Uit de Pers,
Dr Bronsveld en de Modus-Vivendi
We nemen hier nog over wat Dr. Bronsveld in de Kroniek van de Stemmen voor Waarheid en Vrede (Aug. 1916) schrijft over den Modus-Vivendi:
Allereerst brengen wij in herinnering, dat door de Syrode meermalen gezocht is naar ^en middel, om, met behoud van de eenheid der Kerk, het samenblijven van de verschillende richtingen mogelijk en dragelijk te maken. In 1899 en 1900 werd als zulk een expediënt ingediend en behandeld een Concept-Reglement op de wijkgemeenten. De uitdrukking mod-us-vivendi, ook toen gebezigd, vond geen genade bij den • Hoogl.-Gooszen, die in de zitting der Synode van 16 Aug. 1900 verklaarde (zie «Handelingen* blz. 394): »Het begrip van een ))modus-vivendi« is een zuiver politiek begrip, te kwader ure op het gebied van de Kerk overgebracht.»
Zooals men weet, is dit Concept door de Kerk niet aanvaard.
Wat den nu aanhangig gemaakten »modus« betreft, zoo verdient dankbaar erkend te worden, dat de commissie den historischen toestand der Kerk aanvaardt, en niet wil reageeren tegen een organisatie, welke een eeuw oud is, en maar niet met één slag kan te niet gedaan worden. De sgereformeerdencc mogen zich dat voor gezegd houden. Ook vele confessioneelen. Maar hierin ligt niet opgesloten, dat de Commissie vrede heeft met den bestaanden toestand der Kerk, welke mede met haar organisatie en vooral met de bevoegdheden der Synode samenhangt
De vorming van Gemeente-kerken zal, naar de Commissie hoopt, ontspanning brengen. Wij hebben ons afgevraagd: is die naam toe te laten .•" In het concept is de »gemeente« het nu bestaande, historisch deel der Herv. Kerk., Nu zal, ofschoon op velerlei wijs met haar verbonden, zelfstandig naast haar kunnen verrijzen, een »gemeente-kerk.«
Het zal dus een »Kerk« zijn, en hierin zal men 't spraakgebruik volgen der »gereformeerden«, die wat wzj gemeenten noemen een ))Kerk« heeten.i)
Wat is nu een gemeente-kerk ? Een Kerk, die de attributen heeft van een gemeente, of een Kerk, die zich beschouwt als een onderdeel van een gemeente?
Wat zal het motief wezen voor lidmaten, om zich «aaneen te sluiten tot gemeenschappen ? « Dat zal (zie art. 4) moeten wezen een gemeenschappelijke »geloofsgrondslag«. Die grondslag moet (zie art. 5) worden onderworpen aan de goedkeuring van 't Classicaal Bestuur. Ziedaar de leertucht ingevoerd in optima forma. Immers er mag geen strijd zijn met algemeen verbindende reglementen der Kerk. Er wordt in die Reglementen niet meer dan eens van »leer« en belijdenis gewaagd ?
De Commissie toont dit zeer goed te weten-. Immers zegt art. 12 van 't Concept, dat iedere ge^ meente-kerk vrij is in 't maken van voorschriftei; i ten aanzien van het afleggen van geloofsbelijdenis, maar «behoudens het bepaalde ... • art. 38 en 39 van het Regl. op het godsd.-onderwijs.« Van leervrijheid dus geen sprake! Ik begrijp
niet, hoe niet-confessioneele menschen hierin een uitweg kunnen zien. — Er is reeds elders op gewezen, dat de regeling van de financieele verhouding tusschen de gemeenten en de filiaalgemeenten aanleiding zal geven tot groote moeielijkheden. Ook worden op de schouders van de leden dier filialen zware lasten gelegd; zelfs vrouwelijke lidmaten zullen zich, als zij bestuursleden worden, buitengewoon moeten inspannen.
Ook zal de armenzorg veel bezwaar opleveren, daar de diakenen onzer gemeenten er niet licht toe besluiten zullen, haar fondsen voor een grooter of kleiner deel ter beschikking te stellen vail een college, dat buiten de gemeente staat. Ook het gemeenschappelijk gebruik van één Kerkgebouw zal pijnlijke conflicten opleveren.
De Commissie heeft in haar ontwerp lijnen getrokken, beginselen uitgesproken, maar zij trad niet in bizonderheden, en gaf ook niet aun, welke veranderingen in, en toevoegselen aan de Kerkelijke reglementen uit de uitvoering van haar denkbeelden voort zouden vloeien, 't Zou daarbij wel eens kunnen blijken, dat die uitvoering onmogelijk is.
Maar nu veroorlove men ons nog een paar vragen.
Gesteld, dat twee, drie groepen lidmaten zich gaan vormen tot een »gemeente-kerk«, elk met een eigen ngeloofsgrondslag.»
Gesteld verder, dat 't bevoegd Classicaal Bestuur, dit formulier van eenigheid goedkeurt — is er een waarborg, dat er geen verschil, geen strijd ontstaan zal ?
De grondslag moet rechtsgezag behouden — hoe zal men met dissentieerenden. handelen ? Men verkrijgt dan niet één, maar meer dan één Kerkelijke Kampplaats; immers leervrijheid is uitgesloten. Het statuut waarmee de gemeenschap staat en valt, is een ^if/öo/jgrondslag.«
Zullen zij, die niet meewerken tot de vorming van een gemeente-kerk, allen één zijn van gevoelen, of zóó vredelievend en verdraagzaam, dat zij steeds doen denken aan Ps. 133 ? Ik denk het niet. Zal de meerderheid de minderheid dan dringen moeten, om heen te gaan ? Zoo neen, blijft dan de strijd niet voortwoeden ?
Het trok mijn aandacht, dat de gemeente-kerken rechtspersoonlijkheid kunnen aanvragen. Zij verkrijgen daardoor het recht, om legaten te aanvaarden en te procedeeren. Niet alleen modernen en evangelischen, maar ook «gereformeerden« zouden waarschijnlijkjogemeente-kerken* vormen.
Zouden zij dan het oogenblik afwachten, dat hun het geschikst voorkomt, om zich te voegen bij de Ned. Gereformeerden, met wie zij zooveel gemeen hebben ?
Ziedaar eenige vragen en bezwaren. Het spijt mij, dat ik in den voorgestelden modus-vivendi geen heil zie.
Laat men liever ophouden met dat meedogen-I loos schelden op onze Kerk! Laat men dat IJeremieeren staken, en liever werken aan den j opbouw der Kerk, die God ook aan onze zorg I heeft toevertrouwd. Verdeeldheid is er altijd j geweest. Wie niet met stichting den pastor of de pastoris loei hooren kan, zoeke tijdelijk een onderkomen in een lokaal van evangelisatie. Ook de Utrechtsche Hoogleeraren spreken in hun Memorie van toelichting waardeerend over dit expediënt.
Aanvaardt men het historisch-gewordene eerlijk en ter goeder trouw, dan heeft men een grondslag, waarop men kan voortbouwen. Men drage steenen aan, niet om daarmee de vensterglazen onzer Kerk te verbrijzelen, maar om haar te versterken en waar wij «gruis« vinden, vol deernis en liefde het verbrokene te herstellen.
Ook is het lezen waard wat de Standaard schrijft over den Modus-Vivendi in de volgende asterisk.
«Het jongste besluit van de Hervormde Synode trekt ook op politiek gebied ten zeerste de aandacht.
Het is een stoute onderneming, waarop men zint, doch, kon het verwezenlijkt worden, dan zou de vrucht ervan zeer gezegend kunnen zijn.
Het Kerkelijk karakter van het aangenomen voorstel behoeft in de Standaard niet beoordeeld te worden. Zelfs valt het moeilijk in te zien, hoe men, als het voorstel practisch zal zijn uitgevoerd, van geheel het samenstel, dat dan gesplitst en toch één zal wezen, nog als van een Kerk van Christus zal kunnen spreken.
Dit echter moeten de heeren, die de zaak ondernamen, zelve weten. Niet wij hebben ons hierin te mengen, al begrijpt een ieder wel, dat het voor onze redactie niet verstaanbaar is, hoe men, wat nu te gebeuren staat, ooit met de Belijdenis onzer Vaderen zal dekken.
Hiervan afgezien echter, komt 't ons voor, dat er uit dit stoute besluit een zeer toe te juichen toekomst zal kunnen geboren worden.
Veel valsche verhouding zal nu worden afgesneden. Men zal ook vormelijk en pertinent voor zijn sterk sprekende geschillen uitkomen. Men zal zich splitsen en scheiden, en alzoo een ieder zijns weegs gaan. De gebouwen-quaestie en de tractement-quaestie zal althans een gedeeltelijke oplossing kunnen vinden. De diaconale quaestie zal verder komen. En niet lang meer zal 't duren, of een ieder zal zijn eigen tente al meer isoleeren van de twee anderen, tot men ten slotte geheel van elkaar vervreemd, vroeger of later het aandurft, om de oude vrienden vaarwel te zeggen en geheel op zich zelf te gaan wonen.
We scheiden daarom de twee vraagstukken die het hier geldt, geheel van elkander af. Kerkelijk bezien, spreekt er iets ongerijmds in, maar genootschappelijk kan het tot zeer gewenschte uitkomsten leiden.
In een genootschap kan meft om zoo te zeggen alles doen. Ook datgene, wat aan de poorten der Kerk van Christus zou worden afgewezen.
i) Het Algem. Regl. onzer Kerk vangt aldus aan : «De Ned. Herv. Kerk bestaat uit al de Herv. Gemeenteni. enz.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's