De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Luther en de Hervorming.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Luther en de Hervorming.

4 minuten leestijd

Luther's 95 stellingen.

(8)

73. Gelijk de paua terecht met den banbliksein treft degenen die bedrieglijk op eenige wgze nadeel aan den aflaathandel pogen toe te brengen.

74. Nog veel meer richt hij zijn banbliksem op hen, die, onder het voorwendsel van den aflaat, bedriegelgk trachten afbreuk te doen aan de heilige liefde en waarheid.

75. Te meenen, dat de pauselijke aflaten zoo groot zijn, dat zij den mensch zouden kunnen verlossen van de zonde, zelfs al had iemand, om iets onmogelijks te noemen, de moeder Gods verkracht, is krankzinnigheid.

[Opmerking: Men zeide van Tetzel, dat hij dit in een aflaatprediking gezegd zou hebben. Daarop doelt Luther.]

76. Daarentegen zeggen wij, dat de pauselijke aflaten niet de geringste vergefelijke zonden kunnen wegnemen voor zooveel de schuld betreft.

[Opmerking: Luther bedoelt, dat de paus alleen maar de kerkelijke straf, daarvoor opgelegd, kan kwijtschelden.]

77. Dat men zegt: Zelfs al was St. P^rus thans paus dan kon hg geen grootere genadegaven schenken, is lastering tegen St. Petrus en tegen den paus.

78. Wij zeggen daarentegen dat hij en iedere willekeurige paus grootere, heeft nl. het Evangelie, krachten, de gaven der gezondmaking, enz. zooals in 1 Cor. 12.

79. Te zeggen, dat het kruis met het pauselijke wapen prijkend opgericht dezelfde kracht heeft als het Kruis van Christus, is lastering.

80. Rekenschap zullen geven de bisschoppen, pastoors en theologen, die toelaten dat zulke taal tegen 't volk gevoerd wordt.

81. Deze bandelooze prediking der aflaten maakt, dat het zelfs geleerden mannen niet gemakkelijk is den eerbied aan den paus verschuldigd te verdedigen tegen laster of ten minste tegen scherpe vragen der 'leeken.

. 82. Bijvoorbeeld: Waarom de paus het vagevuur niet ledig maakt om de allerheiligste hefde en den uitersten nood der zielen, wat een alleszins rechtmatige reden ware — wanneer hij tallooze zielen er uit verlost om het ongelukkige geld noodig voor ^en bouw eener kerk, wat een aller onbeteekenendste reden is?

83'. En bijvoorbeeld: Waarom blijven de zielmissen en de jaarmissen voor overledenen bestaan, en waarom geeft hij niet terug of staat hij niet toe terug te nemen de fondsen, die daarvoor gesticht zijn, daar het immers onrecht is voor verlosten te bidden?

84, Verder: Wat is dat voor een nieuwe vroomheid door God en den paus ingesteld, dat zij een ónvroom en Gode vijandig mensch voor geld toestaan een vrome ziel te verlossen en toch om d.en nood dier arme en van God beminde ziel ze niet verlossen uit vrije genade?

85. Verder: Waarom zijn de boeteregels wel rnetterdaad, maar niet in het gebruik, reeds lang van zelf afgeschaft en gestorven en worden ze toch nog door het toestaan van aflaten voor geld afgekocht alsof ze nog springlevend waren?

86; Verder: Waarom bouwt de paus, wiens rijkdommen grooter zijn dan van den rijksten Croesus, niet liever de St. Pieterskerk van zijn eigen geld dan van het geld van zijn arme geloovigen?

87. Verder: Wat scheldt de paus kwijt of deelt hij rnede aan degenen, die door volmaakt berouw recht hebben op vol^ ledige kwijtschelding of deelgenootschap (aan de genadegaven der Kerk)?

88, Verder: Wat zou aan de Kerk voor grooter goed toegevoegd worden, als de paus, gelgk hij éénmdal doet, zoo honderdmaal op een dag aan een ieder geloovige zonder onderscheid deze kwijtschelding en dit deelgenootschap schonk?

Naardien de paus het heil der zielen zoekt meer door aflaten, dan door geld, waarom heft hij dan de brieven en aflaten, reeds vroeger toegesta, an op, terwijl ze toch even krachtig zijn ? ^

90. Zulke < §rnstige bezwaren en argumenten der leeken met geweld dempen en niet ze met kracht van grondtn oplossen, is de kerk en den paus er aan blootstellen uitgelachen te worden en de Christenen ongelukkig-maken.

91. Als derhalve de aflaten naarden geest en de meening van den paus worden gepredikt, zouden al die bezwaren gemakkelijk zijn op te lossen, ja, ze zouden heel niet bestaan.

[Opmerking: Ook hier denkt Lüther dus nog op 't gunstigst van den paus, ]

92. Weg dan met al die profeten die aan 't volk van Christus prediken: Vrede! Vrede 1 en het is geen vrede.

93. Goed handelen al die profeten, die aan 't volk van Christus prediken : Kruis! Kruis! en het is geen kruis,

94. Vermanen moet men de Christenen, dat zij zich beijveren hun Hoofd Christus te volgen door kruis, dood en liel heen.

95. En dat zij gelooven mogen, dat zij eerder door vele verdrukkingen heen zullen ingaan ten hemel dan door de gerustheid des vredes.

[Opmerking: Luther stelt de smart en de pijn des berouws en der bekeering, die de voorwaarde zijn voor den ingang in het Koninkrgk der der hemelen, boven den valschen vrede, die wordt voorgespiegeld en gezocht in den aflaat.]

(Wordi vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1917

De Waarheidsvriend | 7 Pagina's

Luther en de Hervorming.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1917

De Waarheidsvriend | 7 Pagina's