Allerlei.
Des vromen rust.
Laat krijgen en schanden en rooven en branden Verwoesten, verwoesten de landen,
Laat komen de donder, de winden en stroomen, Wat schaadt het, wat schaadt het den [vromen?
Zijn schat is onzichtbaar en grooter in waarde. Dan hemel, dan hemel en aarde.
Zijn krachten en heersching gaan alles te boven, Wat zou men, wat zou men hem rooven ?
Als zware' geruchten een ander doen zuchten En woelen, en woelen, en vluchten,
Dan zit hij in vrede, in ruste, in vreugd en Omsingeld, omsingeld met deugden.
Verliest hij zijn have en leven te gader, Zóo komt hij, zóo komt hij te nader
Zijn Heere, zijn oorsprong, zijn rijkdom, zijn leven, Waarom dan, waarom dan gebleven?
JAN LUYKEN
1649—1712).
In den smeltkroes der beproeving wordt het goud des geloofs gelouterd, opdat het des te schooner glansen zal.
De Heere doet smart aan, maar Hij verbindt ook; daarom tot Hem met onze smart gevloden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's