Stichtelijke overdenking.
En terstond verd hij ziende, en volgde Jezus op den weg. Markus lo:52.
Het kostelijke Licht der Oogen.
Wanneer de .doer Gods Geest geïnspireerde dichter van den 146sten Psalm, die parel onder de Halleluja-zangen, hart en harp stemt om den Heere te prijzen, en hij - in zijn lied een gansche rij van heerlijke machtsdaden opsomt, waardoor die Heere zich de liefde en lof van den gewijden zanger zoo ten volle waardig maakt, dan jubelt hij daarin op hoogen •toon ook aldus: „De Heere opent de oogen der blinden!"
Nu, inderdaad, moeilijk kunnen we ons heerlijker weldaad Gods voorstellen. Zoo iemand immers in dit aardsche jammerdal beklaagd mag-worden, 't is ongetwijfeld de blinde.
Eondom den blinde heerscht altijd de nacht, stikdonkere nacht, waarin nimmer één enkel glimpje van lichtglans doorbreekt. Waarheen hij ook zijn doffe oogen wendt, overal hangt zwarte duisternis aan allen kant. Voor hém bestaat geen schittering van morgenrood, noch gloed van avondpurper. De kleurenpracht der bloemen verrukt hem niet. 't Gefionk^r der gouden starren op 's hemels fiuweelen mantel vermogen zijn lichtlooze pupillen niet te aanschouwen.
Waarlijk! mede-zienden, hebben we ons den Gever aller goede gaven ooit dankbaar genoeg getoond voor 't kostelijke licht onzer oogen, en gedenken we onze blinde medemenschen wel, wanneer we onze knieën buigen aan des Allerhoogsten rgken troon?
Zelfs zijn weg door 't leven kan de blinde zonder hulp niet vinden. Tenzij vriendenhand hem leidt, bedreigen hem ieder oogénblik de arnstigste gevaren. Veelmaals ook moet hij, evenals Bartimeüs aan de poort der fraaie Palmstad, leven van afgebedeld genadebrood.
Waarmee zou derhalve 'n blinde gelukkiger kunnen worden gemaakt dan door 't liefelijk oogenlicht? Maar daarom te meer getooven wij voor ons, dat Israels koniaklijke harpenaar vooral ook figuurlijk spreekt en niet in de laatste plaats doelt op de blindheid der geestelijke oogen.-Immers, wederom, wie is ongelukkiger dan eengeestelijk blinde? Welke rijkdom kan hooger geschat dan die van 't geestelijk licht? Welk wonder grootör dan dat een geestelijk blinde ziende wordt? Aan Bartimeüs, als wij 't wèl verstaan, gebeurde 't dubbele wonder, (Jat èn de geestelijke èn" de lichamelijke oogen ziende werden.^ Eerst vielen de inwendige, daarna de uitwendige schellen af.
ffij was een bekende figuur aan Jericho's poort, die blinde bedelaar. Wie liad hem daar niét, steeds op de eigen plek, zien zitten ? Velen plachten, telkens als zij langs kwamen, hem hun penning te offeren, en meest eenige" vriendelijke woorden met hem te wisselen; immers, & 1 kon hij niet zien, hooren kon hij des 'e beter; geen geluid ontging hem; en ^ zorgde ook wel, dat hij op de hoogte bleef van 't nieuws, dat er gebeurde in ' land, en vooral, sinds de Almachtige door Zijn Geest-voorbereidend genadewerk aan zijn ziel verrichtte, als er nieuws Was omtrent Messias, den Geneesmeester dör blinden. En welke kunst hij bovendien verstond, ook al was hig blind, ja juist dés te beter, wijl hq tot de arme blinden behoorde, dat was de bedelkunst. Vragen, bedelen, smeekenj roepen kon hij, en dat met een echten.bedelaarstoon in zijn stem, als weinig anderen. Da.arin had hij zich reeds-jaren geoefend. Bedelen was zijn vak. Daarmee verdiende hij zijn brood; En vastelijk had hij zich voorgenomen, welk voornemen door Gods Geest ingeplant en bevestigd was in zijn hart, dat hij, als 't in den weg der Voorzienigheid ooit gebeuren mocht, dat de Messias hem kwam te passeeren, roepen zou uit alle macht, waarover hij beschikte, en zich door niemand den mond zou laten stoppen, al stonden er koningen en keizers voor hem, zóó lang, totdat er uitkomst zou gekomen zijn in den schreienden nood, waarin hij, tot zijn bittere smart, naar lichaam en ziel beide, verkeerde.
Wie weet, hoe vaak^deze arme man, die 't licht van de Zonne der gerechtigheid nog pqnlijker miste dan de schitterende stralen der dagvorstin, hart èn oóren te luisteren legde, of hij ook iets vernam omtrent de komst van den Wonderlijken en Sterken God, den éênigen persoon op gansch de aarde. Die alleen machtig was, om hem dat dubbele voorrecht te schenken, waarna, ar hij van verlangen brandde met al de genegenheden zijner ziel, - r: En_ eindelijk, qp zekeren dag, daar gebeurt ''t, hij gevoelt en merkt en hoort 't, de beloofde Verlosser gaat voorbij.
Zekerlijk, lang laat de Heere God somwijlen Zijn zuchtend en uitziend volk wachten, hevig wordt niet zelden Hun geduld op de* proef gesteld, doch op Zijn tijd en wijze komt Hfl toch en beschikt den treurigen Sions, „dat hun gegeven worde sieraad voor asch, vreugdeolie voor treurigheid, 't gewaad des lofs voor een benauwden geest, opdat zg genaamd worden, eikeboomen der gerechtigheid, een planting des Heeren, opdat Hij verheerlijkt worde." — Daarom wordt in 't Woord aan Gods wachtende en hopende kinderen de goede raad verstrekt: „Zoo Hij vertoeft, verbeid Hefü, want Hij zal gewisselijk komen, ' Hij zal niet achterblijven."
Als onze hopende en wachtende blinde Bartimeüs verneemt en aan zijn brandend hart gewaar wordt, dat 't Jezus is, die daar te midden dier joelende schare ter poorte Jericho's uittreedt, geeft hij aan zijn volstandig voornemen gevolg, en begint tot Hem te roepen om hulp uit alle macht „Jezus, Gij Zone Davids, ontferm U mijner!" aldus klonk 't uit zijn mond. En wanneer velen hem bestraffend 't zwijgen trachten op te leggen, roept hg' te meer en te luider: , Gij Zone Davids, ontferm U mijner!"— Hoeziel-i doordringend moet deze noodkreet geklonken' hebben! Maar 't ging ook om zijn tijdelij ken eeuwig welzijn; en nü kwam 't er voor hem op aan. Heden was 't de aangename tijd Niets gevaarlijker dan laksheid of luiheid! Straks is zijn Redder niet meer in de nabijheid. Nu loopt zijn Jezus daar nog te midden van al die menschen, die allen zoo. gelukkig zijn, dat zij Hem zien kunnen; en hg riep, die bedelaar, die 't eigenlijke, echte bedelen geleerd had van den Heiligen Geest; hij riep dus luid, dat 't gejoel der gansche groote schare verstomde, en 't den liefderijken Ontfermer behaagde, op des armen noodgesehrei, stil te staan, en hem bij Zich te laten roepen, om te vernemen, wat hij van Hem verlangde. Vreemd toch, die menschen, dat zij trachtten Timeüs' zoon tot zwijgen te bewegen I Hoe weinig begrijpen zij dien: Jezus, rondom Wien zij samendrongen om Hem hun hulde te bieden. Zij meen den, dat 't mef Zijn Messias-waardigheid { in strijd kwam, als die blinde bedelaar zóó luidkeels tot hem riep. Zij hadden den Zoon Davids liefst een koningstroon aangeboden; dat zou hun eigen hoogmoedig Joodsche hart bovendien meer hebben gestreeld. Ze verstonden niets van 'tgeen iemand zoo schoon aldus zong:
't Gekrookte riet Verbreekt Hij niet; De wiek, die walmt En uit wil gaan. Tot helder vlammen Blaast Hij haar aan.
Het hart, dat breekt. En tot Hem smeekt, De ziel vol wonden, . Die tot Hem vliedt, Zijn groote liefde Verstoot haar niet.
Zijn zachte hand Geneest den brand Van 't felste schrijnen Der diepste wond; En 't Woord, Zijns levens,Dat maakt gezond.
Hoe slecht ook konden deze bestrafifende en verhinderende lieden inkomen in den toestand van den ongelukkigen en tevens gelukkigen bedelaar, die Op 't smeekschrift, dat hij den Koning wenschte te overhandigen, slechts één woord geschreven had: „Licht!" — Leg een drenkeling, die in 't water spartelend voor zijn leven strijdt, 't zwijgen op als gij kunt. Evenr zoo, al had men er hem goud voor willen' bieden, de blinde Bartimeüs had ook niet kunnen zwijgen. Straks, als Jezus geboden heeft, dat men den blinde roepen zou, zien deze zelfde menschen 't ook reeds beter in, ja spreken zelfs den hulpbehoevenden en, naar 't schijnt, bovenden sturaperd goeden moed in. En dan werpt de blinde zijn mantel af, opdat die hem in 't loopen niet zou hinderen, en, wellicht op den klank Zijner stem afgaand, snelt hij naar Jezus, .
Hij wierp zijn mantel of lang overkleed af. De bedelaars in 't Oosten, die vaak uren aanéén op dezelfde plaats stilzaten, droegen meest een zeer langen mantel van dikker stof dan gewoonlijk. Dien zwaren, lastigen mantel wierp Bartimeüs van zich, want zijn Jezus-minnend hart riep hem toe: „Haast u en spoedt u!" —' Lieve lezers, zouden wij ook niet goed doen door, in figuurlijken zin, menigen mantel v^n ons te werpen, die u of geheel belet tot Jezus te gaan öf uw gang naar uw Heiland geducht vertraagt? Hangt er om uw schouders mogelijk een mantel van wereldgelijkvormigheid of menschenvrees of hoogmoed of zondelust of farizeïsme of wat dan ook? Komt, laat ons den Heere bidden om den Heiligen Geest tot vruchtbaar zelfonderzoek, opdat niets ons verbindere bij onzen Zaligmaker in 't heden der genade te zoeken den eenigen troost in leven en in sterven 1
Zgn nieuwe Koning uit Davids huis vraagt aan den blinde: „Wat wilt gij, dat Ik. u doen zal? " Daarop geeft Hij met vrijmoedigheid te kennen Jt éénige verlangen, dat daar leeft in zijn ziel: „Rabboni, dat ik ziende mag worden!" En de almachtige Godmensch opent des blinden oogèn, zoodat hij ziet. Ja, hij ziet. Hij ziet licht. En niet alleen licht, doch ook liefde; eeuwige liefde leesï hij op't gelaat Desgenen, van Wien reeds oudtijds een dichter zong in een onderwijzing, I een lied der liefde: „Gij zij t veel schooner dan de menschenkinderen, genade is uitgestort in Uwe lippen, daarom heeft u God gezegend iji eeuwigheid!" — En van deze liefde kan de nu niet langer meer blinde, doch ziende en overgelukkige, Bartimeüs. nimmermeer scheiden; levend, lievend en lovend volgt hij zijn Geneesmeester op den weg, op den onberouweiijken weg, die leidt naar 't oord der storelooze zaligheid, waar hij zou genieten, wat geen oog heeft gezien, geen oor gehoord en in geen menschenhart ooit opklom.
Lezers, rnoge deze zelfde weg ook onze oprechte lust en keuze zijn, zoo zal ook éénzelfde zaligheid ons hart verblijden, hier bij aanvang, straks in eeuwige heerlijkheid,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juni 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juni 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's