Staat en Maatschappij.
Afgewezen,
-De hoop, dat binnen niet al te langen tijd besprekingen over den vrede zouden gehouden worden, zal voorshands niet verwezenlijkt worden.
De nota van de Centrale Mogendheden aan de Entente, gevolgd door het schrijven van President Wilson en waarbg zich enkele neutrale Mogendheden aansloten, stelden het aanknoopen van onderhandelingen in uitzicht.
De oproep in de nota van eerstgenoemde zgde luidde: „De vier verbonden Centrale Mogendheden steUen voor spoedig tot vredesonderhandelingen samen te komen."
Die oproep, welke aanvankelijk zoo hoopvol stemde, is echter op den oudejaarsdag afgewezen. De Entente weigert om overleg te plegen.
En zoo staan de volkeren bij de intrede van den nieuwen jaarkring, waarin de menschenmoord zal voortgezet worden.
Wat nu zoo droevig stemt is dat de vraag aan de orde blijft, welke Mogendheid de schul(ïige is, welk Rgk het was, dat de oorlogsellende ontketende, terwgl toch die andere vraag op den voorgrond moest treden, wie aansprakelgk is te stellen, dat de worsteling met verdubbelde verbitterdheid wordt voortgezet.
Voor die aansprakelijkheid hadden de Mogendheden moeten terugschrikken.
Maar daaraan wordt niet gedacht. De krijg, zoo wordt gedecreteerd, zal tot het bittere einde toe worden voortgezet. Er zijn nog niet genoeg offers gevallen. Nieuwe stroomen bloeds moeten vloeien. Van verootmoediging is nog geen sprake.
Zoo staan de zaken op fit oogenblik. Is er dan nog een.sprankje van hoop?
Heeft het antwoord van de Entente-Mogendheden nog een kiertje van de deur opengelaten, dat ondanks den scherpen blik van staatslieden en journalisten nog niet is opgemerkt geworden?
Of is er nog iets te verwachten van het antwoord, dat de Mogendheden op de uitnoodiging van President Wilson zullen geven?
Zullen misschien de "Centrale Rijken nog een stap voorwaarts doen?
Voor ons, nietige schepselen, hangt over dit alles op het oogenblik nog een dichte sluier.
Maar God regeert. Zij daarin onze troost en onze verwachting.
Geen gelegenheids-instituut.
Het schijnt den vrijzinnigen nog steeds niet duidelgk te zijn, waarom de antirevolutionairen in de Tweede Kamer ook ditmaal tegen het ontwerp-Successiewet stemden.
De Vaderlander, het weekblad van de Liberale Unie, ziet in dat tegenstemmen een bezwaard zgn van het anti-revolutionair gemoed door de bepaling, dat de eed wordt opgelegd hg het betalen van successie. Wonderlijk, zoo schrijft het blad, zooals de heeren toch plotseling in anti-eedsmannen zijn getran^ormeerd I
Nu is daar niets van aan. De beschouwing, hier van vrgzinnige zgde gegeven, raakt kant noch wal Want de anti-revolutionairen zgn geen anti-eedsmannen. Zg hebben in geen enkel opzicht eenig bezwaar om ook bg de successie, wanneer de Overheid dit vordert, den eed af te leggen.
Maar daarover loopt de zaak niet. Van een vrijzinnig blad, dat leiding wil geven, mocht men verwachten, dat het den gedachtengang ook van een politieken tegenstander weet weer te geven. Dr.
Scheurer deed het toch duidelgk uitkomen, waarom op het behoud van den successie-eed geen prijs werd gesteld en waarom het een spotten met hét heilige is, wanneer aan den eed een plaats in het ontwerp gegeven wordt.
Het heeft immers geen pas, om, waar op alle terrein de eed wordt losgelaten, 'op het stuk der belastingen den eed eere te geven. Bg het aanvaarden van een ambt is de eed een hinderlijk ornament, zoo ook is de eed overbodig in het proces.
De geheele behandeling van het eedsvraagstuk, waarmede de Staten-Generaal zich nog onlangs bezighield, toonde aan op hoe weinig waarde de eed wordt geschat.
Maar nauw komt een belastingwet aan de orde, of de Minister verklaart den eed niet te kunnen missen. Het gaat hier om 't geld. En de geheele vrijzinnigheid ' incluis de sociaal-democraten zijn het met de regeering roerend eens. dat de waar . heid aan het licht moet koïnen.
Zoo misbruikt men den eed en maakt men, gelijk wg een vorigen keer schreven, den eed tot een poHtie-agent bg de brandkast.
En aan dergelgke handeling mochten, ^ o. i. terecht, de anti-revolutionairen, voor wie de eed een te heilige zaak is om er op dergelgke wijze mede te laten sollen, niet meedoen.
Van die zijde stemde men dan ook niet tegen het successie-ontwerp, omdat het anti-revolutionaire gemoed tegen de bepaling, dat de eed bg het betalen van successie gevorderd wordt, bezwaar maakte, maar omdat de auti-revolutionair het afkeurt en het in strgd met zijn beginsel acht, de eed als gelegenheids-msütuut te gebruiken.
Het zal nu wel duidelijk zijn geworden van welken aard de bezwaren waren, die tot tegenstemmen noopten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1917
De Waarheidsvriend | 7 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1917
De Waarheidsvriend | 7 Pagina's