Allerlei.
Onze straf op Hem.
't En zijn de Joden niet, Heer Jezu! die u kruisten, noch die verraderlijku togen voor 't gericht, noch die versmadelijk u spogen in 't gezicht, noch die u knevelden, - en stieten u vol puisten;
't En zijn de krggslui niet, die met hun felle vuisten den rietstok hebben of den hamer opgelicht, of-het vervloekte houtop Golgotha gesticht, of over uwen rok saèm dobbelden en tuischten:
Ik ben 't, o Heer'! ik ben 't, die u dit heb gedaan; ik ben de zware boom, die u had overlaèn, ik ben de taaie streng, daarmee gg waart gebonden,
de nagel en de speer, de geesel, die u sloeg, de bloed-bedropen kroon, die uwen schedel droeg; want dit is al geschied, eilaes, om zgne zonden!
JACOB REVIUS
(1586—1658)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 maart 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 maart 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's