De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Luther en de Hervorming.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Luther en de Hervorming.

7 minuten leestijd

De voortgaog van het werk der Hervorming in Duitschland.

XV.

Frederik de Wijze Luthers machtige vriend en beschermer was den 5 Mei 1525 zacht in zijn Heiland ontslapen, in de regeering opgevolgd door zijn broeder Johan. Ook deze stond openlijk de zaak van Luther voor en deed alles wat hij kon om de Hervorming te bevorderen; vandaar ook zijn bijnaam de Standvastige.

Waar volgens het besluit van den rijksdag te Neurenberg in Januari 1524 het Edict van Worms wel niet opgeheven werd, maar de uitvoering aan de Stenden werd overgelaten, waardoor feitelijk de verdere uitbreiding der reformatie mogelijk gemaakt werd, maakte het werk van Luther ook werkelijk in alle streken van Duitsehland rassche vorderingen.

Hier in te grijpen, door een goede organisatie te geven aan het onderwijs op school en catechisatie, was mee het doel van den keurvorst Johan den Standvastige, alsook van Luther zelf.

Al spoedig na de aanvaarding der regeering droeg de keurvorst aan Luther en Melanchton de taak op, om in alle plaatsen van zijn vorstendom een onderzoek in stellen naar den toestand der kerken en scholen en daarbij de noodige verbeteringen in te voeren.

Bij dit onderzoek werden de Hervormers diep getroffen door de verregaande onkunde, die zij zoowel bij de geestelijken en onderwijzers, als bij het volk aantroffen. Ook het zedelijk leven bij de voorgangers liet maar al te veel te wenschèn over.

Ten einde zooveel mogelijk de onkunde te verhelpen stelde Luther in 1529 den grooten en den kleinen catechismus op, gevende een verhandeling over de 10 geboden, de geloofsbelijdenis en het „Onze Vader". De groote uitgaaf met bet oog op de onderwijzers en de geestelijken, om die te gebruiken als leiddraad bij het onderwijs; de kleine editie voor het volk en de jeugd, om het als leerboekje te gebruiken.

Uit de opbrengst der verkochte kloostergoederen werden zooveel mogelijk nieuwe scholen opgerióht en de onderwijzers op behoorlijke wijze bezoldigd.

Tot regeling van den eeredienst en met oog op de institueering van kerken had Melanchton reeds in 1527 een visitatiereglement opgesteld. (Unterricht der Visitatoren an die Pfarrherren im Chur-'fürstenthum Sachsen; in 1527 door 'Melanchton in het Latijn vervaardigd, in 1523 door Luther in 't Duitsch vertaald en voorzien van voorrede en aanteekeningen). Predikanten werden ontslagen, misbruikeü afgeschaft, kerkelijke zaken geregeld.

Luther zorgde daarbij voor de noodige kerkliederen, deels door ze zelf te vervaardigen, deels door bestaande oude liederen om te werken, en legde daarmede den grond tot den liederenschat der Duitschevangelisché Kerk.

Intusschen werkte Luther voort aan de vertaling des Bijbels in de Duitsche volkstaal, waaraan hij op den Wart burg de eerste hand had gelegd. Het werk vorderde in die mate, dat in September 1522 het Nieuwe Testament verscheen (in December reeds een tweede druk). In 1523 volgde het 1ste deel van het O. T. en wel de 5 boeken van Mozes; daarna volgde in 1524 het tweede deel, bevattende de overige historische boeken. Ook was spoedig het 3de deel voor de pers gereed, zqnde een vertaling van Job, Psalmen, Spreuken, Prediker en Hooglied. Eindelijk volgde in 1532 het 4de deel, bevattende de Profetische boeken, waarvan eenige reeds vroeger afzonderlijk verschenen waren. De eerste volledige Duitsche Bijbel, bevattende alle de canonieke èn de apocriefe boeken, verscheen in 1534.

Zoo werd de hand ijverig geroerd tot verbreiding der waarheid en het werk der reformatie mocht door den Heere gezegend worden.

Natuurlgk dat tegenstand en vervolging niet uitbleef. Vooral in Zuid-Duitschland roerde zich in deze Ferdinand, des keizers broeder, die in 1524 begon om de Lutherschen heftig tegen te staan, waardoor de nationale eenheid in het rijk verbroken werd. Vooral in Noord-Duitschland wekte dat grooten weerzin.

In 1524 sloten de Roomsche vorsten, op aansporen van dèn pauselgken legaat, te Regensburg en in 1526 te Dressau een verbond tot handhaving van het oude geloof.

Toch bleef een scherpe beslissing tegen de evangelischen uit. De reden hiervan is wél voornamelijk te zoeken in het feit, dat de keizer, bij zyn oorlogen met

Frankrijk en Turkije, de evangelische vorsten noodig had en dus ontzien moest.

Deze laatsten begrepen zeer goed waarom men hen met rust liet en achtten het deswege noodig om in 1526, onder leiding van Philip van Hessen te Torgau insgelijks een verbond-te sluiten, ter bescherming tegen mogelijke gevaren.

Zóo stonden de zaken toen 25 Juni 1526 dé rijksdag te Spiers bijeenkwam.

De Roomschgezinden maakten daar de meerderheid uit, maar men durfde niet doortasten en men besloot, dat de Hervormden zich gedragen zouden, tot op een algemeen cönciUe de zaken nader onderzocht en vastgesteld zouden worden, zooals men het voor God en den keizer zou kunnen verantwoorden.

Toen echter in 1529 weder een rijksdag te Spiers gehouden werd, stonden de zaken anders. De keizer had over zijn machtigen mededinger; Frans I, op schitterende wijze getriomfeerd. Het Fransche leger was den 24sten Febr. 1525 bij Pa via geslagen en de koninklijke aanvoerder zelf was onder het getal der gevangenenI In de hoofdstad van het Spaansche rijk werden hem de harde voorwaarden ter teekening voorgelegd. Wel was de Fransche koning onder bescherming van den. Paus weer tegen Karel V opgestaan en had Rome, Engeland, - Frankrijk en enkele kleine Italiaansche vorsten zich vereenigd tegenover den keizer in een «heilig verbond" (la sainte ligue te Cognac 22 Mei 1526). Maar de keizer had zich weten te wreken op Rome en den Paus, met gevolg dat de Paus, Clemens VII, 6 Mei 1527 gevangen genomen werd en voor vele maanden opgesloten werd op den Engeknburg.

Deze onrust was nu voorbq.

De keizer had zich weder geheel met den Paus verzoend en. in Augustus 1528 werd een nieuwe Rijksdag te Spiers uitgeschreven.

Nu wilde men van Roomsche zijde doortasten. Men besloot het edict van Worms in de Roomsche landen uit te voeren en in de Evangelische landen zou men met de Reformaties niet verder mogen gaan.

De mis mocht aan niemand belet worden, de geestelgke stand moest in zijne rechten .worden geëerbiedigd; de goederen en de kerkelijke belastingen moesten aan de priesters teruggegeven worden; ook mochten verder geen nieuwigheden worden ingevoerd.

Hierdoor werd de Roomsche godsdienst dus feitelijk beschermd en geholpen, terwijl de hervorming werd gedoemd tot een doodelijken stilstand.

Hier konden de Evangehsche vorsten geen vrede mee hebben.

De vorsten van Keur-Saksen, Hessen, Lüneburg, Anhalt, Brandenburg en veertien rijkssteden dienden dan ook 19 April 1529 een protest in tegen de besluiten van den Rijksdag, terwijl zij tegelijk de vergadering verlieten.

Dit mondeling protest werd nog dienzelfden dag gevolgd door éen schriftelijke verklaring, om in de acta van den Rijksdag te worden opgenomen. Een tweede uitvoeriger protest, 16 folio bladzijden groot, werd den volgenden dag opgesteld en na door de Evangelische vorsten onderteekend te zijn aan koning Ferdinand (de keizer zelf was niet tegenwoordig) toegezonden.

Deze weigerde evenwel dat stuk in ontvangst te nemen.

22 April werd de Rijksdag gesloten en werden de besluiten, waartegen het protest ging, definitief vastgesteld.

Om aan het ingediende protest een meer juridischen vorm te geven, kwamen Zondag 25 April de raadsheeren van de Evangelische vorsten bijeen en nu werd het officieele stuk opgesteld, waarin de vorsten en steden protesteerden tegen de besluiten van den Rijksdag. Dit stuk was 13 folio bladzijden groot en is door de Evangelische vorsten in het licht gegeven, 't Was bij het protest een appèl (beroep) op den Keizer, op een Vrije Kerkvergadering en op den hemelschen Rechter.

Zoo zijn er dus drie vormen van dat Protest, maar die niet anders zijn dan nadere uitwerkingen of meer juridisch geformuleerde omschrijvingen van het eerste mondelinge protest.

In wezen verschillen deze drie protesten niet. De kwestie was er alleen maareen van vorm.

Men kan dit Protest en Appèl (Instrumenium jappellationis) vinden bq J. J. Muller Historie van der evangel. Stande Protestation und Appellation, Jena 1705, 40, Seite 52. De hoofdinhoud deelt Gieseler mee § 232 not. 31. Merl d' Aubignê Histoire de la Reformation du XVI siècle t. IV p. 87 geeft een Fransche vertaling van het uitgebreide protest. Evenzoo moet de tekst staan afgedrukt in Walch's Schriften Luther's XVI p. 632 en v.v.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Luther en de Hervorming.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's