Financiën.
't Is Dinsdagochtend en ik wil juist gaan beginnen aan mqn postwissels, toen er op mijn kamerdeur wordt getikt en mijn vriend Dirk binnenkonat.
Wel zoo Dirk, jij hier! Dat vind ik aardig. Ik hebje in zoo'n langen tijd niet gezien. Ga zitten en steek eens op.
Ja, dat wil ik even doen. Ik zal je evenwel niet lang ophouden, want ik zie aan de postwissels op je lessenaar dat je voor de krant gaat beginnen. Ik heb het echter al zoo lang uitgesteld en wilde nu toch even bij je komen om mijn gemoed te ontlasten.
Zoo, je gemoed ontlasten Ik moest even glimlachen en Dirk merkte dat op.
Waarom lach je? vroeg hij.
Ja, ik moest even lachen om hetgeen er daar in mijn gedachte schiet.
En wat is dat?
Wel, vroeger kwam ieder jaar op een vasten tijd iemand bij mij die mij dan iets moest betalen. Als hij dan wat had zitten praten kwamen altijd dezelfde woorden; ik wist het al vooruit: „Kom, meheer, nu zal ik mijn gemoed eens ontlasten, " waarop hij dan zijn portefeuille uit den binnenzak van zijn jas haalde en mij betaalde wat hij schuldig was.
Zoo! Ja, en nu dacht ik verder.... Je neemt me niet kwalijk, als ik je dat ook vertel?
Neen, neen, ga je gang maar. Ik deuk dat ik het wel al snap.
Nu kwam mij onwillekeurig, toen je daar sprak van „je gemoed te ontlasten" die persoon voor den geest, en ik dacht: zou altemet bij Dirk, evenals bij hem, z'n gemoed ook in zijn binnenzak zitten en zal Dirk me mogelijk de 2 of 3 duizend gulden, die ik zoo graag voor 1 Dec. ontving, voor me op de tafel leggen ? Je neemt me niet kwaliijk. Het kwam zoo in mijn gedachten en dat ik daarbij glimlachen moest, zal je nu zeker niet meerverwonderen, nu ik hetje heb verklaard
O, neen, in 't geheel niet. Ik moet u zelfs zeggen dat het denkbeeld om dat te doen mij wel toelacht. Er is echter een bezwaar.
En dat is?
Dat ik ze niet heb, anders kreeg je ze vast. Maar wie weet, penningmeester, wat er nog voor 1 December gebeurt. Neen, wat ik je nu eigenlijk eens kwam vertellen is dat ik besloten ben lid van den Bond te worden.
Zoo, eindelijk?
Ja eindelijk. Je weet dat ik wel altijd sympathie heb gevoeld voor den Bond, maar ik vertrouwde het zaakje niet te best en was altijd bevreesd dat het op een tweede doleantie zou uitloopen, en daar moet ik niets van hebben.
Ik ook niet.
Neen, dat geloof ik wel, maar als ik er met anderen over sprak, kwamen ze daar altijd mee voor den dag. Ik had echter door het lezen van , de Waarheidsvriend" en doordat wij elkander nog al eens spreken, wel betere gedachten gekregen. Maar nu kwam die kwestie weer van den Modus-vivendi. Daar had je 't weer opnieuw. Je zult zien, zei men, dat de Bond met de professoren meegaat en dat het dan per slot toch op een afscheiding uitloopt. Daarom kan ik je niet zeggen hoe het mij verheugt dat die profetie niet is uitgekomen en dat de Bond zich zoo flink heeft uitgesproken: dat hij met de Modernen en alle andere vijanden van God en Zijn Woord niet wil deelen en het nooit zal goedkeuren met hen onder één dak te moeten verkeeren, en niet zal rusten voor dat ze er uit zijn. Hoe pijnlijk het ook voor hem was met het oog op een der voorstellers, heeft hij flink voet bij stuk gehouden en is zijn beginsel getrouw gebleven. Mijn vertrouwen in de leiding van de zaken der Gereformeerden in de Herv. Kerk is hierdoor zoozeer toegenomen dat ik gevoel er mij niet langer aan te mogen onttrekken. En daarom ben ik bij u gekomen om mij als lid op te geven.
Ik dank je wel. En ik hoop dat uw voorbeeld door velen zal gevolgd worden, want het is in deze rumoerige tijden, ook op kerkelijk gebied, wel noodig, dat alle Gereformeerden in de Herv. Kerk zich aaneensluiten, opdat ze bg voorkomende gelegenheden zich ook kunnen doen gelden.
Maar nu ga ik heen, want ik geloof dat ik je al te lang van uw werk heb afgehouden. Je kunt me ook opschrijven voor f2, 50 jaarlijks voor het Leerstoelfonds en f 2, 50 voor het Studiefonds. Dat is nu wel geen 3000 gulden maar het is toch wat.
Hoor eens, Dirk, je bent een beste kerel. Laat ik, voor je heen gaat, nog eens even dezen postwissel laten zien, dien ik gisterenochtend heb ontvangen. Zie eens;
HONDERD GULDEN
voor het Studiefonds van .... te ... Is dat niet prachtig? Ja jongen, de Heere wil ons wel zegenen in dit werk. Het blijkt zoo dat Hij Zijn Hand van onze oude Kerk nog niet heeft afgetrokken, ondanks haar vele afdwalingen.
Nu adieu.
Lezers, die postwissel was inderdaad een groote verrassing, waarvoor ik den onbekenden gever hartelijk dank zeg.
Hij was mij nog bijzonder welkom nu het op het eind van mijn rekening 1916 loopt, en maakt het verschil met 1915 met zijn reuzengiften al weer kleiner.
Laten wij eens zien wat er nog meer is. Het valt geloof ik alweer niet tegen.
Bdjt door Ds. M. van Grieken van N. N. te Wijchen f 1, 00 voor den Leerstoel en f 1, 00 voor het Studiefonds. Uit de collecte te Delft: Gift van een werkman, f 2, 50 voor het Studiefonds.
Middelburg van den heer A. de Wijze, busje 171, f 2, 85.
Oude Ri^n van J. van Veen f 11, 50 uit busje No. 8 en f 2, 50 van N. N., tezamen f 14.
Schipluiden van uit busje 108 f 6, 40 „In de hoop dat de Heere het werk mag zegenen en ik u nogdikwigls den inhoud van het busje mag toezenden."
Voorburg van den heer A. Kievit f 1, 00 als bondslid, f 2, 50 voor jaarl. bgdrage aan het Leerstoelfonds en f 2, 50 als dito aan het Studiefonds, tezamen f 6, 00.
Lopik door Ds. J. H. v. d. Wal f 2, 00 voor het Leerstoelfonds, gift van N. N., gevonden in de collecte op 1.1. Zondag met bijschrift: „Een dankoffer wegens het bedanken van Ds. v. d. Wal."
BenscJiop door J. de Gier, penningm. der afdeeling, f 8, 00, zijnde het batig slot, na aftrek van alle onkosten aan spreker enz., van ëen spreekbeurt gehouden door Ds. J. G. Dekking van Renkum.
Utrecht door W. v. d. Sluis, penningm. der Afdeeling, f72, 00, zijnde de contributie der leden voor 1916 na aftrek der 250/o en f 10, 50 aan vaste jaarl. bijdragen voor het Leerstoelfonds, tezamen f 82, 50.
Voor al deze gaven hartelqk dank. Moge de Heere deze met zijn onmisbaren zegen achtervolgen.
J. C. FLIEHE, Penningmeester.
Arnhem, G. A. v. Nispenstraat 18.
Postz., Capsules, Zilverpapier.
Deze week ontvangen: Ie van Eibertje Lokhorst en IJ. v. d. Sluis te Loenen een doosje met postfcegels en 50 centen; ,
2e van P. Kievit .te Oude Tonge postzegels, capsules, zilverpapier, oude pennen, en van zusjes en broertjes een zilverbon van f 1;
3e van de familie S. v. d. Weerd te 's Heerenhoek postzegels, capsules en zilverpapier en 2 zilverbons ieder van f 1;
4e van J. en A. Burggraaf te Zegveld postzegels, capsules, zilverpapier en eenige stukjes zilver;
5e van A. P. Quist te St. Annaland 2500 binnen-en buitenlandsche postzegels, zilverpapier, capsules en lood;
6e van J. R. Drinkwaard te Hendrik-Ido-Ambacht en S. Drinkwaard te Ridderkerk postzegels, capsules, zilverpapier en fl;
7e van B. Streefkerk te 's Gravenhage postzegels, capsules, zilverpapier en 50 et.
Al weer alle reden om dankbaar te zijn voor de vele toezendingen. Ik zal wachten tot 1 December en dan het laatste verkoopen. Dat we aan de f200 komen daar twijfel ik niet meer aan. Maar al gaat het er een beetje over, daar behoeven we ook nog niet bevreesd voor te wezen. Is het niet, penningmeester?
Met vriendelqken dank,
Mej. H. H. VERBEEK,
Van Hoornbeekstraat 27, Den Haag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 november 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 november 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's