De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Financiën.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Financiën.

5 minuten leestijd

„En nu eindelijk nog iets", zoo schreef mij de voorzitter van een onzer afdeelingen. „Enkeleleden vragen mij wel eens: wat zou toch de reden zijn dat wij in den laatsten tijd niets meer hooren van een professor voor den Leerstoel? Ik beloofde u het verzoek over te brengen om hieipver in de Waarheidsvriend eens iets mede te deelen."

Het blijkt hieruit wel dat sommigen door de benoeming, die onlangs heeft plaats gehad en misliep, een verkeerde voorstelling hebben gekregen en van meening zqn dat, waar het met den eene niet gelukte, wij het dan nu maar eens met een ander moesten probeeren. Het kon daarom voor enkelen wel goed zijn om eens te vertellen hoe de vork aan den steel zit.

Het Leerstoelfonds heeft ten doel het oprichten en instandhouden van een of meer Leerstoelen aan een of meer der Ned. Rijks-Universiteiten, bedoeld in art. 170 der Wet van 22 Mei 1905, om alzoo wetenschappelijk onderwas te doen geven in de Gereformeerde Godgeleerdheid.

Toen het bestuur van den Bond besloot te trachten hiervoor gelden te verzamelen, zei men algemeen: daar is minstens een ton voor noodig om uit de rente daarvan het honorarium van den te benoemen professor te betalen, en — voegde men er dan zeer vertroostend aan toe — die krijg je nooit.

De Bond heeft zich hieraan niet gestoord en is in de mogendheid des Heeren voortgegaan, waar het ging om de verkondiging van de Waarheid, en heeft aldus geredeneerd: Het behoeft alles niet uit de rente te worden betaald. Er moet voor het Geref. volk nog wat te geven overblijven; met wat minder zal het ook wel gaan en dat krijgen we wel.

Het blijkt dat de Bond goed heeft gezien, want indien de Heere ons in dezelfde mate blijft zegenen met het toezenden van kleine, maar ook van groote en buitengewoon groote gaven, zooals tot nu toe is geschied, dan kunnen wij in een paar jaar een cijfer hebben bereikt, waarmede te beginnen is.

Als men dus vraagt: „waarom hooren wij niets van een profesosr voor den bijzonderen Leerstoel? " dan is het antwoord met ronde woorden gezegd: „Omdat wij nog geen geld genoeg hebben."

Maar, zal men zeggen, is niet onlangs prof. V. benoemd, hoewel dat bedrag er nog niet was? Hoe zit dat nu?

Wel, het honorarium was in dit geval niet een eerste vereischte. Deze was nu eenmaal hoogleeraar aan de Universiteit, En in afwachting van de komst van den hoogleejraar vanwege deu Bond, verzochten een 50tal studenten om, waar er aan de Universiteit te Utrecht geen onderricht wordt gegeven in de Geref. Dogmatiek en hieraan toch zoo groote behoefte bestaat voor de as. dienaren des Woords in de Herv, Kerk, of de Bond. het niet daarheen zou kunnen leiden, dat prof. V, als bijzonder hoogleeraar zou kunnen worden belast met het geven van colleges in dit onderdeel der theologische wetenschap.

De Bond voelde veel voor dit verzoek en heeft hierin den aangewezen wettelijken weg gevolgd om dit gedaan te krijgen. Evenwel de regeering heeft om redenen — ja, enfin, daar zullen wij nu maar niet veel van zeggen — de toestemming geweigerd.

Met een hoogleeraar reeds aan de Universiteit verbonden gaat het dus niet, 1 want dat wil de regeering niet; en met , een geheel voor rekening van den Bond j kan het niet, want daartoe is onze kas ; nog niet bij machte.

Dit is dan in korte woorden de oorzaak waarom men er op het oogenblik niet van hoort, en het is duidelijk dat, indien wij ons Leerstoelfonds krachtig blijven steunen en met moed blijven voortgaan, wij binnen niet al te langen tijd tot een benoeming kunnen overgaan, en dan gelooven wij ook dat de Heere, die ons tot dusverre zoozeer heeft gezegend, ons ook den geschikten man zal geven. Deze week is voor dit doel ingekomen uit: .

Leerdam f 3, 25 van P. A. van Doornen, penningm. van de Jongel.vereen. „Bidt en Werkt", zijnde de inhoud van busje No. 41, waarmede op de vergaderingen wordt gecollecteerd.

Feijenoord van den penningm. der Afd J. Bot, van den vriend die met zijn vrouw de ontvangen stuivertjes opspaart. Het waren er nu 95 stuks, dus dat liep nog al mee, dat is f 4, 75. Verder de collecte van 3 ledenvergaderingen f 2, 10, alzoo te zamen f6.85.

Vilnis van J. Stoof, penningm. van de Jongel.vereen, aldaar, f2, 72 uit het busje dat iü het lokaal is geplaatst.

Zevenhuizen (Z.H.) van G. Zuyderhoud f 6, 50, zijnde de inhoud van busje 134.

Verder uit: Benschop van den penningm. van de Afdeeling de contributie der leden van 1916, zijnde na aftrek der 25 0/0 f 14, 25.

Hartelijk dank voor deze gaven. Mogen zij door velen gevolgd worden.

J. C. FLIEHE,

Penningmeester.

Arnhem, G. A v. Nispenstraat 18,

Postz., Capsules, Zilverpapier,

Deze week ontving ik van P. A. Joen te Bolnes een pakje met zilverpapier en van S. S. 100 halve centen. Hoewel er op het briefje stond dat er 200 waren, kon ik niet hooger komen dan 100.

Niettemin voor deze gift hartelijk dank, alsmede voor het pakje, want als het zoo het eenige is in een heele week, dan waardeert men zoo iets dubbel.

In afwachting,

Mej. H. H. VERBEEK,

Van Hoornbeekstraat 27, Den Haag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Financiën.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's