Kerk, School, Vereeniging.
NED. HERV. KERK.
Beroepen te Vriezenveen B. Ozenga teKlundert; te Monster J H F Remme te Oud-Beijerland; te Zutphen (Evang. Ver.) J J van den Broek em.pred te den Haag; te Kamperveen J G Woelderink te Mijdrecht; te Terwispel HN IJsbrandi te Pingjum; te Surhuisterveen H J A J Westrik te de Wilp; te Vlissingen O Norel te den Burg.
Aangenomen naar Oudkerk J Hamilton of Silderton Hill te Hoorn; naar Hoogebeintura F G Dijkema te Hoogwoud.
Bedankt voor Polsbroek G Lans te Ooltgensplaat; voor Kesteren S Ronner te Waddings veen; voor Genderen G D Scheepsma te Roodeschool; voor Marssum C Kunst te Frediriksoord.
GEREF. KERKEN.
Beroepen te Boskoop R E van Arkel te Soest; te Wormerveer K Schilder te Ambt-Vollenhove; te Loenen Vreeland C J deKruijter te Oost-Kapelle; te Westmaas K Veen te Meliskerke; te Werkendam S Idema te Workun; te Urk J Waterink te Appelscha; te Marken L M Wijnia cand te Nijemirdum.
Aangenomen naar Edam P C de Bruijn cand te Arnhem; naar Jutrijp-Hommerts H Goedhuijs te Weesp.
CHR. GEREF. KERK.
Bedankt voor Lisse A H Hilbers te Drachten.
Zondag was het een blijde dag voor de Ned. Herv. Gemeente te Wezep (bij Zwolle), wijl zij in Ds.' D. M. Boonstra, overgekomen van Schoonhoven, weer een eigen herder en leeraar verkreeg.
Des morgens trad op als bevestiger haar oudleeraar Ds. H. A. de Geus, van Veenendaal, die predikte over Jes. 62 vs. 6a, sprekende over de gemeente Gods en haar muren, het leeraarswerk en de vrucht op den arbeid.
Ds. Boonstra hield des namiddags een intreepredikatie over 2 Cor. 3 vs. 5 en 6, aanwijzend de Bron van kracht voor den arbeid in den Dienst des Woords en uiteenzettend wat met letter en geest wordt bedoeld. Toespraken werden gehouden tot den bevestiger, den kerkeraad, de kerkvoogden, den Burgemeester. De consulent, Ds. C. H.
Nolke, van Hattem, kon niet aanwezig zijn, wijl dezen dag hijzelf van zijn gemeente afscheid nam.
Ds. G. H. Beekenkamp, van Oldebroek, sprak een hartelijk woord van welkom tot den nieuwen leeraar van Wezep. Beide plechtigheden werden door een talrijke schare bijgewoond.
— Na des morgens bevestigd te zijn door Ds. J. H. Vaandrager van Pesse, met een predikatie over I Petr. 4 vs. 11, deed Zondag jl. Ds. W. A. Dekker, gekomen van Hollandscheyeld (Z.-O.), zijn intrede bij de Ned. Herv. Kerk te Melissant, sprekende naar aanleiding vanMatth. II VS. 28.
Den nieuwen leeraar werd toegezongen Ps. 134 VS. 3, terwijl hij werd toegesproken door den consulent Ds. A. Hoogendijk, van Stellendam.
— Ds. H. Japchen te Loon op Zand hoopt Zondag 29 October a.s. afscheid te nemen van zijn gemeente en Zondag 5 November d. a. v. intrede te doen bij de Ned. Herv. Kerk te Poederoyen c. a., na bevestigd te zijn door Ds. J. H. Koster, van 's-Grevelduin-Capelle.
I> s. G. F. Haspels. Ds. G. F. Haspels, pred. der Ned. Herv. Kerk te Rotterdam, die door ziekte geruimen tijd verhinderd was zijn ambt waar te nemen, doch deze maand weder voor de gemeente hoopte op te treden, is weder ingestort en moet voorloopig rust houden.
— De vacature van Ds. Hulsman als predikant bij de Ned. Herv. Gem. te Groningen, is weer vervuld. Zondagmorgen werd de nieuwe leeraar Ds. van Herwerden van Brummen, in de Martinikerk bevestigd door Ds. Romijn van Amsterdam, predikende over i Thess. 2:4.
Des avonds verbond Ds. Van Herwerden zich aan zijne Gemeente, sprekende over i Cor. i:30.
Den nieuwen predikant werd door de Gemeente Gezang 96, ihet laatste gedeelte, gewijzigd toegezongen.
Beide keeren was de groote Martinikerk stampvol.
Na den dienst werd ds. Van Herwerden inde kerkeraadskamer toegesproken door den voorzitter van den kerkeraad ds. De Visser.
— Ds. A. J. Ruys, pred. der Ned. Herv. Kerk te Oegstgeest, herdenkt Zondag 8 October a.s, zijn 40-jarige ambtsvervulling. Ds. Ruys werd in het dienstwerk ingeleid te HoUandsche Veld. Na deze gemeente een viertal jaren gediend te hebben, nam hij een beroep naar Scherpenisse aan.
Acht jaar later nam hij ook van deze gemeente afscheid, om 11 October 1888 zijn intrede te Oegstgeest te doen.
Dominee naar de Synagoge. De IsraClietiiche Gemeente te Dordrecht heeft Zaterdag het 60-jarig bestaan harer synagoge herdacht. In de godsdienstoefening, die aanving met gezang door een Amsterdamsch kwartet, hield Dr. Ritter, opperrabijn te Rotterdam de feestpredikatie.
De plechtigheid werd door autoriteiten en deputaten bijgewoond. Niet slechts het Gemeentebestuur van Dordrecht was vertegenwoordigd, doch ook een oud-kath. pastoor en predikanten waren aanwezig, nl. vier predikanten der Ned.
Hev. Kerk: Ds. J. L. N. Zillinger Molenaar, Dr.
A. van Iterson (beiden modern). Ds. R. Torenbeek en Ds. C. L. van den Broek (beiden ethisch).
Als er straks een kerkgebouw van de Gereformeerden of de Roomschen zooveel jaar bestaan zal hebben, zullen ze dan ook weer present zijn ?
Moet die een kind laten doopen f IndeVragenrubriek van de sHaagsche Courant» vinden we het volgende antwoord:
Mej. A. van Sp. — De Koster der Groote Kerk, Groenmarkt, geeft alle verlangde inlichtingen omtrent doopen.
'n Juffrouw die aan 'n Dagblad-redactie vraagt, waar en hoe ze haar kind gedoopt kan krijgen! Wel 'n eervolle onderscheiding voor de heeren van de krant, die immers «alles* weten! Maar treurig, dat er zulke gevallen voorkomen!.
Uit den ou^en tijd. In zijn Kroniek in de «Stemmen voor Waarheid en Vrede« geeft Dr.
A. W. Bronsveld dit zinnetje te leien:
«Hervormde ouders zullen wijs doen met aan een hoofd der Openbare School die het Evangelie van harte belijdt, hunne kinderen toe te vertrouwen, en niet langer de Bijzondere School te steunen welker hoofd gewoonlijk de rechterhand is van den gereformeerden predikant.* Dat is antiek.
Hoofden van Openbare Scholen die het Evangelie van harte belijden, zijn er maar weinig meer.
Z« zijn uitzonderingen. En bovendien mogen zij dan in de Openbare School nog niet van het Evangelie spreken. Dat kan godsdienstige gevoelens van andersdenkenden krenken.
Dus dat advies heeft weinig waardij.
Leelijker is, dat Dr. Bronsveld de hoofden der Bijzondere Scholen zoo wantrouwt. Er zijn toch ook Herv. Chr. Scholen? En is een schoolhoofd, tevens vriend van een Geref. predikamt, zóó gevaarlijk dat men liever z'n kinderen niet aan hem moet toevertrouwen?
Kom, kom. Dr. Bronsveld, dat valt 'n beetje mee.
Gelukkig maar, dat duizenden Hervormde ouders er anders over denken.
De Ned. Herv. Kerk en de Modus Vivendi.
De Modus Vivendi is een overgangsmaatregel, aldus verklaart de 3> N. R. Ct.« in een artikel onder de »Kerknieuws«-rubriek en het blad schrijft:
Alle partijen beseffen, zij het stilzwijgend, dat het samenleven der twee ongelijksoortige bestanddeelen in de Hervormde Kerkzijn tijd heeft gehad, en dat de Modus Vivendi de overgangsmaatregel zal zijn tot boedelscheiding.
Terwijl het in het vervolg nog positiever heet: »De Modus Vivendi is niet meer dan een overgangsmaatregel en dient als zoodanig te worden behandeld».
De Commissie van Utrechtsche hoogleeraren zou hem ook als zoodanig bedoeld hebben.
Immers, lezen wij : »Dit karakter van overgangsmaatregel heeft de Commissie er toe gebracht zich zooveel mogelijk te onthouden van al te diep ingrijpende wijzigingen in de Kerkelijke Reglementen. Kan zij het klaarspelen het Algemeen Reglement onaangetast te laten en daarmee te voorkomen dat de instemming van 2/3 inplaats van i/j der leden van de Provinciale Kerkbesturen wordt vereischt, dan zal zij dit niet verzuimencc.
In »Oude Paden« teekent Ds. J. J. Knap, van Groningen hierbij aan:
»Het betoog komt dus hierop neer, dat het voorstel inzake den Modus Vivendi een eerste, welbewuste schrede in de richting vanalgeheele boedelscheiding zou zijn, en dat deze laatste derhalve bij de beoordeeling in het oog gevat moet worden.
»Wie echter het artikel in de ï> N. R. Ct.« leest, vraagt zich af, of de meening van het blad op positieve gegevens steunt? Wij zouden dankbaar zijn, indien wij wisten, waaraan wij ons te houden hebben. Indien de één meent in het voorstel een blijvende regeling te vinden en de ander er slechts een overgangsmaatregel in ziet, moet degedachtenwisseling wel vertroebeld worden. Het voorstel kan niet naar zijn mérites beoordeeld worden, indien men niet met volkomen zekerheid weet wat het bedoelt. De vrijzinnigen zijn even goed als de rechtzinnigen van plan in de komende maanden de publieke opinie voor te lichten om aldus een overtuiging in de gemeente te helpen vestigen. Volstrekt onvruchtbaar moet al deze arbeid zijn, zoolang er verschil van meening ten aanzien van de strekking van het voorstel bestaat».
»De N. R. Ct.« antwoordt hierop dat haar artikel niet op bijzondere inlichtingen berust, doch haar opvatting van de beteekenis van den Modus Vivendi weergeeft.
Het weinig populaire van het Modernisme. Maandag 11 Sept. j.l. is te Leeuwarden, onder leiding van Ds. S. Winkel uit Heerenveen de jaarlijksche vergadering van moderne predikanten in de 3 Noordelijke provinciën gehouden.
Dr. J. J. Bleeker uit Dronrijp sprak daar over tde betrekkelijke impopulariteit der moderne richting.< i TXya. betoog kwam op het volgende neer:
Onloochenbaar heeft het modemisme niet zooveel vat op de groote menigte als de orthol'doxie en vooral niet als de meest rechtsche. Want hoe strenger deze laatste is, des te beter kan zij de scharen mobiliseeren. En van de buitenzijde gezien krijgen wij bij haar vaak den indruk van grooten bloei, levendige belangstelling, vurigen ijver en krachtig geloofsleven.
Vele vrijzinnigen zien dit alles met zekere jaloerschheid aan en klagen er over, dat het bij hen ook niet zoo is. Wie zoo klaagt, blijft aan den buitenkant der dingen hangen. Want het is geen wonder, dat de orthodoxie zooveel meer vermag op de schare. Zij heeft immers voor de traditie en de objectieve verzekerdheid, die zij heet te bieden.
Zij komt in sterke mate tegemoet aan de intellectualistische geesteshouding onzer tijdgenooten en trekt de menigte door hare plastische uitbeelding van de geestelijke dingen, niet het minst door haar kleurrijke schildering, van hemel en hel. Dit alles verzekert haar een grooten voorsprong bij de weinig ontwikkelde, niet kritische schare. Bij de intellectueelen, de menschen van wetenschap en kunst, is de orthodoxie niet populair. Hare pretentie van »de waarheid» te bezitten, haar verouderde dogma's doen aan deze menschen veel kwaad, drijven velen van hen tot ongeloof. De populairste orthodoxie kan dan ook alleen inslaan bij de «kleine luijden.«
Dat de vrijzinnigheid dit niet kan, is niet een bewijs van haar godsdienstige minderwaardigheid.
Want wel weet de orthodoxie de menigte in kerkelijke banen te doen loopen, maar heerscht er dieper leven met God in die kringen? Er zijn daar vrome zielen. Maar de wanhopig-sceptische redeneeringen, die daar gehoord worden, de klachten, die de teere zielen in dat kamp uiten, doen vermoeden dat het met het echt godsdienstige leven aldaar niets beter gesteld is dan bij ons en dat het alleen maar beter lijkt.
Men zou zelfs de paradox kunnen opwerpen: als een godsdienstige richting niet populair is, is dat een bewijs van haar superioriteit. Menschen toch zoeken over 't algemeen niet het hoogste, diepste, beste, teerste, maar stellen zich tevreden met tweede-kwaliteits-goederen. En nu kan het zijn dat een moderne gemeente verloopt, omdat de voorganger een dor rationalist, een vervelend deugdprediker is, iemand, wien het feu sacré des geloofs ontbreekt. Maar dat zij minder succes heeft pleit niet tegen de moderne richting in haar geheel. Zij verwijst den mensch naar het allerhoogste: persoonlijk geloof, zelfdoorleefde vroomheid, met moeite bevochten zedelijkheid en daarop is de mensch over't algemeen niet zoo bijster gesteld.
De fout van velen is dan ook, dat men de waarde van een richting veel te veel afmeet naar uitwendige dingen, voornamelijk naar het meer of minder getrouw kerkgaan harer aanhangers
Nu is kerkgaan uitnemend, het beste middel om het godsdienstig leven bij zich zelf en ook bij anderen aan te kweeken en in stand te houden. En 't ware te wenschen, dat dit onder vrijzinnigen algemeen beseft werd. Maar naar zoo iets uiterlijks als het bezoeken der godsdienstoefeningen moet men toch niet alles afmeten.
Velen, die uit de Kerk wegblijven, zijn daarom volstrekt niet ongeloovig. En zooals men soms schrikt van de geesteloosheid bij trouwe Kerkgangers, zoo kan men zich soms ook verkwikken aan het geestelijk leven bij hen, die de Kerk alleen maar zien van de buitenzijde. Bovendien houdt antipathie tegen den persoon van den prediker, die in onze Protestantsche godsdienstoefeningen veel te veel op den voorgrond treedt, menigeen terug. Bij de orthodoxie, waar trouw Kerkgaan soms zelfs beschouwd wordt als een plicht jegens öbd en men op Zondag toch niets anders heeft, staat dit alles zooveel beter.
Wat staat ons nu te doen? vraagt spreker. Het echt-religieuse in de prediking tot zijn recht laten komen. Als reactie op de leervergoding is men onder ons te veel den nadruk gaan leggen op het zedelijk leven en zoo dikwijls vervallen tot moraal-prediking, die eentonig werd en de kerken leeg maakte. Nu moeten we hebben, zegt spr., niet deugd-prediking maarEvangelie-prediking; d.i. allereerst moet gewezen worden op wat de Almachtige, Heilige, Liefderijke is voor ons kleine, zwakke, zondige menschen. Dat zal onze populariteit niet vergrooten. Want meer dan een zal zeggen: dat is mij te vroom ! Maar wel zullen wij zoo medewerken tot verbreiding en verdieping van echt geestelijk leven en tot tempering van den partijstrijd.
Populair zijn we niet, besluit spr., en zullen wij ook nooit worden. Wij wenschen het ook niet te zijn. Want geschiedde dat, zoo hadden wij het beste verloren. In de oogen van de wereld maken wij een pover figuur. Maar dit hindert ons niet. De waarde van een richting ligt immers niet in haar uitwendig succes, maar in haar innerlijke waarde. Dus niet versaagd, doch met moed voorwaarts! Bij de discussie over het referaat van Dr.
Bleeker wijst Ds. Nobel te Twijzel op de noodzakelijkheid te spreken in den geest waarin de inleider gesproken heeft, omdat de klachten over 't impopulaire onzer richting verlammend werken, zooals spreker met een voorbeeld toelicht.
Ds. Batke te Oldeboom betwijfelt of inderdaad de eerste stelling wel juist is. Hij meent, dat op de buiten orthodoxie en modernisme staande menigte het modcrmsme meer vat heeft dan de orthodoxie.
Ds. Vrendenberg em.-pred, meent, dat als oorzaak van den grooteren invloed van de orthodoxie de vrees met meer nadruk moet worden genoemd dan inleider heeft gedaan. Spreker vertelt van een prediking van een pater-redemptorist en van wat hij in de Achelsche Kluis heeft gezien en gehoord als bewijs hoezeer de vrees voor de hel domineert en een geweldige macht is om de menschen Roomsch-Katholiek of orthodox te maken of te houden.
Ds. Hulsman merkt pen zekere contradictie op tusschen de stelling van inleider, dat het impopulaire onze eer is en zijn verwachting, dat het niet anders zal worden.
Spreker meent dat de laatste verwachting ons toch niet mag en behoeft te ontvallen.
Ds. Winkel te Heerenveen meent, dat onze prediking toch rekening moet houden met de behoeften en nooden der menigte. Verder vraagt hij of de impopulariteit der mpderne richting misschien niet voor een deel het gevolg is van het feit, dat men vergeet te wijzen op wat het Evangelie biedt om van de nooden van het aardsche leven verlost te worden.
Dr. Bleeker repliceerde.
Dominee is gaan - Dzittena. De bekende Christensocialist Ds. B. de Ligt te Utrecht, laatstelijk pred. der Ned. Herv. Kerk te Nunen, doch wegens zijn actie voor Dienstweigering door de militaire autoriteiten uit Noord-Brabant verbannen, door de Synode uit het ambt ontzet en door het Gerechtshof te Amsterdam tot f75 boete of 15 dagen hechtenis veroordeeld, heeft zich Maandag te Utrecht in hechtenis begeven en daardoor het voorbeeld van een drietal oud-coUega's gevolgd.
Wéér een martelaar. Ook de zoo bekende anarchist Ds. N. J. C. Schermerhorn, pred. der Ned. Herv. Kerk te Nieuwe-Niedorp, wegens aansporing tot militaire dienstweigerng veroordeeld tot 14 dagen hechtenis, is gaan «zitten».
Oneerbiedig jegens Bisschop en Dominee. De Ned. Herv. Kerk te Westbroek (U.) heeft in haar kerkgebouw een graftombe van den 29Sten Bisschop van Utrecht, nl. Balduinis van Holland, zoon van graaf Dirk VI.
Die graftombe wordt echter schandelijk veronachtzaamd. Met het bovenstuk, d. i. deksel met beeld, is zoó gesold, dat het conterfeitsel den neus verloor. Geen wonder. Zoo werd door ondeugende catechisanten de bisschop (in beeld) in den arm genomen om hem te laten dienen voor afsluiting van de catechisatiekamer, zoodat de Dominédie kamer niet verlaten kon, of om hem daarheen te sleepen teneinde hem nog van de lessen van den pastor loei te laten profiteeren.
Oneerbiedig jegens Bisschop Balduinis.
En heel ondeugend jegens Ds. van Kempen.
Noch op grond van anti-papisme, noch in aansluiting aan het «monsterverbond» kan dat worden goedgepraat.
Kerkgebouwen. Onder groote belangstelling heeft plaats gehad de ingebruikneming van het herstelde en vergroote kerkgebouw der Chr. Geref.
Kerk te Rotterdam.
Ds. P. de Groot hield bij deze gelegenheid een predikatie over Genesis 26 vs. 22 (laatste ged.): »Rehoboth — Nu heeft ons de Heere ruimte gemaakt en wij zijn gewassen in dit land.»
Aan het eind werd ook nog het woord gevoerd door Docent F. Lengkeek, van Den Haag, die de geineente met het vernieuwde [kerkgebouw geluk wenschte.
Het kerkgebouw is belangrijk vergroot. Onder architectuur van den heer W. Coepijn heeft de aannemer, de heer B. Nederlof, in denzelfden stijl de kerk uitgebreid. Het aantal zitplaatsenis met pl.m. 300 vermeerderd en op 1000 gebracht.
Gebouw en meubilair zijn geheel geverfd.
Achter den kanselmuur bevinden zich thans een flinke consistorie, een spreekkamertje en drie ruime zalen ten dienste van Jongelingsvereeniging, Naaikrans en samenkomsten van andere vereenigingen.
Beide ingangen, aan de Jonkerfransstaat en de Goudschedwarsstraat, zijn gebleven. Laatstge
Goudschedwarsstraat, zijn gebleven. Laatstgenoemde ingang heeft een royaler aanzien door poortopening en hek bekomen.
Restauratie en verbouwing hebben ongeveer een half jaar geduurd.
Kerkelijke Archivaria. In zijn Verslag van den door hem verrichten arbeid voor de Archieven der Ned. Herv. Kerk deelt Dr. G. A. Hulzebos, de Archivaris der Algemeene Synode, mede, dat hij verleden jaar op een auctie verschillende stukken heeft opgekocht, die tot het Kerkeraadsarchief van Oud-Alblas behoorden, en die nu weer het eigendom van de Ned. Herv. Kerk aldaar zijn.
Men behoeft niet te vragen, hoe daar met de officieele bescheiden geleefd is.
Dan was men te Woerden zuiniger op z'n spulletjes: opening van de archief kist bracht daar, naar we ons herinneren, zelfs waaiers, armenloodjes, ouderwetsche brillen en gebruikte breukbanden aan den dag!!
Predikantstractementen. Het Classicaal Bestuur van Alkmaar wendde zich tot de ónder hem ressorteerende Nederl. Herv. Kerkvoogdijen met verzoek in dezen duren tijd onverwijld de predikantstractementen te verhoogen of hun een tijdelijken duuttetoeslag te verleenen.
Een Japansche „Billy Sunday". Ook Japan heeft een zeer merkwaardig evangelist, die met veel vrucht onder zijn stamgenooten werkt. Gewoonlijk noemt men hem «Halleluja Kim«. 't Gebeurt ook wel dat men hem den Japanschen «Moody», of «Billy Sunday» heet.
Evangelisatie. De Algemeene Vergadering van het Geref. Traktaatgenootschap «Filippus» zal D. V. Donderdag 19 October a.s. gehouden worden te Assen.
Theologische School te 's-Gravenhage. De cursus 1916—1917 aan de Theologische School der Chr. Geref. Kerk vangt Vrijdag 15 September a.s. aan. De aftredende Rector, Docent P. J. M. de Bruin, spreekt een openingswoord en draagt het Rectoraat over aan Docent A. van der Heijden.
Ambtsaanvaarding Prof, Grotnewegen. Prof. Dr. H. IJ. Groenewegen, ter vervanging van Prof. de Bussy, benoemd tot hoogleeraar in de wijsbegeerte van den godsdienst en de zedekunde, aan de gemeentelijke universiteit van Amsterdam, zal Maandag 25 dezer zijn ambt aanvaarden met het houden van een rede in de aula van het universiteitsgebouw.
Gymnasium te Doetinchem. Na de op 5 en 6 September gehouden her-en toelatings-examens aan het Gymnasium te Doetinchem begint de nieuwe cursus met 83 leerlingen en i toehoorder.
Geref. Gymnasium te Kampen. De nieuwe cursus is geopend met een toespraak van den President-Curator, Prof. L. Lindeboom, waarin deze de aanwezigen bepaalde bij de beteekenis van het Christelijk Gymnasium en meer bijzonder van het Kamper Gereformeerd Gymnasium, en waarin hij tevens de heerlijke roeping van den Evangelie-dienaar deed uitkomen.
De Rector Dr. J. J. Esser, sloot zich daarbij aan met een woord van welkom aan leeraren en leerlingen.
Het Gymnasium telt thans 79 leerlingen en 4 toehoorders, aldus over de verschillende klassen verdeeld: klasse I 20 leerlingen; klasse II 16 leerlingen en 3 toehoorders; klasse III ii leerlingen; klasse IV 14 leerlingen; klasse V 81eerr lingen; en klasse VI10 leerlingen en i toehoorder.
Eindexamen Gymnasia. De St. Ct. no. 209 bevat een tabel, die een overzicht geeft vanden uitslag van het eindexamen der openbare en der aangewezen bijzondere gymnasia en van het exa-' men bedoeld in art. 12 der Hooger Onderwijswet, vergeleken met de uitkomsten in 1915.
Daaruit blijkt, dat het aantal uitgereikte getuigschriften vermeerderde voor alle faculteiten met 2, voor de faculteiten der godgeleerdheid, rechtsgeleerdheid en letteren en wijsbegeerte met 46 en voor de faculteiten geneeskunde en der wisen natuurkunde eveneens met 46.
Bij de leerlingen der gymnasia steeg het percentage der geslaagde candidaten van 89, 6 tot 91, 7, bij die der aangewezen bijzondere gymnasia van 86, 9 tot 94, 9.
Bij het examen bedoeld in art. 12 der Hooger onderwijswet steeg het percentage der uitgereikte getuigschriften van 54, 7 tot 61, 6.
Willem Lodewijk-Gymnasium te Groningen. De nieuwe cursus is begonnen met 96 leerlingen.
De R. H. B. S. te Oud-Beijerland. De uitslag van de verkiezing van den Gemeenteraad van Oud-Beijerland heeft de voorstanders van de Rijks H. B. S. niet ontmoedigd. Daar 80 pet. van den hoofdelijken omslag door de voorstanders wordt betaald, meende men dat er nog een poging kon worden gedaan om de benoodigde gelden uit vrijwillige bijdragen bij elkaar te krijgen en die de regeering aan te bieden.
De gemeenteraden van Strijen, Nieuw-Beijerland, Piershil en Goudswaard besloten het plan finan cieel te steunen.
Valkenheide. over 1915 van «Valkenheide». Wij ontvingen het jaarverslag
In deze stichting werden inhetafgeloopenja*r 19 Regeeringsjongens opgenomen, 5 voogdijjongens en 6 particulieren. Het hoogst aantal opgenomen verpleegden bedroeg 99 en het aantal verpleegdagen 33364.
De penningmeester schrijft: Bij vergelijking met de rekening over 1914 blijkt, dat de giften dit jaar ongeveer het dubbel bereikt hebben, als gevolg van een paar buitengewone zeer belangrijke schenkingen, waarvoor ons bestuur ook bijzonder dankbaar was. Ook de opbrengst der collecten ging flink vooruit.
Het getal der jaarlijksche contribuanten is zeer langzaam stijgende.
De boerderij bracht ons ditmaal een batig saldo van ruim f 1500; de tuinderij gaf een nagenoeg evengroot nadeelig saldo, maar leverde toch een heel veel gunstiger uitkomst dan in het vorige jaar.
De tijdsomstandigheden deden huif invloed gelden vooral bij de voeding, waarvan het bedrag door de duurte ruim anderhalfmaal dat van het vorige jaar bedroeg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's