Financiën
„'tis bijna ongeloofelijk dat ons Bondsblad reeds zeven jaargangen achter zich heeft en nu voor de achtste-maal z'n rondgang door Nederland begint." Zoo stond er de vorige week aan het hoofd van het blad. Toen ik dat las, werd ook ik in mijn gedachten teruggevoerd naar die vergadering in „Irene" te Utrecht. Ik heb ook meegeholpen om het gedaan, te krijgen dat wij een eigen orgaan zouden bezitten. Als men mij echter toen had gezegdi dat ik, eer hét eerste nummer zou uitkomen, tot penningmeester van het hoofdbestuur z; ou benoemd wezen, en dat ik dan elke week het een of ander over Financiën zou moeten mededeelen — ik weet met of ik dan wel zoo hard „voor" geroepen zou hebben, of liever, ik weet het wel: ik had het vast niet gedaan. Het is maar goed dat een mensch niets van te voren weet en dat in de „Toekomst" lezen nog altijd niet hetzelfde is als van de toekomst iets afweten.
Zoo staan wij dan ook weer blind voor wat deze 8ste jaargang ons zal brengen. Dat is zeker: de Heere doet geen half werk. Hij heeft ons tot hiertoe kennelqk gezegend. Het blad heeft zijn weg gevon den in alle Gereformeerde' Hervormde kringen en heeft reeds, veel bijgedragen om den ouderlingen band - tp versterken
Als wij daarbij zien op onze rubriek „Financiën", dan komen wij zeker woorden te kort om te getuigen van de vele verrassingen, die ons hierin bereid waren Hoe oud en jong, klein en.groot, rijk en arm hebben medegewerkt aan datgene, wat tot verbreiding van de Waarheid in de oude Kerk onzer Vaderen-kon dienstig zyn. „Er ligt een verborgen zegen in, penningmeester", zei mü eens een oude vrome; , en dat geloof ik ook. Daarom zullen wij ook met onzen 8sten jaargang blind voor de toekomst doorgaan in het vertrouwen dat Hij, die dit goede werk is begonnen, ook zal voleindigen.
Wij zijn reeds vergevorderd met het Leerstoelfonds en naderen, als wij zoo mogen doorgaan, met rassche schreden het doel dat "wij ons hebben voorgesteld. Toch ontbreekt er nog genoeg aan om in onzen ijver niet te verflauwen, maar de krachten en gaven, die de Heere ons allen heeft geschonken, te gebrjuiken en niet te begraven. Ook het Studiefonds, de jongste van ons tweetal, heeft krachtigen gteun noodig om met vrucht werkzaam te kunnen zijn. Niet alleen financieelen steun, maar ook moreelen. Die verwachten wij niet het minst van onze Gereformeerde predikanten. Of hun woord voor of te^en is, is van zulk een gêduchten invloed op hen, met wie zij verkeeren. Moge het ook het bestuur van dit fonds niet aan voorlichting en leiding des Heeren ontbreken om te weten, wie er moet worden gesteund en wie niet; Dat zich daarbij tal van moeielijkheden voordoen, ligt voor de hand. En dat diegenen, die er buiten staan, wel eens niet begrijpen, waarom aan den een steun wordt geboden die aan den ander wordt onthouden, spreekt van zelf, daar zij de motieven, die tot het besluit hebben* geleid, niet kennen. Laat ik u echter zeggen dat elk geval grondig wordt onderzocht en rijp overwogen, aleer het tot een besluit komt.
Het wederzijdsch vertrouwen dat het alles naat beste weten, zonder eenigen voorkeur en onder biddend opzien tot Hem die alle dingen regeert, geschiedt, - is een factor die daarbg niet gemist kan worden en waarop zij, die daarover te beslissen hebben, zonder eenig voorbehoud moeten kunnen rekenen.
- Het dacht mq goed, bg den aanvang van dit voor ons nieuw begonnen jaar dit nog even te zeggen opdat het den verderver niet gélukke dit schoone werk ook maar eenigszins te benadeelen of te doen mislukken.
Wij gaan er thans toe over, om u ede te deelen wat wij in deze eerste eek mochten ontvangen. Feyenoord, afgezonden door Jb. Bot, enningmeester der Afd., collecte spreekeurt gehouden door Ds. Prins van* Doornspijk f6.855, waarbij f5.— voor e Bondskas en f 1.035, collecte van eene edenvergadering, te zamen f 12.89.
Mijdrecht, afgezondeli door Ds. J. G. Woelderink, f 18.885, zijnde de collecte gehouden bij de spreekbeurt door Ds. N. V. d. Snoek van Ameide in het belang van het Leerstoel-en Studiefonds. Juist wilde ik mijn opgave sluiten toen de post mij een brief bracht uit
Mijdrecht, waarin ik tot mijn verrassing een briefje van 10 gulden vond. Uit het bijgevoegd schrijven blijkt deze gave te zijn van iemand, die door omstandigheden verhinderd was bovengenoemde spreekbeurt van Ds. v. d. Snoek bij te wonen en het jammer vond dat de collecte niet zooveel had opgebracht als het vorig jaar. De collecte bedraagt nu hiermede f 28.885, waardoor zij ruim f 3.- hooger is dan het jaar te voren. Doomspvk, van Ds. A. Prins f 7.50 voor het Studiefonds, deel collecte voor Uit-en Inw. Zending.
Tholen door Ds. G. En, kelaar, die daarbij schrijft: „Mij werd ter hand gesteld f6, - uit het busje van de Jongedochtersvereeniging „Tabitha", waarvan f 3.- bestemd was voor het Leerstoelfonds en rS.- voor den Geref. Zendingsbond." Vlaardingen door Ds. H. A. Heijer f2.- voor het Leerstoelfonds van mej, N. N. Eemnes-binnen van R. f 2.50 voor Leerstoel-en Studiefonds. Maassluis van N.N. f2.50 voor het Studiefonds. Leerbroek, afgezonden door Ds. G. A. Pott, collecte gehouden bq eene spreekbeurt waar Ds. W. Bieshaar van Zetten als spreker optrad, f 50.-.
Wïiarvoor onzen hartelijken dank, alsmede voor al de andere gaven en gehouden collecten. Moge de Heerè er Zijnen zegen over gebieden. .
J. C. FLIEHE, Penningmeest..
Arnhem, G. A. v. Nispenstraat 18.
Postz, , Capsules, Zilverpapier.
Van den heer N. N. te 's Gravenhage ontving ik de vorige week nog f 10. Dat gevoegd bij hetgeen ik uit den verkoop van al het mij toegezondené heb gemaakt, stelde mij in, staat aan den penningmeester voor het Leerstoel-en Studiefonds te zenden de som van tweehonderd en dertig gulden. Dat is vijftien gulden meer dan het vorig jaar. ^ , Mijn hartelijken dank aan allen die mij hierin zoo goed en zoo trouw hebben geholpen. Deze som is, behoudens enkele gaven in geld, samengebracht uit de opbrengst van dingen die anders worden verwaarloosd. Welk een belangrijk bedrag is het nu nog geworden! Moge het ons allen aansporen om hiermede voort te gaan, ziende de uitkomst. Deze week ontving ik om weder te beginnen:
Ie, van J, R, te Eemnés-Buiten, postzegels, capsules en zilverpapier; 2e, van N. N. te B., postzegels, capsules en zilverpapier; 3e. van J. en-M. Beukers te Zegveld, postzegels, capsules en zilverpapier; 4e. van Corrie de Mol te Boskoop, ' postzegels, capsules en zilverpapier; 5e. van A. Pol te Kamperveen postzegels, capsules en zilverpapier; 6e. van N. N. te Schipluiden postzegels, capsules en zilverpapier.
Dat is dus nu weer het begin voor het nieuwe jaar. De penningmeester, die niet weinig in zijn schik was met het gezonden bedrag, zei mij dat ik mijn doel nu een beetje hooger moest ^plaatsen, en nu gaan mikken op minstens f 250, Zou dat gaan ? Het antwoord wacht ik van u. Met hartelijken dank,
Mej. H. H. VERBEEK,
Van Hoornbeekstraat 27, Den Haag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's