Luther' en de Hervorming.
Luther en de Boerenoorlog
XIII.
De zaak der hervorming had goeden voortgang In September 1522 mocht de eerste uitgave van het Nieuwe Testament, in het Duitsch vertaald, verschijnen en in die zelfda maand verscheen nog de 2de druk! Ook vervaardigde Luther kerkliederen in de volkstaal en in den aanvang van het jaar 1524 liet hij het eerste Düitsche Gezangboek verschijnen.
Die' nieuwe liederen sloegen in zoowel in de steden als op het land en in menige plaats hebben zij meer uog dan de prediking meegewerkt tot de verspreiding van het Evangelie. Tot bevorder! i g van het schoolwezen, dat hem bijzonder ter harte ging, gaf Lutber in 1524 een geschrift uit: „ Aanjde Raadsheeren van alle steden in Duitschland, dat zij Christelijke Scholen moeten oprichten en onderhouden" Door zijn bemoeiingen omscholen op te richten, waar de jeugd in den geest van hét Evangelie onderwezen werd, heeft Luther den weg gebaand tot de tegenwoordige inrichting der, volksschool en heeft den loop van het Evangelie onder het volk niet weinig bevorderd
Helaas! die stille arbeid, ter bevordering van het werk dèr Hervorming zoo geschikt, werd jammerlijk onderbroken door de ^ verschrikkelijkheden van den Boerenoorlog
In een groot deel van Duitschland heerschte onrust en niet het minst onder de boerenbevolking. De landlieden in Duitschland waren meestal lijfeigenen van de rijke grondbezitters en kloosters en werden door deze niet zelden met zware belastingen en heerendiensten geplaagd en verdrukt. Dientengevolge waren er reeds meermalen in verschillende oorden — in 1514 in Wurtemberg — oproerige bewegingen onder de boeren ontstaan, die men echter telkens weer met geweld had onderdrukt, zonder dat er aan de landlieden eenige rechten of vrijheden waren toegestaan.
Toen nu de hervorming in het leven was getreden, met hare prediking van christelijke vrijheid, die ongelukkigerwijie door velen werd misverstaan, brak opnieuw de opstand onder de boeren uit (1624), ten einde in het bezit gesteld te woriien van de rechten en vrijheden, waarop zij als merischen en als christenen aanspraak meendtn te mogpn maken Deze opstand, in Zwaben ontstaan, trok als een loopend vuur in het voorjaar van 1526_ door de dalen van Scharzwald en tegelijkertijd door Salzburg, Frankenland, de Paltz en den Elzas.
De boeren stelden hunne eischen in 12 artikelen op papier, waarvan de voornaamste waren : vrije prediking van Gods Woord en voor de gemeente het recht haar voorganger zelf te kiezen; afstel van een aantal drukkende lasten, afschaffing der lijfeigenschap enz. Zij vroegen verder vrij hout, vrije visch--vangst en vrije jacht.
Bij al die eischen beriepen zij zich op de Heilige Schrift, het Oude en het Nieuwe Testament Het laatste dier artikelen luidde: „Indien een van deze artikelen niet overeenstemt met Gods Woord, zoo willen wij er van afzien; vinden wij echter in de Schrift stof voor meer artikelen, dan behouden wij ons het recht voor, die toe te voegen aan de genoemde". „Niets dan Gods gerechtigheid", zoo klonk het slotwoord, waarmee zij hun eischen zochten te rechtvaardigen.
In vele gevallen namen de edelen en de bisschoppen de eischen aan bevreesd voor de gevolgen als zij bleven weigeren. Waar men onwillig was om het oor te leen en aan de wenschen der boerenbevolking, trokken gewapende benden onder onstuimige opperhoofden het land door overal verwoestingen aanbrengen.
Hoe langer zoo meer ontaardde de beweging in plundering en roof, waarbij het zeer ruw toeging De 12 artikelen werden vervangen door eer program, dat veel verderging, waarin op een algeheels omkeering van de inrichting des rijks werd aangedrongen. Zelfs deopheffing van de geestelijke goederen werd geëischt.
Geen bisschop of abt mocht voortaan naast zijn geestelijk — een wereldlijk ambt bekleeden. Zelfs de afschaffing van ieder vorstelijk gezag werd reeds in uitzicht gesteld!
Melanchton stond niet sympathiek tegenover de/.e beweging, veroordeelde de twaalf artikelen en gebood hun onderwerping en geduld te oefenen. Luther stond er in den beginne dnders tegenover en had een open oog voor hunne nooden. Hij erkende voor een goeddeel de billijkheid hunner eischen en maande de heeren aan, om, zoo mogelijk, met de boeren een vergelijk te treffeii.
Ongelukkigerwijze sloeg de boerenbeweging hoe langs hoe meer over in een revolutionaire beweging, wat erger nog werd toen Thomas Münzer zich aan 't hoofd stelde van de opstandelingen. Door allerlei omwegen had deze dweeper zich een predikantsplaats te Altstedt in Thuringen weten te verschaffen, waar hij, in tegenstelling met Luther, , die volgens zijn meening veel te kalm te werk ging tegen de misbruiken in - kerk en staat, met kracht en geweld een rijk der heiligen trachtte te süchten. Hij eischte verdrijving van alle heerschappen, predikte gemeenschap van goederen, enz. •Smadelijk viel hij Luther aan, daar deze 'hem. veel te zachtzinnig was tegenover ' de uitbuiting der armen door de vorsten en heeren. Hij maakte hem een verwijt ervan: ', „dat hij onder een glas wijn met de vorsten heult en al hun fouten Vergoelijkt. Zoo ging het van kwaad tot erger, waarbij "vooral persoonlijke anti-pathie en afgunst Thomas Münzer ertoe bracht Luther aan té vallen, uit te schelden en te belasteren, begeerig zijnde een rol te spelen, waardoor Luthers optreden in de schaduw gesteld werd. Zoo noemde hij den Hervormer bij zekere gelegenheid den Wittenberger paus, doctor Leugenaar, volksverrader, broeder Goedleven. juffrouw Maarten, de kuische Babylonische
Dit kostte Thomas Münzer zijn ambt in Altstedt, vanwaar hij zich - terugtrok in Mühlhausen en het gebied van Munsfeld, om daar den boerenstand meer nog tot oproer aan te zetten.
Tevergeefs beproefde Luther de revolutie te bezweren. Thomas Münzer wist duizenden rondom zich te vergaderen en deze steeds grooter wordende schare luisterde gaarne naar zyn dweepzieke krijgsleus: „Nu vooruit, vooruit, vooruit ; Het is tijd, de booswichten zijn versaagd als honden; sla er op, sla er op, sla er op ! Geen erbarmen."
Vele kloosters en kasteelen werden in de asch gelegd
Toen zond Luther een geschrift in de wereld „tegen de roof-en moordzieke boeren", waarin hij de vorsten vermaande, om de oproerlingen door kracht van wapenen te onderwerpen en tot gehoOrzaamheid te brengen. Weldra brachten deze nu hunne legers te velde Bij Franhnhausen kwam het den I5den Mei 1525 tot een treffen en de boeren werden! gansch verslagen Bijna 5000 hunner werden zoo goed als weerloos neergelegd, Thomas Münzer werd gevangen genomen en na gefolterd te zijn, ter dood gebracht.; Zoo eindigde de Boerenoorlog in 1525 maar de zaak van de Hervorming, in rechte banen geleid, had goeden voort-gang.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's