De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Financiën.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Financiën.

7 minuten leestijd

Lezers, vertel mij nu eens of dat bij u ook zoo is. Als ik een brief wegzend, en ik neem uit het doosje een postzegel om die er op te plakken, dan wordt door de aanschouwing van Haar, wier beeld daarop gedrukt staat, al is het maar vluchtig en vaak onbewust, mqn gedachte bijna altijd een oogenblik bepaald bij onze Koningin. Geheel anders is het als ik een brief ontvang en ik bezie den postzegel met het stempel er op. Dan gaan mijn gedachten geen oogenb ik naar den zetel in het paleis aan het Noordeinde, maar die worden dan onmiddellijk bepaald bij den zetel van het centrale bureau voor gebruikte postzegels aan de van Hoornbeekstraat. Zulk een verandering maakt dat onnoozele stempel.

Het verschil tusschen dien eenen zetel en dien anderen, al zijn ze beiden in Den Haag, is anders nog al groot, zult ge wellicht zeggen. En dat is zoo. Maar toch niet grooter dan het verschil tusschen een ongebruikte en een gebruikte postzegel.

Dat verschil is nog grooter.

Voor beide heerscheressen op deze beide zetels, die van de ongebruikte en van de gebruikte postzegels, heb ik groot respect, en haar beider wenschen zijn voor mij bevelen.

Als de eerste mij een brief laat zenden en wel een zonder postzegel, om mijn aandacht niet af te leiden van den inhoud, en mij vraagt hoe groot mijn vermogen of onvermogen is, om daarnaar te kunnen bepalen hoeveel ik in de lasten van het rijk zou kunnen bijdragen, dan zet ik mij onmiddellyk neder, ga aan het cijferen en voldoe zonder tegenspreken aan Haar wensch.

En als de tweede, die van de gebruikte postzegels, mij een brief zendt en mij schrijft: „Penningmeester, ik zou gaarne wenschen dat gein „Financiën" nog eens terdege wijst op het noodzakelijke om alles wat tot mijn gebied behoort te verzamelen en het mij te zenden, want het is nu nog maar amper 8 maanden en oet nog heel wat ontvangen om aan hetzelfde bedrag te komen van het vorig jaar", dan zet ik mij onmiddellijk neder en schrijf wat ik kan om aan haar wensch te voldoen.

En dat valt mij niet moeilijk, want mijn eigenbelang is bij de vervulling van beider wenschen gebaat.

Als de eerste de middelen worden verschaft om orde en rust en de in dezen tegenwoordigen tijd zoo hoog noodige neutraliteit te handhaven, zoodat wij een gerust en stil leven kunnen leiden, terwijl rondom ons alles onderstboven wordt geworpen, dan is dat een voorrecht dat niet genoeg te waardeeren is en nooit te duur wordt betaald. En dan geven wij hetgeen Zij van ons vraagt, graag.

En als de tweede vraagt om dingen van slechts geringe waarde, dan is dat toch weer om mede te werken ter verkrijging van die middelen, die zijn aangewezen om ons het meest kostbare goed te verschaffen, een goed dat met het bezit van de gansche wereld niet kan vergeleken worden, van hooger waarde dan een gerust leven, nl. in den weg dér prediking, een gerust geweten voor God.

Welnu, als ons daarvoor nu iets gevraagd wordt, dan weigeren wij ook niet, maar dan zeggen we evenals bij de eerste: dat geven wij graag.

Als ge dat nu niet alleen zegt, maar het ook doet, dan is mijn doel bereikt en heb ik aan den wensch van mijn tweede heerscheres voldaan. Ik wil daarbij nog opmerken dat ze heel niet kieskeurig is en dat ge haar van alles kunt toezenden. Ge behoeft u niet te bepalen bij postzegels, neen, ze kan letterlijk van alles gebruiken en weet overal den hoogsten prijs voor te maken. Goud, zilver, koper, lood, tin, het doet er niet toe. Alles is lyelkom.

En nu ga ik mijn postwissels'opzoeken. Het wordt tijd, geloof ik.

De eerste, die ik in handen krijg, komt uit

Kampen van Joh. Prins, penningm. van de Vereeniging „Uw Woord is de Waarheid." Zooals gij weet werken eenige der broeders met busje No. 125, door mij wel eens om de ongekend hooge opbrengst „het goudmijntje" genoemd, en niet ten onrechte, want alleen over de maand Augustus bedraagt dat weer f 18, 36. Je begrijpt het niet. Hoe komen ze er aan! Verbeeld je dat ik eens 100 zulke busjes had: f 18, 36 X 12 X 100. Hoeveel is dat wel ? 't Is om te duizelen.

Daar in de buurt begint het er voor het Leerstoelfonds ook al weer beter uit te zien. Vorige week ontving ik een groote collecte uit Kampen, gehouden in de kerk. Dan is Ds. Boonstra in Wezep gearriveerd. Ik ben benieuwd waarvoor de collecte bestemd is geweest. Nu, dat hooren we later wel. Dan komt Ds. Leenmans daar in Oosterwolde, terwijl

Oldebroek al onder mijn vaste en beste klanten kan worden gerekend. Laatst moest ik daar in de buurt zijn en ging natuurlijk even aan bij onzen ouden Delftschen dominé. Vóór ik heenging, zei hij: wacht even, ik heb nog wat voor je! en gaf mij een briefje van f 10. Dat is f 8 uit de catechisatiebus en f 2 die ik in Huizen voor je heb ontvangen, 't Is wel aardig. Als ik uit ben geweest kom ik meestal thuis met iets voor onze Fondsen. Ik moet er bepaald op passen om niet iets te vergeten, en daar liep dat Oldebroeksche bankbiljetje toch groote kans van.

Delft. Een beste plaats Ik kan er geen kwaad van hooren. Het was alleen voor mij daar niet gezond in de laatste jaren, anders woonde ik er nog. Wij hebben daar een van de grootste Af deelingen, die heel veel bijdraagt aan onze kas, maar ook buiten de Afdeeling is er al heel wat bij mij ingekomen. Ik herinner mij nog dat ik daar eens 40 gouden tientjes tegelijk ontving van iemand. Waar zitten toch tegenwoordig die gouden munten? Ik zie er geen enkele meer. Ds. Benes zond mij nu f 2, 50 van 5 meisjes voor het Studiefonds. Is dat niet aardig? Hartelijk dank.

Zeist. Mej. Remme was zoo vriendelijk voor mij aldaar te innen de vaste jaarl. bijdragen voor het Leerstoel-en Studiefonds. Zij zond mij een postwissel van f 19. Wel bedankt voor de moeite.

En eindelijk uit Zegveld, afgezonden door den penningmeester der Afdeeling de contributie 1916 der leden, zijnde f 40, 26 en 6 gulden aan jaarl bijdragen voor het Leerstoelfonds, tezamen f46, 25.

Hiermede ben ik aan het eind van mijn opgaven en zien wij alweer uit naar wat de volgende week ons voor belangrijks zal brengen.

Met hartelijken dank aan allen,

J. C. FLIEHE,

Penningmeester. Arnhem, G. A. v. Nispenstraat 18.

Postz., Capsules, Zilverpapier.

Het is komkommertijd. De pakjes zijn schaarsch. De postwagen komt wel dikwijls voorbij, maar belt niet aan op Hoornbeekstraat 27. Ik heb wel al veel ontvangen, maar 1 December nadert al spoedig. Ik heb het eens nagezien en moet nog 50 gulden ontvangen om aan de f200 te komen. Doch wij zullen den moed maar niet opgeven.

Voor deze week ontving ik: Ie van Bertus en Oor Visser te Hil­versum een pak met postzegels, capsules en zilverpapier, en

2e van P. A. Joen te Bolnes de ontbrekende 100 halve centen, waar ik de vorige week over schreef en die ik in het pakje niet vinden kon.

Voor het een zoowel als voor het ander hartelijk dank.

Dit is dan het eerste van de nog ontbrekende 50 gulden. Ze zullen er wel komen, nietwaar? Allen zullen helpen, daar vertrouw ik wel op.

Mej. H. H. VERBEEK,

Van Hoornbeekstraat 27, Den Haag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Financiën.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's