Vragen bus.
Modus Vivendi, v.
Het jaar 1880 is belangrijk door een buitengewone veTg& dermg van de Synode, welke Woensdag den 14den April geopend werd.
Deze buitengewone Synode was saameroepen op advies van de Synodale Commissie, die een Reglement tot faculta-- tieve Kerspelvorming had saamgesteld, het oodig oordeelend dat de Synode dit Reglement onverwijld in behandeling am, opdat het nog vóór de gewone zitting van de Synode, in^ Juli 1880, aan de Kerk kon worden voorgelegd en de adviezen en besluiten in die gewone zitting dan konden worden beoordeeld. De vlugheid van werken in deze vond haar oorzaak in de gebeurtenissen in de kerkelijke gemeente D.ordt, waar de ouderlingen eenparig hadden verklaard niet tegenwoordig te zullen vijn bij de aanneming van lidmaten door de'predikanten die het nieuwe art. 38 van het Reglement op het godsdienstonderwijs aanvaarden, (vgl. hun schrijven van 30 Maart 1879.)
Door de moderne predikanten P. M. Keiler van Hoorn, dr. P. Steen en S. Efesenius Greeff was toen een aanklacht ingediend tegen de drie ouderlingen: dr. J. J Stronck, G. Sillevis en J. G, van Schaardenburg.
Het Provinciaal Kerkbestuur van Gelderland had bij uitspraak van 29 Januari 1880 alle ouderlingen der gemeente in de waarneming van het óuderlingschap geschorst, „totdat zij terug zouden komen van hunne weigering om predikanten, die zich stellen op het standpunt der Synode en het nieuwe art 38 van het Reglement op het godsdienstonderwijs aanvaarden bij de aannemmg van lidmaten bij te staan." Het Kerkbestuur heeft deze uitspraak in de Kerkelijke Courant van 14 Febr, '80 openbaar gemaakt, waarbij bleek dat 4 leden van het Prov. Kerkbestuur van Gelderland het vonnis niet hadden willen teekenen, n.l. de heeren K, F. Creutzberg, O, H. ten Harmsen van der Beek, Jhr, W. P, Trip van Zoudtlandt en J. Sprong^ volgens daarvan gegeven verklaring, omdat zij zich met deze beslissing niet hadden kunnen vereenigen.
Mede daardoor hadden de gebeurtenissen te Dordrecht nogal de aandacht getrokken. De ouderlingen te Dordt vverden door adressen van Kerkeraden van aan-• zienlijke gemeenten aangemoedigd in hun besluit om zich niet aan het gevelde vonnis te onderwierpen. Onderscheiden Kerkeraden nanjen besluiten om zich niet aan de nieuwe bepalingen omtrent de aanneming en bevestiging van lidmaten te gedragen enz.
Ook de Dordtsche predikanten Eigeman en van Hoogerhuize schenen zich van de Kerkelijke uitspraken niet veel aan te trekken en hielden gemeenschap, met de „geschorste" ouderlingen; terwijl ook spoedig o.a. uit Leiden bericht kwam van dr. H. G. Hagen en drie andere predikanten „dat ook dé; é.r de ouderlingen verklaard hadden, bij de aanneming hunner leerlingen onder inachtneming der Kerkelijke Reglementen niet te kunnen tegenwoordig zijn, en dat zij hierdoor genoodzaakt waren die aanneming te doen plaats hebben in tegenwoordigheid . van óud-ouderlingen der gemeente".
Dat alles — zooals we reeds zei'len — drong de Synodale Oommissie om het voorstel van den heer van Lakerveld. tot facultatieve kerspelvorming ter hand te nemen en te onderzoeken, na welke behandeling zij een uitvoerig Rapport opstelde, 't welk nu aan de buitengewone Synode in April 1880 werd voorgelegd. Volledigheidshalve laten we een paar artikelen van hét Ontwerp van een Reglement voor facultatieve Kerspelvorming hier volgen.
Art. 1. In alle gemeenten met twee of meer predikanten bestaat voor stemgerechtigden van nader bij dit reglement te bepalen getalsterkte de gelegenheid een Kerspel te vormen, indien zij dit voor de bevrediging hunner christelij k-godsdienstige behoeften noodig achten.
Zoodra in eene gemeente een of meer Kernpelen tot stand gekomen zijn, wordt het overig gedeelte der stemgerechtigden geacht insgelijks een kerspel uit te maken.
Elk kerspel is bevoegd tot het benoemen van een predikant of predikanten, ouderlingen en diakenen door zijne stemgerechtigden of gemachtigden op de wijze, in het Reglement op de benoeming van ouderlingen en diakenen, en de beroeping van predikanten bepaald. De aldus benoemde predikanten, ouderlingen en dikenen vormen te samen den kerkeraad van het kerspel, die naar art. 38 Alg.
Regl. op de Classicale. vergadering vertegenwoordigd wordt.
De predikanten en ouderlingen, bij eenig kerspel in dienst, zijn evenzeer als de overige predikanten en ouderlingen verkiesbaar totledenvan honger*^ besturen.
Art 2. Bet recht tot vorming van een kerspel kan worden uitgeoefend:
a in gemeenten met twee predikanten door ten minste twee vijfde van de stemgerechtigden ;
b. in gemeenten met meer dan twee predikanten, door ten minste een zooveelste deel der stemgerechtigden als het aantal predikantsplaatsen der gemeente bedraagt.
Art 3. In gemeenten met twee predikanten is ieder kerspel gerechtigd tot de beroeping van één predikant; in gemeenten met meer dan twee predikanten tot de beroeping van een zooveelste deel van het aantal predikanten, als aan de betrekkelijke getalsterkte van zijne stemgerechtigden evenredig is.
Art. 4. Wordt e ene gemeente in ker spelen gesplitst, dan is df kerkeraad van ieder kerspel samengesteld uit zijn predikant of predikanten en ten minste twee ouderlingen en twee diakenen voor iedere predikantsplaats, op wier' vervulling dat ker'-pel recht heeft.
De kerspelen der zelfde gemeente hebben voor elke predikantsplaats een gelijk getal ouderlingen en diakenen.
Art 11. Aan den kerkeraad van ieder Kerspel behoort:
a. de zorg voor de betamelijke viering der openbare godsdienstoefeningen in het algemeen, en voor de bediening van Doop en Avondmaal in het bizonder;
b. het inwinnen en afgeven van schriftelijk bericht omtrent het zedelijk gedrag der ouders, die hunne kinderen in ^ene andere gemeente willen laten doopen, alsmede het kennisgeven van de volbrachte handeling binnen acht dagen aan den kerkeraad der gemeente waarin de ouders wonen of van het kerspel waartoe zij behooren;
c de zorg voor het godsdienstonderwijs, naar de voorschriften van het Reglement op dat onderwerp;
d. het toezicht op de belijdenis eh den wandel der leden van het kerspel en de handhaving der orde, volgens het Reglement voor'kerkelijk opzicht en tucht;
e de bevordering van alles wat het godsdienstig leven in de gemeente kan verhoogen, met name ook van kerkelijke inzegening des huwelijks;
ƒ. de afneming van de belijdenis des geloofs en de bevestiging van de nieuwe lidmaten volgens het Reglement op het godsdienstonderwiis, en, zooveel dezulken betreft, die eene kerkelijke, bediening bij een ander genootschap bekleed hebben, naar de Synodale verordening van 21 Juli 18; .0;
g. het waken voor bet geregeld indienen van de attestatiën der lidmaten die van eiders zijn ingekomen, en de toekenning van het lidmaatschap in het kerspel aan allen, die eene behoorlijke attestatie overleggen;
h het uitreiken van attestatiën op aanvraag van naar elders vertrekkende lidmaten, met inachtneming der Synodale verordeningen van den 10 Juli 1829 en , den 12 Juli 1841;
i, het houden van dubbele, aan verschillende plaatsen bewaarde doop-, lidmaten en trouwboeken;
j de aanstelling met i structie, de schorsing en het ontslag van godsdienst onderwijzers;
k de jaarlijksche afvaardiging tot de Classicale" vergadering en het ontvangen van het verslag.van hetgeen aldaar belangrijks is geschied.
l de zorg voor hetgeen betrekking heeft op de beroeping en het ontslag van predikanten, alsmede voor de verkiezing van ouderlingen en diakenen;
m. de behartiging van de geestelijke belangen der armen;
n. het ontvangen der persoonlijke en de beantwoording van de vragen der schriftelijke kerk visitatie
Het onder a tot k vermelde blijft ook in kerspelen met drie of meer predikantsplaatsen (art. 14 Regl. Kerker.) opgedragen aan predikanten en ouderlingen.
Art. 12^ De gemeente in haar geheel wordt vertegenwoordigd door den Orooten Kerkeraad, bestaande uit de Kerkeraden der gezamenlijke kerspelen, die min-*stens éénmaal 'sjaars bijeenkomt. Aan hem is opgedragen;
a. de bepaling van getal, tijd en plaats der openbare godsdienstoefeningen;
b de regeling der predikbeurten, onder de kerspelen naar evenredigheid te vérdeelen en op, vastgestelde tijden te vervullen in alle in gebruik zijnde kerkgebouwen der gemeente, tenzij bij minnelijke schikking de onderscheidene kerkgebouwen tusschen de verschillende kerspelen verdeeld worden;
c. de regeling van het gebruik der consistorie-en catechisatiekamers voor kerkeraadsvergaderingen en godsdienst* onderwijs;
d. de aanstelling met instructie, de schorsing en het ontslag van voorlezers en voorzangers;
e., de bepaling van het aantal godsdienstonderwijzers en godsdienstonderwigzeresaen, die zooveel mogelijk aan de verschillende kerspelen naar de bestaande behoefte worden toegewezen;
ƒ. het tne/.icht op het diaconiebeheer, volgens het Synodaal reglement op de diaconieën;
g. het bepalen van collecten voor de armen ;
h de zorg voor de diaconiegoederen; i." hetjaarlijks opnemen der diaconierekening en het geven van de verschillende irxlichtingen betreffende hetdiaconiebeheer;
j, het kennisgevén aan het Glassicaal Bestuur van ontdekte verkeerdheden in de adminstratie der kerkelijke goederen;
k. het houden van een volledige beschrijving of ligger van al de fondsen en eigendommen, die aan de gemeente behooren, voor zooverre die onder het beheer of toezicht van „den Kerkeraad" zijn;
l. het houden van eene dergelijke beschrijving of ligger van het tractement der predikanten, met de gewone emolumenten ; het zenden van een afschrift daarvan aan het Class. Best. enz.
Het onder a tot ƒ vermelde wordt in gemeenten met drie en ineer predikantsplaatsen opgedragen aan predikanten en ouderlingen.
, Het Reglement dat uit 24 Art. bestond werd gevolgd door enkele veranderingen die noodzakelijk in het Algemeen 3egl., het Regl. op het godsdienstonderwijs, het Regl. op de benoeming van ouderlingen enz., het Regl, voor de kerkeraden, het Regl. voor kerkelijk opzicht en tucht en het Regl. op de vacatures zouden moeten worden aangebracht.
Dat de discussie over dit Ontwerp van Reglement y-ich breed uitzette laat zich begrijpen. De tijden waren err)stig. De lidmatenkwesties dedêü zich v4n alle kanten op. Vandaar ook dat de Synodale Commissie in haar Rapport verklaarde: „wanneer we de vraag stellen: is de tijd gekomen om aan de verschillende richtingen meerdere ruimte te geven? dan gelooven we dat ieder onpartijdige ons zal toestemmen: zooals het nu is kan het niet blijven; er moei verandering komen, er moet iets gedaan worden, en dit zoo spoedig mogelijk, om tegemoet te komen aan de ernstige gewetensbezwaren, die de tegenwoordige toestand niet voor ééne richting maar voor allen te samen op levert; het stelsel van-uitstellen, van het aan den tijd overlaten mag niet langer worden volgehouden, waar de verwarring met den dag toeneemt en het gevaar van ontbinding en volslagen anarchie der Kerk telkens grooter afmetingen krijgt."
Met 14 tegen 4 stemmen wordt door de Synode bevestigend geantwoord op de vraag of kerspelvorming gewenscht is Met den hoogleeraar Acquoy en den Secretaris vereenigden zich ten deze met de beschouwing dér Synoiiale Commissie de heeren: Luti, van Duyl, Jans, Janssen, Alingh Prins, Bruinwold Ried^jjBruna, Anspach, Douwes, Hofstede 'de Groot, van Lakerveld, Kaub, '*van Eerde enVan der Veen.
Overeenkomstig ^ hej advies van den hoogléeraar Kruyf verklaarden de heeren van den Brandelef, "Verhoéff, Creutzberg en Molenkamp (de President) kerspelvorming nift gèwenschf"(biz 47 Acta buitengewone Synode April 1880).
Bij de nog gevoerde beraadslagingen over de volgens het rapport bij de voorgedragen regeling door de Synodale Commissie op den voorgrond gestelde beginselen, vereenigt de vergadering zich met den wensch der Oommissie, om 1ste de belijdeniskwestie te laten rusten, immers voor zooverre dit hier slechts op het aangeboden ontwerp kan doelen en de beteekenis heelt dat voor de kerspelen alle bestaande bepalingen, di^ de belijdenis betreffen, van kracht zullen blijven; 2^ de kerspel vorming tot gemeenten met twee of meer predikanten te beperken, omdat hare toepassing ook op gemeenten met één predikant vooralsnog aan te groote bezwaren zou verbonden zijn 30. voor alles wat op de diaconale zorg betrekking heeft de eenheid der gemeente te handhaven.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's