Staat en Maatschappij.
De salarissen der onderwijzers.
Het is zoo alleszins begrijpeigk, dat de onderwijzers reikhalzend uitzien naar verbetering van hunne financieele positie.
Vooral betreft dit de onderwijzers aan de bijzondere scholen, en hen, die ten plattelande, of de kleine gemeenten met st^edelijke bevolking bij het openbaar onderwijs werkzaam zijn.
Voor_ die onderwijzers is er nood — groote nood!
Schier bij elke gelegenheid gingen er uit de Kamer stemmen op, die, om aan den onhoudbaren toestand een einde te maken, aandrongen op het verhoogen der salarissen. Er werden voorstellen gedaan en moties aangenomen, maa, r het was alles te vergeefs.
Het stereotiepe woord, dat van de regeeringstafel klonk, was: er is geen geld.
Ook de Schoolbesturen zien in de tegenwoordige tijdsomstandigheden vaak met zorg op de nooden en behoeften der onderwijzers. En hoe gaarne men hen ook ter hulpe kwam, men is in de meeste
gevallen daartoe niet iu staat. De geld-j| middelen der Schoolbesturen laten salaris-' verhooging niet toe.
Vandaar dat het haast niet anders kon, of het wetsontwerp, dat onlangs bij de gamer inkwam. , en waarin voorgesteld ^ordt, om de minima der salarissen met f lOOte verhoogen, moest wel veler sympathie wegdragen.
Toch is het de vraag, of de leiders der groepen van de linkerzijde der Kamer, die het wetsontwerp gereed maakten en daarna indienden, niet verstandiger zouden gehandeld hebben, zoo zij naar een ander denkbeeld gewerkt hadden. Waargchijnlijk had het wetsontwerp dan de medewerking van alle groepen der Kamer gekregen.
Want wij kunnen het toch niet anders O inzien, dan dat het hoofdbezwaar der C rechterzijde, die zich van het mede-onderteekenen van het" wetsvoorstel onthield, J en zeker niet minder dan de vrijzinnigen en de sociaal-democraten bereid zal zijn de financieel e positie der onderwijzers te }S verbeteren, moet gelegen zijn in den aan E alle beginsel gespeenden opzet van het vv voorstel.
De politieke kwestie zelve, of het Kabinet bereid zal zijn om, wanneer het wetsontwerp de goedkeuring van de beide takken der volksvertegenwoordiging ontvangen, de Koningin voor Hare bewilliging ter zake van het voorstel gunstig te adviseeren, laten we op dit oogenblik rusten; wel zij in het voorbggaan opgemerkt, dat het een eenigszins vreemden indruk maken zou, wanneer de regeering met de w-ets voordracht mede ging, terwijl zij eenig en alleen uithoofde der kosten, weigerde zelf het initiatief tot de indiening te nemen.
Doch dit is een kwestie van latere zorg.
De vraag, welke voor het oogenblik groote beteekenis heeft, is deze: of de regeling, zooals zij wordt voorgesteld, in de werkelijke behoeften der onderwijzers zal helpen voorzien.
Het moge daarbij waar zijn, dat het aanvangssalaris van f 500 te gering is, en dat verhooging van dit minimum alleszins noodig is, maar daarnaast is het ook een feit, dat niet te weerspreken is, dat de meeste nood wordt aangetroffen bij de gehuwde onderwijzers, bij de onderwijzers met groote gezinnen. •
In dit verband moge, wat de onderwijzers met het minimum-salaris betreft, er op gewezen worden dat, de onderwijzers, en dus ook die met f 500 tractement een Rijks-duurtetoeslag zullen ontvangen. Bovendien is het aantal van hen, die op het lage minimum van f500 staêin, niet zeer groot.
Wanneer men nu een bedrag van 2.5 miUioen, want dit zullen ongeveer de kosten zijn van het initiatief voorstel, ten behoeve van verbetering der onderwijzers-salarissen wil besteden, dan is het alleszins verklaarbaar, dat men zich de vraag stelt, of deze paar millioen naar een anderen maatstaf verdeeld, waarbij bijzonderlijk aan die onderwijzers gedacht wordt, die werkelijk in een noodstand verkeeren, niet beter hun doel zullen bereiken, dan bij de regeling der voorstellen, het verhoogen van de minima met f 100, het geval is.
En dan wil het ons, voorkpmen, dat zulk een weg wel te vinden is. Daarbij staat ons. voor oogen eene regeling als destijds bij het wetje-Heemskerk getroffen werd, zoo noodig naar den een of anderen kant aangevuld en uitgebreid. Het voordeel van eene verbetering der financieele positie der onderwijzers in de richting van genoemd wetje heeft bovendien het voordeel, dat de verhooging van het salaris ook werkelijk ten volle aan de onderwijzers ten goede komt.
Nu begrijpen wij wel, dat-alle positieverbetering op den grondslag van bijslag voor gehuwden, voor kinderen, voor duurte, enz. dezen nadeeligen kant heeft, dat de verhoogingen, uit _dien hoofde verkregen, niet voor de berekening van het pensioen in aanmerking komen, terwijl dit bij de verhooging van de minima aalarissen wel het geval is, maar daartegen kan dit opgemerkt worden, dat wat de salarissen der onderwijzers betreft er binnenkort een gansche herziening zal plaats hebben en bij die gelegenheid met alle factoren kan en behoort gerekend te worden.
Intusschen, hoe dit alles ook zij, wij hopen van harte dat het voorstel dat uit de Kamer kwam, en in welken vorm dan ook vastgesteld den stoot moge geven tot eene spoedige verhooging der salarisssen voor onderwijzers.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 april 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 april 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's