De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vragenbus.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vragenbus.

4 minuten leestijd

Modus Vivendi, viii

Door de rapporteerende Commissie (voorz. prof. Gooszen van Leiden, rapporteur ds. van Lakerveld van Helmond) werden zoodoende alle bijkomende en aanvullende voorstellen op zij gezet en over alle bezwaren stapte zij blijkbaar gemakkelijk heen, om ten slotte het Reglement op de Kerspelvorming aan de Synode voor te leggen, in vertrouwen dat de Synode een goed werk zou doen het Reglement vast te stellen.

Lang is er in de Synode niet over gediscussieerd; slechts 4 blz. in de acta (244—248) zijn gevuld met de algemeene beraadslagingen, waaruit we nog enkele dingen even willen meedeelen.

Algemeen werd hulde gebracht aan de bedoehng der Synode „om, zoo mogelijk, den zoo zeer verstoorden vrede te herstellen, en aan rechtmatige bezwaren tegemoet te komen", doch verscheiden leden, waaronder in de eerste plaats de hoogleeraar La'onder, hebben verschillende bedenkingen.

Z.H.Gel, wijst o a. „op het diep ingrijpende der verandering van gemeenten in kerspelen, die men naar zijne meening niet moet beproeven, nu uit het verslag van de consideratiën gebleken is, dat de meerderheid van de leden der Classicale Vergaderingen een afkeurend advies gaven en dus terecht kan gezegd worden, dat kerspelvorming door de Kerk niet gewenscht werd."

„Het beginsel, dat bij de ontworpen kerspelvorming tot grondslag gelegd is, dat alle richtingen in de Kerk gelijk recht van bestaan hebben, acht de hoogleeraar ook bedenkelijk, daar men toch niet voor allerlei richtingen de deur open kan zetten en de Kerk niet aan het gevaar mag blootstellen, van die alle te moeten erkennen. Hij vreest, dat de verwikkelingen, die men door kerspelvorming uit den weg ruimen wil, in erge mate zullen toenemen, zoodat de modus vivendi, die men er door tracht te verkrijgen, wel eens de modus moriundi zou kunnen worden (een masiier om de Kerk te doen sterven). Hij besluit, als de Commissie aan het slot van het rapport, met zich te beroepen op de eischen van het recht, van het geloof en van de liefde, maar in tegenovergestelden zin, om de invoering van kerspelvorming te ontraden. Wat ook, vraagt hij, zal die invoering baten, als men in de aanzienlijkste gemeenten op onoverkomelijke bezwaren zal stuiten? —

Door hen, die zich bij den-hoogleeraar Lasonder aansloten, wordt de invoering van kerspelvorming te bedenkelijker geacht, doordien de belijdeniskwestie niet werd opgelost, wat de hoop op toenadering of - medewerking zeer moet verzwakken Ook wordt opgekomen tegen de juistheid der bewering in de memorie van toelichting en in het rapport der Synodale Commissie, dat aan de verschillende richtingen in de Kerk ten voorgaanden jare door de Synode gelijk recht van bestaan is toegekend, daar zulks slechts in historischen zin geschied is, met opzicht tot de rechten der lidmaten van de Nederlandsche Hervormde Kerk als zoodanig in het algemeen, van welke richting ook, maar dat, wanneer hiermede ook het feitelijk bestaan der verschillende richtingen is toegestemd, daarmede nog geen antwoord gegeren is op de vraag, of zij rechtens in die Kerk bestaan.

Intusschen wordt door hen, die de kerspelvorming voorstaan, de gegrondheid van vele aangevoerde bezwaren gereedelijk toegestemd. Daar zijn er zelfs die op zichzelf geen kerspelvorming verklaren te wenschen, maar men acht het een noodzakelijk kwaad, geboren uit de gespannen verhouding der verschillende richtingen. Het zal dit goede kunnen uitwerken, dat elke richting zich dan eerst in hare kracht zal kunnen ontwikkelen, wat weder tot zegen voor de geheele Kerk leiden moet. Zelfs de heer ds. Segers, die verklaart dat de orthodoxen voor zichzelven geen kerspelvorming begeeren, daar zij zichzelven weten te helpen, acht het onbillijk dat voor de afwijkende richtingen de gelegenheid opengesteld wordt om onbelemmerd de vervulling van hare godsdienstige, behoeften te verkrijgen. Maar hij vindt het Reglement veel te omslachtig en niet radicaal genoeg en geeft in overweging om door wijziging van het Algemeen Reglement en aanvulling van het Reglement op de erkenning van nieuwe gemeenten liever nog gelegenheid te geven tot vorming van zelfstandige gemeenten te midden van de verschillende gemeenten en dus het beginsel van territoriale begrenzing te laten varen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juni 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Vragenbus.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juni 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's