Luther en de Hervorming.
Het Protest. XVe.
De voorlezing van het Protest, met de bijgevoegde verklaring dat de Evangelische vorsten den volgenden morgen Spiers zouden verlaten, maakte' een geweldigen indruk. Nu waren de grenslijnen der twee partijen scherp en diep afgeteekend. En, zonderling inderdaad, die naar^ de wereld de machtigsten en sterksten waren, schenen nu als door een onverwachten schok getroffen, en gevoelden in hun binnenste vrees en moedeloosheid de plaats innemen-van overmoed en zelfvertrouwen. De zwakke Protestanten daarentegen die jure humano (naar menschelijk recht) aan het vroegere edict van Spiers (1526) vasthielden en jure divino (naar goddelijk recht) zich grondden op den Bijbel, als Gods onfeilbaar Woord, konden vrijmoedig-rondkijken en waren feitelijk de sterken en machtigen geworden Met voorbijzien van de kroon van Keizer Karel Vimocht men zii-n op de Kroon van den hemelschen Koning Jezus Christus en tegenover de eigenwillige leeringen. van de Kerk stond men sterk met het beroep op den Bijbel als Gods onfeilbaar woord. Aan alle eigenwijsheid was dit Protest gespeend. Geen woord van zelfverheffing of ijdel zelfvertrouwen kwam er in voor En het is zeer zeker door het hooge beginsel dat in het Protest was neergelegd, dat de uitwerking zoo verrassend wias.
Daar Ferdinand het Protest Maandag den 19den April niet had aangehoord, werd het hem den volgende dag door een commissie uit de Evangelische stenden aangeboden. De broeder van Karel V nam het stuk aan, doch gaf het aanstonds weer terug De commissie legde het toen op eene tafel en vertrok. Dit beviel Ferdinand niet en hij gaf dadelijk bevel, 'dat het gevreesde papier" aan de heereh die het aangeboden hadden moest teruggebraclit worden. Dit baat'e evenwel niets. Het Protest was er en geheel het Evangelisch Duitschlard schaarde zich rondom dat Protest. Opgetogen sprak de jeugdige Keur prins Johan Frederik:
„Moge de Almachtige, die u genadiglijk gesterkt en den moed gegeven heeft, om met overtuigende kracht, vrijmoediglijk en zonder de menschen te vreezen, voor uw geloof te spreken en daarvan openlijk belijdenis te doen, u daarbij in alle standvastigheid en onbewegelijkheid bewaren tot aan den jongsfen dag" — en hierin was hij de tolk van velen.
Dinsdag, den 20sten April, — den zelfden dag dus waarop Ferdinand geweigerd had het Protest aan te nemen — kwamen Hendrik van Brunswqk en Philip van Baden, tegen een ure in den namiddag, zich reeds als bemiddelaars aanbieden Men voelde den ernst der dingen en vrees had de tegenstanders bevangen. Maar wat te doen?
De twee genoemde vorsten stelden' voor aan den eenen kant het edict van Worms te laten rusten en voorts het vorig besluit van Spiers met eenige geringe wijziging in werking te laten blijven Alles kon dan blijven in afwachting dat eene Kerkvergadering omtrent de geloofszaken afdoende bepahngen zoude maken.
Het scheen, dat de Evangelischen zich met dezen voorslag zoudèü vereenigen; immers, zij betoonden zich Woensdag den 21sten April daarvan niet afkeerig. De q veraars aan de zijde der Roómschgezinden waren evenwel oorzaak, dat van de voorgestelde schikking niets kwam en de onderhandelingen al spoedig werden afgebroken.
Donderdag den 22sten April kwam de Rijksdag ten zeven ure 's morgens bijeen en nu werd het eindbesluit gelezen juist zooals het vroeger was opgemaakt. Zelfs werd er met geen enkel woord melding gemaakt van de onderhandelingen die hadden plaatsgegrepen.
De laatste zitting van den Rijksdag had plaats den 24sten April. De vorsten herhaalden nu hun Protest en daarmede stemden veertien Rijksstenden in. Men begreep niettemin, dat het noodzakelijk was een nog meer officieel karakter aan het Protest te geven. Dientengevolge waren reeds derv volgenden dag. Zondag 25 April, twee notarissen, Stettner uit Freijsingen en Saltzman uit Bamberg in een huis der St. Jansstraat, dicht bij de Kerk van dien naam, aan eene kleine tafel gezeten in een niet al te ruim vertrek, omring: d van de Kanseliers en zaak gelastigden der Evangelische vorsten en steden, alsmede van onderscheidene getuigen, om het Protest, nader uitgewerkt en meer juridisch geformuleerd, op te maken.
Genoemd huis was de woning van een eenvoudig man. Peter Muterstadt geheeten, diaken der St. Janskerk, die zijn nederig dak geleend had, om de bewuste samenkomst te doen plaats hebben. Het geschrift hier opgesteld; waarin ook vervat was wat op den Rijksdag was voorgevallen, besloeg twaalf bladen perkament, terwijl het dertiende blad de onderteekeningen en de zegels bevatte.
Na deze zoo hoogst belangrijke verrichting, waarbij alle Evangelischen zich als ' broeders één gevoelden, keerde elk in stilte ten zijnent weder. Men voelde dat de tijden gevaarlqk waren, dat ernstige dingen stonden te gebeuren Maar men vertwijfelde niet, in stil vertrouwen op God sterk zijnde.
De keurvorst, de landgraaf en de hertogen van Luneburg vertrokken den 26en April naar hun staten. Den 5den Mei werd het Protest door den landgraaf, den 13en daaraanvolgende door den keurvorst afgekondigd.
De Evangelische vorsten waren het in de eerste en voornaamste plaats, dié, naast God, in de 16de eeuw het Christendom redden van een volslagen verval. En opgewekt door hun vorsten ontwaakte het Duitsche volk op de stem van Gods Woord, om geduchte kampioenen te worden in den strijd tegen dwaling en gewetensdwang.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's