Financiën.
Aardige dag toch, zoo'n Zendingsdagl Vooral als het mooi weer is. En dat was het. Niet te warra, een beetje bedekte lucht, een luchtig windje en geen regen. Een weertje om uit te zoeken.
Het Rijsenburgsche bosch leent zich uitstekend voor zulke samenkomsten. Mij dunkt, er is geen betere gelegenheid te vinden. Zoolang als ik dit kon krijgen, zou ik naar geen ander omzien, als ik wat te zeggen had, vooral niet nu de beschikbare ruimte nog zooveel vergroot is bij vorige jaren. Dat is een enorme verbetering. Het heeft wat voor, telken jare op dezelfde plaats te vergaderen Ge gevoelt er u thuis, ge weet precies waar ge paoet gaan staan of zitten om het beste Ie hooren. Het is of je in de kerk ben: ieder zijn eigen plaats; maar zonder plaatsenhuur. Ik heb ten minste opgemerkt dat er zijn, die ge elk jaar op hetzelfde plekje kunt terugvinden.
Dat zou wel goed zijn voor den penningmeester, als hij een vaste plaats had op zoo'n dag, denkt misschien menigeen, dan behoefden wij niet zoo naar hem te zoeken.
Nu, dat geloof ik wel, maar om je de waarheid te zeggen, daar ben ik toch heusch niet voor te vinden. Ik kom daar zelf ook om te genieten en beweeg mij zoo gaarne. Mijn penningmeesterschap is daar bijzaak.
Wat een massa menschen waren er. Gerekend naar het aantal verkochte pro gram ma's vertelde men mij dat er ongeveer 3000 geweest zijn. Er komen er telkens meer. 't Is ook geen wonder.
„Er blieft gin gereformeerd wief aan het spinnewiel", hoorde ik achter mij zeggen. En. 't is te begrijpen dat men het spinnewiel wel eens wil laten rusten om eens heerlijk te genieten in „Gods tempel van ongekorven hout", zooals Ds. Klomp zei, viie dp eerste spreker inleidde.
Het moet toch voor een spreker een indrukwekkend oogenblik zijn zich geplaatst te zien voor zulk een geweldige menigte, welke amphitheatersgewijze de omringende heuvelen bezette, om met spannende aandacht de woorden op te vangen, die tot beo gericht werden.
Maar kom, ik ben niet geroepen om een verslag te geven van den Zendingsdag en het is ook niet noodig. De meesten van de lezers zullen e^-wel geweest zijn en behoeven van mij nu niet te hooren wat ze al weten.
Ik zal ze daarom eens vertellen wat ze niet weten.
Ja lezers, ik werd niet vriendelijk onthaald toen ik vlak voor den ingang stond en mijn programma kocht. Een juffrouw, , door haar buurman ingelicht over mijn i persoon, zei, mij met verwondering aan-: starende: O, is dat nu die Neen, j het woord wil niet uit mijn pen. Men heeft wel eens gezegd, dat ik een fatsoenlijke bedelaar was, maar nu werd ik betiteld met een naam, dien men gebruikt voor het minste soort van dat gilde. Ze meende het zoo erg niet. Ze schrok er, geloof ik, zelf van. Nu, ik wil het haar graag vergeven, maar als teeken van bpr^ht berouw verwacht ik dan ook een postwisseltje, en liefst een waar een postzegel van minstens 5 ets voor noodig is.
Dat' was geen mooi begin. Gelukkig dat ik niet aan voorteekenen geloof. Het I liep dan ook verder best af en ik heb ; in elk opzicht een goeden dag gehad. j Ik vertel u alleen wat op onze financiën betrekking heeft.
Ds. V. I. van Harderwijk betaalde mij f2.50 als jaarlijksche bijdrage. Dat was het eerste Iemand, dien ik nog niet zoo heel lang ken, gaf mij onderhet luisteren f 1. „Niet in de krant zetten, hoor!" zei hij. Ik ontmoette een juffrouw uit Sluip wijk. „Ik ben in lange niet in de kerk geweest", zei ze, „door ongesteldheid. Hier heb je f2.50 aan opgespaard kerkgeld." Delvenaars, ja, die heb ik veel ontmoet. Die herken ik natuurlijk dadelijk. Ben er van gaf mij f 2.50. In Bodegraven had vriend Kazemir voor mij de jaarlijksche bijdragen voor het Leerstoelfonds geïnd. Hij overhandigde mij daarvan f 40, 50, en een echtpaar uit Bussum, die nooit op den Zendingsdag ontbreken, bestemde ook ditmaal f 2 voor onze fondsen. Uit Heeuwijk ontving ik van U. f 1 en uit Huizen van R. f 2 met een hartelijk briefje er bij, dat ik thuis eens op mijn gemak heb gelezen en waarvoor vriendelijk dank.
Dat liep zoo nog al aardig nietwaar? Maar ik ben er nog niet. Onze vrienden uit Kampen, die met busje No. 125 zulke wonderen verrichten, hadden het eerst nog eens geledigd voor zij van huis gingen, er was f 7, 50 in. Zij vertelden \ mij dat aldaar de vooruitzichten niet j sl«cht staan voor de Geref Hervormden. Verhoore de Heere hun bede. Een Beste vriend uit Veenendaal gaf mij f 1 en uit busje 158 van mej. van Z. te Kampen werd mij f 1 ter hand gesteld. Van 3 vrienden werd mij f 3 gebracht. Door middel van Ds van Ingen ontving ik van N. N., een lezer van de Waarheidsvriend, f 2, 50 voor het Leerstoel-en f 2, 50 voor het Studiefonds. Van een onbekende uit Oussoren f 1; van P. C. de B. te Vlaardingen' f 1; van Van S. te Raamsdonkveer f 2; van R B. te Baarn f 1. Zie zoo, als ik nu iemand vergeten heb dan moet je het maar zeggen. Nu zijn er nog die naar mij hebben gezocht en mij niet hebben gevonden. Hen wijs ik op het onderstaand adres, dat komt altijd terecht.
In mijn laadje vond ik nog twee postwissels uit Utrecht, van Ds. J. Goslinga f 10, 25 bij Z. W.Eerw. aan huis bezorgd door mej. N. N. en bestemd voor het Studiefonds, en uit
Leerbroek f 10, 50 door Ds. G. A. Pott, den inhoud van de gezamenlijke busjes.
Delft, door Ds M. van Grieken f 2 van een paar catechisanten voor het Studiefonds.
Zoodoende, lezers, hebben wij deze week een groote ontvangst en alle reden om den Heere te danken voor het vele goede, ons geschonken.
Ook deze Negende Zendingsdag zal zeker bij u zoowel als bij mij in een blijde herinnering blijven.
J. C. FLIEHE,
Penningmeester.
Arnhem, G. A v. Nisplenstraat 18.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's