De rok zonder naad.
Welk een weerzinwekkend tooneel, daar aao den voet van het kruis op Golgotha voor allen er tegenwoordig, die Zijne verschijning liefhadden. Hun Heiland in doodstrijd, om hunnen dood te verslinden tot overwinning ., .. en een rot van beulen, die om het kleed Zijner verschijning, den rok zonder naad, dobbelen.
Dat schouwspel moet de ziel der discipelen en discipelinnen pijnigen; immers in dat kleed was Hg met hen; aan dat kleed herkenden zij hun Meester, als Hij tot hen inkwam. Ruwe handen grijpen nu, waarvan eens met smachtend verlangen een vrouw in haar nood den zoom trachtte aan te raken.
En zoolang reeds het Kruisevangelie wordt gepredikt, en het geloof aanbiddend in den geest op dezen heuvel heeft vertoefd, zijn door alle eeuwen de dobbelaars öm dat kleed Zijner veröchijning aan den voet van datzelfde kruis aanwezig. Met den rug naar den Gekruisigde, negeerend en ontkennend deze supranatureele Godsopenbaring in het vleesch, maakt de wijsheid aller tijden zich in haar denkers op, om den vorm zijner verschijning té ontleden, en de „Jezusvraag" onder eigen wijsgeerig systeem onder te brengen. Men wil op de uiterlijke verschijning, op zijn kleed voor eigen philosophisch denken beslag leggen en het elkaar in verfoeilijk spel afdobbelen.
En ook hier zien we, hoe God de wijzen vat in hun arglistigheid, want, zij het dan dat hun het Evangelie verborgen blijft, Christus blijkt nochtans de Rots; is het niet des Behouds, dan de Rots der Ergenis.
Verfoeilijk; of erkent één der zulken, Ernst Rénan niet: „wanneer het wonder en de inspiratie van bepaalde boeken waarheid zijn, dan is onze methode verfoeilijk". En niettemin is de vrucht van zijn denken geweest, dat Jezus' leven als in rotoantisch kleed der Evangeliën moet beschouwd, als product van teugellooze phantasiè zijner tijdgenooten. En een ander, - (B. Bauer) laat zijn ijdel denkvernuft meespelen, en wint het verre van zijn voorgangers, door het geheele historisch bestaan van Jezus te loochenen en dus wordt het kleed Zgner verschijning tot èen gefingeerd beeld.
Uit de school van Hegel kwam de stuw, om de historische critiek in nieuwe banen te voeren. Alle godsdiensten moesten object van vergelijkende studie worden, , om daaruit de eenheden van godsdienstuiting te distilleeren, en verder ze naar analogie te systematiseeren. Gevolg was, daf het Christendom een nieuwe uiting van het Bpeddhisme werd en Christus verschijnt uw in nieuw licht, als een tweede Gotama. Het k^eed Zijner verschijning in nieuwe handen ... als Boeddistische mantel.
Dat ook hier bleek, dat de fortuin niet bestendig van duur is en in de filosophische wereld kwam het kleed Zijner verschgning dra weer in andere handen.
Het moderne Jezusbeeld komt. Erkennend de werkelijkheid van Zijn bestaan, blijft men met den rug naar het kruis, kent geen openbaring, en haalt verachtelijk 'dé; schouders op als een hoofdman over Honderd blijft uitroepen: „Ja waarlijk, deze mensch was Gods Zoon."
Voor dèn modernen mensch blijft hij slechts mensch bij uitnemendheid; zijn kleed is, nu een voortreffelijk weefsel van heerlijk, menschelijke deugden. En geen wonder, 'dat nu ook de sociaal voelende geesten van den nieuweren tijd zich geinteresseérd hebben voor dien Man van smarten. We behoeven slechts te herinneren aan mannen als Kautsky, Losinsky, Tolsfójfèn Wagner, die allen het Christendom gingen exploiteeren voor hun sociale'ideën. Het kleed zijner verschijning is dè roode mantel van den volksleider öf het bleeke ragfijne kleed van den weerloozen Jezus van Nazareth, wiens beeld Tolstoï ons in zijn werken uitbeeldt.
En evenwel, hoe men ook beraamt, om door spitsvondige, ijdele verzinning den Gezïllfde aan te randen, na zooveel eeuwen blijkt toch zijn kleed te zijn 'de rok zonder naad.
De hoogste eenheid, die het wezen van den logos', in het kleed zijner vleeschwording voor de geheele wereld afdrukt, blijft ais een kostelijke rok zonder naad ' voor Gods Kerk bewaard, ondanks alle aanvallen. Christus de vervulling der wet, eenheid van Gods openbaring in oud en nieuw verbond, in symbool afgeteekend door dèn rök zonder naad. Oude en Nieuwe Testament, niet als twee onderscheidene uitdrukkingen van Gods wezen, en dan vereenigd en samengevoegd door Christus bij zijn komst, als een kleed met een naad.
Maar oüde en nieuwe bedeeling als schering en inslag van het weefsel dat afloopt van bovén naar beneden, tot het de vermorzelde verzenen bedekt en al het voorzegde is vervuld. .
Telkens slaat de spoel van het: opdat vervuld zou worden hetgeen geschreven is, door de uitgespannen diaden van Gods Raad. En (lees er de Evangeliën op na) rusteloos gaat die spoel in 't laatste stadium van zgn lijden, om volkomen af •te weven "dat kleed, dien rok zonder naad, Tot dit: ; 'Hij nu wetende dat alles vervuld was, zeide: „Mij dorst" Toen Jezus dan den edik genomen had, zeide Hij: Het is'Volbracht. En ondertusschen wordt daar aan zijn voeten de Schrift weer vervuld die zegt: Over mijne kleeding hebben zij het lot geworpen. En al gaan zij om dat kleed dobbelen, die beulen, en al blijft de wereld verzot op dit spel, toch; welk een heilige bestiering des Heeren dat deze rok niet gedeeld wordt.
Heerlijke troost voor Gods Kerk door alle tijden heen, dat deze rok zonder naad dat deze geopenbaarde waarheid nooit kan verscheurd, al worden er ook onheilige handen aan geslagen. Bemoediging voor allen, die den Christus Gods aan de; gemeente voorstellen in het kleed der Hèilige Schrift, in den rok zonder naad, 'Troost voor zgne gekenden, die in dat kleed mogen zien het beeld zijner volmaakte gerechtigheid, waardoor Hq volkomen kan zalig maken die door Hem tot Göd-gaan Maar ook dat kleed zonder naad ernstige roepstem, die zijn Woord uitdragèn opdat zij het pand hun toebetróuwd rein bewaren zouden. Dat kleed, waarin hij voor Israel verscheen, - was zekêr-éèn eenvoudige mantel. Hoe kan het anders; immers de drager sprak het uit: * Leer van mij, dat ik nederig van harte bên.
Alle gedachte van praal bleef bij zijn verschijning verre. En daarom zal ook Zijn? -wöörd in eenvoudigheid gebracht dienen te worden, aan dé gemeente.
Maar toch drukt die mantel uit één stuk geweven iets uit, wat bij velen onzer hedendaagsche predikers zoo schaarsch gevónden .wordt. De een is slordig in woord en beeld; een ander geeft een prediking, die meer doet denken aan Jozefs veelvérvigen rok, of nog meer aan een bedelaarsmantel uit verscheidene stukken zonder orde samengestikt. Een aaneenrijging van opzichzelfstaande, verbandloozé; meest dogmatische gemeenplaatsen.
Geen uitweven van de gedachten uit den schat van het Woord. Een ander voelt schijnbaar niet, dat er toch in dien geweven rok zonder naad iets deftigs ligt uitgedrukt, dat in het Woord zelf als een der predikersdeugden naar voren wordt gebrétéht; Hoe plomper, hoe ruwer, hoe onbéstuudëérder hoe mooier; helaas in in enkele kringen eén gezocht soort prediking. Sommigen vergeestelijken dat tot een systemtisch, ragfijn', ijl weefsel, zoodat het slechts onder suggestie van het oogenblik als kleed der Schrift kan gezien worden: . O zeker niet het kleed maakt den-toon, niet de onberispelijke vorm de goède preek, want onder dat kleed zondër naad klopte een hart vol liefde en ontferming. Zoo zal ook in het'uitgedragen woord iets moete trillen van het leven des geloofs, zal het wel zijn.
Een voörrecht daarom als de prediker zelf niet vreemd is aan die kostelijke geloofservaringen, door Gods Geest in zijn hart'gewerkt, waardoor hij oog krijgt voor de mystieke unie van Christus met zijn gemeente, 't Zal hem in zijn gangen voorhouden telkens weer, dat de plaats waaïcfp hij staat heilige aarde is.
„Bewaar het pand u toebetrouwd, " zou dat ook geen klemmende vermaning richten tot hen, die het woord met zachtmoedigheid behooren te ontvangen en niet mét vooroordeel en critiekzucht tegenover hem, die het brengt. Ook dat kan de rok zonder naad ons leeren. De oud-christelijke Kerk heeft de verschillende episoden van Jezus lijden omsierd met legenden. Ook de rok zonder naad heeft de hare. De sage vertelt dan, dat Pilatus, wegens zijn overgave van den Christus aan de Joden voor keizer Tiberius werd geroepen. Hij had onder zijn kleed, den rok van den Heiland verborgen. "En telkens kon de verontwaardigde keizer niet anders dan vriendelijk tegemoetkomend zijn jegens den beklaagde, totdat de oorzaak in het verborgene kleed ontdekt werd.
Een rijke leering voor hen .die naar .het geklank des Evangelies luisteren. Een maning tot gebed om allen schadelijken invloed te weren uit het hart, bij het neerzitten onder' de uitdeeling der verborgen schatten. Niet te zien op den persoon des predikers, maar op het ver-borgen kleed van hun Zender, die ze' riep, tot gezanten van Christus. Ziet dan hoe gij hoort, naar hen die mogen zeggen: Ik bid u van van Christus wege laat u met God verzoenen.
D.
V. S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's