De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit den Schat des Bijbels.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit den Schat des Bijbels.

8 minuten leestijd

De val. (2)

Wat zal de beelddrager Gods, die geen onwetende is en hét in 's Heeren nabijheid zoo goed heeft, nu doen? Hoe zal de rijk béweldadigde en wonder-heerliji toegeruste poortwachter van den hof des Heeren zich gedragen, tegenover alles wat z'n God komt belasteren en tegen z'n God zal optreden? Zou hij alles en ieder, die zich aan, Gods Woord durf vergrijpen, die het wagen zal God van goddeloosheid te beschuldigen, die zich onderwinden zal Gods Naam te bezoedelen en die zich vgandig tegen over God durft stellen, aanstonds met geheel zijn hart verfoeien en sterk, door z'n Gods vertrouwen, als een gevaarlijk wezen achter zich werpen? Zal Gods eer, Gods Woord, Gods gave, .Godsliefde hem boven alles gaan, voor zich zelf en voor zijn nageslacht; voor den tijd en voor eeuwigheid? .

De. Heere, de God van liefde en waarheid, wil in een weg van vrije keur, den mensch .gelegenheid geven te bewïjzen, wat hij doen wil. '

De duivel stelt zich verdekt op. Hij bedient zich van een beest, 't welk oi zijn schranderheid 't meest geschikte instrument was, en den mensch in 't geheel niet vreemd. En dat beest richt zit tot Eva, de zwakkere, die gansch niet schuw naar de leugen van het beest luistert en zich wel toegankelgk toont voor de fijn gesponnen redeneering des bedriegers. En na eenig tegenspreken, waarin al aanstonds meer haar twijfelen en hinken op twee gedachten uitkomt dan het kloek getuigen en beslist afwijzen,  wijst zij met de daad, dat zij God voor den voortgang van haar leven en voor den weg van haar nageslacht en met het oog op de gansche aarde niet genoegzaam vertrouwt; zij twijfelt of  God wel 't beste bedoelen voorzit ten opzichte van de geschapen wereld; ( 'het woord van den duivel aannemelijk achtend dan het bedoelen van den-Heere haar Schepper en Maker, grijpt ze naar de verboden vrucht en eet. En de vrouw eenmaal gevallen zijnde, wordt door de Satan dan gebruikt als het middel om den man te verlokken.

Dan kan de duivel de slang missen-Dan heeft hij in Eva, die Adam ter hulpe gegeven was, béter instrument  dan in de slang. En ook Adam, daar gekomen zijnde, wederstaat den booze niet, werpt Satan met z'n leugens  met z'n lastertaal niet achterwaarts, stelt zich niet kloek tegenover zijn vrouw die zich tusschen hem en God stelt - en ook hij loopt óver in den dienst van den vader der leugen, den overste des doods, den ménschenmoorder van de beginne, waardoor de mensch, met, zijn nakomelingen uitvalt uit het zalig Godsleven en neerstort in den dood,  besloten onder Gods vloek, een vijand nu zijnde van God en Zijn dienst, onbekwaam tot eenig goed en geneigd tot alle kwaad. Hier is geen zwichten voor overmacht Hier is moedwillige ongehoorzaamheid bij den mensch! En zoo is de mensch — koning der aarde in dienst overgegaan bg den duivel, den overste der wererld die.veroordeeld is tot eeuwige verdoemen: De vrouw deed dit en de man deed naar eigen keus!

Nu is de beelddrager Gods, de bondgenoot des Heeren, zgn tegenpartijd in handen gevallen. Nu is de erfganaam des eeuwigen levens, een erfgenaam des doods geworden. En tegelijk weet hij dat hij God te vreezen heeft. Hij voelt dat de vloek zijn deel is geworden.  hij weet, dat hij met heel z'n nageslacht op een vervloekte aarde niets-zal ervaren dan allerhande ellende en leed, ja aan de verdoemenis zelve onderworpen ;

Het licht is omgezet in duisternis,  vreugd is tot smart gewerden. De blijdschap is veranderd in bange vrees. Ireinheid in vuilheid. De schoonheid gebroken.

Waarom de mensch zich, met het eigen gemaakt schorte-kleed om de lendenen, in het paradijswoud versteekt zich verbergende voor Gods aangezicht vreezende Zijn toorn en straffen,

We weten wat de Catechismus hiervan zegt: „de mensch heeft zichzelven en : zijn nakomelingen, door het ingeven des duivels en door moedwillige ongehoorzaamheid van deze gaven beroofd (Zondag 4, antw, 9, ) Daarmede is door den Onderwijzer — gelijk door de christ-geloovige — beleden, dat de schuld van den val niet ligt bij God dat de zonde niet uit den Schepper is maar dat de mensch moed-en vrijwillig God verlaten heeft. De mensch wil' den Heere, den Almachtigen en alleen wijzen God, niet aan het roer laten. Hij greep zélf naar het stuurrad. Hg zal het anders doen, een andere richting aan het leven en héél het wereldbestaan en wereldgebeuren geven, waardoor het' beter zou gaan voor den mensch en voor al het geschapene.

Dat had Satan, de oude slang, aartsleugenaar, die van de leugen leeft hem wijs gemaakt.

Die had gezegd: de boom der kennis^ des goeds en des kwaads, dien gij niet moogt aanraken, is de verborgenheid van het hoogste geluk en de deur tot goddelijke voornaamheid en heerlijkheid; welken begeerlijken weg de Heere u afsnijden wil, dewijl Hij u niet gunt u hooger op te werken. Zóo sprak de Verleider, die de menchenmoorder is van den beginne.

En vol geestelijke hoogmoed schudt de mensch het juk, waarvan Satan sprak, Vol driest ongeloof stapt de mensch de gesloten deur binnen. Hij grgpt naar en verboden boom, waarin hij bewijst niet aan Gods hand te willen gaan, op Gods beloften niet te vertrouwen, om Gods bedreigingen niet te geven. Waaree hij bewijst voortaan liever in de wegen des duivels te wandelen en zijn zin te zullen doen.

En in deze éene zonde van ongehooraamheid liggen dus allerlei zonden. ongelük uit deze éene overtreding de vloek en de ellende ontspringen voor allen, die uit de vrouw geboren worden.

Door dezen val, die de menschheid verwijdert van den levenden God, om haar te doen vallen in de handen van en vorst der duisternis en des doods wordt de menschheid van haar heerlijke hoogte neergeworpen en is onze natuur  in al haar deelen veranderd en verdorven geworden; geheel ontgoddelijkt en verdwaasd.

's Menschen verstand werd verduisterd, zijn wil werd ten kwade geneigd, de genegenheden zijns harten werden vervalscht; hij werd een zondaar, van het hoofd tot de voetzolen melaatsch. En wat meer zegt, deze besmetting bleef niet tot het eerste menschenpaar beperkt, maar sloop tot zijn-nageslacht over, waarom wij allen in zonden ontvangen en geboren worden.

De menschheid vormt één levensgeeenschap. In den staat der rechtheid aam tot het eeuwig, zalig leven bestemd, maar door de zonde saam bezoedeld en saam den dood onderworpen. In één menschenpaar had de Heere heel het menschengeslacht inbegrepen, zooals in een eikel de eikeboom, met al z'n takken; zooals in den graankorrel aar en halm besloten zit. Uit één wortel is heel het menschengeslacht, met , de duizende vertakkingen, ontsproten, en uit den wortel heeft' de zonde zich voortgeplant langs stam, tak en twijg'— en al wat er aan de machtige planting der menschheid ooit uitloopt, is reeds bij de geboorte diep onrein in zichzelf.

De ziel, door God rein geschapen, wordt in den moederschoot, saamgeweven met de bedorven menschelijke natuur en de wet der zonde sluipt in haar. over. En in het kinderhart woelen, eer er nog een woord op de tong is, allerlei ongerechtigeden.

De zonde is geen vrucht van navolging; zij hecht zich niet van buiten af aan ons vast, zooals een modderspat tegen ons aan geworpen wordt; zg wordt niet eerst den loop der jaren aangeleerd — maar welt op uit de bedorven diepten des harten, dat gansch verontreinigd is door den val en de ongehoorzaamheid van onze eerste voorouders, Adam en Eva in het paradijs.

Dat is 't gevolg van 's menschen overtreding.

En geen opvoeding, vermaning, beschaving, ontwikkeling, onthouding, oefening kan den mensch voor de zonde bewaren of van de zonde bevrijden. De zonde is geen roestvlek, wat men met poetsen zooveel mogelijk tracht te herstellen met nieuwen glans te geven. De mensch wordt in zonde ontvangen en geboren, en die zonde is geen onvolkoenheid, geen gebrek, geen gewoonte, t welk aangevuld, geleid, hersteld kan worden door den mensch. De zonde is schuld en smet, waardoor gansch de natuur des menschen is aangetast, bezoeeld en verdorven, zoodat geen vleesch en bloed ooit het Koninkrgk Gods zullen eërven, en de mensch onbekwaam is tot eenig goed, en geneigd tot alle kwaad.

Had de mensch God maar vertrouwd en had hij maar in Hem geloofd! De Heere'heeft 't hem zoo gemakkelijk gemaakt! Had hg zijn handen maar niet n driest ongeloof en vol geestelijken hoogmoed uitgestrekt naar den verboden boom! Want dien boom aanrakend is de krone der eere van het hoofd gevallen. hijj is geen profeet, geen priester, geen koning meer.

En neen! nu komt de Heere niet om Adam en Eva te dooden, om zoo alles tot een einde te maken, vol eeuwige marteling of ellende.

De mensch zou voortleven. En het eerste menschenpaar zou uitgroeien tot; een gansch groote familie en de familiën zouden worden tot volkeren. Maar hij moet het land der ballingschap in.

Waarbij de 'Heere Zich uit genade niet onbetuigd zou laten, als de God des levens, der verlossing en der zaligheid.

Maar waarbij de duivel zou voortgaan goden te geven, die afgoden zijn, waarop de mensch, waarop de volkeren, zouden vertrouwen, leunend tegen een witgepleisterde leemen muur, die geen steunsel geeft en telkens groote scharen doet neerstorten in de eeuwige verlorenheid, of bittere ellend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1917

De Waarheidsvriend | 7 Pagina's

Uit den Schat des Bijbels.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1917

De Waarheidsvriend | 7 Pagina's