Luther en de Hervorming.
Luther's 95 stellingen.
(7)
48. Men moet den Christenen leeren, at de paus bij het geven van aflaat meer • behoefte heeft aan en dus ook meer begeerte naar vroom gebed voor zich dan aan bepaling van geld. .
49. Men moet den Christenen leeren, dat de pauselijke aflaten nuttig zijn, zoo ze daarop niet hun vertrouwen stellen, maar zeer schadelijk, wanneer zi daardoor de vreeze Gods verliezen.
50. Men rnoet den Christenen leeren, at als de paus ds afpersingen der aflaatredikers kende, hij liever zou willen, at de St. Pieterskerk tot asch werd, an dat die zou worden gebouwd van e huid, het vleesch en de beenderen ijner schapen. [Opmerking: " Luther heeft nog goed vertrouwen in den paus en gelooft niet, dat deze de afzetterij en zwendelhandel van Tetzel enz. zou goedkeuren.]
51. Men moet den Christenen leeren, at de paus, gelijk ook zijn plicht is, oo ook willens zou zijn, van zijn eigen geld, zelfs zoo noodig door de St. Pieterserk te verkoopen, te geven aan diegeen, van wie sommige predikers aflaateld weten los te krijgen.
52. IJdel is het vertrouwen op de zaligeid krachtens aflaatbrieven, al zou de aflaa ommissaris, ja ook de paus zelf zijn ziel aarvoor in pand willen geven.
53. Vijanden van Christus en van den aus zijn zij, die ter wille van de aflaatrediking het Woord Gods in andere kerken eheel het zwegen opleggen.
54. Onrecht geschiedt aan het Woord Gods, wanneer in d& n zelfden predikdien venveel of nog meer tijd wordt besteed aan e aflaten dan aan het Woord Gods.
55. De bedoeling van den paus moet el deze zijn, dat als de aflaten (wat het eringste is) met ééne klok, één.voudige raal en ceremoniën wordeti geëerd, het Evangelie (wat het voornaamste is) met
honderd klokken, honderdyonddge praal en honderd ceremoniën gepredikt worde. 56, De schatten der Kerk, waaruit de pans zgne aflaten geeft, zijn noch voldoende in eere noch bekend bg het volk van Christus.
[Opmerking: Luther gelooft dus dat de paus te beschikken heeft over den schat van verdiensten van Christus en de heiligen. Door den aflaat kan de paus, ook volgens Luther hier, uit den overvloed van goede werken aan anderen mededeelen.]
57, Dat het zeker geen tijdeligke schatten zyn, is wel duidelgk hieruit, dat de meerderheid der aflaatpredikers tndelqke schatten niet zoozeer verspreiden, doch alleen maar verzamelen.
58, Het zgn ook niet de verdiensten van Christus en de heiligen, omdat deze steeds, buiten den paus ODQ, genade bewerken voor den inwendigen mensch, en kruis, dood en hel voor den uitwendigen mensch.
59, De schat der Kerk, zei St. Laurentius, zgn de armen der Kerk, maar hij sprak zoo naar het gebruik van dit woord in zgn tijd.
60, Zonder lichtvaardig te zgn mogen wij zeggen, dat de sleutelmacht der Kerk, gegeven door de verdienste van Christus, die schat is. d b
61-. Het is' derhalve duidelijk, dat alleen tot de kwijtschelding der straffen en der (den paus voorbehouden) gevallen de macht van den paus toereikend is.
62. De ware schat der Kerk is het heilige Evangelie van de eere en genade Gods.
63. Deze schat is echter met recht de meest gehate, omdat hij van de eersten de laatsten maakt.
64. Maar de schat der aflaten is met recht de aangenaamste, omdat hij van de laatsten de eersten maakt.
65. Daarom zijn de schatten des evangelies de netten, waarmee eertyds de menschen van geld gevischt werden.
66. De schatten der aflaten zijn de [ netten, waarmee tegenwoordig het geld der menschen wordt gevischt,
67. De aflaten, die de aflaatpredikers luide als de grootste genadegaven aanprgzen, mogen inderdaad als zoodanig erkend worden, in zoover ze geldelijk gewin bevorderen.
68. Maar ze zijn dat in waarheid allerminst vergeleken met de genade j Gods en de godzaligheid van het Kruis, i 69. De bisschoppen en pastoors zijn I gehouden de apostolische commissarissen i van den aflaat met allen eerbied toe te laten.
[Opmerking: "We zien, dat Luther zich tegen het wiibruik van den aflaad; , zooals hg dat bi| de gewetenlooze aflaatkramers opmerkt, keert. Overigens houdt hij nog vast aan het goede van den aflaat en aan de goede bedoelingen van den paus.]
70. Maar nog meer zijn zij gehouden met alle oogen toe te zien en met alle ooren op te letten, dat deze commissarissen niet inplaats van de opdracht des pausen hun eigen droomen prediken.
71. Wie tegen de waarheid van de apostohsche aflaten predikt, die zij anathema (vervloekt) en vermaledgd (verwenscht).
72. Maar wie tegen de ongebondenheid en loszinnigheid der woorden van een aflaatprediker zorg draagt, die zg gebenedijd, (gezegend en geprezen.) (Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's