Financiën.
Vooral in de dagen die achter ons liggen gevoelt men bij vernieuwing het groote voorrecht te mogen opgaan onder de prediking die naar het Woord Gods is, Ben voorrecht dat niet genoeg te waardeeren is en waarvoor men den Heere uit den grond zijns harten kan danken; dat de bede in ons doet geboren worden: Heere, stoot uog meerdere arbeiders uit in Uwen wijngaard, want de oogst is groot en de arbeiders zijn weinigen.
Wat voorrecht als een gemeente één of meer van die arbeiders zijn geschonken, die van God de kunst hebben geleerd om zóó te spreken dat een iegelijk van de hoorders in zijn eigen taal hoort spreken; in die taal die tot zijn hart spreekt en die hij naar zijn geestelijke behoefte noodig heeft te hooren; die den een verbreekt en vernedert en den ander opwekt en vertroost, al naardat hij van noode heeft.
Onze Herv. Kerk heeft veel wat haar ontbreekt. Ontzaglijk veel! Het is goed dat wij daarvoor het oog niet sluiten, maar de taliooze wonden openleggen en niet bedekken. Op die vele gebreken wordt door hen, die haar den rug toekeerden en er buiten gingen staan, met den vinger gewezen, daarbij eigen balken en splinters vergetende. Maar gelukkig valt niet te ontkennen dat in die vervallen Kerk de' Waarheid Gods nog gepredikt wordt, zoo diep, zoo ontdekkend en zoo waar, dat de vraag gewettigd is: waar is nu meer waarheid, er buiten of er in ? De contrasten zijn ontegenzeggelijk groot. Het brutaalste ongeloof en de grootst mogelijke verheffing yan het schepsel ter eener, en het kinderlij kst geloof en de diepste onwaardigheid van den mensch ter anderer zijde wordt gepredikt in een en dezelfde Kerk. Dat is de grootste wonde. Moge dan ook ons oog maar gericht zijn op den grooten Heelmeester en onze verwachting van Hem zijn.
Het is een verkeerd standpunt daarby met de handen maar stil in den schoot te zitten. Hoe toch? Wij bidden: Heere, geef ons heden ons dagelijksch brood. Gaan wij daarbij nu op een stoel zitten en wachten tot het ons gebracht wordt? Neen, wij gaan er op uit en zoeken den kost te verdienen en doen wat wij vermogen, niettemin wetende en verwachtende den zegen alleen van Hem, die alles bestuurt en regeert.
Zoo denken wij ook over het Leerstoelen Studiefonds. Wij kunnen de Kerk niet redden. Wij ziijn niet in staat orde te brengen in de wanorde die er heerscht. Dat moet God doen en zal Hij ook doen op Zijn tijd. Maar de Heere werkt middellijk. En dan gelooven wij dat èn Leerstoel-èn Studiefonds de aangewezen middelen zijn om in de hand des Heeren verbetering te brengen. Wij hebben niet stil te berusten in de wanorde, maar er tegen te getuigen en op orde aan te dringen. Wij doen alsof wij het kunnen, nochtans wetende en verwachtende den zegen alleen van Hem - die alles bestuurt en regeert.
Dit is dan ook de reden dat wij iedere week ons met opgewektheid mogen nederzetten om verantwoording te doen van hetgeen ons voor dit doel werd toegezonden en dat wij daarbij gesteund worden door zoovele gelijkgezinden. En dat wij telkens nog iets hebben om te verantwoorden, doet ons met vertrouwen voortgaan. Kleine gaven worden door ons niet veracht, integendeel, zij vormen door hun groot aantal een belangrijk cijfer aan het eind van het jaar. Maar gij zult het mij zeker toch niet kwalijk nemen als ik u vertel dat ik een postwissel met een groot bedrag toch wel anders bekijk als zoo'n heel kleintje; daar ben je natuurlijk penningmeester voor.
Nu, hier heb ik er zoo een. Uit Qorinchem afgezonden door ds. J. Kraaij een bedrag van f 45, zijnde de Kerk-
collecte, gehouden voor Leerstoel-en Studiefonds. Een groote verrassing alzoo. Zij wordt onmiddellijk gevolgd door een veel kleineren postwissel uit
Delft, maar dit is er een die tot een grooten hoop kan worden. Hij werd afgezonden door mevr. van L bij gelegenheid van de geboorte van den eersteling en bedroeg volgens No. 3 van het lijstje f 2, 50. Gelukkig zijn onder ons gereformeerde volkje nog uiet de uit Frankrijk overgewaaide denkbeelden overgenomen, dat het een ramp is om groote gezinnen te hebben en men zich niet schaamt allo ongeoorloofde middelen daarvoor te gebruiken. De vloek, die daarop rust, wordt vooral in deze dagen ^kennelijk openbaar, en het volk dat dit in toepassing brengt Vvordt met den ondergang bedreigd. De Heere beware ons volk en vooral Zijn kinderen voor dit groote kwaad. En als dan allen zich houden aan de afspraak om bij. zoo'n gelegenheid f 2, 50 aan mij te zenden, dan zeg ik bij dezen postwissel toch niet te veel als ik beweer dat hij tot een grooten hoop kan worden.
Zegveld door ds. van Voorthuysen f 1 gevonden in de collecte als een dankoffer.
Zegveld door O. Bardelmeijer f 5, de inhoud van busje No. 20 van de maand Mei.
Mei. Zegveld door D. den Harto'g, penniugm. der Afdeeling, f8, 59, zijnde de collecte van 5 wintervergaderingen der Afdeeling.
Diemen door ds. Laurense f 20 namens den Kerkeraad uit het Kerkfonds • voor Leerstoelen.
Maarssen door den heer H. v. d. Haar f 5, 85, zijnde de inhoud van busje no. 176. Hoogeveen door K. Brunsting f 2 en 1 f 1, 50, contributie van 2 leden.
Oude Tonge afgezonden door den diaken I J. W V. d. Linden als gevonden in den' coUectezak onder den dienst bij ds. J. W. E. Hupkes van Wanswerd f 1. 1
' En hiermede ben ik aan het einde van mijn opgaven.
Voor de milde gaven hartelijk dank. Moge de Heere ze met Zijnen zegen achtervolgen.
J. C. FLIEHE, Penningmeester. Arnhem, G. A. v. Nispenstraat 18. '
Postz., Capsules, Zilverpapier.
Allereerst een verbetering in het bericht van de vorige week. Die groote hoeveelheid uit Utrecht was van Corrie en Piet Hein Brinkers en niet Breukers zooals ' er stond. Verder met hartelijken dank ontvangen deze week:
Ie van E. J. te 's Gravenhage postz., : capsules en zilverpapier; .
2e van Neeltje en Anton v. d. Mast te Bleiswijk postz., capsules en zilverpapier ;
3e van N. N. te Oisterwijk postz, , : capsules en zilverpapier;
4e van N. N. te geen briefje er bij, postzegels, capsules en zilverpapier; 5e van Jacob Bottenheft te Hilversum postzegels, capsules, zilverpapier en een dubbeltje uit den spaarpot van Jacob met een dubbeltje van vader er bij. Vriendelijk dank voor alles met de hoop op nog meer.
Mej. H. H. VERBEEK, Van Hoornbeekstraat 27, Den Haag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's