De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Luther en de Hervorming.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Luther en de Hervorming.

6 minuten leestijd

Luther's optreden. (5)

Op zichzelf was het niets opvallends en ongewoons, wanneer Dr. Makrten | Luther in stellingen aandrong op een openlijke verklaring over de leer van den aflaat, want zulke openbare disputen waren heel gewoon in het leven der middeleeuwsche universiteiten. Niet het aanplakken der stellöSgen was dus iets nieuws, maar de inhoud. Hier sprak een ziel die in bitteren nood en onder vele angsten ervaren had, dat de genade Gods den zondaar rechtvaardigt en behoudt, alles, om de verdiensten van Christus, die hier diep verontwaardigd is, omdat het bestuur der Kerk en zijn handlangers de zielen der menschen bedrogen en verdierven door hun voor 't ellendige geld aan te bieden de vergeving van zonden, die God den berouwhebbenden zondaar slechts uit liefde en genade schenkt.

Dat voelde men. Gelijk men ook weldra voelde, dat deze stellingen méér wilden dan alleen negatief tegen de misbruiken der Kerk opkomen. Ze wilden ook positief herstel van de Schrift, om het Woord Gods op z'n plaats te brengen als. autoriteit in Gods Kerk tegenover alle menschelqk gezag, hetziij van pausen of conciliën.

Het ging om de werkelijke verhouding van den zondaar tegenover den heiligen God nader te omschrijven en er op te wijzen, dat het ^oord Gods niet leert dat er vergiffenis van zonden is te verkrijgen voor geld en goede werken, door middel van priesters of pausen — maar dat de zondaar gerechtvaardigd wordt uit genade door God, die om Christus' wil de zonden vergeeft en de ziele begiftigd met vrede.

Dat gaf de klank aan deze stellingen. En zoo werd die schijnbaar eenvoudige en gewone academische handeling van Luther een daad van bizondere beteekenis. En was het Luthers bedoelen geweest om dit onderwerp slechts onder theologen ernstig ter sprake te brengen, waarbij hij van den paus de beste verwachtingen had, „binnen veertien dagen, " zegt een tijdgenoot, „waren deze stellingen geheel Duitschland en binnen vier weken hadden ze schier de gansche Christenheid doorloopen, als waren de engelen zelf bodeloopers." Luther had ze in het Latijn aangeslagen, maar een Neurenberger boekidrukker zorgde dadelijk voor een Duitsche overzetting en 't is slechts een bewijs hoe algemeen de klacht was over den aflaat, dat ze zoo gretig ontvangen en besproken - werden.

Luther zond zijn stellingen ook aan den aartsbisschop Albrecht, met verzoek een einde te maken aan het onvoegzaam optreden van Tetzel, dat in naam van 'den aartsbisschop geschiedde; in welk verzoekschrift de angstkreet van een diep bedroefde en beleedigde ziel gehoord werd. In geen enkel opzicht bevatte het een bedreiging met afval of opstand, gelijk trouwens héél het, op treden van Luther in 't minst niet bedoelde een breuke met de Roomsche Kerk te bewerken.

We laten de 95 stellingen van Luther hier volgen, ook al om oorzake dat we gelooven, dat qngeveer niemand ooit die reeks van stellingen in haar geheel onder de oogen heeft gehad. We volgen hier de vertaling, zooals Dr. D. Plooy die gaf, uitgegeven bij G. F. Callenbach (1910).

DR. MAARTEN LUTHER's 95 STELLINGEN OVER DE KRACHT DER AFLATEN

Uit liefde en ijver om de waarheid aan - het licht te brengen, zal het hier volgende in een twistgesprek worden verdedigd te . Wittenberg onder leiding van den eerw. Vader Martinus Luther, Magister der Vrije Kunsten en der Heilige Theologie en gewoon lector deruelve. Daarom verzoekt hij, dat degenen, die niet tegenwoordig kunnen zijn om mondeling daarover met ons te spreken, dit in afwezigheid per brief mogen doen. In den naam van onzen Heere Jezus Christus. Amen.

1. Onze Heere en Meester Jezus Christus, als Hij zegt: Doet , boete, het hemelrijk is nabij gekomen" (Matth 4:17) heeft gewild dat het geheele leven der geloovigen boete zij.

2. Dit woord kan niet verstaan worden van de sacramenteele boete, d. i. van, de biecht en de genoegdoening, die door het ambt der priesters wordt volbracht.

3. Toch bedoelt dit woord niet alleen de innerlijke boete, ja zelfs, de innerlijke heeft geenerlei beteekenis, tenzij ze naar buiten allerlei dooding des vleesches uitwerkt.

4. Derhalve duurt de droefheid toolang de ware innerlijke boete of bekeering duurt en wel tot aan den ingang in het Koninkrijk der Hemelen.

5. De pauè wil noch kan eenige andere straf kwijtschelden dan die welke hij krachtens besluit hetzij van hemzelf, hetzij van de Kerkelijke wetten heeft opgelegd.

6. De paus kan geen schuld vergeven dan in zoover hij verklaart en bevestigt, dat zij door God vergeven is, of in zoover hij vergeeft de hemzelven voorbehouden gevallen (n.l. bizonder zware zonden, die een speciale pauselijke absolutie van noode hadden). Verachting van deze gevallen zou voorzeker het blijven van de schuld ten gevolge hebben. g w

7. Niemand vergeeft God de schuld, zonder hem tegelijkertijd in alles verootmoedigd aan den priester als Zijn plaatsvervanger te onderwerpen. w H z g

8. De kerkelijke boeteregels zijn alleen den levenden opgelegd en krachtens die regels mag den stervenden niets worden opgelegd.

9. Derhalve handelt met ons de H. Geest wèl in den paus, wanneer deze in zijne decreten steeds een uitzondering maakt voor 't geval van dood en uitersten nood.

10. Onkundig en slecht handelen die priesters, die den stervenden boetedoeningen voor het vagevuur voorbehouden, (d. w. z. dat tijdens het leven niet volbrachte kerkelijke boetedoeningen in het vagevuur zouden moeten worden volbracht).

11. Dat onkruid, dat men de kerkelijke straf verandert in pijn van het vagevuur, schijnt te zijn uitgezaaid terwijl  de bisschoppen sliepen.

12. Vroeger werden de kerkelijke straffen niet nê, , maar vóór de absolutie opgelegd als proef voor de waarachtigheid van het berouw. >

13. De stervenden betalen' door hun dood genoegdoening voor allé (kerkelijke straffen) en zijn den kerkdijken wetten reeds afgestorven, doordat zij van rechtswege daarvan ontheven zijn,

14. Onvdkomene geestelijke gesteldheid of lieme van den stervende brengt noodzakelijkerwijze met zich groote vreeze, die des te grooter is naarmate deze liefde geringer is gewbest.

15. Deze vreeze en angst is op zichzelf, om van andere dingen te zwijgen, voldoende de pijn in het vagevuur uit te maken, omdat zij zeer dicht staat bij den angst der wanhoop.

16. Hel, vagevuur en hemel, schijnen op dezelfde wijze te verschillen als wanhoop, bijna-wanhoop en verzekerdheid der genade verschillen.

17. Het schijnt noodzakelijk, dat bij de zielen in het vagevuur eenerzijds de vreeze vermindert, anderzijds de liefde vermeerdert.

18. Het schijnt niet bewezen te zijn noch uit redeneering noch uit de Schrift, dat (de zielen in het vagevuur) buiten den staat van verdienste of van vermeerdering van liefde zouden zijn! (Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Luther en de Hervorming.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's