De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

3 minuten leestijd

Gulden woorden.

De regeering heeft haar memorie van antwoord op het voorloopig verslag betreffende het wetsontwerp ter zake van het in overweging nemen van een voorstel van verandering van artikel 192 der Grondwet bij de Kamer ingediend.

Enkele opmerkingen en verklaringen van positieve strekking trekken in dit Staatsstuk de bijzondere aandacht, vooral nu zij komen van een Staatsman als Mr. Cort van der Linden, den njinister-president van het vrijzinnig kabinet

Vooreerst betoogt dan de steller van de memorie van antwoord, dat de verschillende bezwaren tegen de voorgestelde regeling, in het ontwerp-artikel 192 neergelegd, hun grond vinden in eene, naar de meening van den minister onjuiste tegenstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. De opvoeding der kinderen — zoo zegt hij — is in de eerste plaats de taak der ouders. Het is een beginsel dat weinig tegenspraak vindt en in ons Burgerlijk Wetboek uitdrukkelijk wordt bevestigd. De Staat kan derhalve regelend en aanvullend optreden, niet echter de taak der ouders overnemen. De Overheid, het onderwijs ter hand nemend, verschaft , den ouders bijstand om hun eigen taak te vervullen, zooals 's lands belang dit eischt.

Voorts oordeelt de minister van binnenlandsche zaken dat het bezwaar tegen openbaar onderwijs, onderwijs van Overheidswege, ontstaat, indien het Overheidsonderwijs strijdt met de vrijheid der ouders om hun taak naar de inspraak van hun ' geweten te vervullen.

Verder verklaart Mr. Cort van der I Linden, dat voor een groot deel der natie het neutraal Overheidsonderwijs niet is overeen te brengen met de taak der ouders zooals godsdienst en geweten die voorschrijven. Men heeft dan ook erkend, dat de vrijTieid der ouders om het onderwijs voor hun kinderen zelven te bepalen zonder gewetensdwang onaantastbaar is.

Doch — zoo vervolgt hij — men verleende die vrijheid, beperkt door Staatstoezicht, en dwong anderzijds de ouders als belastingbetalende burgers tot instandhouding van een onderwijs, voor hen onbruikbaar, maar voor een ander deel der natie geheel bevredigend. De Overheid zeide: gij zijt vry, maar gij bekostigt uw eigen onderwijs en tevens dat van uwe medeburgers. Deze ongelijke verdeeling van lasten wordt gevoeld als eene onrechtvaardigheid. Zij, die strijd voeren I voor het openbaar onderwys, omdat het beter is in hunne oogen dan het bijzonder, vergeten dat zij een strijd, die alleen, met behoud van ieders vrijheid, beslist kan worden door geestelijke wapenen, willen beslechten door Staatsdwang.

En ten slotte — om het bij dit viertal aanhalingen te laten — acht de regeering het duidelijk, dat subsidieering van-het bijzonder onderwijs geen vrede kan brengen. Subsidieering kan de onrechtvaardigheid verminderen, niet opheffen. Door subsidieering toe te laten heeft men het beginsel prijsgegeven. Men geeft daardoor aanleiding tot dit dilemma:5f er is geen onrechtvaardigheid in de vrijheid der school zonder meer; op welken grond geeft gij dan ondersteuning uit de openbare kas? öf die onrechtvaardigheid is er wel; waarom zijt gij dan slechts ten deele rechtvaardig? Alleen algeheele financieele geliikstelling is logisch en alleen zij kan vrede brengen.

Wat de minister van binnenlandsche zaken hier als zqn oordeel kenbaar maakt, houdt zeker gulden woorden in, opmerkingen, die echter nog grooter beteekenis krijgen, wanneer men bedenkt dat wat hier deze bewindsman bij een zoo gewichtig onderwerp als een revisie van artikel 192 der Grondwet schreef, ook wel met de inzichten van de andere leden uit het kabinet zal strooken.

Inderdaad heeft de memorie van antwoord den schoolstrijd in moreelen zin een heel eind verder gebracht.

Van de ministerstafel werd het uit vrijzinnigen mond vernomen: , , Alleen algeheele financieele gelijkstelling is logisch en alleen zij kan vrede brengen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's