Luther en de Hervorming.
Het protest.*)
XVb.
Toen de Evangelische vorsten in Duitschland bemerkten, dat de Roornschen op den „Rijksdag te Spiers in 1529-met intrekking van de vroeger genomen besluiten, de zaak der Reformatie in den ban wilden doen en tot verdrukking en vervolging van de Hervormden "zouden overgaan, hebben zij zich met elkander verstaan, en besloten zij om een Protest in te dienen.
Wilde Ferdinand hen dan niet hooren, zoo meenden zij toch hün plicht te hebben gedaan, daar zq ^an meening waren het besluit van den Rijksdag vrijelijk te mogen toetsen aan het Woord van God, En waar Keizer Karel hen bedreigde, konden zij voorzeker - in hunne rechtvaardige zaak hulp en redding verwachten van Jezus Christus, den Koning der Koningen en den Heer der Heeren.
Hun beraadslagingen leidden hen al spoedig tot het besluit, om kortelijk de gronden op het papier te bjengen, die hen verhinderden zich aan de jongste handeling van den Rijksdag te onderwerpen. Dit stuk was het Protest, dat zulk een vermaardheid verkregen heeft, en van. hetwelk de naam Protestant, dien de" Hervormden in het algemeen dragen, afkomstig is.
Met dit Protest in de hand keerden nu de Keurvorst en zijne vrienden in de vergaderzaal van den Rijksdag terug; en de verzamelde Stenden werden tot hunne verwondering aldus aangesproken:
Geliefde Héeren, Neven, Oomen en Vrienden! Wij zgn op dezen Rijksdag verschenen ingevolge, de oproeping van-Zijhe Keizerlijke Majesteit om maatregelen te helpen beramen in het algemeen belang van het Rij k en van de Christenheid, Het is daarom met droefheid, dat wij gezien hebben, dat men de goede bepalingen van den vorigen Rijksdag (1526), met betrekking tot ons dierbaar en heilig geloof, wil vervallen verklaren, en daarvoor drukkende en, onzes inziens, ondoelmatige wetten wil in de plaats stelle.
.Intusschen hebben toch Koning Ferdinand en de andere commissarissen des Keizers, door hun zegel te hechten aan het besluit, van den laatsten Rijksdag, plechtig en onvoorwaardelijk^in naam van den Keizer op zich genomen, om dat besluit in allen deele en getrouwelijk uit te voeren en nauwlettend toe te zien dat niets geschiede wat daarmede in-tegenspraak zoude zijn. Evenzeer hebben wij allen die hier vergaderd zijn: 'keurvorsten, hertogen, edellieden, geestelijken, heeren en afgevaardigden, ons verbonden om de bepalingen van dat besluit na te leven en te doen naleven.
Wij voor ons mogen dan niet berusten in de herroeping van die bepalingen (van 1526).
Eerstelijk, omdat wij vermeenen dat •Zijne Majesteit de Keizer, gijlieden allen als wij, gehouden zijn om gezegde bepalingen, die toch met algemeene stemmen, in den behoorlijken vorm en in het algemeen belang zijn gemaakt en aangenomen, te handhaven en te onderhouden uit allé. macht en met alle vermogen.
Tèn andere en voornamelijk, omdat het hier een aangelegenheid geldt van het allerhoogste gewicht: de dienst van God en de zaligheid onzer onsterfelijke zielen. In zulk eene zaak gelooven wij den wil van God boven alle menschelijk gezag te moeten stellen en Hem, die Koning der Koningen en Heer der Heeren is, - naar ons gevoelen te moeten gehoorzamen Wij zullen toch eenmaal, elk in het bizonder, van onze daden rekenschap moeten afleggea en ons dan geenszins kunnen rechtvaardigen over eene verkeerde, daad, omdat de meerderheid die zoo gewild heeft.
Wij willen echter niet oordeelen, Heeren en Vrienden, over hetgeen u in deze te doen staat. Wij bidden alleen dagelijks en zonder ophouden dat het den Almachtigen God' behagen moge om ons allen te brengen tot eenheid des geloofs en tot waarheid, liefde en heiligheid, in Jezus Christus, den eenigen Verlosser en Middelaar.
Maar wat onszelven aangaat, wij herhalen het; dat wig ons niet onderwerpen kunnen of mogen aan het besluit dat nu genomen is. Wij laten ieder van u in onpartijdigheid en billijkheid oordeelen, of wij niet zoodoende tegen ons geweten zouden handelen; of wij niet eene leer zouden helpen tegengaan, die wij. overtuigd zijn dat zuiver Christelijk is; en of wij niet zouden medewerken niet slechts om de voortplanting en uitbreiding dier leer te beletten, maar ook om de prediking van Iret Evangelie in onze eigene staten aan banden te leggen en alle vrucht te benemen; gesteld dat wij daartoe bij machte mochten zijn. der bijvoeging of afwijking, erkennende als de hoogste authoriteit èn als regel voor leer en leven.
Dit artikel was bedoeld om te plaatsen nk art. XV, waarin over het Protest gesproken werd. Men gelieve het dus nè, art, XV en vóór art. XVI te lezen, waarom we het art, XV noemen.
Dit ware, onzerzijds, niet minder dan eene verloochening van onzen Heere Jezus Christus, en eene opzettelijke verwerwerping van Zijn heilig Woord; terwyl wij daardoor onder 's Heeren veroordeeling zouden komen en Bij over ons ten laatsten dage het, vonnis uitspreken zou: Zoo wie Mij verloochend zal hebben vooi; de menschen, dien zal Ik ook verloochenen voor Mijnen Vader die in de hemelen is". (Matth X : 33.)
Hoe zouden wij dan met mogelijkheid dit edict kunnen aannemen! Hoe ooit mogen help.en hinderpalen daar stellen, voor de toeneming van de kennis Gods onder de menschen! Wij mogen en kunnen a_an zulk eene daad niet schuldig staan
Wiy protesteren in het algemeen tegen den maatregel dien men ons wil opdringen.
Wat bijzondere punten betreft: wij vermeenen dat in onze staten en landen het Heilig Avondmaal gevierd en onderhouden wordt in overeenstemming met den waren aard der instelling. Intusschen, zoo zich dusgenaamde Sacramentarissen binnen ons gebied mogen voordoen, gelooven wij gpene vrijheid te hebben hen te behandelen zooals het Edict dat wil. Er bestonden tot hiertoe nog geen bepalingen omtrent hen, en alvorens zij de gelegenheid hebben gehad om hunne^ gevoelens voor eene Kerkvergadering te verdedigen, mogen wij althans hen niet veroordeelen.
Er is een ander punt en dat van het hoogste belang is. Het Edict zegt, dat de leeraars bij de prediking van het Evangelie zich, wat de uitleggging aangaat, houden zullen aan de opvatting der Heilige Christelijke Kerk.^Wij gelooven dal, zou deze bepaling eenige waarde of mogelijkheid van uitvoering, hebben, allereerst had moeten uitgemaakt zijn wat door die Kerk te verstaan zij. Wij voor ons weten, dat er over dit punt verschillende meeningen bestaan en schroomen niet, ''te verklaren dat wij van gevoelen zijn, dat geene uitlegging bestaan kan die niet berust op Gods Woord, en dat elke andere leering in tegenspraak is met den geopenbaarden wil des Heeren. Wij gelooven dat de Schrift uit dé Schrift verklaard moet worden; dat de Bijbel duidelijk en verstaanbaar is in alle dingen die den Christen noodig zijn te weten: en wq hebben ons daarom voorgenomen, om, met Gods hulp, de hand te houden aan de zuivere en onvervalschte prediking van het Woord van God, zooals dat ons geopenbaard en te vinden is in de boeken des Ouden en des Nieuwen Testaments, en zonder daarbij eenige bijvoeging of afwijking te gedoogen, (Allein Gottes Wort, lauter und rein, und nichts das dawider ist.)
Dht Woord alléén is waarheid, en slechts dddrin kunnen wij leering, bestuur en troost vinden, onder alle omstandigheden des levens Ddt Woord is 'een leidsman die ons nooit verlaten of op een verkeerden weg voeren zal. Dat Woord is het eenige vaste en onwankelbare fundament; die daarop bouwen zullen niet beschaamd gemaakt worden, en de machten der hel zullen tegen hen niets vermogen. In vergelijking met dat Woord is alle menschelijke woord en leering ijdel, dwaas en verwerpelijk.
Wij bidden U dan. Geliefde Heeren, Oomen, Neven en Vrienden, dat Gij onze bezwaren in gezette en ernstige overweging neemt. En zoo Gij nochtans mocht vermeenen, dat het genomen besluit moet in werking komen, verzoeken wij U wel te willen in het oog houden, dat wij daartegen steeds zullen blijven protesteeren, gelijk wij bij deze plechtiglijk doen, in tegenwoordigheid van alle levende ziejen, en onder aanroeping van God, onzen Schepper eru Behouder, onzen Verlosser en Zaligmaker, en die ten Jongsten dage ons voor Zijne Vierschaar roepen en ons oordeelen zal. Wg verklaren, dat wij noch de onzen aan het bedoelde besluit onze goedkeuring geven of ons aan de bepaling daarvan onderwerpen kunnen, voor zoover wij vermeenen dat dit besluit strijdig is met den wil en het Woord van God, in tegenspraak met ons geweten., gevaarlijk voor de rust en de zaligheid onzer zielen, en ganschelijk afwijkende van het besluit, dat op den vorigen Rijksdag te Spiers genomen is.
Wij mogen inmiddels niet anders vertrouwen, dan dat Zijne Majesteit de Keizer zich over ons zal betoonen als een christelijk vorst, die boven alle dingen liefde en eerbied heeft voor God; terwijl wij noch omtrent Zgne Majesteit den Keizer, noch jegens U, Geliefde Heeren en Vrienden', ooit wenschen te kort te komen in de getrouwe en gehoorzame vervulling van eiken plicht, dien wij naar recht en wet schuldig zign te volbrengen."
Merkwaardige woorden, door de moedige mannen der Hervorming voor den Ryksdag uitgesproken, waaruit duidelijk wordt, dat zij Godé meer gehoorzaam wenschten te zijn dan den menschen, Gods Woord, zijnde de Schriften des Ouden en des Nieuwen Testaments, zonder bijvoeging of afwijking, erkennende sls de hoogste authoriteit en als regel voor leer en leven.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's