De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Luther en de Hervorming.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Luther en de Hervorming.

14 minuten leestijd

Luther's optreden. (1)

't Was 800 jaar geleden, dat Bonifacius het Evangelie in Duitschland had gebracht, ie held van God verkoren, die de bijl eeft gelegd aan den voet van den trotchen eik te Geismar in het Thüringerald, in tegenwoordigheid van eene onoverzienbare menigte heidenen, die in roote spanning afwachtten welk oordeel

Veel wat hier volgt uit het leven van Luther is ontleend aan het prachtwerk Chistendom in woord *n beeld \a.n Dr. Rogge, uitgave J. M. Bredée. van den hemel hem treffen zou, die het heidendom trachtte den nekslag te geven

Nu zou Luther konden om als een endere Bonifacius in Duitschland de bijl te leggen aan den trotschen boom der pauselijke macht en het roomsche bijgeloof in het land zijner vaderen uit te roeien.

Dat deed hij toen hij zijn 95 stellingen in den avond van den Sisten October 1517 aan de poort van de slotkapel te Wittenberg aansloeg.

Van alle personen, die in den beeldengaljerij der Kerkgeschiedenis optreden is er zeker geen enkele, die méér bekend is dan de man, wiens naam aan het begin der nieuwe Kerkgeschiedenis staat en geen Protestant is er, die althans niet iets uit het leven en van den arbeid van den grooten Kerkhervormer weet.

Maarten Luther werd den lOden November 1483 uit eenvoudige ouders, die uit den boerenstand stamden, geboren. Zijn vader, Hans Luther, was uit zijn Thüringsch dorp Möhra bij Eisenach naar Eisleben getrokken om zijn brood te verdienen in de mijnen in het graafschap Mansfeld, terwijl zijn ouderen broeder, naar een in Thüringen onder den boerenstand heerschend gebruik, de vaderlijke boerderij als • erfdeel was toegewezen. Herhaaldelijk heeft Luther, sprekende over zijn afkomst gezegd: „ik ben een boerenjongen, mijn vader, grootvader, al mijn voorvaderen zijn echte boeren geweest."

Door Luthers moeder, Margaretha, die een geboren Ziegler en uit Neustadt aan de Frankische Saaie afkomstig was (haar familie droeg waarschijnlijk den dubbelen naam van Lindemann en Ziegler), is ons met zekerheid overgeleverd, dat hij in den nacht van den lOden op den Uden November tusschen elf en twaalf uur geboren is.

Er is werkelijk iets in dit echtpaar, Hans Luther en Margaretha Ziegler, dat ons aan Jozef en Maria denken doet en vooral dringt die vergelijking zich aan ons op bij de geboorte van hun zoon Maarten.

Gelijk Maria uit Nazareth naar Bethlehem optrok en daardoor de geboorte van het kindeke Jezus overvallen werd, zoo ging het ook Luther's moeder. Niet vermoedende, dat de geboorte reeds zoo na op handen was, trok zij met haar man van uit haar dorpje Mörha naar Eisleben, om de groote jaarmarkt in de hoofdplaats van hun district bij te wonen en ziel nauwelijks was zij daar, of het uur van blijdschap had geslagen en zoo werd Eisleben de geboortestad van den grooten Hervormer.

Dat was den lOden November 1483 en den volgenden dag, St. Martinus-dag, werd het jongske in de St. Petrus-Kerk te Eisleben gedoopt en r ntving naar de gewoonte van de Roomsche Kerk den naam van den heilige van dien dag n.l. Martinus.

Hij was nauwelijks een half jaar oud, toen de ouders Eisleben weder verlieten en naar Mansfeld verhuisden, waar het uitzicht op verdiensten in de mijnen gunstiger scheen. Luther zelf verhaalt, dat zijn ouders daar in Mansfeld aanvankelijk met veel zorgen voor hun levensonderhoud te kampen hadden, terwijl inmiddels het aantal kinderen, waarvan Maarten de oudste was, van jaar tot jaar toenam en tot zeven, vier jongens en drie meisjes, klom. „Mijn vader" zegt hij ergens, „is een arme werkezel geweest, mijn moeder heeft al haar hout op den rug naar huis gehaald om ons te kunnen opvoeden; zij heeft zich ten bloede toe afgesloofd; nu zouden de lui het niet meer uithouden " Maar langzamerhand is Luther's vader tot een zekeren welstand gekomen, zoodat hij een eigen huis kon bewonen en ook voor eigen rekening werkzaamheden ging verrichten.

In het ouderlijk huis te Mansfeld is Maarten Luther in strenge, bij wijlen zelfs harde tucht opgewassen. Hij gedenkt wel is waar in latere jaren met kinderlijke aanhankelijkheid de zorgende liefde zijns vaders; maar hij verzwijgt ook niet, hoe hij bü zekere gelegenheid zóo door hem geslagen werd, dat hij hem ontvloden is en boos op hem geworden. Ook van zijn moeder vertelt hij, dat zij hem eens om een kleine noot, die hij weggenomen had, zóo geslagen had, dat er bloed vloeide. Die overgroote gestrengheid maakte hem schuchter en kleinmoedig. Ook de vroomheid, waartoe Luther als kind werd aangedreven, was somber en ernstig, meer door vrees dan door liefde beheerscht. Hij leerde in het onderhuis Christus niet kennen als Heiland, maar slechts als den Rechter, die in den hemel troont. Daarenboven was het kleine huis van den mijnbouwer van sombere, drukkende voorstellingen vol. Reeds in het ouderlijk huis heeft Luther de voorstelling van helsche machten in zich opgenomen, die niet alleen de zielen des menschen bedreigen, maar ook in de natuurlijke verhoudingen des levens boosaardig ingrijpen en zich openbaren in rampen, branden en onweders. Hij hoorde spreken van heksen, die dieren en menschen allerlei kwaad deden. Zoo meende de moeder behekst te zijn door een booze buurvrouw, die zij tevergeefs met vriendelijkheid en geschenken trachtte te verzoenen. Met dat alles is de knaap toch, zooals een tijdgenoot vertelt, als een hupsche, vroolijke knaap opgegroeid. Een gezonde berglucht buiten, een vriendelijk landschap, waar kale bergruggen afgewissejd worden door groene weilanden en donkere wouden, maakten goed, wat de-duffe lucht in het enge huis bedierf.

Nadat Luther in Mansfeld het eerste onderricht genoten had, niet alleen in lezen en schrijven, maar zelfs in de grondbeginselen van het Latijn, bracht zijn vader hem, toen hij veertien jaar was, op de school der vrome Broeders des Gemeenen Levens in Maagdenburg, waarvan een bijzonder goede roep uitging. Het leven, dat hij hier leidde, moet zeer vreugdeloos geweest zijn. fïij moest zijn brood in de vreemde stad zelf bij elkaar bedelen. Beter kreeg hy het, toen de vader hem na een een-jarig verblijf te Maagdenburg in 1498 naar Eisenach zond, min of meer in de verwachting dat de in de buurt wonende verwanten (te Möhra en omstreken) zich zijner zouden aantrekken.

Vier jaren heeft hij de school daar ter plaatse bezocht, waar hij onder leiding van den rector Trebonius een opwekkend, huojanistisch onderricht ontving. In den aanvang moest hij hier, zooals arme scholiéïen plachten te doen, huis aan huis voor de deuren zingen om in zijn onderhoud te voorzien, want zijn verwanten schijnen niet in staat geweest te zijn hem te ondersteunen. Maar juist deze noodzakelijkheid is op zijn voordeel uitgeloopen.

Door zijn vroom zingen en de hartelijkheid waarmede hij de gebeden zeide werd mevrouw Ursula Ootta, de gemalin van den rijken koopman Cotta, een der voornaamste burgers van de stad, op hem opmerkzaam, zoodat zij hem aan haar tafel en weldra ook in haar huis opnam. Nog heden wordt dat huis in Eisenach aangewezen en als „Luther-huis"in eere gehouden. Hier heeft hij gezien h^e een edele huisvrouw baar huishouding lief de vol en harmonisch bestuurt en tot zijn late levensjaren bleef deze weldadige herinnering hem bij.

Door de betrekkingen van mevrouw Cotta, die een geboren Schwalbe was, is hem ook een ondersteuning ten deel gevallen van een stichting die door de familie Schwalbe rijk van middelen voorzien werd. De jaren, die hij in Eisenach doorbracht, zijn de zonnigste tijd van zijn leven geweest en nog in zijn latere levensdagen noemt hij Eisenach „v.ijn lieve stad." Met geleerde humanistische beschaving toegerust, verliet Luther in den zomer van 1501 als bijna achttienjarige jongeling de stad, die hem zoo lief was geworden, om de universiteit te Erfurt te bezoeken, die onder de toenmalige Duitsche hoogescholen een zeer voorname plaats innam en als hoofdzetel der humanistische studiën beroemd was. Met vurigen ijver en groote leergierigheid legde Luther zich op de wetenschappen toe Naast de philosophic gold zijn studie hoofdzakelijk de oude Grieksche en Romeinsche schrijd vers. In den kring der studiegenooten, waarmede Luther in nauwere betrekking stond, werd hij de philosoof genoemd. Ook de muziek bestudeerde hij ijverig naast de wetenschappen.

Als student is Luther getrouw gebleven aan den religieusen leefregel, die hem eigen was. Eiken morgen ving hij zijn taak aan met gebed en kerkgang. Met gewetensvolle vlijt bezocht hij de colleges en met voorliefde ging hij naar de Universiteitsbibliotheek. Naar den wensch zijns vaders, die hem gaarne rechtsgeleerde of ambtenaar had zien worden, studeerde hij in de rechter. Maar hij slaagde niet erin, er smaak in te krijgen. Nauwelijks zes maanden hield hij het uit op de colleges van den geleerden jurist Henning Gaede, die toch voor het grootste licht der juridische faculteit te Erfurt gold. In de philosophische studiën had bij het intusschen door zijn zeldzamen ijver reeds gebracht tot Magister en door de geheelfei hoogeschool werden de rijke gaven bewonderd, die hij op alle terrein des wetens toonde te bezitten.

Volslagen onbevredigd door de studie van de rechtswetenschap werd Luther door veelvuldige innerlijke aanvechtingen gekweld. Hij kon zich niet losmaken van de gedachte, dat hij een vroom mensch moest worden en al de geboden Gods volkomen moest volbrengen. Tengevolge van eene verwonding, die hij had opgeloopen door zich bij een wandeling met den degen in een slagader te stooten, werd hij langen tijd en zeer zwaar ziek, zoodat doodsgedachten bij hem opkwamen. Naar zijn overtuiging had hij dan ook zijn herstel alleen te danken aan de warmte van zijn gebed tot de Moeder Gods. Te zelfder tijd werd hij ten diepste geroerd door den dood van een zijner vrienden, die naar het éene bericht viel in een tweegevecht en volgens een ander plotseling uit het leven gerukt werd.

Luthers kameraden vermoedden niets van den inwendigen strijd, dien de jonge man streed. Voor het uitwendige deelde hij in hun vreugde, maar innerlijk kon hij zich niet ontdoen van den angst voor den toorn Gods. Zóo kwam hij op de gedachte in de kalmte van het monniks leven en in de kloostercel den vrede te zoeken, dien hij tot nu toe nergens had kunnen vinden en waarnaar zijn ziele dorstte. Hij kwam tot een beslissing door een onweer, dat hem overviel op den 2deu Juli 1505 op een reis, die hij maakte om uit, zijn vaderstad terug te keeren naar Erfurt. Het was dicht bij Erfurt, te Stotternheim, dat hem de bui overviel. Een vreeselij ke donderslag brak boven zijn hoofd los en een vuurzee omgaf hem. In zijn doodsangst schreeuwde hij het tot hiertoe bewaarde geheim uit en voegde er de gelofte aan toe: „help mij, lieve Sint Anna, ik wil eeij monnik worden" Daarmee was het woord gesproken, dat over zijn verderen levensgang besliste. Wat hij beloofd had in 't bangst gevaar, gevoelde hij verplicht te zijn na te komen, ofschoon hij in de volgende dagen wel berouw had van de gelofte, die hem ontsnapt was. Hij wist toch ook hoeveel verdriet hij zijn vader zou aandoen door in een klooster te gaan. Hij zelf heeft later zijn besluit een „gedwongen en gedrongen gelofte" genoemd. Nog veertien dagen heeft hij het besluit stil geliouden eer hij tot de uitvoering ervan overging. Op den 16 Juli 1505 noodigde hij nog, eenmaal zijn naaste vrienden bij zich om afscheid van hen te nemen. Nog eenmaal speelde hij voor hen op de luit; toen openbaarde hij hun zijn voornemen. Tevergeefs beproefden de vrienden hem ervan terug te houden. Hij antwoordde slechts: „heden ziet ge mij en daarna niet meer".

Den volgenden dag, den I7den Juli, klopte hij, vergezeld van de hem beklagende vrienden, aan de poort van het Augustijnerklooster te Erfurt, om achter de muren ervan den vrede zijner ziel te zoeken. Eerst van uit hetklooster gaf hij bericht aan zijn ouders en vroeg hun om hun bewilliging. Maar het heeft lang geduurd, eer de vader met een onwillig, treurig hart in den stap zijns zoons berust heeft.

De Augustijn ermonnikeo behoorden toenmaals tot de meest geachte monnikenorden in Duitschland Zij onderscheidden zich boven anderen door strenge tucht en dÈlt juist zal Luther bewogen hebben dè'.e orde te kiezen. Vooreerst werd hij als nieuweling aan den novicenmeester toevertrouwd, die hem in de zeden der monniken te onderrichten had De onderwijzingen van dezen meester daalden af tot de kleinste bizonderheden en de schijnbaar geringste uitwendigheden. Hij scherpte hem in, dat een monnik zijn meerderen niet mag tegenspreken; hij ondersvees hem hoe men een deur moet binnenkomen, hoe men moet zitten en opstaan, hoe men niet met uitgerekten hals maar met neergeslagen oogen moet gaan, hoe de handen onder het skapulier — een witte borstlap, welke over borst en nek afhing — verborgen moesten worden of in de mouwen over elkaar geschoven moesten worden, hoe men eet, een glas aanvat en de spgzen overreikt Hem werd geboden opmerkzaam te luisteren, weinig te spreken, nog minder te lachen en dagelijks te biechten. Hem werden de nederigste dienstbetooningen niet gespaard. Hij moest met den bezem omgaan en vegen, hout en water aandragen en met den zak op den rug van huis tot huis gaan bedelen. En hoewel hij, op verzoek van de senaat der universiteit en door bemiddeling van Staupitz , van den bedelrondgang in de stad werd ontlast, moest hij toch buiten af op de dorpen gaan vragen bij de boeren om brood, kaas en eieren. Luther onderwierp zich in ootmoedige gehoorzaamheid aan al deze eischen; daardoor toch hoopte hij vroom en Gode welgevallig te worden. En het strekte hem tot troost wanneer hij, na het afdoen van allerlei, dikwijls bizonder geringe werkje , in zijn cel in de Heilige Schrift lezen kon. Toen hij nog op de universiteit was had hij daar voor de eerste maal een Latijnschen Bijbel gevonden en was verbaasd geweest te zien, dat er méér in stond dan de Evangeliën en de Brieven, die des Zondags bij de mis gelezen werden. Nu was hij gelukkig een eigen Bijbel te bezitten en met algeheele overgave verdiepte hij zich in de Heilige Schriften. Weldra was hij er zoo vertrouwd mee, dat hij elke plaats bij den eersten greep vinden kon.

Na afloop van het proefjaar volgde Luther's plechtige opname in de orde, aarbij hij in de handen van den prior e gelofte moest afleggen: „ik broeder aarten Luther, doe professie en beloof ehoorzaaamheid aan God den Almachige en aan de Heilige Maria, eeuwig maagd, aan den broeder prior.... te even zonder eigendom en in kuischheid aar den regel van den heiligen vader ugustinus tot in den dood." Nadat de rior zijn opname bevestigd had, wierp ich de nieuwe broeder voor het altaar lat op den grond, baarbij hij de armen n kruisvorm strekte, waarna de prior

Hierop kreeg hij een brandende kaars en werd hij naar het midden van het koor geleid, waar hij nederknielde en hem de haren werden afgeknipt en aldus de tonsuur werd aangebracht. Na de plechtige opname in de orde volgde een jaar van voorbereiding voor de priesterwijding, die hij den 2den Mei 1507, op den Zondag Cantate ontving. Tot deze plechtigheid noodigde Luther ook zijn vader uit, die met een s'atigen stoet van vrienden en verwanten verscheen. Maar ook toen nog kon de vader, ofschoon zijn toorn wel eenigszins bekoeld was, zich niet geheel met zijn zoon verzoenen. Toen de pas gewijde priester zich bij het feestmaal, dat op de godsdienstoefening volgde en waaraan de vader deelnam, zich tot dezen wendde met de vraag: „lieve vader, waarom hebt ge u toch zoo sterk er tegen verzet en waart ge zoo boos, dat ik monnik zou worden", antwoordde de oude man, onveranderd in zijn afkeer tegen het monnik-wezen, dat hij als dagdieverij beschouwde: „hebt ge niet gehoord, dat men zijn ouders moet gehoorzamen ? " De monniken trachtten den vader te kalmeeren, maar deze zeide: „ik moet hier zijn, eten en drinken, maar zou liever weg wezen."

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Luther en de Hervorming.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's