Luther en de Hervorming.
Luther's optreden. (3)
Behalve dat Luther zich bezig hield met de vervaardiging der hem opgedragen philosophische dictaten, bereidde hij zich voor fd& ' het verkrijgen der verschillende graden, die hij noodig had om theologische colleges te kunnen geven en reeds had hij den eersten dezer graden, dien van candidaat verkregen, waardoor hij recht had over Boeken der Heilige Schrift voorlezingen te houden, toen hij op gronden, waaromtrent geen zekerheid bestaat, weder naar het klooster te Erfurt werd overgeplaatst, waar hij met beroep op de in Wittenberg verkregen rechten zijn ambt als Universiteits-leeraar voortzette. Na anderhalf jaar keerde hij weer naar Wittenberg terug, om voortaan steeds tot de hoogeschool daar ter plaatse te blijven behooren.
Nauwelijks echter had hij zijn werkzaamheid in Wittenberg weer opgenomen, of hij maakte, in opdracht van de Augustijner-orde, een reis naar Rome, die ook weer aanleiding gaf tot een belangrijk keerpunt in zijn innerlijke ontwikkeling en geestelijke gesteldheid. In het midden van October 1511 werd met de voetreis begonnen, waarop de beide reizigers — de prior Johann von Mechlen en Luther — telkens hun intrek namen in de kloosters, die zij voorbü trokken. Reeds onderweg heeft het kerkelijk leven in Italië een pijnlijken indruk op den jongen monnik gemaakt. De prachtige domkerken van Italië stonden leeg. Aan het eind van November bereikten de reizigers hun doel en het was een der aangrijpendste momenten in Luthers leven toen hij als vrome pelgrim, wien nog geen twijfel het geloof aan de middeleeuwsche heiligdommen ontroofd had, voor de eerste maal de heilige stad aanschouwde. Met den uitroep: „Wees gegroet, gij heilig Rome!" viel hij zich bekruisend op de knieën neder.
In Rome, dat de beide Augustijner monniken door de Porta del Popoio betraden, werden zij opgenomen in het dichtbij gelegen klooster hunner orde. In de Kerk van dit klooster Santa Maria del popoio zal Luther zijn eerste misna de aankomst in Rome gehouden hebben, waaraan de generale biecht voorafging, die hij was komen afleggen. Eerst daarna zal hij den rondgang door de zeven parochiale kerken van Rome ondernomen hebben. Maar hoeveel vond hij te Rome ènders dan hij gedacht had! Hij moest zien, hoe hier ouder de oogen van den paus en der hoogste kerkelijke ambtsdragers, ja bij dezen zelfs, de grootste weelderigheid en slechtheid van zeden heerschte.
Hij moest mede aanhoorer, hoe het heiligste met onbeschaamde lichtvaardigheid bespot werd. Hij klaagt erover, hoe hij daar de priesters mis heeft zien houden „als gold het een goochelspel." Eer hij nog aan het Evangelie was, had een priester naast hem de mis reeds beëindigd en riep hem toe: „Gauw, gauw, maak dat Onze Lieve Vrouw haar Zoon wat gauw terugkrijgt." Met bizondere stichting heeft hij verwijld in de Lateraankerk, het oudste en grootste heiligdom der Christenheid, waarbij zich de Scala santa bevindt, de trap met 28 treden, die, naar men zegt, voor het paleis van den stadhouder Pilatus gestaan moet hebben en die de Heiland bij Zijne veroordeeling op-en afgeklommen moet zijn. Nog heden is het op de knieën open afgaan van deze trappen de grootste vroomheidsdaad der pelgrims. Aan het knielen op elk" der acht en twintig treden is een aflaat van negen jaar verbonden. Luther is nog vol geloof de treden op-en afgeknield. Men ziet hieruit, dat Luthers goede meenicg omtrent de Kerk door zijn tocht naar Rome niet is weggenomen. Hg zelf zegt: „Ikgeloofde alles" en op een anderen keer verzekert hg: „niets is zoo ongerijmd of bespottelijk geweest, dat ik niet geloofd heb " Toch zijn de ervaringen, daar opgedaan, voor zijn latere reformatorische daden van de grootste beteekenis geweest.
En met diepe verontwaardiging waarschuwt hij later in zijn geschrift „Aan den Christelijken adel der Duitsche natie" om een zelfden pelgrimstocht te ondernemen, er bij voegend: „wijl men inRome geen goed voorbeeld, maar louter ergernis ontmoet"; terwijl hij later nog getuigt: „hoe dichter bij Rome, hoe slechter Christenen". Ook is hij door zijn Italiaansche reis in zijn nationaal-: )uitsche gezindheid versterkt, waar hij de Italianen slechts minachtend over zijn vaderland en over „de domme Duitsche beesten" hoorde spreken. Daardoor is bij hem de liefde tot zijn arm, door de Italianen bedrogen en uitgezogen volk een hoofdbeginsel van zijn hervormings-arbeid geworden.
Ofschoon Luther dus aanvankelijk nog ongeschokt vertrouwen bleef stellen in de door hem tot nu toe gekoesterde kerkelijke beschouwingen heeft hij toch later juist door 't geen hij te Rome gezien en gehoord had een machtigen stoot ontvangen bij zijn later optreden tegen den Paus en de geestelijkheid, gelijk hij dan ook later zelf getuigt: „ik wilde om geen honderdduizend gulden, dat ik Rome niet had gezien; anders zou ik moeten zeggen, dat ik den paus onrecht deed; maar wat wij gezien hebben dèt spreken wij!"
In het jaar 1512, weinige weken na Paschen, van zijne reis naar Rome in het klooster van Wittenberg teruggekeerd, bereidde hij zich nu weer voor om den titel van Doctor in de theologie te verwerven, waartoe Staupitz hem ook weer moest aanzetten. Hij zelf achtte zich daartoe , niet in staat en hij had noch altijd te kampen luet de kleinmoedige en vreesachtige stemming, die hem de laatste jaren in Erfurt bedorven had. Maar Staupitz stond er op, dat Luther den graad halen zou, ^ijl hij slechts zóó een succesvolle theologische werkzaamheid aan de Wittenberger Universiteit ontwikkelen kon. Nadat Luther den 4den October 1512 door een openbaar dispuut den graad van Ucenciaat in de godgeleerdheid verworven had, werd hem den 19den October onder de toenmaals gebruikelijke academische plechtigheden de bul van doctor in de theologie uitgereikt. Karlstadt, - die in dat jaar het godgeleerde decanaat bekleedde, sierde hem met den doctorshoed en den gouden doctorsring, die de keurvorst had ingesteld; de keurvorst zorgde ook voor de kosten van de promotie, die aan de Universiteit betaald moesten worden.
Enkele dagen daarna volgde Luthers opname in den senaat der Universiteit. Met den eed, die afgelegd moest worden bij het ontvangen van den doctoralen graad, heeft Luther het zijn leven lang ernstig Opgenomen. Op dezen eed, waarin hij beloofd had, de Schrift getrouw en zuiver te prediken, heeft hij zich later dikwijls beroepen, wanneer anderen zijn recht wilden betwijfelen zich te verzetten tegen de overgeleverde kerkleer. Door zijn doctorseelde voelde hij zich geroepen en gerechtigd tot de verkondiging der door hem erkende waarheid.
Zijn werk als Professor en docter der theologie begon Luther met voorlezingen over de Psalmen, waarop hij de uitlegging liet volgen der Brieven aan de Romeinen en de Galaten.
Terwijl in zijne voorlezingen over de Psalmen zijn religieuse zin en poëtische aanleg groote bevrediging vond, werd het hem door de behandeling van de Paulinische Brieven hoe langer zoo duidelijker, dat de mensch niet door eigen werken vergeving der zonden verdienen, noch door uitwendig doen voor God gerechtvaardigd worden kan, maar dat hij alleen door het geloof de genade Gods deelachtig kan worden en hij zag met vreugde, dat zijn theologie, steunende op Augustinus en op den apostel Paulus, in Wittenberg voortdurend meer aanhangers vond, niet 't minst door 't geen Luther niet alleen in het kleine kerkje van het Augustijnerklooster, maar ook in de groote stadskerk voor een talrgk gehoor telkens van den kansel verkondigde.
Zelf bleef Luther persoonlijk als strenge monnik steeds met groote nauwgezetheid vasthouden aan de kloostergewoonten en ook was hij zich niet ervan bewust in zijn prediking in strijd te zijn met de leer der Kerk. Hij had nog geen vermoeden, dat hij door de in hem levend geworden en voortdurend dieper wortelende erkentenis, dat de mensch niet door werken maar alleen door het geloof gerechtvaardigd wordt, in tweespalt komen moest met de heerschende Kerk. (Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 november 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 november 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's