De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

5 minuten leestijd

Een antwoord aan Dr. A. Kuyper. IV.

Ernstig maakten mannen dis Da Costa en Groen van Prinsterer zich bezorgd over ons Hooger Onderwijs, bizonderlijk wat betreft de theologische faculteit en de opleiding van-predikanten der Hervormde Kerk. Zij verklaarden — in 1841 — dat „de tijd dien wij beleven meer dan ooit te voren de grootste behoefte doet gevoelen aan waardige Evangelie-dienaren die met vaste overtuiging en gemoedelijke trouw verkleefd zijn aan de Hervormde belijdenis." En met smart moesten zij het ervaren, dat mannen van positieve belijdenis niet werden benoemd. aan de Hoogescholen „terwijl het Gouvernement geen zwarigheid gemaakt-heeft, bij de vernietiging van het Athenaeum te Praneker, naar de eerste van 's Lands Hoogescholen een man over te plaatsen, wiens Verhandeling over de Leer des Vaders, des Zoom en des Heiligen Geestes nader heeft bevestigd wat sedert lang omtrent zijne verlóö--chening van de Godheid des Heeren bekend was" (Prof. Scholten) „en dat te Utrecht het onderwijs der filozofie opgedragen is aan een jongeling, wiens talenten en scherpzinnigheid, door de mèesten ook zijner tegenstanders, gewaardeerd worden, maar wiens positieve uitspraken over zijne verhouding tot het Christendom verschrikkelijk zijn" (Prof. Opzoomer.

In dien tijd „toen men de lidmaten der Kerk, die in de gewichtigste waarheden de handhaving van haar belijdenis beproeven, niet enkel afwijst, maar als twistzoekers, sectarissen en weetnieten beleedigt en verguist", verklaart dan Groen „Niet enkel hét Lager Schoolwezen, ook het Hooger onderwijs staat met de Formulieren en met het regt der Hervormde Gezindheid in verband. Vooral het Academisch Onderwijs in 4e Theologische Faculteit. Ik wil inzonderheid het regt der Hervormde Gezindheid staven, ten aanzien van de Theologische faculteit. De naenigvuldigheid der redeneeringen en de heftigheid waarmee zij worden voorgedragen, vermogen niets tegen de zeer eenvoudige opmerking, dat deze Faculteit ingesteld is en blijft ter v^ming van leeraars voor de Hervormde Kerk" [Men zie voor een en ander het bekende werk van Groen „Het Regt der Hervormde Gezindheid'' dat elk Hervormd predikant die zich interesseert voor het herstel van onze Hervormde (Gereformeerde) Kerk in z'n bezit moet hebben!] De Groningers voerden intusschen 't hoogste woord aan de Academie. De Modernen kwamen , daarna in eere. Maar Busken Huet legde z'n bediening neer in 1863, Dr. A. Pierson ging heen in 1866. In 1876 gingen eoA tiental pre­ dikanten met gemeenteleden over naar de Remonstranten. Nieuwe gemeenten ontstonden te Meppll, te Amsterdam, te Groningen, te Arnhem; zoodat het getal Remonstranten van ongeveer 5000 zielen gjng'^asgen'totbg na 150Ö5! De gebroeders P. R en P. Hugenholtz stichtten met hun geestverwanten de Vrqe Gemeente.

En aan de Hoogescholen kwamen de orthodoxe hoogleeraren Doedes, Van Oosterzee, ter Haar, Beets — daarna Chantepie de la Saussaye, van Dijk, van Rhijn, Lamers, Baljon, van Veen, Visscher, van Leeuwen, Noordtzij, van Nes, van Veldhuizen, Aalders, Daubanton, Slotemaker de Bruine — waaronder de mannen van de gescheiden kerken op Zehdingsfeesten, voor wetenschappelijken arbeid, op conferenties en bij bidstonden tal van professoren vinden die hen zéér lijken om saam te werken, ..saam te schrijven, saam te spreken, saam te bidden.

Maar intusschen is de scheur getrokken door de Vrije Universiteit, welke men zéér eigenaardig heeft losgemaakt van de Hervormde Kerk"!

In 1880 — een paar jaar n^ de nieuwe wet op 't Hooger Onderwijs, — - werd de Vrije Universiteit door Heryormde mannen en vrouwen gesticht en zij zou dienstbaar gemaakt worden bizonderlijk voor een betere opleiding van predikanten voor die Kerk Bizonderlijk door een paar groote giften werd de oprichting mogelijk gemaakt en het onderhoud bevorderd.

Laat dr. Kuyper hierin dieper inzicht gehad hebben dan Da Costa en Groen, 't Zij zoo!

Maar toen de Heere èn aan onze Hoogescholen èn op onze kansels groote zegeningen schonk en kennelijk den voortgang der waarheid naar Zijn Woord kwam bevorderen — toen is niet alleen" de Vrije 'Universiteit gesticht, maar is zij in een oogenblik zeer eigenmachtig, met geweld, ziender oogen van de Hervormde Kerk losgescheurd. Tegelijk toen men tegenover de toen geldende proponentsformule en in zake het beheer '/.eer eigenmachtig, met geweld optrad, om ziender oogen de dingen in de war te sturen.

Dat willen we met een enkel woord aantoonen.

Van den beginne af aan was van alle ka.nten gevraagd: „hoe zal men de candidaten van de Vrije Universiteit op de kansels in de Hervormde Kerk krggen? "

Waar men zelf Hervormd was en bleef, en waar het juist om het herstel van de Hervormde Kerken ging, voelde men wel, dat men nu tweeërlei weg kon bewandelen. En wel: den weg van „buigen en bersten", den weg van „scheuring", — 5f den weg om de Synode te verzoeken op een of andere manier de deur voor de theologische studenten der Vrije Universiteit open te stellen.

Wandelde men langs den eersten weg, dan zou men natuurlijk 't vlugst de candidaten op den kansel hebben; evenwel , ., , buiten de Herv.Kerk, -

Bewandelde men den tweeden weg, dan kon men. berekenen dat men wat geduld moest t^ebben, daar heel de zaak van het Vrije Hooger Onderwijs iets nieuws was in ons goede Nederland, dat in vele dingen wat conservatief is en dat langzaam komt tot de erkening van 't geen-te voren niet werd aanschouwd.

Nooit anders had de weg tot het predikambt tot op heden geloopen dan langs de Rijks Universiteiten, met het aanvullend Hooger Onderwijs (sedert 1876) der kerkelijke hoogleeraren.

Was het nu wonder, dat — afgezien van endere dingen nog — in deze niet ieder in een oogenblik ten opzichte van de Vrije Universiteit klaar stond met de volle erkenning van alle rechten, tot in de uiterste consekwenties doorgevoerd? Waarbij nu kwam, dat dr. Kuyper in 1882 te Leeuwarden in betrekking tot deze zaak over de Synode sprak als van „de oude en afgeleefd^ matrone, die reeds te strani en te stijf iii haar bewegingen bleek te zijn geworden om nog voor zulk ' een zwenking plooibaarheid te vinden".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juni 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juni 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's