De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vragenbus.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vragenbus.

6 minuten leestijd

VRAAG. Wat is de ethische Schriftbeschouwing en waarin verschilt deze van die der Gereformeerden ?

ANTWOORD. De Ethischen verwerpen het oude geloof der Kerk en spreken van een nieuwe Schriftbeschouwing, waarbij de mensch zijn hooggeroemde wetenschap kan doen gelden en toch het geloof behouden !

Dr. Cramer van den Haag b.v. zei:  Gemeente, Gij behoeft niet bevreesd te zijn, dat ik er zoo over zal spreken (n.l. zoo ruw, om te zeggen dit is niet waar en dat is onecht en dat is onjuist, zoodat men zou gaan zeggen: men kan niet meer op den Bijbel aan). Mijn doel is u voor uw geloof in Jezus Christus een vasteren grond aan te wijzen dan de Schrift, namelijk: Jezus Christus zélf.» Vroom gepraat ten slotte. Men wil van geen mechanische of organische inspiratie der Schrift weten. Geen afzonderlijke Godsdaad in die inspiratie. Zooals Beets z'n verzen maakte, zoo zong David z'n psalmen. En de bezielde arbeid van de vrome Godsmannen is wel uit te zoeken in het samenstel van allerlei dingen die in de bijbelboeken gevonden worden! 't Moet om dat Goddelijk Woord te doen zijn, tusschen al dat menschelijk spreken en schrijven wel uit te zoeken!

Het menschelijke en gebrekkige en onnoozele en onware mag men gerust wegwerpen of loslaten, als men het Goddelijk Woord als men Jezus zelf maar overhoudt! Dat deze ethische beschouwing den mensch boven Gods Woord verheft en hem als rechter over den Bijbel stelt is duidelijk. En dat deze beschouwing een hopelooze verwarring sticht, is te begrijpen.

Men zegt: de Bijbel spreekt alleen voor het ethisch dat is voor het godsdienstig-zedelijk terrein. Alles wat de Bijbel verder geeft, kan men missen. Voor geen enkel terrein, dan voor het godsdienstig-zedelijk terrein heeft de Bijbel eenige waarde. Men moet in de Schrift niet meer zoeken dan zij geven wil. Men moet zich aan de ethische waarheid, die de Schrift geeft, houden. Daar moet men zich mee te vree stellen.

En dan moet men zich aan de levende persoonlijkheid, die het middelpunt van de Schrift is, dat is Christus. Mooi geredeneerd! Hoog ethisch! Waarbij de ethische mensch 'de borst vooruit kan zetten en boven de Schrift lich verheffend, hoog kan opgeven van z'n godsdienstig-zedelijk gevoel! Maar zoo gaat de Schrift er ónder! En zoo moet men zich ten slotte zelf een Jezus'beeld vormen. Want als gij dan vraagt: waarbij zal ik weten, wat waarheid is in de Schrift en waar is de maatstaf om te keuren of iets werkelijk door Jezus gesproken is of werkelijk bij Jezus hoort - dan heeft men geen antwoord. Of liever, dan zegt men, de mensch is aangelegd op z'n eigen ethisch, godsdienstig-zedelijk gevoel. En overigens: van geen enkel woord weten we eigenlijk met zekerheid of Jezus het gesproken heeft.

Alles zoo op losse schroeven gezet. En men wijst u naar uw geweten. Naar uw christelijk, naar uw religieus-ethisch gevoel oordeelend, moet gij maar uitmaken wat waarheid is Dat hangt ten slotte dus geheel van den christenmensch af. En voor den een is de uitkomst daarbij geheel inders dan voor den ander. Een bindend geheel, met goddelijke authoriteit is er niet voor den ethische. Geen wonder dat de ethische ook niet van belijdenissen, formules of formulieren hooren wil. Dat is veel te veel beperkt en veel te veel gebonden voor den hooggevoelenden ethische. Dan blijft hij met z'n godsdienstig-zedelijk gevoel niet vrij genoeg!

't Zal niet verwonderen als we hooren, dat het ethisch standpunt in deze veel te vaag en te onbelijnd is 't Komt in botsing aan den eenen kant met de hooggeroemde wetenschap en aan den anderen kant met het geloof der Gemeente, welke Gods Woord eest als te zijn de betrouwbare regel voor geloof en leven. We zien dan ook, dat velen zich afwenden van de ethischen, juist omdat men hen niet, vertrouwt in zake hun Schriftbeschouwing. De Gemeente houdt vast aan Gods Woord en gelooft het nog altijd, dat de wijsheid Gods dwaasheid is voor den mensch en dat de wijsheid des menschen dwaasheid is bij God. En ook thans blijft het woord van den Heiland nog waar: «Ik dank U Vader, dat Gij het den wijzen en verstandigen verborgen hebt, maar hebt het den kinderkens geopenbaard».

VRAAG. Kunt u mij niet een boekje noemen, dat handelt over de geschiedenis der wording van onzen BijbeL

ANTWOORD. We noemen hier:
1. Handboek voor de Bijbelkunde door Ds. W. B. Renkema (met voorwoord van Prof. Dr. H. Bavinck) in 1911 uitgegeven bij J. Zomer, drukkerij Vada, Wageningen.
2. Kleine Bijbelgids door Ds. C. Lindeboom, uitgegeven in 1912 bij J. H. Kok, Kampen.
3. Kanon en Tekst van het Nieuwe Testament door Prof. Dr. F. W. Grosheide te Amsterdam, uitgegeven te Baarn, Hollandia-drukkerij (1916).
4. Hoe wij aan onzen Bijbel gekomen zijn door Ds. B. ter Haar Romeny, uitgegeven Baarn, Hollandia-drukkerij (1909) en
5. Vanwaar en waartoe Onze Bijbel, door Ds. A. Verwaal te Alkmaar (1913).
We zouden aanraden eens met dat laatste boekje te beginnen. 't Kost f 0, 45 en is in den boekhandel of bij den schrijver zelf wel te verkrijgen.

VRAAG. Waar haalde Kaïn zijn vrouw vandaan ? Er waren toch geen andere menschen dan Adam, Eva en hun kinderen?

ANTWOORD. In de vraag ligt het antwoord. Het spreekt vanzelf, dat Kaïns vrouw tegelijk zijn zuster was. (Gen. 5:4) God heeft toch Adam en Eva wonderlijk saamgebracht, wat is er dan tegen, dat ook Kaïn en zijn zuster, gelijk ook Seth en diens zuster als man en vrouw aan elkander worden verbonden? -

God heeft het geheele geslacht der menschen uit éénen bloede gemaakt (Hand 17:26) Van uit Adam en Eva, over Kaïn, Seth, enz. loopt de lijn van het menschengeslacht Andere menschen dan Adams zonen en dochteren (5:4) waren er niet.

Het huwelijk tusschen Kaïn en zijn zuster, tusschen Seth en zijn zuster is geen bloedschande. Want de Heere had het alzoo wijs en goddelijk vrij verordineerd in den beginne. Bloedschande wordt de verbintenis van zuster en broer, waar ze van God nu verboden is en te vermjden valt. In den beginne was het niet verboden en ook niet te vermijden.

VRAAG. Wat wordt in de Schrift bedoeld, als er staat in Gen, 6:2, dat Gods zonen huwden met de dochteren der menschen ?

ANTWOORD. Vooral van theosophische zijde heeft men willen beweren, dat dit een vermenging, van engelen en vrouwen is geweest; uit welke verbintenissen een soort halfgoden zouden geboren zijn.

Dat kan niet. Geestelijke wezens, gelijk de engelen, kunnen zich niet paren met menschen. Engelen hebben geen lichaam en huwen niet. Een vermenging van geest en vleesch gaat tegen alle scheppingsordinantie in en de Schrift weet er niet van!

De eenvoudigste oplossing is de gewone verklaring: de zonen Gods duiden hier de godvruchtigen, de kinderen Gods, de kinderen des lichts, aan - en de dochteren der menschen zijn de dochteren van de wereldsgezinde lieden, van de kinderen der duisternis.

Tegen die opvatting, dat de zonen Gods de Sethieten waren en de dochteren der menschen de vrouwen uit de Kaïnieten, bestaat niet het minste bezwaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 december 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Vragenbus.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 december 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's