Waarbij - 't'was in 1882,
Waarbij — 't'was in 1882, en 't was op een jaarvergadering der vereeniging voor Hooger Onderwijs! — direct daarop werd uitgesproken: „als dan zoo het net niet van de Kerken zal worden afgenomen, dan zullen die Kerken zei ven, naar Goddelijke roeping en heiligen plicht, dat net van heur hoofd moeten aflichten".
Wat al niet „Goddelijke roeping en 'heilige plicht" genoemd kan.worden!
En wat al niet dreigend kan worden uitgeroepen als een ander niet precies doet, wat men zelf belieft voor te schrijven en te eischen I ...
We herinneren ons levendig, dat op een politieken debat-avond in 1905, nadat wij gesproken hadden in het belang van onze christelijke politiek in 't algemeen en van het Ministerie-Kuyper in 't bizonder, er een eenvoudige man opstond, die ongeveer aldus sprak: „Kuyper is : een dienstknecht van Mammon; hij heult met de vijanden; hij weet wel geld voor de Vrije Universiteit los te krijgen, maar dat mijn kind naar school kan, , heeft hij niet willen bewerken; de staatsloterij, dat gruwelstuk voor ons volksleven, laat hij voortbestaan; de verplichte vaccinatie heeft hij niet weggenomen. Het Dagonsbeeld Kuyper moet vallen-, in naam van den Heere Zebaoth",
Eerst was er een «pijnlijke stilte na dit ' woord.
Toen gin^ er applaus op uit den hoek waar dé socialisten in grooten getale zaten. En een andere debater verscheen op 't tooneel, Hermans met een rood vest, in herinnering brengend dat hij uit zijn dagen van den „Rooden duivel" nog wel wist wie Dagon was, en gaarne nu een handje wilde helpen om Dagon-Kuyper om hals te brengen....
We willen maar zeggen, wat kan iemand zooals dr. Kuyper in 1882 in Leeuwarden, z'n best doen om de waarheid te zeggen en dan toch de plank misslaan, en intusschen groote verwarring stichten en groote onheilen mee bewerken, voor-de zaak die men voorstaat tot schade, en vóór de vijanden om zich de handen te wrijven en zich te verkneuteren.
Neen, men had in de jaren 1880—'86 niet zulke dikke woorden moeten gebruiken ; ook had men niet zulke onmogelijke eischen moeten stellen; . ook had men niet zulke dreigementen moeten laten hooren, en niet zulke raadgevingen moeten geven.
Men had niet eigenwijs alles op haren . en snaren moeten zetten; dat had vrij wat verstandiger geweest.
{Wordt vervolgd.)
De Classieale vergaderingen.
Den laatsten Woensdag van Juni — dit jaar den 27en Juni a.s. — worden overal de Classieale vergaderingen gehouden.
Deze vergaderingen dragen helaas! niet meer het karakter van vroeger, gelijk heel onze Kerkelijke Organisatie sinds 1816—'52 in beginsel is gewijzigd en niet meer is naar de lijnen in onze Belijdenis getrokken. *
Dat drukt elk jaar.
We zouden zoo gaarne weer die echte kerkelijke vergaderingen terug hebben, waar het ambt uitkomen kan naar uitwijzen van de Schrift, en waar degenabuurde Kerken bij elkaar komen om, gebonden aan de beliijdenis der Kerk, over kerkelijke aangelegenheden te spreken.
In deze is wel merkbaar vooruitgang.
Elk jaar blijkt het dat een groot aantal van onze Kerken naar verandering ten goede in deze uitzien Maar intusschen zitten we voor 't oogenblik toch nog, in 't moeras.
Gepresideerd door den voorzitter van het Olassicaal Bestuur, zuilen we dan Woensdag"27 Juni in vergaderingsaamkomen in de hoofdplaats der Classis.
Een van de eerste en gewichtige werkzaïamheden zal dan zijn: verkiezing van leden van het Prov. en van het Class. Bestuur. Natuurlijk dat wij liefst mannen gekozen zien, die staan op den bodem onzer belijdenis. ^Zoo kan, in den middellijken en geordenden weg 't best verandering ten goede inzake de Kerkregeering verwacht worden. En daarom moetmen, waar eenige kans is, trachten mannen candidaat te stellen die ook zelf wenschen dat onze Herv. Kéïk weer komen mag tot een presbyteriale Kerkregeering. Onze Kerk zal er wel Bij varen!
Daarbij zouden we gaarne willen, dat als regel gesteld werd: de aftredenden niet herkiezen. Dat behoeft men ons niet als wét op te leggen. Dat moeten we .vrijwillig aanvaarden.
Zoo wordt het karakter van die vaste Besturen eenigszins gewijzigd en zoo komt er ook telkens weer nieuw bloed in onze Besturen.
Natuurlijk zullen op eiken regel — ook op déze — uitzonderingen voorkomen. Maar de uitzonderingen moeten toch ook hier den regel bevestigen.
Als verdere werkzaamheid wacht ons ons oordeeLte zeggen over de voorloopig aangenomen Synodale voorstellen. Zooals men weet maakt de Synode van het eene jaar voorstellen, die door die Synode met meerderheid van stemmen aangenomen zijn, een reis door de Kerk moeten ma ken, om dan beoordeeld te worden door de Classieale vergaderingen en door , de Prov. Kerkbesturen. Het volgend jaar komen ze dan op de Synodale tafel terug, en die Synode beslist nu of het betrok-, ken voorstel tot wet zal worden gemaakt of niet.
of niet. In het eerste geval wordt daarna het vastgestelde reglement nog aan de hoofdelijke stemming van de leden der Pro? . Kerkbesturen onderworpen. Tenzij de meerderheid der gezamenlijke leden, , die hunne stem uitbrengen, zich tegen ver ! klaart, wordt zoodanig reglement als finaal aangenomen, door de Algem. Synodale Commissie uitgevaardigd. (Zie art. 61 Algcm. - Regl.)
Dit jaar zijn er 5 Synodale voorstellen, waarover het oordeel der Classieale Vergaderingen gevraagd zal worden.
Over elk een enkel woord.
I. Doordat de geestelijke verzorging der militairen met de mobilisatie een omyang verkregen heeft van belang, is de aandacht gevestigd op bizondere werkzaamheden in de Gemeenten, die eigenlijk door de gewone predikanten niet naar behooren kunnen worden verricht, als b.v. de geestelijke verzorging van de militairen, van de zieken in de ziekenhuizen, van de massa die afgedwaald is enz.
Wat wordt nu als middel aangegeven ?
De Kerkeraad ontvangt het recht om een predikant (of predikanten) te beroepen die speciaal voor een bepaald soort arbeid zal (zullen) zijn aangewezen. Hij isal niet zoozeer „gewoon" predikant zijn, die geroep, en is tot de gewone werkzaamheden van preeken, catechiseëren, ziekenbezoek en 'huisbezoek — maar hij zal min of meer een buitengewoon karakter vertoonen in zijn werk, daar dat speciaal b.v. evangelisatie-arbeid of arbeid onder de militairen, of onder jonge menschen, of in de stadsziekenhuizen enz. zal wezen.
Hierin heeft de Gemeente van Christus een roeping; een hooge en heilige roe^ ping. Én onze tijd roept ernstiglijk tot deze dingen.
Maar wij houden niet van dat speeia-Hteifen-systeem; zooals dat b.v. ónder onze doctoren voorkomt, dat de éen tandarts is en de ^nder zenuwarts en de derde operateur enz.
Óok het werk in de Gemeente heeft onderscheiding en de' eene dominé is beter geschikt voor een bepaald werk dan de andere predikant. Waarbij we wel wenschen, dat met de bizondere geschiktheid van dienaren des Woords rekening gehouden wordt. Maar we achten het geenszins aanbevelenswaardig, dat we het speciaUteiten-stelsel ook in ons kerkelijk leven krijgen.
We wenschten wel, dati de Gemeente «^haar werkzaamheden uitbreidde, dat zij ook het aantal predikanten grooter maakte. Daar is grootelijks behoefte aan. Maar dat' het op déze wijze geschieden zal vinden we niet aanbevelenswaardig.
Laat aangedrongen worden op vermeerdering van predikantsplaatsen. De gelden moeten daarvoor zoo spoedig rnogelijk overal bijeengezameld worden. En dan met meer werkkrachten het breede terrein van het geestelijk werk der predi-. kanten gaan bearbeiden!
Maar niet specialiteit-dominé's die — het gevaar is zoo groot — door specialiteits-vereenigingen geholpen worden — óok financieel — en dan zoo gemakkelijk een eigen Koninkriyk'e in het Koninkrijk gaan vormen. Waarbg de Kerk ook gemakkelijk zulke verplichtingen aan deze of gene Vereeniging (of aan het Rijk) krijgt, dat de Kerk weinig of niets te zeggen heeft, of althans zóo gebonden is, dat zij weinig of niets durft te. zeggen.
Het eenige voorbeeld dat-in deze aan te voeren is, n.l. van de vlootpredikanten te den Helder, is helaas! afschrikwekkend.
Daar is immers het Kiescollege gebonden om èèn orthodox en èèn modern predikant te verkiezen voor den arbeid onder de militairen, terwijl dè Kerkeraad diensvolgens ook verplicht is èèn orthodox en èèn modern predikant te beroepen.
. Denk deze dingen nu eens even nuchter in! Dan is iets „Kerkelijk" gemaakt, maar op een wijze, dat wij immers dadelijk 'moeten zeggen: zoo mag het tot geen pi-gs!
En daarom laat ons aandringen op vermeerdering van het aantal predikantsplaatsen daar waar 'tnoodig is —opdat in den geordenden weg uitbreiding van kerkeliijke werkzaamheden kan plaats hebben en de arbeid die voor rekening van de Kerk ligt in geordenden weg ook door de Kerk'en door Aa«r dienaren des Wóords kan worden verricht.
Onze miUtairen en zieken; de gyoote massa die onder armen en rijken vervreemd is van Gods huis; onze jongemenschen enz. enz. zullen er wel bij varen en onze Kerk zal uitbreken in kracht — zij 't naar Gods Woord!
Wij' voor ons zullen dus tegen het 1ste voorstel stemmen. Omdat we dezelfde dingen die bedoeld worden niet op deze wijze willen zien behartigd.
Waar 't om gaat willen we dus wel; en daar moet ook ernst rqee gemaakt worden; liefst Spoedig en vlug; maar de wijze waarop men het hier wil, kunnen we niet goedvinden.
D, aar zijn we tegen.
II. Dat is eenvoudig. Dat bedoelt een minimum-tractement vast te stellen in nieuw ter stichten Gemeenten. . En dat tractement wil men dan stellen op f 1200.
Nu zijn we 't niet eens met een inzender in de N. Rott. Ct. die zei: 't mag niet minder dan f ^000 zijn.
Dat is de zaak overdrgven en daardoor bederven.
Maar f 1200 is te weinig. Het moet minstens f 1400 worden. Anders zouden we maar liever geen minimum genoeimd zien. Want o! men zal zoo tevreê zijn als men het ofiicieel genoemde minimum geeft. En-wat lijkt het nu om f 1200 ofiiicieel te noemen in betrekking tot. het predikantstractement! 't Is veel te weinig, 't Is .zoo wat f 800-vergeleken bij 3 jaren terug. Toen kon men voor f 80.0 evenveel doen als nu voor f 1200. En ieder voelt dat gaat toch niet vooi' een predikant! En daarom dunkt ons dat op z'n minst f 1400 moet worden gegeven, Eu een duur te toeslag in deze dure tijden is werkelijk dan nog geen overdaad!
Ook hier is voor onze Gemeenten nog veel te doen, waartoe zij van Godswege geroepen zijn — gerugsteund door de kerkelijke fondsen en het Rijkstractement. Laten we hierin onze roeping toch niet verzaken!
III. Het 3de Synodale Voorstel bedoelt door een wetswijziging te verkrijgen, dat voortaan aan het Class. Bestuur ook een afschrift zal wórden gegeven van den ligger van goederen en fondsen, die aan de. gemeente behooren, voor zoover die onder het beheer of toezicht van den Kerkeraad zijn, en die niet tot de diaconiegoederen gerekend kunnen worden.
Vandaar die splitsing in a en 6 en c in de voorgestelde wijziging van art, 16, 30 van het Regl. op de Kerkeradeh; waarmee de voorgestelde wijzigingen in het Regl. op de Kerkvisitatie en van Tabel A voor de persoonlijke Kerkvisitatie verband houden.
Op grond van allerlei ervaringen meent men dat er behoefte is aan uitbreiding van toezicht, waarbij men dan vooral zoodanige goederen, fondsen en stichtingen op het oog heeft, die voor weezen, ouden van dagen enz. bestemd zijn, welke geen diaconie-instellingen zijn.
Wij hebben tegen deze voorgestelde verandering geen bezwaar.
Voorstel IV bevat belangrijke wijzigingen in het Reglement op het examen, die nog al ingrijpen in de opleiding en vorming van onze aanstaande predikanten. Konden we nu deze zaak onder ons maar eens principieel behandelen! Maar dat gaat alweer moeilijk, omdat we in zake de vorming van onze theologische studenten natuurlijk vast zitten aan de Rijkswet en bovendien aan onze kerkelijke organisatie. Met deze of andere wijzigingen in het Reglement op het examen of op het Hooger Onderwijs kunnen we onder de huidige omstandigheden dus toch niet verkrijgen wat we hebben moeten volgens onze geref. beginselen. En in zooverre interesseert ons deze zaak maar rnatig; waarbij bovendien de beslissing moeilijk is, daar er zooveel is dat men wenschen zou, maar wat onbereikbaar is, terwijl 'tgeen gedaan kan worden z'n voor en z'n tegen heeft
De voorloopig aaTjgenomen wijzigingen welke ons hier voorgelegd zijn, komen in hoofdzaak van de kerkelijke hoogleeraren, omdat door de studenten ernstig op deze zaak gewezen was. En ze bedoelen om het kerkelijk voorbereidend examen meer wetenschappelijk en het provinciaal examen meer practisch te maken.
Laten we op enkele dingen even mogen wijzen:
volgens het nieuwe ReglT zal Ie. het kerkelijk voorbereidend examen niet eerder dan twee jaren na het candidaats examen kunnen pl& ats hebben;
2e. %& [ de g-schiedenis der Christelijk Zending geen examen vak meer zijn, terwijl daarvoor in de plaats zal komen Ohristelgke zedekunde of ethiek;
3e. zal het gunstig oordeel van beide hoogleeraren n^odig zijn tot toelating:
4e. zal geen bewijs meer noodig zijn de lessen over de oordeelkunde en uitlegkunde des Bijbels, de Bijbelsche geschiedenis en de Ohr. zedekunde te hebben gevolgd; daarentegen wel een testimonium voor de Christelijke Zending;
5e. behoeft niet meer het bewijs te worden overgelegd van gedurende drie jaren aan een Nederlandsche Universiteit de lessen te hebben gevolgd in, de uitlegging van het Oude en N. Testament en gedurende één jaar die in de logica.
Natuurlijk zijn hier aanmerkingen te maken. En er is veel voor en veel tegen deze voorgestelde wgzigingen in 't midden te brengen. Twee jaar als tijdruimte te noemen tussehen het candidaats-en kerkelijk voorbereidend examen is tot verkrijging van algemeener en breeder ontwikkeling best. Maar waarborg tot degelijker studeeren geeft het natuurlijk niet. Kennis van den Bijbel en. de Bij' belsche geschiedenis mocht wel extra bevorderd wórden. Logica is noodig, wgsbegeerte is goed, oeconomie mag niet verwaarloosd door een as. predikant. Maar wat kwam er van de logica dikwijls terecht, en wie zal om al het nuttige en noodige te verkrijgen de juiste wegen en middelen aanwijzen waar de opleiding vamjnze as. herders en leeraars toch al zoo eigenaardig is ?
-En dat geldt ook enkele bepalingen van het proponents-exameu, dat volgens de voorgestelde ^ bepaUngen meer practisch zal worden ingericht, : meer bepaald met het oog op het predikambt in de Herv. Kerk.
, Daar zijn heele goede veranderingen voorgesteld; maar bij sommige hebben \ we - weer de vraag te doen : moet er niet! wat bij (b.v. ten opzichte van het lezen | van enkele hoofdstukken des Bijbels, I waarbij de profetische boeken van het O. Test. en de brieven van het N, . T. wel niet geheel mogen worden voorbijgezien) terwgl er misschien ook elders wel weer wat èf kon.
Maar over 't algemeen achten we de voorgestelde veranderingen wel aannemelijk, waartoe bijdragen de bepalingen, dat kennis van de symbolische en van do liturgische geschriften der Ned. Herv. I Kerk en kennis van het kerkelijk en \ godsdienstig leven van dezen tijd in Neder-1 land noodig zal zijn; terwijl ook gevraagd zal worden:
zal worden: f. de practische godgeleerdheid (litur-i giek, homiletiek, catechetiek, poemeniek) en g. het Nederl. Hervormd Kerkrecht in grondbeginsel en hoofdtrekken.
Zooals gezegd: waar geen algeheele vrijheid en gelegenheid is om de dingen te regelen zooals wij 't gaarne zouden willen, achten we het beter dit voorstel aan te nemen dan te. verwerpen.
V. Het 5de of laatste synodale voorstel bedoelt een finaneieele regeling; en wél voorschotten te verstrekken uit het Ponds voor Noodl. Kerken en Personen en de Generale K!as tot het bouwen .of herstellen van kerken en pastorieën tegen rentevergoeding en onder bepaling van jaarlijksche aflossing. Van het geld van de bestaande fondsen kan alzpo gedurig gebruik worden gemaakt, ook door gemeenten die niet bepaald'noodlijdend zi^n. En waar het geld op deze wijze gebruikt kan worden vloeit het ook weer in het Fonds en in de Kas terug.
Dit voorstel verdient te worden aangenomen.
Naar ons oordeel doet men dus goed om bij
het 1ste voorstal tegen te stemmen; bij het 2de voorstel tegen te stemmen; tenzij van f 1200 minstens f 1400 wordt gemaakt; bij '
het 3de voorstel voor te stemmen; bij het 4de voorstel eveneens voor te stemmen, en bij
het 5de voorstel ook voor te stemmen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juni 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juni 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's