Financiën.
Delft is een beroemde stad. Dat zal niemand tegenspreken. Dat kan ook niet. Het is een onwedersprekelijk feit. Daar staat de hoogste toren van Nederland. Sommigen beweren dat het de Utrechtsche Dom is. Dat ia niet waar; de Delftsche wint het. Een marktplein zoo mooi als ge ergens te vergeefs zult zoeken. ^Aan den oostkant geflankeerd door de Nieuwe Kerk met zijn slanken reuzentoren, en aan den westkant door het prachtige stadhuis en middenin het standbeeld van Huig de Groot met z'n rug naar de kerk.
Geen stad die zulke prachtige aan beide kanten met bopmen beplante grachten heeft, waarover 126 oude artistieke bruggetjes. Er zijn kwaads wrekers die zeggen dat die keurige grachten wel eens leelijk kunnen geuren en dat dat zeer ongezond is. Niets van waar. Men kan er wel niet gezond zijn, maar dan komt dat niet door de grachten, maar door hen die er om heen wonen en soms met zeer ongezonde denkbeelden behept zijn en zichzelven en anderen ongezond maken.
Wat reuzenkerken zijn daar. Ach wat voelt ge u nietig te midden van die dikke pilaren, ontzaglijke bogen en grootsche gewelven in het koor van de Oude Kerk. En dan die graftomben I Een stuk vaderlandsche historie. Liggen daar niet Maarten Harpertsz. Tromp en Piet Hein, onze zeehelden. Wat kerels waren dat toch! Verleden week was ik in Delft. Laat ik u eens mededeelen wat mij werd verteld.
Een week of vier geleden waren er een paar bezoekers om de graftomben te bezien. Ze stonden bij Tromp en bewonderden de kunstig in het wit-marmer uitgehouwen vloot van oud-Hollandsche schepen in den zeeslag bij Duiüs. Toen ze het nauwkeurig hadden gezien en zich wilden verwijderen, zei een van hen: Zeg, heb je gehoord dat de Engelschen onze visschersvloot hebben opgebracht? Nanwelijks echter was het woord van zijn lippen of ze hoorden achter dat marmer een vreemd geluid. Ze werden zoo wit als een doek van den schrik. Ze konden er zich geen verklaring van geven, maar het was als hoorden zij iets kraken, zooals je dat hebben kunt als je op bed je omkeert. Ja, precies, zoo was het, zeiden ze, of iemand zich daar omkeerde. Terwijl ze een meter of 25 daar vandaan, in de buurt van Piet Hein, een zwaren zucht meenden te hooren. Ze beefden van schrik en hun knieën knikten. Toen ze de laatsten weer zoo wat tot hun dienst hadden zijn ze hals over kop de kerk uitgestoven. Ze moeten er wel twee dagen erg naar vtn geweest zijn.
De man, die het mij vertelde, beweerde dat het echt waar was, maar ik geloofde het niet. Verbeelding, zei ik, anders niet.
Maar zeg, penningmeester, wat heeft dat nu met „Financiën" te maken?
Bedaar. Wacht je beurt af. Straks komt het.
Ja, Delft is een beroemde stad. Om' zijn verleden, maar ook om zijn heden.
Als je Zondags in de kerk komt dan • kun je nog een merkwaardigheid bijwonen. Als dan de dominé de collecte; heeft aanbevolen en de gemeente het psalmvers heeft aangeheven, dan ziet ge in de diakenbank twee mannen oprijzen, twee krachtige figuren, die de collectestokken van den muur nemen en gaan • collecteeren. Ge behoeft niet te denken; dat ze iemand overslaan. Ook de dames zitten heel rustig, niet bang voor een stoot' tegen den ^hoed, want ze kennen die twéé al jaren. Met vaste hand besturen ze den : stok. Toch zijn ze niet jong meer. De, eene is 75 jaar en ik weet niet hoe lang diaken en de andere is 84 en 49 jaar diaken. Hier vindt ge dus de oudste diakenen van de geheele Ned. Herv. Kerk. Ik vraag u: is Delft niet beroemd ?
Nu vertel ik u de laatste en nieuwste merkwaardigheid en ben er dan meteen van overtuigd dat ge niet meer zult vragen of dat met „Financiën" iets te maken heeft.
Zooals ik zei, was ik de vorige week in Delft. Toen ik 's avonds om half tien in Arnhem aankwam, was mijn eerste werk de post na te zien of er geen postwissels bij waren. Tot mijn groote blijdschap zie ik dat er een aangeteekende brief is aangekomen uit Delft met
TWEE HONDERD GULDEN.
Dikke letters! roept mijn vrouw uit. Voor dag en voor dauw haal ik den volgenden ochtend den brief en lees:
Delft, 3 October 1916,
Waarde penningmeester.
Juist wilde ik gisteravond uitgaan om te catechiseeren, toen er werd gebeld en iemand mij nog even wenschte te spreken. Tot mijn groote verwondering haalde hij drie bankbiljetten van f 100 uit den zak. Eén voor de Zending, één voor het Leerstoelfonds, één voor het Studiefonds, zei hij. Hierbij zend ik er u dus twee van. De milde gever wilde dat zijn naam beslist onbekend zou blijven. Hij maakte nog de opmerking, dat waar er zooveel moest opgebracht worden voor het rijk, men ook wel eens wat mocht offeren voor Gods Koninkrijk. Zoo is, penningmeester, een pas geuite wensch in vervulling getreden, en waar de drukker nu weer in de gelegenheid wordt gesteld dikke letters te gebruiken, zult u zeker niet minder dankbaar zijn dan ik.
Met vr, groete,
Ds, G. Benes.
Ontberen leert waardeeren. Het is lang geleden dat wij zulk een. groote gift in onze rubriek mochten verantwoorden; daarom verheugt ons dit uitermate en danken wij Hem die het hart van dezen gever neigde en bereidwillig maakte om iets af te zonderen voor de uitbreiding van Zijn Koninkrijk. Moge de Heere den gever en de gave zegenen. Wij wachten intusschen maar weer af wie dat schoone voorbeeld zal navolgen en vertellen u onderwijl dat wij deze week nog ontvingen uit:
Den Helder, afgezonden door J. Visser, f 10, zijnde de opbrengst van busje No. 187 gedurende het 2e kwartaal 1916.
Wierden, afgezonden door Ds. J. 0. Klomp te Rijssen f 16, 92, zijnde het bedrag der co lecte gehouden bij het afscheid van Ds. van Luttervelt. Voor Leerstoel-en Studiefonds ieder de helft.
Oldebroek, afgezonden door Ds. G. H. Beekenkamp f 10. In de collecte gevonden voor Leerstoel-en Studiefonds ieder de helft. Met bijschrift: uit dankbaarheid voor ondervonden weldaden,
Zeist van Ds, J. de Bruin f 10 uit de catechisatiebus.
Harderwijk van R. Migchelsen, door wiens hand ik, zooals ge u misschien herinnert, de eenigste postwissel ontving die week. Deze zond nu weder f 3, 75 van een collecte gehouden op de Jaarvergadering van de Kerkelijke Kiesvereen. „Strijdt den goeden strijd", waarbij hij opmerkte dat hij niet hoopte ook ditmaal het eenigste ooilammetje'te zijn. Gelukkig niet. Ik houd wel van ooilammetjes, maar ik zie ze toch gaarne in goed gezelschap zooals dezen keer.
Nijverdal van H. Stegeman, penningm. van de Afd. aldaar, f20, zijnde de contributie der leden van 1916.
Hartelijk dank aan allen. Moge de Heere deze gaven zegenen tot eere en verheerlijking van Zijnen Naam.
J. C. FLIEHE, Penningmeester. Arnhem, G. A, v. Nispenstraat 18.
Postz., Capsules, Zilverpapier.
Deze week ontving ik van: Ie N. Herwij nen te Delft postzegels, capsules en zilverpapier;
2e Ds. Steenbeek te Dinteloord een doos met postzegels en tweehonderd halve centen uit de catechisatiebus;
3e B. V. D. te Waddingsveen postzegels en 200 halve centen.
Hartelijk dank voor dit alles. Voor meerdere toezendingen mij steeds aanbevolen houdende,
Mej. H. H. VERBEEK,
Van Hoornbeekstraat 27, Den Haag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's