De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

8 minuten leestijd

Schuldige nalatigheid.

Als bewijs dat de Confessioneeien helaas! veel te veel naar links kijken en rechts geen weg weten, diene wat ds. Lingbeek van Spijk (Gr.) 22 Maart jl. in „de Vragenbus" van de Oeref. Kerk antwoordde in betrekking tot den Gereformeerden Zendingsbond.

De heer D. W. te G. vroeg: „Kan men tegelijk lid en voorstander zijn van de Confessionesle Vereeniging en van den Geref. Zendingsbond? "

En toen luidde het antwoord, dat „men" wel eens wilde beweren, dat de gereformeerde predikanten die lid zijn van den Geref, Zendingsbond, de spreekbeurten voor dien Zendingsbond gebruiken oin in Confessioneele gemeenten propaganda te maken voor „de separatistische richting".

Wat „men" zegt neemt ds. Lingbeek blijkbaar gaarne over en dus zal hij zelf ook wel zoo ongeveer denken.

't Is zoo'n steekje onder water door waarover.men zich in confessioneele krin gen wè, t boos zou toonen, indien wij op dezelfde manier handelden en zeiden, dat het optreden van confessioneele predikanten veelszins bedoelt om voor de richting van den Geref. Bond te waarschuwen eh de'«gemeenten zoo mogelijk uit de handen van de gereformeerde predikanten te ontfutselen.

Laat men deze strijdmiddelen niet gebruiken!

Vooral niet, als men zoo zonder eenig bewijs niet alleen het optreden van een bepaalde groep karakteriseert als „verdeeldheid-zaaien"; maar tegelijk ook daarbij een geheele groep van predikanten teekent als van „separatistische richting".

Zulks is onchristelijk, omdat het onwaar is.

Maar waar we voornamelijk op wilden wijzen is, dat ds, Lingbeek, toen hij iets van den Geref. Zendingsbond moest gaan zeggen, neerschreef: „Op wat wqze nu de Zendingsbond bestuurd wordt en werkt is ons onbekend en kunnen wij op onzen afstand niet beoordeelen."

Èn' dat een zoo alleszins bekwame beantwoorder van allerlei vragen! Zelfs van spiritistische sceances op de hoogte, maar bij een onderwerp als de Geref. Zen4, iiigsbond is het , antwoord : „daar weet ik verder niets van; dat gaat op onzen afstand niet."

Van het Hoofdbestuur niets. Van de statuten, niets. *Vto het maandblad niets. Van de werkzaamheden niets. Van het Zendingsterrein niets. Van de Zendelingen niets. Van den onderwijzer niets. Van den taalgeleerde niets. VandeZendingsdagen niets.

Foei! Weet een Hervormd dominé, die het met de belijdepis onzer Kerk houdt, niets van een Herv. Zendingsbond op geref. grondslag ?

Dat is schuldige onwetendheid. Dat teekent de positie die we tegenover elkander innemen.

Men weet méér dan wij in eigen krihg weten, als naen ons aan den kaak kanstellen.

Men weet niets van ons, als het gaat om velerlei actie die krachtens ons gereformeerd beginsel gevoerd wordt in meer dan een vereeniging of bond. Dan zegt men: „dat kunnen wij op onzen afstand niet beoordeelen."

Dat moest toch alzoo niet zijn, mannen, broeders!

Die „afstand" is schuldige nalatigheid! Men moet dichterbij komen.

Mogen we daarvoor eens éen middel, van onzen kant te gebruiken, noemen?

We moeten dit jaar eens twee Zendingsdagen organiseeren.

De oorlog breekt zooveel af. Bij ons moet méér nog gedaan worden om voort te bouwen.

En daarom twee Zendingsdagen. Waarvan één in het Noorden van ons land, b.v. in Assen.

Misschien dat dan ook „de afstand" . tusschen ds. Lingbeek en onzen Zendingsbond kleiner wordt.

En al zou — wat we niet hopen — ook ds. Lingbeek niet ingenomen zijn met zoo'n regeling, we weten zeker, dat men in het Noodden van ons land het Hoofdbestuur van den Geref. Zendingsbönd grootelijks dankbaar zou wezen. Men wil daar „dichterbij" komen; dat weten we zeker.

Gebrek aan onderwijzers.

Ook in andere bladen hebben we daarover iets geschreven.

En 't wordt méér dan tijd, dat we in onze kringen daar ernstig onze aandacht aan schenken.

We krijggn gebrek aan mannelijke leerkrachten.

Informeer maar eens bij onze Kweekscholen, zooals wij persoonlijk dat dezer dagen hebben gedaan.

Vraag maar eens hoe 't staat bij de verschillende Normaallessen.

Overal 't zelfde antwoord: bijna geen jongens die voor onderwijzer 'studeeren.

Waarom niet ?

Eenvoudig omdat te geen behoorlijk salaris krijgen als ze klaar zijn.

De meeste Schoolbesturen zitten op zware lasten. Er is gebouwd toen aan het kapitaal nog wat ontbrak. Het onderhoud , . van een goed ingerichte school valt niet mee. Het schoolgeld kan niet è, l te hoog opgevoerd worden, vanwege de oneerlijke en de veelzijdige-concurrentie.

Ja — er wordt véél, héél veel gegeven voor - bet Christelijk onderwijs in ons Vaderland. De vijand heeft geen recht ons daarin een verwijt te maken. Maar de kosten zijn zoo enorm En dan wordt het — dan moet het veelszins gezocht worden, voor een groot deel althans, in een niet al te hooge salarisregeling.

Het Rijk geeft f 500 als minimum voor een beginnend onderwijzer. Na twee dienstjaren heeft zoo iemand nóg f 500. Pas na 5 dienstjaren wórdt het f 600. En ja, de Besturen betalen er wel iets bij. Maar de Besturen moeten overigens zulke zware lasten dragen, door het Rijk onbillijk op die schouders gelegd, dat het veelszins, maar èl te weinig is, xiat de Besturen boven liet wettelgk minimum uitkeeren.

Waarbij door het Rijk voor de verschillende acten als Fransch, Engelsch enz. niets vergoed en de Besturen hier èlles moeten bijpassen.

Neem daarbij dan de leerkrachten die eerst nog als „volontair" gebruikt worden tegen f 300of f 40Ó, TPelnu, dan kan men het zich toch wel een beetje indenken, dat onze jongens niet veel lust hebben om onderwijzer te worden.

Wat is nu f 500 als men f 30 S, f 40 kostgeld^per maand betalen moet! Als ji^en als „mijnheer" gekleed moet gaan. Als men hard werken moet dag aan dag in de school en als men dan nog moet doorstudeeren voor höofdacte of voor een of andere bijacte.

Men begrijpt toch wel, dat onze meisjes 't nog wel willen; maar onze jongens bedanken ervoor!

Of is er op een kantoor niet meer te verdienen ?

Zijn de loonén op een fabriek niét veel hooger?

Hier dreigt grootelijks gevaar.

Voor onze Kweekscholen Voor onze Normaallessen. Maar niet 't minst voor onze Scholen voor L. CT. en M. U. L. O.

Wij zien geen ander middel, dan dat onze Regeering deze dingen eens vlug en flink onder de oogen ziet en hier vlug en flink verbetering aanbrengt.

Voor levensmiddelen' moeten de millioenen er zign.

Voor leger en vloot moet het geld er komen.

Maar zal men het volksonderwijs langer verwaarloozen ? .

De geestelijke voeding van ons volk loopt grootelijks gevaar!

Intusschen moeten we ook in eigen kring doen wat er te doen is.

We moeten onze handen hier niet terugtrekken

Integendeel.

Vooral uit Hervormde kringen, waar men de waarheid liefheeft, moeten onze jongens voor onderwijzer studeeren!

Het is zoo'n mooie, heerlijke, gezegende werkkring in de school!

Moed houden! Voortvaren! Mawr dan moeten ook intusschen onze Besturen doen wat ze. kunnen. En de leden, der Schoolvereeniging; en de Ouders; en allen die belangstellen in deze zaak

Waarbij een sterke drang van ons volk moet uitgaan bij.de Regeering om de Onderwijskwestie toch spoedig geheel ter hand te nemen, maar intusschen alvast te doen wat gebiedende noodzakelijkheid is inzake de salarissen.

f 500 als minimum is veel te weinig.

Het Protestantsch beginsel.

Er wordt zoo dikwijls beweerd dat het Protestantsch beginsel is: gewetensvrijheid voor elk individu.

Daarom eischt men ook — van moderne zijde— eerbiediging van gewetensvrijheid.

Het Protestantsch beginsel zou dan alles terug "brengen tot het geweten des menschen. Het geweten des menschen in vrijheid-handelend, zonder controle, zonder band, 'zonder onderwijzing.

fl et geweten des menschen baanbrekend en den weg aanwijzend; de waarheid controleerende en de waarheid vertolkende en de waarheid handhavende.

Geen wet noch regel overigens; daar anders — zoo zegt de moderne — God niet meer „in geest én waarheid" kan worden aangebeden.

Hoe ver zulk redeneeren nu verwijderd is van het protestantsch beginsel dat neergelegd en uiteengezet is in het bekende Protest van 1529 kan men gemakkelijk zien als men dat Protest, gedeeltelijk in dit No. op een andere plaats opgenomen, even wil inzien.

Wij zouden dan ook wel willen dat allen die het zoo druk hebben over het z.g.n, Protestantsch beginsel, de historie van het Protestantisme wilden nagaan en het historisch document van 1529 eens wilden nalezen. Men zou dan zien dat de echte Protestant niet teruggewezen wordt naar het geweten van den mensch, zonder meer, maar dat de echte Prote­ stant de bizondere openbaring Gods handhaaft en Gods Woord erkent als regel voor leer en leven beide.

Ook de zwerm „feestredenaars", die zich bij gelegenheid van het 4de eeuwfeest der Hervorming zullen opmaken om over het Protestantsche beginsel te spreken, zullen goed doen althans de 'historie in deze geen wreed geweld aan 'te doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's