: erstaat gij ook hetgeen gij leest? tot hem komt. (Hand. 8 : 30). Integendeel, hij, de machtige en aanzienlijke schatmeester van Candacé, de Koningin der Aethiopiërs, belijdt in alle eenvoudigheid zijn onkunde en vraagt om eenige onderwijzing, opdat hij moge verstaan hetgeen hij leest. Hij belijdt van noode te hebben, dat iemand hem onderricht.

Het is waarlijk niet de vereisehte eerbied voor de Schrift, als men eigenwijs voortleeft, waant alles wel te kunnen begrijpen, en zich verbeeldt geen uitlegger van noode te hebben. Maar dit is wel de ware eerbied voor het Woord van God, als wij getrouw de Schriften lezen, daarin veel verborgenheid zien en dan de oprechte begeerte hebben dat de Heere onze God over Zijn Woord Zijn licht doe opgaan en ons geve óók een goede uitlegging en verklaring door Zijne dienstknechten.

Dit laatste was bij den Moorman het geval. En daarom heeft God hem ook toegebracht, op den weg naar Gaza, een Filippus die hem de Schriften zou openen, en hem. het juiste inzicht daarin zou geven, en brengen tot het recht verstaan van het getuigenis des Heeren. Dat was voor den kamerling een heerlijke reize van Jeruzalem naar zijn vaderland. Een reize om nooit te vergeten!

Een slecht boek is erger dan slecht gezelschap.

Lees geen boek, waarvoor gij u onder het oog uwer moeder zoudt moeten schamen, * *

Hoe meer gebed — hoe meer overwinning,

* God luistert naar het hart en niet naar onze lippen, * * *

De waarachtige christen staat niet slechts op den rotssteen, maar ook is hij met stevig cement aan hem vast gemaakt. Hij kan niet vallen, tenzij de rotssteen valt,

Sehijn bedriegt.

De slang, hoe schoon van kleur, draagt een angel en spuwt vergif.

Burgerlijk vroom kan gepaard gaan met zedelijk slecht.

De mot spot met het vernis. De zandgrond houdt het huis niet.

Wij moeten Christus niet dragen in onzen Bijbel — maar Deze moet geboren worden in ons hart.

Aan grootheidswaanzin kunnen slechts kleine zielen lijden.

Raak!

Op een poort van een boerderij te Vlaardinger-Ambacht leest men onderstaand rijmpje: Hij die iets weet van mij en de mijnen Die ga naar huis en bezie de zijnen. Vindt hij bij hemzelf dan geen gebreken Die komt bij mij en heeft vrij spreken. Het echte Christendom maakt natuurlijk.

Kwade gewoonten.

Een Grieksche fluitspeler liet de leerlingen, die vooraf bg een onbekwamen onderwijzer les hadden genomen, dubbel betalen — wetende dat hij hen, vóórdat zij konden gaan leeren, hen moest afleeren. Kwade gewoonten te krggen is gemakkelijk genoeg; kwade gewoonten uit te roeien en af te leeren is moeilijk.

Kortstondig van duur zijnde bloemen, die worden gezien op het land; de bloemen, die den verjaardag versieren; de bloemen, die de bruiloftszaal tooiende bloemen, die op den grafheuvel prij; ken .., . maar de bloemen des geloofs en der hoop en der liefde, die vallen niet af — dat zijn de ware immortellen,

Rondom ons heen dreigt menige afgrond, maar in ons binnenste gaapt de diepte, *

Het doel uws levens moet alleen zijn om uwe bestemming te bereiken: al het andere is bijzaak, wat het dan ook zijn moge. Daarom is het ook een en hetzelfde, of gij veel of weinig aardsche schatten verdient: de doodgraver vraagt er niet naar. Dit kan men echter alleen diengenen zeggen, die zijne bestemming weet. En deze bestemming is: der Goddelijke natuur deelachtig te worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Allerlei.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's