Uit het kerkelijk leven.
Modern Kerkbegrip.
Wie zich ernstig bezig houdt met te zoeken naar een eerlijke oplossing van het kerkelijk vraagstuk, zooals dat onder ons. Hervormden, bizonderlgk in deze tgden zich voordoet, moet zeer zeker zich de moeite getroosten de geschiedenis van de laatste honderd jaar, in betrekking tot de organisatie onzer Herv. Kerk, ernstig te bestudeeren. Want wat sinds 1816 in het midden van onze Herv. Kerk is voorgevallen, is allerbelaügrijkst om te weten en is van den grootsten invloed geweest bij den strijd om de belgdenia der Kerk.
Wie dan ook „de rechten" b.v. van de modernen wil beoordeelen, moet eerst het historisch materiaal, dat daar in betrekking tot deze-'zaak bizon derlij k in de Handelingeii der Synode verborgen ligt, naar voren halen en het serieus verwerken. Men kan dan zien hoe bepaalde „rechten" wèl of geen recht hebben. Evemvel is er nog een endere zaak, die in dit verband onder de oogen gezien moet worden. En wel: van welk Kerkbegrip een bepaalde partij of groep of richting — in dit geval de moderne — uitgaat. Want als het nu eens bleek, dat b.v. de modernen een Kerkbegrip hebben, 't welk absoluut niet past bij het historisch geworden geheel van onze Ned. Herv. Kerk, dan zou men, bij eerlijke bespreking, tot de conclusie kunnen komen: laten wij, modernen, toch niet langer dringen en wringen en draaien om ons in het midden van de Herv. Kerk te handhaven, want ons Kerkbegrip stemt absoluut niet overeen met den aard en het karakter en het wezen van die Kerk; ook niet met den toestand, zooals die op heden, na 100 jaren schikken en plooien, is geworden.
Dat zou kunnen zijn. En als dat eens zoo was, dan kwam de geschiedenis van de laatste 100 jaren in dit licht te staan: ' dat de modernen hebben willen beproeven twee zulke gansch verschillende zaken in één verband te brengen, dat ieder eerlijk mensch moet getuigen, dat dit het beproeven van een 'absoluut onmogelijke schikking is geweest. Men kan hu eenmaal niet met elkaar verbinden wat niet bij elkaar hoort. Wat bij een godsdienstig-kerkelijk probleem aanstonds moet worden toegestemd en eerlijk moet worden vastgehouden.
Wat is er nu in deze op te merken? Het godsdienstig leven drijft tot sanienstemming, samenwoning, samenwerking in gemeenschappen. Maar de vormen, waarin dat godsdienstig leven en die gemeenschappen zich gaan kleeden, verschillen zeer. "^ En wat nu de confessioneel in deze belijdt en voorstaat, verschilt principieel met hetgeen de moderne gevoelt en wenscht.
Zóó sterk, dat wat de confessioneel als de pit beschou\f t, dat werpt de moderne als de schaal weg. En wat de confessioneel als kerkelijke symbolen, ceremoniën en heilige plechtigheden eert, wordt door den moderne verworpen als zijnde „kerkelijke wangebruiken." De confessioneel acht het heilige gansch anders gediend dan de moderne. En zoowel wat betreft den Bijbel, als wat de sacramenten van Doop en Avondmaal enz. aangaat, is de opvatting van den moderne zóó gansch anders dan van den confessioneel, dat de moderne heiligschennis, afgoderij, Roomsch enz. moet noemen, wat de confessioneel in oprechtheid eert en hooghoudt in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift.
Deze dingen nu botsen tegen elkaar in onze Herv. Kejk. Terwijl ze nooit kunnen gecombineerd worden. De Kerk is 5f confessioneel of modern. Naast en tegenover elkaar kè, n. Maar met elkander in éen kerkverband gecombineerd kan niet. Dan moet óf de confessioneel overwonnen en uitgedreven worden door den moderne óf de moderne door den confessioneel.
Nu heeft men dat al lè, ng gevoeld onder de modernen, gelijk het door de confessioneelen in onze Herv. Kerk steeds alzoo is uiteengezet. En er zijn ook telkens hoogstaande modernen geweest, die, dikwijls na lang aarzelen, het hebben bekend, dat het moderne Kerkbegrip niet past in het verband der .Herv. Kerk. Waarom ze ook zijn uitgegaan.
Philip Reinhard Hugenholtz b.v. had zijns inziens een héél ander, een veel hooger en heiliger Kerkbegrip dan doorloopend in de Herv. Kerk was en bleef gehuldigd. Daar zat men veel te veel vast aan de Roomsche opvattingen, waarom hij ten slotte, juist omdat hg het heilige heiliglijk wilde dienen, uit de Herv. Kerk uitging, om voortaan zich thuis te voelen in de Vrije Gemeente, waas al de wangebruiken bij prediking, godsdienstonderwijs, aanneming en bevestiging, doop en avondmaal, enz. waren uitgezuiverd; eene Gemeente dus, ten eenenmale van Roomsche smetten vrij, waar de vrijheid des Geestes werd gevonden en in soberheid werd getracht de hoogste religieuse behoeften des menschen te bevredigen, zonder hen te bren-, gen onder dwang of hen te binden in een keurslijf van menschelijke - Roomsche - bepalingen en voorschriften en gewoonten. Hugenholtz had dus een geheel ander Kerkbegrip en zocht daarom ook een veel hoogere Kerkgemeenschap dan de Herv. Kerk, zoo vol van protestantsche - eigenlijk Roomsche - wangebruiken, was en bleef !
En ja, als men uit zoo'n Kerkbegrip leeft, dan moet men ook ten slotte kiezen of deelen. 't Gaat toch om religieus vrij te komen, om vrij z'n God te dienen naar de innige en eerlijke overtuiging des harten. En "dan is voor den moderne de Herv. Kerk erfelijk besmet en gansch vol van wangebruiken. Heel de opzet is verkeerd. En zelfs de reglementen, na 100 jaren dringen en wringen en draaien en knoeien, zijn nog confessioneel.
Wanstaltig - in het oog der modernen 1 - staat de Flerv. Kerk daar, meenende het heilige te moeten en te kunnen dienen met allerlei wanbegrippen en wangebruiken, wat bij die Kerk is doorgegaan tot hart en nieren - waarom er geen andere weg openstaat voor den oprechtmodern-religieuse, dan uit het midden van haar uit te gaan.
Héél de beschouwing van Kerk en Godsrijk, van Bijbel en confessie, van Woord en sacrament, van zonde en verlossing, van schuld en verzoening, van den ouden en den nieuwen mensch, van het verbond der werken en der genade - kortona è, lles, is zóó .geheel Andersoortig dan de begrippen der modernen zijn, dat het onmogelijk is deze , twee richtingen en stroomingen, die. vér in de ^historie teruggaan, te verbinden en sa& .m te voegen. Er is maar één middel op: uit elkaar gaan! Waarbij elke, principieel met elkander verschillende, richting zich naar aard en wezen kan ontwikkelen.
Daar moet het heen. En daarbij moet het hoe langer hoe meer in 't licht gesteld worden dat men nu sinds 100 jaren in het midden van de Ned. Herv. Kerk bezig is te doen, wat onder eerlijke menschen als onmogelijk en wederrechtelijk moet worden gekenmerkt. Men wil twee Kerkbegrippen vereeni--gen in het midden van de Herv. Kerk, wat onmogelijk is.
En de modernen willen met geweld daarbij ingaan tegen het grondbeginsel der Hervormde Kerk, welke in haar belijdenis lijnrecht tegenover de moderne opvatting staat en welke zelfs in haar Reglementen als een confessioneele Kerk zich openbaart. De modernen zullen zich dan ook als eerlijke menschen op eigen terrein moeten gaan terugtrekken 1 En de Herv. Kerk heeft zich naar haar aard en wezen en eigen karakter te openbaren en te ontwikkelen in het midden van ons Vaderland.
Niet goedpraten.
, Van moderne zijde wil men wel telkens met allerlei weinig steekhoudende redeneeringen bewijzen, dat men in de Herv. Kerk thuishoort en dat men zich evengoed met de gewoonten en gebruiken dier Kerk kan vereenigen als de orthodoxep. Maar de eerlijke naturen walgen daarvan ep spreken wel Anders. Dat trof ons weer toen we in het laatste No. van het Weekblad voor de Vrijzinnige Hervormden (30 Nov. j.l.) een ingezonden stuk lazen van G. J. J. R. te L. Daarin komt de schrijver óp tegen beweringen als zou de moderne zich b.v. aardig goed kunnefli. schikken bij den Doop, zooals die in de Herv. Kerk verplicht gesteld is. We willen een gedeelte van dat „Ingezonden" hier overnemen.
Zeer geachte Hpofdredacte}ir, Vergun me een klein plaatsje in uw. blad, om op te komen tegen een ingezonden stukje, voorkomend in het nucr mer van 23 Nov. 1.1, Alvorens tot dè eigenlijke zaak te komten, moet me. nog een opmerking van het hart over den uiterlijken vorm van het stuk; het is zoo doorspekt met uitdrukkingen uit de orthodoxe dogmata, en daardoor ademt er een zoo sterke geest van echt-confessioneele dorheid uit, en geeft het aan het geheel zoo'n raadselachtige dubbelzinnigheid, dat het den minder conservatieven, meer naar nieuwheid en frischheid strevenden onaangenaam aandoet. Om nu tot de hoofdzaak te komen: de schrijver, van het stukje, die zichzelf pen vrijz. godsd. Herv. noemt, geeft, bewust of onbewust, een onjuiste voorstelling van het geloof van de vrijzinnigen in 't algemeen.
De inzender kan zich dus als modern met het schijnbaar confessioneel gedoe van z'n modernen medebroeder maar slecht vereenigen. Hij keurt zulk gedoe ten strengste af. Om dan eens te zeggen, wat de vrijzinnigen eigenlij.k gelooven. Hij gaat dan verder: Door deze voorstelling moet Kij noodzakelijk bij een buitenstaander den schijn wekken, • als waren alle, of bijkans alle vrijzinnigen zijn overtuiging toegedaan. En dat is toch niet het geval. Een groot gedeelte van ons, om een voorbeeld te noemen, zoo niet de meesten, vereeren Christus niet als „kenbron en toetssteen" der „Goddelijke Waarheid", wiens leer als „Gods Woord" vervat is in de „Heilige Schrift", maar als den prediker van het Vaderschap van • God over alle menschen, of ze gelooven ol niet gelooven, als den Man, die goed en bloed gaf voor zijn beginselen, en wiens heerlijke prediking vervat is in den bijbel, in dat boek, waarin we, te midden van legenden en wonderverhalen, . van mystiek en symboliek, maar ook van veel naar onze meening onzedelijks en leelijks, de stille, innige vroomheid vinden van het Joodsche volk, de prediking en opoffering van • Jezus en de leer van Paulus, een boek, dat we zeer hoogschatten en waardeeren, maar niet als „^é«7«^< f Schrift" willen zien betiteld. Genoeg om te doen zien, dat, alsinen. de dingen eens niet langer trachtte goed te praten het voor ieder duidelijk zou wezen, dat de moderne in geest en hoofdzaak vierkant verschilt met de leer der Herv. Kerk en er alzoo niet thuishoort.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's