De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

16 minuten leestijd

Waarlijk opgestaan.

De Heere is waarlijk opgestaan", dat is de blijde Paaschjubei

De opstanding is een feit.

Trouwens Jezus zelf had het te voren gezegd, dat het alzoo zou geschieden. Zooals Zijn banden werkelijkheid zouden worden; zooals Hij werkelijk aan een kruis sterven zou; zooals Hij wezenlijk in een graf zou worden gelegd — bij de rijken — zoo ook zou Hg wezenlijk opstaan uit den dood.

De discipelen, die. tot hun beschaming moeten vermelden, dat zij er niet aan dachten aan den morgen van den derden dag, zullen werkelijk later niet vermeld hebben, dat Jezus het te voren gezegd heeft als dat ook niet wezenlijk 't geval ' is geweest.

Niemand gaat z'n schuld zelf nog eens zwaarder maken als 't niet noodig is!

Neen — we mogen veilig aannemen, dat Jezus het te voren had gesproken. En zooals Hij te voren gezegd had is 't ook geschied.

„Hij is hier niet, want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft", voegt de engel toe aan de vrouwen, als ze geheel onverwacht en ongedacht het graf geopend zien.

Nicodemus had dat niet verwacht, anders had hij geen bed van specerijen gemaakt in het graf.

De vrouwen en de discipelen hadden het niet verwacht, anders waren ze niet uitgegaan-om het doode lichaam van hun Heiland te zoeken.

En de vijanden hebben het willen verhinderen met hun soldaten en met het keizerlijk zegel.

Die herinnerden zich wel zoo iets, wat Jezus gesproken had, doelende óp Zgn opstanding. En ddarom ook die voorzorgsmaatregelen — welke evenwel de opstanding nog meer bevestigen en nog meer in goddelijk, heerlijk licht zetten!

De Gemeente van Christus verheugt zich in dat feit der opstanding en zittend op den steen bij het geopende graf, hooren ze Gods Woord, dat spreekt van verzoening en zaligheid, van overwinning en eeuwige heerlijkheid.

Neen — nooit kan die steen meer voor 't graf worden gewenteld! Dat kan de wereld niet, dat kan de duivel niet, dat kan niemand! En ook in bange tijden ruischt het van oord tot oord, overal waar-de Heere Zijn Kerke heeft: de koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en Zijnen Christus en Hij zal als Koning heerschen in alle eeuwigheid" (Openb. Il:15).

Blijdschap vloeit uit het geopende graf. 'Vreugde daalt neer van den opgestanen Heiland over allen die Hem vreezen, en ze zeggen, wanneer hun ziele wèl gesteld is, Paulus na: „zoo is er nu geen ver-j doemenis meer - voor degenen, die in Christus Jezus zijn."

En daar komt nu het Modernisme van vroeger en van deu tegenwoordigen tijd, om Gods-Woord te verdraaien en te verkondigen: Jezus is meê opgestaan.

Zij loochenen het feit van de lichamelijke opstanding van dèn Heiland.

Zij weigeren het 5de artikel van de Apostolische geloofsbelijdenis: „ten derden dage weder opgestaan van de dooden" na te zeggen. ^'

Dat gelooven ze niet en daarom belijden ze het niet.

Maar daarom is er ook een scheur getrokken tusschen-orthodoxen en modernen dé, ar waar het gaat om de opstanding van Jezus uit het graf aan den morgen van den derden dag.

Daardoor hebben de modernen tegelijk het fundament weggenomen dat van God gelegd is tot zaligheid voor een iegelijk die gelooft.

- Daarom kan er ook tusschen orthodoxen en modernen geen gemeenschap zijn.

't Een kan het ander niet eerbiedigen en erkennen en dragen en waardeeren en prijzen.

't Staat voor den orthodoxe vast, dat waar de opstanding van Christus geloochend wordt de Christus geloochend wordt als zijnde Gods Zoon, als zijnde, God en mensch, als zijnde Immanuel, aïs zijnde Sions Borg en Losser, Sions Middelaar en Koning.

Heel onnoozel leert de moderne, dat Jezus is opgestaan in de geschriften van de apostelen; dat Hij voortleeft in den geest bij Zijn volgelingen.

Maar van zoo onnoozele Schriftverklaring willen we niet weten.^

Deze verklaring is ook in strijd met de feiten en de gewisse kenteekenen waaronder en waarmee Bij verschenen is.

Dan zijn al Zgn wonderen bedrog geweest; gezichtsbedrog of bedriegelijk verzinsel van Zgn jongeren.

Dan is Jezus een gewoon mensch, voorbeeldig misschien, maar in' natuur niet verschillend van de anderen, hoewel Hij misschien wat beter is geweest dan anderen.

Maar wat hebben we aan dien Jezus? Waar is Hij vandaan gekomen? Hoe heeft de goede geest zich dan juist in Hem geopenbaard?

Waarom in één mensch, waarom in Hem alléén, zijnde een éénige in het midden van de christenheid?

Neen — dat is een ander evangelie dan het evangelie naar • Gods Heilig Woord, 'twelk toch door ieder predikant in de Herv. Kerk moet verkondigd worden blijkens beroepsbrief, bevestigingsformulier, proponentsformule, art. XI van het algemeen reglement. Zelfs volgens het gezangboek met zijn bekende voorrede en inleiding!

Er kèn geen gemeenschap zijn tusschen orthodoxen en modernen.

Er ligt een onoverbrugbare klove tusschen beide richtingen.

Ze staan als geloovigen en ongeloovigen, naar de taal der Schrift, tegenover elkaar. Ze moeten uit elkaar.

Die den Christus welbewust loochenen hebben in de Herv. Kerk geen recht van bestaan en móeten geweerd worden als zijnde degenen, die het .fundament der zaligheid ènders leggen dan 't geen van God gelegd is. En dat raakt Gods eer. Dat gaat om der zielen zaligheid! Op 't Paaschfeest wordt het weer opnieuw gevoeld waar hier de breuke ligt en wat de weg is tot genezing in dezen.

Het licht van den Opstandingsmorgen.

Wat sombere tijden beleven we. De wereld bloedt uit duizend wonden. En er is geen heelmeester. Elke dag brengt nieuwe ellende' hog. Wie zal ons het goede boodschappen?

Diep in te zien in deze ontzettende wateren van ellend en droefenis is hooge roeping van Christus' Kerk. En op den bodem zal gezien moeten worden der wereld zondeschuld.

Ook de fijnste beschaving heeft den mensch niet anders kunnen maken dan zondaar. Ook de hoogste cultuur heeft niet vermocht het kind dezer eeuw uit te beuren uit den staat van onrechtvaardige.

In ongerechtigheid ontvangen leeft hij in ongerechtigheid.

En diep op den bodem van alle vragen ligt het antwoord: vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al 't geen geschreven is in het boek der wet om dat te doen.

Ongerechtigheid schuilt bij den eenling. Zondebedrijf wordt gevonden in het gezin, bg man, vrouw en kinderen. Gruwelstukken worden beraamd in de stille vertrekken van de diplomaten. Vreeselijke dingen bedrijven de Koningen en die in hoogheid gezeten zijn.

En de wereld bloedt uit duizend won­den; waarbij overal donkere schaduwen vallen. En somber weerkaatst het over de velden en dondert het tegen de bergen: „Wij vergaan door Uwen toornen en door Uwe grimmigheid worden wij verschrikt.

Is dat 't zelfde als wat de oude Grieken zeiden, dat God de slechtste wereld welke 'hij kon uitdenken, geschapen heeft?

Of wat de Fransche profeet van het ongeloof Voltaire leerde, dat de menschen bestaan om verteerd te worden door het verdriet, - gelijk de vliegen bestaan om opgegeten te worden door de spinnen ? Neen — 't zit héél anders.

God de Heere heeft alles zóo gescha­pen, dat toen Zijn Goddelijk oog 't visiteerde. Zijn mond blijde kon getuigen: „Ziet, het is alles zeer goed!" Waarbij de mensch een centrale plaats innam in het midden van de groote wereld, om in den weg der gehoorzaamheid op te klimmen van het aardsche paradijs tot het hemelsch vrederijk.

Maar de zonde heeft de schepping verwoest en den mensch van z'n plaats gerukt. En nu staat de mensch daar als schuldige in het midden van deze aardsche bedeeling, die vol is van ellende, onder betoon van Gods gerechtigheid, die vol verschrikking komt over mensch en beest, over boom en plant, over zeeën en rivieren, over alles wat leeft en zich beweegt.

In de schepping geen heil.

't Is nacht — wie zal ons 't goede boodschappen ?

, Ga mee naar Jozefs hof.

En als 't begon te lichten, werd de steen afgewenteld van het graf en daar verrees Jezus als overwinnaar van dood en hel, dragende als de Vorst des levens eeuwige verlossing en zaligheid voor allen die in Hem gelooven.

Hij is het zaad des levens, dat in de donkere-aarde, vol dood en vloek, is ge worpen. En Hij is uitgebroken als het zaad des levens, na gestorven te zijn; om nu de vruchten des vredes en der, zaligheid te schenken aan Zijn kerk, opdat die van Hem zou eten tot eeuwige overwinning en heerlijkheid.

Niet in den weg der beschaving; niet door de vruchten der schepping — maar door wedergeboorte en door de vruchten der herschepping is er verlossing en heil. Jezus leeft.

En dat geeft leven aan allen die in Hem mogen gelooven en in Zijn persoon en Zijn werk de vrucht des eeuwigen levens mochten leeren smaken aan de ziel, met uitdelging van hun zonden en vernietiging van hun dood.

Zeker — daar zijn bange dagen en donkere nachten aan vooraf gegaan aandien opstandingsmorgen.

Het recht is ondergehouden. Gruwelijke dingen hadden de overhand, Booze lieden waren heer en meester. De hel triomfeerde. Heel de schepping trok het rouwkleed aan.

Maar de morgenstond kwam; het begon te lichten; de steen werd afgewenteld; het graf werd ontsloten — en de Gekruiste Heiland trad vol majesteit alg Sions Koning te voorschijn.

Dat is de overwinning. De overwinning voor Jezus. De overwinning van de herschepping Gods. De overwinning voor Christus Kerk. De overwinning voor elk geloovige.

Dat is ook het onderpand van een nieuwen hemel en van een nieuwe aarde. Jezus, het eeuwige Woord, rijst op uit de donkerte van dood en graf.

En in Hem Zijn volk. In Hem de schepping, die herboren wordt. Omdat de zonde Zijns volks is verzoend en Hem de wereld, en alles wat er op is, gegeven is tot een eeuwige erfenis.

Hij is het Zaad van Gods volk, dat zal uitgroeien tot duizenden en tienduizenden.

Hij is het zaad voor den nieuwen heinel en de nieuwe-aarde, waarop gerechtigheid woont.

Zeker — het is nog donker.

Het is nog nacht.

Maar de morgenstond is toch aangebroken, toen het begon te lichten aan den morgen van den derden dag.

En dat morgenlicht gaat niet meer onder.

Dat is de profetie van den dag; van den blijden dag der verlossing; van die groote en eeuwige verlossing voor al Gods kinderen en voor gansch de schepping.

Zonder die opstanding geen leven. Buiten die opstanding om een wegzinken in den dood.

Overal dié zelfde, die vreeselijke cir celgang: van d« wieg naar het graf; van de hoop tot vertwijfeling.

Dan ook geen licht ter verlichting.,

Doof alles maar uit! Zet' alles maar in 't donker!

Want 't is toch donker en 't wordt toch niet licht!

Ook 't beste stelt teleur! Dood en verdeif, overal en altijd! Maar toch zeggen we niet met de goddeloozen en lichtzinnigen minister van arbeid in Frankrijk: „dat de lichten des hemels voor goed gedoofd zijn."

Neen — die waanwijze spotter Viviani mag , minachtend z'n neus optrekken voor 't geen de Christenheid door alle tijden beleden heeft en nog belijdt; wij blijven aan déze waarheid vasthouden: er is een licht ter verlichting, een troost tot vertroosting, een heil tot heiliging en een zaligheid tot eeuwige verzadiging . in de kennis van Jezus Christus, door de herscheppende kracht des Heiligen Geestes in het harte der Zijnen gewekt.

Bij, de Opgestane, is het leven van Zijn volk.

Hij, de Opgestane, is de Koning, Wiens geworden zijn alle koninkrijken der aardfe.

En die Hem kennen mogen, die verheugen zich en danken den Heere voor deze onuitsprekelijke genadegave, verwachtende de verlossing Zijns volks en de openbaring van een nieuwen hemel en van een nieuwe aarde, waar gerechtigheid en vrede woont.

Alles verwoestende twijfel met eeuwige ellende en smart is het einde van des menschen weg.

Triomfeerend geloof met eeuwige zaligheid is het deel van den wedergeborene, die ia Christus gemaakt is tot een nieuw schepsel. .

En dat verkondigen we in de wereld tot op den jongsten dag, tot zegen "fen tot vloek, tot troost en tot vertwijfeling.

Niet gewild.

Waar we onlangs een stukje schreven over de nieuwe Confessioneele kiesvereeniging te Rotterdam, welke als toppunt van' gereformeerdheid noemt:, gem lid van den Geref. Bond zijn en zinger van gezangen te wezen" — daar hadden we gevraagd of nu de leiders der Confessioneele Vereeniging in deze niets op hun hart hadden. Eerst kwam dat niet. Wel een stukje van de hand van ds. Eringa te Woerden, die er over begon maar er niets van zeide; alleen dat ds. Keck (waar 't niet over ging) niet gereformeerd was en dat ds, van Dorp (waar 't vod over ging) wél gereformeerd was! (De man, tegen wien de actie in Rotterdam min of meer ging, was dus niet als ds. Keck en wel gereforrneerd! I) Maar - van dr. Schokking of dr. Kromsigt hoorden we niets • Intusschen is nu dr. Schokking van Leiden begonnen aan een artikelenreeks om waarschijnlijk ten slotte nog iets over deze kwestie te schrijven. Dat zullen we dus eerst maar even afwachten.

In No. 3 van bedoelde stukken schrijft ds. Schokking iets over het uitsluitingssysteem bij de ethischen.. Hoe die jaar , en dag niemand van 'andere richting geduld hebben en, waar ze de macht in handen hebben, nog steeds met dat uitsluitingssysteem voortgaan.

Dat gedeelte willen we hier even overnemen, 't Kan ook in ónze kringen geen kwaad, dat men uit den mond van een confessioneel predikant eens hoort hoe' allen, die aan de Belijdenis vasthouden in gereformeerden zin, behandeld worden in het midden, van de Utrechtsche predikanienvergadering, in den kring van het Nederlandsch Jongelingsverbond en in de Vereeniging voor Christel. Volksonderwijs.

Dr. Scbokking schrijft dan „Neem b.v. de Utrechtsche predikantenvergadering, die nog altijd samenkomt op den grondslag van een ondubbelzinnige en onbekrompen aanvaarding van de belijdenis onzer Kerk; een grondslag, waarmee zij, die het standpunt der Confessioneele Vereeniging ten opüichte van het kerkelijk vraagstuk innemen, zich uitnemend kunnen vereenigen.

Hoewel meerderen hunner dan ook steeds die vergadering bijwonen, wordt hun toch nauwelijks een plaats in het moderamen toegekend, en is het, wij willen aannemen, meer natuurlijk dan bedoeld gevolg, dat ook onder hen die voor de inleiding van eenig onderwerp worden uitgenoodigd, gewoonlijk slechts een enkele van erkend Confessioneelen, huize gevonden wordt'*. „We weten, dat de overheersching van een enkele kleur in moderamen en rij van sprekers velen wèl hinnert; dat zij invloed oefent op het bezoek en dat er reeds meermalen stemmen zijn opgegaan tot het inrichten van een nieuwe predikanten vergadering, waar bij een onbekrompen aanvaarding van de belijdenis — met den klemtoon dan zoowel op het tweede als eerste woord — een minder bekrompen opvatting, wat leiding èn voorlichting betreft, zou gevolgd worden."

Na zoo over de Utrechtsche predikantenvergadering het licht der feiten te hebben geworpen, en aangetoond te hebben dat men ^daar zeer bekrompen staat tegenover gereformeerd-gezinde menschen en zeer ondubbelzinnig de hoofdlijnen van. de belijdenis wil wegdoezelen — schrijft ds. Schokking over het Nederlandsch Jongelingsverbond het volgende :

„ Op een ander gebied, dat van dé Christelijke Jongelings vereenigingen in het Nederlandsche Jongelingsverbond, waarvan niemand ontkennen zal, dat het verband houdt met de kerk (welke kerk ? Red. W.) en er zijn invloed doet gevoelen (weiken invloed ? Red. W ), is het al evenzoo gesteld. Terwijl bij genoemd verbond de stelling is, dat het geen Verschil wil maken tusschen richtingen en Kerken, doch omvatten wil alle jongelingen, die in de belijdenis van Jezus als den Christus samengaan, wordt er het merkwaardig verschijnsel gevonden, dat in het Hoofdbestuur van den Bond, wat de leden van de Herv. Kerk althans betreft, een enkele richting weer verre overheerschend is. Hoewel het voortdurend heet, dat de Confessioneelen zeer talrijk zijn en in de gemeenten aan macht hébben gewonnen schijnt het dat bepaaldelijk onder hen een enkele dan uitgezonderd, geen mannen gevonden worden, die geschikt zijn om aan de leiding en voorlichting van. de jongelingschap in Christelijke richting deel te nemen."

Vervolgens wendt de Schrijver z'n blik naar de Vereeniging Christelijk Volksonderwijs; .en zegt dan:

„Om nog een derde voorbeeld te noemen —• en men zal erkennen, dat wij geen kleinigheden zoeken — bij Christelijk Volksonderwijs, dat op het nauwst met de Hervormde Kerk verbonden is, staat dè kwestie al niet anders. Wie de geschiedenis van die vereeniging kent, wéet ook, dat zij voor een groot deel mee haar ontstaan dankt aan het' initiatief van-mannen, die zich openlijk" onder de confessioneelen schaarden; wie het lijstje nagaat van bij die Vereeniging aangesloten scholen, zal bemerken., dat een groot getal daarvan in confessioneel genoemde gemeenten aangetroffen wordt, zooals ook meerdere de belijdenisschriften tot grondslag in haar statuten hebben opgenomen.

Niettemin is hèt Confessioneel element in het Hoofdbestuur uiterst zwak vertegenwoordigd en is ook daar de leiding voor het grootste deel in handen van mannen, gewoonlijk tot de ethischen gerekend.

Ook heeft het niet weinig de aandacht getrokken, dat bij de 25-jarige herdenking eenigen tijd geleden in de hoofdstad-des lands, de genoodigde sprekers alleen uit dien kring waren."

Hierbij zullen we 't laten en verder maar niet citeeren. Op andere wijze hebben wij vroeger zelf Ook over deze dingen geschreven En het is niet overbodig om hier nog eens onze aandacht aan te schenken.

Men wil o! zoo gaarne medewerking. Maar dan mag men wel meedoen, wel zich aansluiten — doch overigens houdt men allen die van gereformeerde richting zijn, op een afstand.

.Een paar jaar geleden kwam het bij Christelijk Volksonderwijs nog zoo stootend duidelijk uit.

Er was een vacature. Dr. Kromsigt is door enkelen al jarenlang genoernd als candidaat voor het Hoofdbestuur. Maar geen kans! Nooit en ook een paar jaar geleden niet.

Wie er wel kans maakte?

Dr. van Gheel Gildemeester uit' Den Haag was weggeloopen uit het Hoofdbestuur van Christelijk Nationaal Schoolonderwijs. Die kwam naar Christelijk Volksonderwijs over. En in een oogenblikje zat hij achter de bestuurstafel

Samenwerking best. Maar zóó niet! Men kent ons standpunt in 'deze. We hebben behoefte aan een Predikantenvergadering, waar de lijnen getrokken worden naar Schrift en Belijdenis.

En die hebben we ook gekregen. We hebben behoefte aan een Bond van Ned. Herv. Jongelingsvereenigingen op geref. grondslag. En die hebben we ook gekregen. We hebben behoefte aan een Geref. Zendingsbond. En die hebben we ook gekregen. We hebben behoefte aan een Schoolvereeniging in het midden van onze Herv. Kerk, staande op geref grondslag, om èn de Scholen èn de Kweekscholen — en alzoo de opleiding van onderwij zers(essen) — bijeen te brengen en te verzorgen zooals Hervormde menschen van geref. beginsel dat 't liefst zouden doen.

Zoo'n Vereeniging hebben we nog niet. Hoewel we, juist wanneer een nieuwe periode voor het Bizonder onderwijs aanbreekt, ons te laat beklagen zullen, dat we hierin niet hebben doorgezet en hebben aangepakt toen het tijd was.

In dit alles laten de Confessioneelen 't langs zich heenglijden. Noch op Zendingsgebied, noch op 't terrein van het Vereenigingsleven zoeken ze ons. Ze kijken naar links. Waar ze intusschen behandeld worden als boven is geteekend. En allerlei werk loopt gevaar — dit is 't ergste! — daar bij dat gemeenschappelijk werk het gereformeerd beginsel niet gewild is!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's