Financiën.
Alvorens wij onen schipper gelegenheid geven om van zijn nood en uitredding te verhalen en zijn dankbaar gemoed te ontlasten, zullen wij eerst onze Bondszaken behandelen. Want hoewel wij bigde zijn u den nood van dien broeder te hebben voorgelegd, welke tot zullf een spontane uiting van deelneming aanleiding heeft gegeven, toch hopen wij daarbij niet te vergeten (en voor ik daarop word gewezen wil ik u al voor zijn) dat onze taak niet ligt in den weg der philantropie en de individueele belangen der Bondsleden, al zal een enkel uitstapje in die richting aan de behartiging van de ons toevertrouwde zaken niet schaden. Integendeel is er uit gebleken, dat er een band bestaat bij de leden onderling, een belangstelling in elkanders wel en wee, dat in onzen egoïstischen tijd weldadig aandoet, dat zeker niet tot schade, maar tot opleving en verfrissching van ons Bondsleven zijn werking zal doen.
Wij werden dan deze week verblijd met de toezending van een postwissel uit:
Eemnes-Binnen, afgezonden door ds. IJzonides, van f 2, 50 gevonden in den coUectezak van de diakonie met bestemming voor het Leerstoelfonds.
Vlaardingen, afgezonden door ds. H. A. Heijer, f 2 van mej, K. voor Leerstoel en Studiefonds.
De Bilt, afgezonden door ds. B. Batelaan, voor het Studiefonds f 10. „Mij per post gezonden, " schrgft ds. B., „door een gemeentelid als dankoffer aan den Heere, omdat Hij mij vrijmoedigheid had ge> geven in de gemeente te blijven."
Zegveld, afgezonden door O. Bardelmeijer, f 4, 03 zijnde de inhoud van busje No. 20 van de maand Juni.
Reeuwijk gem. Sluipwijk, f 13, 65, zgnde f 8, 65 van de opbrengst van een collecte bij een winter-spreekbeurt van ds. G. Lans te Monster en f 5 voor de Bondskas, te zamen f 13, 65.
Utrecht, van J. D. van Galen, christ. onderwijzer, f2, 50 voor het Studiefonds, verzameld door de kinderen mijner klas. Hé, dat is iets nieuws. Daar heeft zeker nog geen enkele christ. onderwijzer aan gedacht. Denk er eens over na. Misschien is het voor navolging wel vatbaar. In ieder geval, ons lijstje kan weer met een nummer aangevuld worden.
Schoonhoven. „Waarde penningmeester. De reden van het schrijven dat wij tot u richten is wel deze: wij hebben in „de Waarheidsvriend" onder „Financiën" gelezen van den visscher, die zijn kwitantie niet kon betalen. Toen dachten wij er over om dien man een beetje te helpen en dachten ook om u. Wij wilden u ook wat sturen, want bij ons wordt er voor dit doel geen collecte gehouden. Zie nu hier, wat wij voor u hebben: f 2, 50 voor het Leerstoelfonds, f 2, 50 voor het Studiefonds en f 5 voor den visscher. Tezamen f 10.
Hartelgke groeten,
L, R. en M. R. Z, "
Kijk nou, nu is ons visschertje aanleiding dat ik ook nog weer een extraatje krijg, dat anders mogelijk achterwege was gebleven. Ja, het kan wonderlijk gaan. Want mede naar aanleiding van den nood van onzen vriend ontving ik een schrijven uit °'
Gouderak van iemand die zich meteen aanmeldde als lid voor f 2, 50 en mij bij de gave voor den visscher ook deze jaarlijksche contributie zond; en een ander uit
Waarder schreef achter op den postwissel: Dit is voor den visscher en ge kunt mij opschrijven als lid.
Zie zoo, nu gaan wij eens luisteren naar wat onze visscher geantwoord heeft op mgn brief met de vangst van de vorige week er bij:
Zeer geachte Penningmeester,
Ik gevoel dringend behoefte mijn hart eens lucht te geven. Ik had dit al eerder willen doen, maar was daartoe niet in staat.
Hoe wonderlijk zijn toch des Heeren wegen en hoe weinig vertrouwen — ik zeg dit met beschaamdheid — hebben wij toch in God, Toen ik in „de Waareidsvriend" las dat de kwitantie zou komen voor de contributie, zei ik tot mijn vrouw: wij kunnen het onmogelijk betalen, want, penningmeester, het stond er nderdaad droevig voor, wij hadden letterlijk geen cent in huis, zelfs niet voor melk voor ons jougste kind. .Wij waren' onder deze dingen zeer bedrukt, zoo zelfs dat de kinderen het merkten, dat wij in' een zeer treurigen toestand zaten. Wat er bij ons van binnen omging dat kan ik op papier niet zetten, dat is alleen bekend bij God. En waar nu de nood op het hoogst was gestegen, daar was dé redding nabij. O, ik twijfel er geen oogen-: blik aan of het is een uitredding van Boven Hij heeft onze zuchten wel gehoord. Toen ik de vorige Waarheidsvriend las, waarin u mijn brief had gezet, • schrok ik en dacht ik, wat gaat de penningmeester nu beginnen. Maar Maandag | ben ik naar zee gegaan om' te zien of er j wat te vangen zou zijn en Vrijdag, juist j op den middag, kom ik uit zee terug., Mijn vrouw komt mij tegemoet met tra-j nen in de oogen en ze kan geen woord | uitbrengen. Ik weet niet wat er van te | denken. Eindelijk reikt ze mij uw brief over, welke ik met geen droge oogen uit kon lezen, mijn gemoed was te vol. Mijn eerste uitroep was: o, Heere, wonderlijk zijn Uwe wegen! Wat er verder bij ons is omgegaan kunt u wel begrijpen. Wij zijn ook u, mijnheer, zeer veel dank verschuldigd. Hartelijk wensch»n en gelooven wij dat de Heere u en de gevers mildelijk zal zegenen. De nood was hier zeer groot maar de uitkomst is • nog veel grooter. Wij komen dank te kort voor zooveel goedheid dat gevoelen wij wel. Ik kan niet anders zeggen: wat is God toch goed en wat redt Hij toch altoos boven bidden en denken. En nu, penningmeester, moet ik eindigen. De Heere zegene u en de gevers met geestelijke en stoffelijke weldaden en dat wij Zijn grooten Naam meer prijzen mogen tot in eeuwigheid.
Uw Bondsriend en vrouw.
Ja, schippertje, de Heere is een verrassend God en doet altijd groote dingen. Het was al een groote som die ik u mocht, sturen. Maar nu is er haast even zooveel bijgekomen. Van heinde en ver stroomen ; mij de gaven toe. Ja wonderlijk zijn des Heeren wegen Al deze menschen weten \ van niets af en worden door den Heere bewerkt hun gaven te zenden. Het is mij dan ook een groote vreugde te mogen, vermelden dat na de vorige f50 nog is ingekomen uit:
Neder Hardingsveld van N. N. f1 Oude Rijn van de f am. N. N. Bodegraven van N. N. Postmerk onleesbaar van N. N. Wateringen van A. D. Oorinchem van P. Capelle van N. N. Maarssen van A B. 0. De Bilt van N. N. Gouderak van N. N. Scheveningen van H. H. Schoonhoven van J. B. Een Zuid-Holl. dorp van Z. en X. Gouda van F. N. Kralingscheveer van M. Waarder van J. J. v. D. Putten van een belangstellend lezer Schoonhoven van L. R. en M. R. Z. Utrecht van V. 1-5, 40 1-10-0, 50 1-1-1-1-2, 50 2, 50 i-2, 50 1-1-1-2, 50 5-J-Totaal f 41, 90
Welk bedrag. wij den visscher weder hebben overgemaakt en waarvoor hartelijk dank gezegd wordt. Alsmede voor de giften ingekomen voor Leerstoel-en Studiefonds.
Moge de Heere er Zijn zegen over gebieden.
J. C. FLIEHE, Penningmeester.
Arnhem, G. A. v. Nispenstraat 18.
Postz., Capsules, ZilveippapieF.
Deze week.ontving ik van
Ie. Cornelia Vedden te Diemen postzégels, capsules en zilverpapier, daarbij, een aardig schrijven waarvan ik goede; nota heb genomen ; j
2e. H. Ram te Oudshoorn postzegels, ' capsules en zilverpapier met 208 halve' centen.
Hartelijk dank hiervoor. Voor meerdere toezending mij aanbevolen houdende.
Mej. H. H. VERBEEK,
Van Hoornbeekstraat 27, Den Haag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juni 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juni 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's