Financiën.
Mag de Paaschcollecte voor het Leerstoel-en Studiefonds zijn? : :
Wij zullen ditmaal eens met de ons bekende en belangrijke vraag beginnen. Wij zetten ze bovenaan opdat er goed de aandacht op zal vallen en zullen nu eens op geen andere zaak als deze den nadruk laten vallen. Wij komen thans uitsluitend met deze vraag tot alle predikanten, ouderlingen, diakenen, kerkvoogden, tot allen die hierover te beslissen hebben of hun invloed ten goede kunnen gebruiken. Wij zouden wel willen vragen, voor zoover dit nog niet is geschied : neem nu voor eens en voor altqd eea afdoend besluit om vooreerst de Paaschcollecte voor dit doel te bestemmen, zoodat er niet elk jaar opnieuw van gedachte behoeft gewisseld te worden, het voor en tegen overwogen en het niet van een of twee stemmen behoeft af te hangen of dat zal gebeuren of niet.
Deze week had ik een gesprek met iemand, die bij de doleerenden behoorde. Deze vertelde mij dat hij niet kon begrijpen dat iemand - zooals ik, die van gereformeerde belijdenis was, nog langer in die gruwelijke Herv. Kerk kon blijven, waar zulke ongéreformeerde toestanden heerschein enz. Het is niet noodig alles op te noemen wat hij voor kwaads van de Herv. Kerk zei. Hoor eens man, antwoordde ik hem, je weet den toestand nog maar half. Ik zou er nog heel wat aan toe kunnen voegen. Ge maakt het nog niet eens zoo erg als het wel is." Maar ik vraag u of die toestand nu beter zal worden als ik en alle Gereforineerden er uit loopen. Ik zie niet in hoe. de toestand daardoor iets zou verbeteren. En dan zou ik u ook wel eens willen vragen: wie heeft dien toestand zoo laten geworden. Dat is niet de schuld van de Ohineezen en Japanners, dat heeft uw vader, groot-, overgroot-en bet-overgrootvader gedaan. Dat is dus een schuld, die wij van onze voorouders hebben geërfd en aanvaard. Nu moogt gij het knap vinden om er buiten te gaan staan en dan er op te schelden. Maar gij scheldt daarmee uw eigen voorgeslacht, en wie zijn familie schendt, die schendt daarmee zijn eigen aangezicht. Neen mannetje, het was beter geweest als ge er niet waart uitgegaan, dan hadt ge uw invloed ten goede kunnen gebruiken. Bovendien, laat ik u eens vertéllen dat ik vast geloof dat zelfs nu nog de toekomst van de Herv. Kerk is aan de gereformeerden, om de eenvoudige reden dat in deze belijdenis alleen grond en vastigheid is voor des menschen ziel. En laat ik u er bij vertellen dat steeds grooter deel van de Hervormden dit gaat gevoelen. In de. laatste jaren is het gereformeerd element in de Herv. Kerk geducht toegenomen. Al grooter wordt het aantal gemeenten dat vraagt naar een predikant van gereformeerde belijdenis. En — daar zult u misschien vreemd van opkijken — als er op 't oogenblik een 30-of 40-tal gereformeerde predikanten disponibel waren, die zouden allen direct geplaatst kunnen worden. Het is jammer dat ze er niet zijn. "Ook voor dezen nood gaan de oogen open. Vandaar ook dat het geref. .volk in onze Kerk zoo van harte bijdraagt aan die fondsen, die hierin verbetering trachten te brengen. Ons Leerstoel-en Studiefonds heeft het vorig jaar weer duizenden opgebracht. Man, je hadt eens op onze jaarvergadering moeten wezen, en als je gehoord hadt wat er in het afgeloopen jaar bij elkander is gekornen voor dit doel, je zoudt je handen in elkaar geslagen hebben en je zoudt gezegd hebben: Hoe heb ik het nu? Ben ik hier ineen kring van Hervormden? Dat is niet te geloovenl.En toch is het zoo! Disiarom, beste jongen, het is beter te trachten er wat aan te doen, dan er buiten te gaan staan en te schelden op een toestand, die uw en mgn voorouders zoo hebben gemaakt. Eo nu wil ik je geen pijn doen en je behoeft er mij niet op te antwoorden. Maar ik wil u deze vraag doen: Nu sta je er buiten; is nu bq u allesrozengeur en maneschijn ?
Waarde lezer, misschien heb ik onze Kerk tegenover dien doleerenden broeder heel slecht verdedigd en zoudt u het veel beter gedaan hebben. Ik spreek het niet tegen en beken gaarne mijn onbekwaamheid in deze. Maar één ding zou ik u toch vragen: Toont gij nü ten minste dat ik van u, als Gereformeerde Her vormden, niet te veel heb gezegd en dat, als het er op aankomt, gij in offervaardigheid voor de Waarheid niet achterstaat bij hen, die u om uw blijven beschimpen. Daartoe bieden de aanstaande feestdagen een goede gelegenheid en wel door te besluiten om op dien dag een collecte te doen houden voor
HET LEERSTOEL-EN STUDIEFONDS.
Als ik zie hoe betrekkelijk weinig er deze week is binnengekomen, dan heb ik veel hoop dat de Paaschcollecten schitterend zullen zijn, want dan acht ik dit het gevolg, dat een ieder denkt: Neen, laat ik nu nog wachten töt Paschen, dan komt er' een collecte en zal ik er aan medewerken dat die flink is en niet kruimelig.
Intusschen verblijd ik mij toch dat men mij niet geheel en al vergeten heeft en dat ik mag mededeelen te hebben ontvangen uit:
Den Bommel, van ds, J. G. R. Langhout de opbrengst van de collecte bij een spreekbeurt, gehouden door ds. J. J. V. d. Pol, zgnde f25, en uit
Veenendaal van ds Jongebreur f 10 uit de lidmaten-catechisatiebus.
' Dit is alles. Ik ben alzoo spoedig klaar met mgn opgave. Wij zullen nu maar weer afwachten wat de volgende weken ons zullen brengen, en moed houden.
J. C. FLIEHE,
Penningmeester.
Arnhem, G. A. v. Nispenstraat 18.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's