De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

10 minuten leestijd

Onze kerkbeschouwing.

Om het jonkske voor den dood te vrijwaren had men het geheel ondergedompeld in een eigenaardig vocht, dat het vermogen had iemand onkwetsbaar te maken. Maar om het kind onder te dompelen hield men het aan de hiel vast. Dat werd de oorzaak dat het geheele lichaam onkwetsbaar werd, maar die hiel uitgezonderd. Daar kwam het vocht niet, van wege de vingers die het kindeke daar vasthielden. En o weel toen de vijand dat wist loerde hij net zoo lang tot hij Achilles daar in de hiel kon raken en toen was het gedaan met den held, ten spijt van al de voorzorgsmaatregelen die genomen waren om hem onkwetsbaar te maken.

Dat is maar een heidensch fabeltje. Maar we dachten er aan ten opzichte van onze Ned. Herv. Kerk.

Onze Kerk is van ouds de Geref. Kerk, met hare Geref. belijdenis en hare Geref. Kerkorde.

Maar wat heeft men 1816 met haar gedaan ?

Men heeft haar ondergedompeld in den reglementairen poespas van de Oonsuleerende Commissie, om haar zoo van een belijdende Kerk te maken tot een reglementair genootschap.

Dat heeft men gedaan door bruut geweld, misbruik makende van de verwarde en ellendige toestanden op kerkelijk en politiek terrein in 1815—'16.

Wel heeft men kloek en principieel uit het midden der Kerk geprotesteerd. Het Protest van de classis Amsterdam ten bewijs. Maar de Hooge Overheid maakte misbruik van haar macht en heeft de dingen geregeld zooals zij dat wilde, alle protest smorend.

Zoo is onze Herv. Kerk een reglementair genootschap geworden .., bijna.

Op een klein stukske na. Want de Commissaris-Generaal heeft zijn hand gehouden op de belijdenis der Kerk, welke beschermd en bewaard moest worden, naar zijn zeggen.

En dat is de zwakke plek van het reglementair genootschap.

Dat maakt dat dat genootschap elk oogenblik doodelijk kan worden getroffen.

Dat maakt ook dat daar onze aanval moet - ijn.

Om uit het reglementair-genoot? chapper lijke kleed, dat aan de aloude Geref. Kerk is omgehangen, die Geref. Kerk weer te voorschijn, te halen en die Geref. Kerk dan weer te geven een Geref. Kerkorde, zooals deze met het wezen der Kerk overeenstemt.

Dat voelen de modernen wel, dat het reglementair genootschap een Achilles' hiel heeft.

Meer dan eens heeft men het uitgesproken, dat het zoo jammer is, dat nog overal in de reglementen gesproken wordt van „de leer" der Kerk, van hare belijdenis, die in - geest en hoofdzaak moet geëerbiedigd worden.

Onze Herv. Kerk heeft in haar tegenwoordige gestalte tweeërlei natuur.

Ze lijkt op een reglementair genootschap. Maar dat is ze niet.

Ze heeft zoo weinig va.i de belijdende. Gereformeerde Kerk.

En dat is ze wezenlijk.

Men heeft het nooit zoover kunnen krijgen om er een reglementair genootschap van te maken.

Nu moeteii-wij onze aanvallen doen op die Achilles' hiel.

En het reglementair-genootschappelijk kleed moet weg.

De dood er aan!

Om de belijdende, Gereformeerde Kerk weer tot openbaring te brengen. De Gereformeerde Kerk, met haar Geref. belijdenis en een Geref. Kerkorde.

De Heere zelf heeft er voor gewaakt, dat dit mogelijk is gebleven.

't Is niet door ónze waakzaamheid, maar door 's Heeren Verbondstrouw.

Nu moet daar onze aandacht op gericht worden.

Het regiem en tair-genootschappelij k kleed weg!

Wi arom ook niet ?

Men heeft nu in 100 jaren van onze Herv. Kerk toch geen reglementair genootschap kunnen maken.

„De leer" der aloude Geref. Kerk komt toch nog overal om den hoek kijken. Die belijdenis der aloude Geref. Kerk is toch nog haar fundament gebleven. En als men handelt over 't geen zij in wezen is en ook in de practijk behoort te zijn, dan staat er nog duidelijk geschreven: alles moet gericht worden naar Gods Heilig Woord en tot handhaving van de leer.

Over deze feiten moet men niet heenvliegen.

Deze feiten zijn er. En dat is de Achilles' hiel van het maaksel van 1816—'62.

Het reglementair-genootschappelijk geknutsel most "W(eg. De dood er aan!

Wat hebben we ook aan reglementair, futloos gedoe, waarbij men geloof en onloof van gelijke waarde wil doen zijn en aan de leugen gelijke rechten wil geven als aan de waarheid.

Dat kan men toch niet klaar spelen. Men heeft onze Herv. Kerk in wezen willen veranderen.

Maar 't is niet gelukt. Haar belijdenis is er nog. Laat men nu ophouden om vast te houden aan dat maaksel van 1816—'52.

Dat heeft en houdt toch die doodelijke plek.

Dat gaat er vandaag of morgen toch aan!

Dat men liever de Herv. Kerk zich laat ontplooien naar haar aard en wezen, waar bij we weer krijgen de rechte bediening des Woords en de getrouwe bediening der gebeden en der sacramenten overal.

Dan zullen allen die wenschen te buigen onder Gods Woord en van harte instemmen met de belijdenis onzer Vaderen saamgebonden worden in eenigheid des geloofs, wonende op de erve der Vaderen.

En de Geref. Kerk van dezen lande zal geestelijk vernieuwd Gods Woord bij vernieuwing ontsluiten voor gansch het Volk, om mede te werken tot de verdieping van het geestelijk leven der massa, worstelend met nieuwe sterkte en heiligen moed, om de volksziel weer te brengen onder het licht van Gods Waarheid.

De Nederlandsche Kerk der Reformatie met haar gereformeerde belijdenis, de eenig wettige en de eenig officieele confessie van al onze plaatselijke Kerken — docrf%u gekneld en geknecht in reglementaire banden — moet tot bewustzijn van 7onde en schuld komen, om, ziende op den Heere, óp te staan uit hare zondige wegen en terug te keeren tot het pad, van Gods Waarheid, dat vroolijkheid en' licht geeft aan allen die den Heere' vreezen, op Zijnen Naam betrouwen, ' Zijner stemme gehoorzaam zijn en Zijn eere zoeken op alle terrein des levens.

De Protestantenbond.

De secretaris van „De Protestantenbond" heeft een uitvoerig jaarverslag de wereld ingezonden; en — dat voorrecht hebben de modernen méér dan de orthodoxen — van dat jaarverslag is in de kolommen van de groote dagbladen een breed uittreksel gegeven.

Een klein gedeelte van dat jaarver slag heeft ons een oogenblik doen glimlachen.

We moeten toestemmen dat dit niet heel eerbiedig was, waar het over zulke hoog-ernstige dingen gaat, maar we konden ons heusch niet inhouden.

Welk gedeelte het was?

We zullen het zeggen. Het was déze zinsnede:

«Hier en daar blijkt het lidmaatschap van den Protestantenbond nog tot het martelaarschap te leiden, Zoo in Doorn, waar wie toetreedt tot den Bond in zijn bestaan wordt bedreigd en in Ameide, waar wordt geklaagd «over de velen, die in hun hart met onze beginselen sympathiseeren, maar uit lauwheid en broodvrees verre blijven.»

Toen we dat lazen hebben we geglimlacht.

Ook om 'tgeen van Doorn gezegd wordt.

Maar meest om 'tgeen van wordt getuigd. Ameide

We kennen Ameide zoo goed.

En we zien die „martelaars" al voor ons, die „vele" martelaars, die „in hun hart met de beginselen van den Protestantenbond sympathiseeren", maar die „uit lauwheid en brood vrees verre blijven."

Ja — velen in Ameide blijven verre van den Protestantenbond, dat is waar. 't Was er nooit druk op „de zaal van Diepenhorst" als er „godsdienstoefening" was. 't Is waar, 't was altijd treurig leeg en dan waren er bij die weinige toehoorders nog uit Jaarsveld, Meerkerk — zelfs uit Nieuwpoort en Goudriaan.

En met die vreemdelingen dan nog zoo treurig weinig belangstelling!

Een enkelen keer in 't Jaar was 't maar druk.

Als er een „uitvoering" was met bal na. En ook als er kermis-jool was.

Dan zaten de Protestantenbonders vooraan, dan bleven ze tot midden in den nacht, zelfs die in dien zelfden tijd leerden om „aangenomen te worden" te Sliedrecht. Ze dansten tot 's morgens drie uur, zonder dat het hun verdroot.

En in de kermisweek, als het kroeg in en kroeg uit ging, als er gehost en gezongen werd op 's Heeren straten tot diep in den nacht, ja, dan zag men de Protestantenbonders voorop, de zoons en dochters van de leiders in de voorste rijen

Wat vreugd was er niet, toen de ruiten werden ingegooid bij „de fijnen." Het brullen van plezier was niet tot bedaren te brengen en de zonen van de leiders vermaakten zich, ook deelden ze kwartjes en borreltj es rond opdat de feestvreugde verhoogd zou worden!

We hebben in Ameide steeds een uitnemenden indruk gekregen van de beginselen van den Protestantenbond.

Bidden noch danken was gewoonte bij den groeten leider. De godsdienst bestaat niet in vormen!

En van martelaars gesproken; of van „in z'n bestaan bedreigd te worden"; of van „broodvrees" — neen, maar! Daar hadden de groote heeren van den Protestantenbond verstand van om iemand te dreigen en vrees aan te jagen. In de goede dagen namelijk. Maar nu is de goede tijd eigenlijk voorbij. Men moest het maar eens wagen, 'om z'n kinderen naar de Christelijke school te sturen. Men moest het maar eens aandurven om „rechts" te stemmen. Of naar de kerk te gaan. Of z'n kinderen naar de catechisatie te zenden bij den Herv. predikant ter plaatse. Wee, wee als men in de handen viel van den groeten mijnheer!

Zelfs op terrein waar hij allerminst als Protestantenbonder zat durfde hij ze te beleedigen en vrees aan te Jagen.

En méér nog als hij macht over hen had door werken of iets dergelijks.

Ja — we hebben altijd een uitnemenden indruk gekregen van de beginselen van den Protestanten bond te Ameide!

Jammer dat het met dat ding zoo slecht ging. Hij was wezenlijk waard meer belangstelling te ondervinden

Ook de Openbare school. Ook de kermis.

Maar helaas! zoowel 't een als het ander lijdt aan bloedarmoede of is reeds onder den druk bezweken. ,

Niet dat men er niet genoeg aan doet. Want toen de Raad weer „links" was, hield een van de Protestantenbonders aanstonds een redevoering —; 'twas z'n eerste — waarin bepleit werd om de herbergen weer open te stellen onder kerktijdl

't Zou dan weer beter gaan in de gemeente!

Die fijnen ook ... totdat de liberale burgemeester mijnheer 't woord ontnam!

Dus men is vurig genoeg, voor kroeg en kermis incluis. Maar men wil niet in de gemeente

't Werk van den Protestantenbond lukt niet.

Intusschen zijn er tóch „zeer velen die in hun hart sympathiseeren met de be ginselen van den Bond", schrijft men nu.

Maar „ze blijven van verre staan". Dat is nu toch wezenlijk niet aardig. Zoo gaat de boel dood! Zou 't?

Neen — men weet wel raad. En dat is eigenlijk wat we in dit verband zeggen wilden als meer van „algemeen" belang.

Want 't bovenstaande is maar „plaatselijk", hoewel deze dingen meer voorkomen dan alleen in Ameide.

De Protestantenbond kwijnt overal. Maar men weet raad.

Men gaat op tal van plaatsen „uitvoe­ ringen' organiseeren.

Net als in Ameide soms?

Maar dat is toch bedenkelijk! Is' dat nu iets „godsdienstigs"? En ziet — in dit ons oordeel, dat do Protestantenbond veel meer met uitvoeringen, bals, kermispret enz. in verband, staat dan met den godsdienst, schijnen we niet zoo heelemaal alleen te staan.

Een modern predikant ziet dat gevaar ook.

Natuurlijk kijkt hij door een énderen bril dan wij. Daar is hij ook modern voor en hij is natuurlijk een vriend van den Prostantenbond, terwijl wij een tegenstander zijn. Maar hij schijnt het gevaar toch óok te zien, Wat wel blijkt als wo hier aanhalen wat Ds. H. G. van Wijngaarden te Almelo schrijft.

Ds. van Wijngaarden heeft bij de lezing van het verslag van den Protestantenbond den indruk gekregen, dat er aan den Bond iets hapert. Om de belang, stelling van de leden gaande te houden, gaat men in vele afdeelingen, meent hij, te veel den kant van het Nut uit.

En dan zegt hij: „de Bond vergelo vooral niet, dat hij een godsdienstige vereeniging is!"

Dat typeert.

We hebben het óok al eens gedacht: dat vergeet de Protstantenbond — althans enkele plaatselijke Afdeelingen — vcol te veel.

En daarbij heeft men dan velen dio met' die beginselen van den Bond sympatiseeren en niet van verre blijven staan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 september 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 september 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's