Financiën.
Onderstaand schrijven werd mij toegezonden uit W.:
Waarde penningmeester,
Als abonné van de Waarheidsvriénd lees ik ook natuurlgk geregeld Financiën en volg steeds met belangstelling wat u ons daarin elke week mededeelt. Zoo las ik ook de vorige week van uw bezorgdheid, dat u zoo'n moeilijken tijd tegemoet zou gaan, juist omdat u het zóo gemakkelijk zoudt krijgen. Als ik naga wat wij elke week van u te hooren krijgen en van de gaven die steeds inkomen, dan ben ik daar toch niet zoo erg ongerust over en zuUeü er genoeg zijn die, hetzij rijk of arm, het groote belang zullen begrijpen en het Leerstoel-en Studiefonds ookdn den zomertijd zullen blijven steunen; Ik voor mij ben een werkman en meubelmaker van beroep en mag niet klagen. Dank zij Gods goedheid heb ik een ordentelijk stukje brood voor mij en mijn vrouw en drie kinderen. Het door u opgegeven lijslje gaf mij aanleiding u hierbij f 1 te zenden volgens No. 8, Dan weet ge er alles van, zegt ge. Dat geloof ik wel, maar dan toch niet wat de oorzaak van het extraatje was. En daar u ons nu iedere week zooveel vertelt, wil ik u dat nu eens'mededeelen. Als u mijn naam niet noemt, moogt u het voor mijn part ook in de Waarheidsvriend zetten.
Ik had laatst een aardig karweitje voor een' deftig heer hier van de plaats. Op Zaterdagavond ben ik er mee klaar en ga het zelf wegbrengen. Ik bel aan. De dienstbode doet open en ik zeg: ier is het kastje voor mijnheers kantoor. Wil u maar eens vragen of het naar genoegen is? Na een poosje wachten komt ze terug en zegt: f u maar eens binnen wilt komen. Nu, mijnheer de penningmeester, verlegen ben ik wel niet uitgevallen, maar ik beefde toch een beetje. Ik dacht of er altemet wat aan mankeerde. Maar dat viel genoeg mee! Toen ik binnen kwam stonden mijnheer en mevrouw het kastje van buiten en van binnen te bekijken en zei mijnheer: oor eens, Arie, je hebt het er best afgebracht. Het is erg naar m: n zin en je hebt mijn bedoeling goed begrepen. En vertel me nu maar eens wat het kost, dan zal ikje direct betalen. Ik noemde den prijs, dien ik meende dat mij toekwam. Dat was f 15. Daarop haalde mijnheer zijn portefeuille voor den dag en lei een briefje van f 25 voor me neer. Het spgt me mynheer, zeg ik, dat ik er niet van terug heb. Dat behoeft ook niet, Arie, het is zóó naar mijn zin, dat ge dat briefje moogt houden. Nu, penningmeester, wal ik gezegd, heb weet ik niet meer, maar wel weet ik dat ik van al de trappen van het bordes tegelgk afsprong en naar huis holde, naar mijn vrouw. En wat denkt ge dat ze deed toen ik het haar vertelde ? Dat ze lachte ? Neen, ze begon te schreien; van blijdschap ging ze schreien en ze zei: rie, wat is God toch goed! En nu, penningmeester, las ik uw lijstje en vond daar onder No. 8:10 pCt. van een extraatje, en daarom zend ik u het u toekomende deel, nl. fl. Met vr. groete, A, v. Z,
Het was een lange brief, maar ik aarzelde geen oogenl^lik om hem in zijn geheel over te nemen. Dat is in de eerste plaats nog weer eens een aardige afwisseling, maar het kan ook menigeen tot nadenken brengen. Men zegt dat er zoo hier en daar in dezen tijd nog al eens wat extra verdiend is. Ik geloof dat het in dit geval waar is wat „men" zegt. Het schijnt echter dat de lezers van de Waarheidsvriend over het algemeen niet tot die bevoorrechten behooren, want van niemand heb ik mijn aandeel van 10 pct. ontvangen, wat wij toch afgesproken waren. Het is echter mogelijk dat ze er niet aan gedacht hebben en dan is misschien deze brief van een werkman aanleiding dat ze met den schenker aan Parao's hof zullen zeggen: Ik denk heden aan, mijn en wat er verder volgt.
En wat is er nu van de week ontvangen ? Ja, lezer, daar ben ik gauw mee klaar. Behalve de bovengenoemde gulden werd mij nog êen postwissel toegezonden, zegge éent uit
Zegveld, volgens No. 2 van het lijstje, groot f 2, 47, gevonden in den collectezak, omdat ds. van Voorthuyzen voor het beroep naar Ooltgensplaat heeft bedankt.
Hartelijk dank voor deze gave, die als eenling door mij ten zeerste wordt gewaardeerd, maar als het gezelschap wat grooter is, vind ik het toch wel zoo gezellig.
J. C. FLIEHE, Penningmeester.
Arnhem, G. A. v. Nispenstraat 18.
Postz., Capsules, Zilverpapier.
Deze week ontving ik slechts 2 pakjes: Ie van N N. te Alphen capsules, postzegels, zilverpapier en 40 centen;
2e van mej M Kooij, p. a. den heer O, Goedhart, te Alphen een reuzenhoeveelheid postzegels, capsules en zilverpapier.
Met vriendelijken dank,
Mej, H. H. VERBEEK,
Van Hoornbeekstraat 27, Den Haag
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's