Staat en Maatschappij.
Matige diensten bewezen.
De heer de Visser, Katwijk's afgevaardigde, heeft de vorige week met zijne lofrede op den minister van Oorlog in de Kamer de zaak der geestelijke en zedelijke belangen der militairen maar matige diensten bewezen. Niet dat wq aan eenig Kamerlid het recht zouden willen betwisten, om, wanneer deze zich daartoe geroepen acht het beleid van een minister te roemen, of in het speciale geval, dat wg hier op het oog hebben. Dr. de Visser er een grief van zouden willen maken, dat hij minder streng afkeurde wat door anderen als schadelijk werd aangeduid. In geenen deele! Wat een lid der Kamer zegt, blijft voor zijne eigene verantwoordelijkheid Maar wij gelooven in deze zaak, dat de afgevaardigde van Katwgk, hij moge dan veldprediker in algemeenen dienst zijn, toch niet op de hoogte is van hetgeen onder de gemobiliseerden leeft.
Deze zelfde gedachten vonden wq ook in het laatste nummer van De Nederlandsche Krijgsman uitgedrukt, waar de redactie van dit weekblad schrgft:
Oi we het dan met Dr. de Visser, die den minister con amore verdedigde, eens zijn, dat, igezien den goeden geest in ons leger, Gods zegen kan worden ingewacht als het eenmaal tot het ergste komt? We betwijfelen zeer, ot de veldpredikers, die nu al twee en een half jaar lang in-en uitgaan bij de militairen, en die uit den aard der zaak den geest van het leger beter zullen kennen dan Dr. de Visser, dit zoo geheel met hem eens zijn. Zeker, er zijn vele goede elementen onder de officieren en de ondergeschikten. Veel dat ons met hoop en blijde verwachting vervult. Maar er is ook zeer veel dat ons beangstigt. Het gebruiken van ruwe taal neemt niet af, maar eer toe. Het Kerkbezoek is gering. De wereldsche vermakelijkheden zijn druk bezocht Er is weinig belangstelling voor de geestelijke dingen, ook bij de officieren. Toen bijvoorbeeld in Januari Dr. de Visser in een groote gamizoensplaats op een avond sprak, waren daar slechts twee officieren tegenwoordig Als in diezelfde stad een militair feest is, wemelt het van officieren met hun dames.
Het lust ons niet op alle gebreken te wijzen, die we zien. Er zijn zeer ernstige dingen, die ons met smart vervullen. En al zijn wij de laatsten om op ons leger te schelden; al blijven wij hopen en hopend arbeiden, de toon van Dr. de Visser was waarlijk al te optimistisch.
Dit oordeel uit De Nederlandsche Krijgs b man onderschrijven wg, naar hetgeen R ook ons ter oore kwam, geheel. Wat de vGt redactie van het blad hier zegt, is geheel overeenkomstig met wat in het leger valt waar te nemen.
Toch was het gedeelte der redevoering van den heer de Visser, waarin hg den geest in het leger besprak, niet wat tot eenig bezwaar kon aanleiding geven.
Anders stond dit echter met den algemeenen indruk, welken de afgevaardigde van Katwgk wilde vestigen, alsof het tegenwoordig met de behartiging der geestelgke belangen der gemobiliseerden geheel in orde is. Dat de heer de Visser daarin bij de vrijzinnige pers slaagde, bleek wel uit den lof, welke, hg voor zijn steun aan den minister van Oorlog big de linksche bladen inoogstte.
Nu is dit misverstand voor een niet gering gedeelte toe te schrijven aan de verwarring, welke de heer de Visser met zgne redevoering stichtte.
Bet onderwerp van discussie in de Kamer had geloopen over de behartiging' van de geestelgke belangen der gemobiliseerden, terwijl de heer de Visser daarna als thema voor zijne verdediging van het ministerieel beleid de bevordering van de godsdienstige behoeften der militairen nam.
Beide zaken werden door den afgevaardigde van Katwgk nu niet genoegzaam uit elkander gehouden En op zijn voetspoor deden de vrijzinnigen, die aan de debatten deelnamen, dit al evenmin. Men roemde de maatregelen door den minister genomen ter zake van de geestelgke belangen, terwgl men de godsdienstige behoeften besprak.
Nu was er over de vraag of er behoorlgk voorzien wordt in de godsdienstige behoeften der müitairen geen verschil van gevoelen aan den dag getreden, zelfs was dit punt ternauwernood aan de orde gekomen. Wel was geklaagd over gebrek aan belangstelling van de militaire overheid in de behartiging van de geestelgke belangen, van welke aangelegenheid de voorziening in de godsdienstige behoeften een onderdeel uitmaakt.
Er werd daarbg gewezen op het toenemend misbruiken van Gods heiligen Naam; het niet voldoende acht geven, dat op Zondag geen onnoodig werk wordt verricht; de geringe medewerking om het reizen op Zondag te voorkomen, ; het losraken der bestaande bepalingen ten opzichte van het bidden bg de maaltgden; het onthouden van genoegzamen steun aan de militaire tehuizen en op zoovele andere onderwerpen meer. Alle ooizaken, die de geestelgke inzinkingvan onze christen-militairen tengevolge tiebben.
Het was jammer dat de veldprediker in algemeenen dienst in de Kamer al deze onderwerpen onbesproken liet en zich uitsluitend bepaalde tot de voorziening in de godsdiensMge behoeften.
Over die voorziening stak hg de loftrompet en vestigde daardoor zelfs bij den minister den indruk dat het beleid van de militaire overheid ter zake van de behartiging der geestelgke belangen niets te wenschen overliet. Met dit optreden bewees de veldprediker dien geestelgken belangen maar matige diensten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 maart 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 maart 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's