Luther en de Hervorming.
Luther's 95 stellingen.
19. Ook dit schijnt onbewezen te zijn, dat de zielen in het vagevuur, ten minste alle, zeker en gewis souden zijn van hunne zaligheid, al zijn wij daarvan volkomen zeker.
20. Derhalve verstaat de paus onder volkomene vergeving van alle strafifen niet zoo maar alle straffen, maar alleen die welke door hem zei ven zijn opgelegd.
.21. Derhalve dwalen die aflaatpredikers, die zeggen dat door de pauselijke aflaten de mensch van S, lle straf verlost en behouden wordt.
22. Ja, de paus scheldt den zielen in het vagevuur geen enkele straf kwijt, dan die zij, naar luid der kerkelijke wetten in dit leven hadden moeten boeten.
28. Zoo ooit vergeving van alle straffen in 't algemeen kan worden geschonken, , dan is het zeker dat die niet dan aan de meest volmaakten, d.i. aan zeer weinigen kan worden geschonken.
24., Derhalve is onvermijdelijk, - dat het grootste deel des volks wordt bedrogen door die algemeene en schitterende belofte betreffende verlossing en straf.
25. Dezelfde macht over het vagevuur als de paus in 't algemeen heeft, heeft ook iedere bisschop en ieder pastoor in zijne diocese en parochie in 't bijzonder.
26. De paus doet er wel aan, dat hij niet krachtens sleutelmacht, die hij volstrekt niet heeft, maar door voorbede den zielen vergiffenis schenkt. ^'
27. Menschelijk verdichtsel prediken zij, die zeggen: „zoodra het geld in de kist klinkt, vaart de ziel uit. het vagevuur."
28. Zeker is, dat wanneer het geld in de kist klinkt, gewin en hebzucht kunnen t vermeerderen: de voorbede der Kerk echter staat slechts in Gods welgevallen.
29. Wie weet of wel alle zielen in het vagevuur willen verlost worden, zooals men verhaalt, dat 't met St. Severinus en Paschalis is gebeurd.
30. Niemand is zeker van de waarachtigheid van zijn berouw, veel minder van daarop volgende volledige vergiffenis.
31. Even zeldzaam iemand is, die waarlijk boete doet, zoo zeldzaam is ook iemand, die w.aarlijk aflaten verkrijgt, d.i. zéér zeldzaam.
32. Allen zullen met hun leermeesters voor eeuwig verdoemd worden, die geheven dat ze door aflaatbrieven zeker zijn van hun zaligheid.
33. Voor hen moet men zeer op zijne hoede zijn, die zeggen dat die aflaten van den paus de onwaardeerbare gave Gods zijn, waardoor de mensch met God verzoend wordt
34. Immers die genade-gaven van den aflaat hebben betrekking slechts op de (kerkelijke) straffen den levenden opgelegd, die door den mensch zijn ingesteld.
35. Onchristelijk prediken degenen, die leeren, dat voor degenen die verlossing van zielen (uit het-vagevuur) of biechtbrieven willen verkrijgen, het berouw niet noodzakelijk is. [Opmerking: Krachtens de pauselijke bul zelfs was het niet noodig; dat degene die voor een gestorvene aflaat kocht, zelf berouw van zonden had. Zoo kon dé vergeving geheel buiten den weg van berouw omgaan en was 't puur het geld wa.arvoor aan de ziel verlossing geschonken werd.
36. Ieder christen, die waarlijk - berouw heeft, komt volkomen vergeving van straf en schuld toe, ook zonder aflaat.
37. Ieder waar christen, hetzij levend of dood heeft deel aan alle goederen van Christus en de Kerk, hém van God geschonken ook zonder aflaatbrieven.
38. Toch is de vergeving en uitdeeling van den paus geenszins te verachten, daar zij, gelijk ik zeide, de verklaring is van goddelijke vergeving. [Opmerking: Luther bedoelt dat de verzekering van Gods genadige vergiffenis door den priester in de biecht en ook door den paus in een aflaat voor den waarachtig berouwhebbenden zondaar tot vertroosting kan zijn.]
, 39. Het is zeer moeilijk, ook voorde 'geleerdste theologen, te gelijker tijd den ] rijkdom van den aflaat .en het ware berouw voor het volk te prijzen. ' [Opmerking; Omdat het een het andere uitsluit.]
40. Waar berouw begeert.eiji bemint de straf, de vrijgevigheid der aflaten echter maakt de straf licht en maakt dat men ze haat, althans bij .wijlen.
41. Voorzichtiglqk moet men den apostolischen. aflaat prediken, opdat het volk niet verkeerdelijk er uit opmake, dat daaraan de voorkeur gegeven wordt boven andere goede werken der liefde.
42. Men moet den Christenen leeren, dat des pausen bedoeling niet is, dat het verkrijgen van aflaten in eenig opzicht te vergelijken zou zijn met werken der barmhartigheid. ^
43. Men moet den Christenen leeren, dat wie den arme geeft of den behoeftige leent, béter doet dan wanneer hg aflaten koopt.
44. Omdat door het Werk der liefde de liefde groeit en de mensch beter wordt, maar door de aflaten wordt hij niet beter, doch alleen maar van straf bevrijd.
45. 'Men moet den Christenen leeren, dat wie een behoeftige ziel en zonder zich over hem te ontfermen geld geeft voor aflaten, niet den pauselijken aflaat maar Gods toorn zich verwerft,
46. Men moet den Christenen leeren, dat, tenzij ze rijken overvloed hebben, ze gehouden zijn het noodige voor eigen huis te behouden ©n in geenen deele voor aflaten verkwisten.
[Opmerking: Luther is bekommerd ov, er de verarming van het gewone volk, door allerlei geldafpersingen van de vorsten en van de Kerk, waarover hij later in het geschrift: „An den Christlichen Adel deutscher Nation von 'des Christlichen Standes Besserung" d'.i. „Aan den Christelijken Adel van Duitsschen bloede over het herstel van den staat der christenheid" breeder handelen zou.] 47. Men moet dën Christenen leeren, dat het koopen van aflaten vrij is, niet geboden. {Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's