Uit het kerkelijk leven.
Een antwoord aan Dr. A. Kuyper.
V.
De candidaten "van de Vrije Universiteit hebben dr. Kuyper en de zijnen gebracht tot allerlei eigenmachtige en onwettige handelingen, waarby de Kerk over dezen niet-kerkelijken weg natuurlijk vonnis moest strijken.
Maar deze zaak stond trouwens niet op zichzelf.
Het, naar voren brengen van de candidaten van Amsterdam ging gepaard met allerlei andere regelingen en bepalingen, die geenszins in kerkdijken weg tot stand waren gekomen.
1883 had een nieuwe proponentsformule gebracht; de ongelukkigste die er ooit geweest is. Ze was van dézen inhoud: „Wij ondergeschrevenen, door het Provinciaal Kerkbestuur van tot de Evangeliebediening in de Nederlandsche Hervormde Kerk toegelaten, beloven, dat wij daarin overeenkomstig onze roeping met ijver en trouw zullen werkzaam zijn en de belangen van het Godsrijk en in overeenstemming hiermede, die van de Nederlandsche Hervormde Kerk, met opvolging harer verordeningen, naar ver^ mogen zullen behartigen." .
Een heele makke verklaring dus: men zou in de Evangeliebediening met ijver en trouw werkzaam zijn!
Geen sprake van gebondenheid aan Gods Woord.
Ook werd 'geen instemming gevraagd met de belijdenis der Kerk.
Een verklaring dus, waarbij niets verklaard, en een belofte, waarbij niets beloofd werd; 't was een regel, waarbij eigen inzicht en eigen goedvinden tot regel gesteld werd.
Een zouteloos stukje, zoo'n proponentsformule !
En door héél de Kerk heen werd een ernstig, sterk protest gehoord.
Ja — die enkele liberale heeren in de Synode, die de meerderheid van dat College vormden, konden het in 18S3 doordrijven dat deze laffe, futlooze proponentsformule werd voorgeschreven en ze konden haar 4 jaar op de been houden, maar door het algemeen protest was het in 1887 gedaan met deze verklaring welke eigenlijk niets verklaarde, met deze belofte, welke eigenlijk geene belofte was — en er kwam 15 Jan. 1888 een endere formuleering.
Waarom we deze dingen even hier in 't geheugen terug roepen ?
Om er aan te herinneren, dat algemeen onder de rechtzinnigen geprotesteerd is tegen de verzwakking van het belijdend karakter der Herv. Kerk; welk protest ook, ziy, 't nog niet zooals we dat gaarne zouden wenschen, met succes is bekroond.
En evenzoo ging het met art. 38 en 39 van het Regl. op het godsdienstonderwijs. Ook daarin zochten de liberale heeren, die de meerderheid in de Synode vormden, het belydend karakter onzer Herv. Kerk te verzwakken en den invloed van de ouderlingen te bekorten. Maar een algemeen protest van de rechtzinnigen stond hier tegenover. Waarbij, door de ongelukkige vertegenwoordiging der Kerk in de Synode, niet bereikt werd, wat men in den kring der orthodoxen zoo gaarne zou hebben gewild, maar waarbij toch uitkwam, dat de Kerk als Kerk deze knabbelpolitiek der vrijzinnigen niet duldde, waarop 't succes niet geheel uitbleef.
Wanneer dr. Kuyper en zijn getrouwen het dan ook willen voorstellen, dat alleen zij de gevaren hebben gezien en dat alleen zij hebben geprotesteerd en dat alleen zij hun woorden hebben laten vergezeld gaan met daden — dan gelooven wij daar niets van.
Dat zij alleen zijn opgekomen voor de waarheid, en dat zij alleen hebben gestreden voor de eere van Christus en dat zij alleen hebben gezocht de positie .der Kerk te verbeteren en te versterken — is eenvoudig niet waar.
Ja — zij hebben het ook gedaan-.-' Maar zij hebben het inzake de proponentsformule en wat betreft de aannemingskwestie geheel eigenmachtig en willekeurig gedaan, waa, rbi| de Kerk tegenover al die niet-kerkelijke en onwettige handelingen eenvoudig niet anders kon en mocht doen dan handelend en veroordeelend op te treden.
Hèt heette toen — b.v. op de Amsterdamsche conferentie van gecommitteerde Kerkeraadsleden op 11 April 1883 — dat de gemeenten zelve voor de zuiverheid van de bediening d^s Woords zouden waken en voor de handhaving der belijdenis zouden zorgen. Maar daarmee was, gelijk op al die conferenties en congressen, die in die dagen-gehouden werden, de onkerkelijke weg aangewezen en allerlei onwettige handeling aanbevolen! Want als er één ding is, dat voor een gereformeerd mensch vaststaat, dan is het zéér zeker dit, dat men particulier en dat men groepsgewijze, dat men door een partij of door een vereeniging niet mag doen en niet mag laten doen wat de Kerk heeft te doen.
Dat werd toen uit 't oog verloren.
En tot allerlei onkerkelijke en onwettige handelingen werd toen ijverig aangezet.
Immers was het commando gegeven, dat de Kerken het juk maar moesten afschudden en dat men plaatselijk de reformatie maar moest ter hand nemen. Wat in kerkelijken, wat in ordelijken weg niét aanstonds bereikt kon worden — en waartoe men zelfs b.v. bij de toelating van candidaten der Vrije Universiteit tot het proponentsexamen geen vinger wilde uitsteken — zou men in een weg van organisatie en met veel agitatie toch wel bereiken! En vlug ook. Daar stonden de leidslieden borg voor!
Ging het niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. @èé zou en het moest tot een oplossing komen!
Wig kunnen het best indenken, dat men in die dagen wat ongeduldig werd. Dat men wat vlugger wilde opschieten. Dat men het zelf veel mooier in den zin klaar had dan de Heere blijkbaar wilde komen schenken in het midden van de Herv. Kerk.
Maar men had ten slotte toch verstandiger moeten zijn. Men had zichzelf en anderen toch wat minder wijs moeten maken. Men had wat meer geloof moeten . hebben dan durf, meer geduld dan veldheerstalent, meer vertrouwen dan overhaasting!
Wat we hier dus mee willen zeggen is dit: men heeft zich in 1880 en volgende jaren ingewerkt in allerlei plannen, om met eigen inrichting, met eigen voorschriften, met eigen vergaderingen klaar te spelen wat in den kerkelijken weg nog niet al te zeer wilde lukken.
En dat moest natuurlijk ten slotte tot een botsing leiden.
Men heeft de werking des Heeren in het midden van de Herv. Kerk in die dagen gekleineerd.
't Was te gering wat de Heere deed Men kon 't zelf beter en flinker! En sinds is men er buiten komen staan — terwijl de Heere is voortgegaan om het zuurdeeg te laten werken, om te doortrekken al de maten meels.
Wonderlijk - duizenden zijn heen gegaan, die het alleen wisten hoe 't moest.
En nadat zij zijn uitgegaan heeft de Heere doorgewerkt het werk Zijner handen en in steden en in dorpen is het gereformeerd beginsel toegenomen in kracht en lieflijkheid en tot velerlei goede dingen heeft het den stoot gegeven, zoodat nu in het midden der gescheidene Kerken luide wordt uitgeroepen: „men heeft ons misleid toen men zeide, dat de Herv. Kerk de valsche Kerk was en meer nog zou worden. Neen! de Herv. Kerk is niet de valsche Kerk. Ook daar vergadert 's Heeren Gemeente. Ook daar is Gods volk. Ook daar hebben we te zien de Gereformeerde Kerk van Nederland; en het wordt meer dan tijd, dat we elkander de hand reiken."
Net precies 't omgekeerde van 't geen men in 1886 en in 1892 van de zijde der doleerenden beweerd heeft.
Jammer toch, dat men zich in 1880 en volgende jaren zoo begeven heeft nnkerkelijken weg, waarbij men kwam tot onwettige besluiten en daden.
Wat ook inzake het beheer blijkt; waarover de volgende maal een enkel woord,
(Wwdt vervolgd.)
De Zendingsdag te Hoogeveen.
Begunstigd door prachtig weer — 't was een wonder, door 's Heeren hand gewrocht! — is de eerste Zendingsdag, door onzgiu Gereformeerden Zendingsbond in het Noordert'' van ons land georganiseerd. Woensdag 11 Julijl. te Hoogeveen gehouden. En voor zoover wij er over oordeelen kunnen en mogen, mag de Regelingscommissie met voldoening op haar arbeid terugzien.
Het Spaarbankbosch is een aardig, rustig plekje om een dag buiten door te brengen. En 't lokt uit, om daar openluchtsamenkomsten te organiseeren.
Van alle kanten was men opgekomen om te luisteren naar de predikanten, die namens den Geref. Zendingsbond over de Zending zouden spreken, bizonderlijk over het werk dat in gehoorzaamheid aan Gods Woord verricht wordt op Midden-Celebes, door de zendelingen van de Loosdrrgt en Prins, door den onderwijzer Belksma en den taalgeleerde drvan Veen.
Natuurlijk was 't meerendeel van de bezoekers uit Hoogeveen. Maar ook uit de omliggende plaatsen — tot zelfs uit Friesland — was men opgekomen; waarbij het totaal aantal bezoekers geschat is op 17 è 1800.
Wij hopen, dat de liefde voor het werk der Zending bij velen mag zijn versterkt en dat de ijver voor deze zaak mag toenemen. Het gebed en de gave van velen is noodig voor dit werk, door den Heere ons op de handen gelegd.
En waar nog zoovelen die met ons staan op den bodem der belijdenis zich afzijdig houden, , hopen we hartelijk, dat vooral in de Noordelijke provinciën het aantal leden van onzer» Geref. Zendingsbond mag toenemen, opdat ook daar niet de eene hier-en de ander daarheen loopt, maar opdat degenen, die krachtens hun belijdenis bij elkaar hooren, ook één geheel vormen naar den eisch van 's Heeren Woord en tot bevordering .yan het goede werk ons door den Heere aanbevolen.
Deze eerste Zendingsdag, in het Noorden gehouden, moet D.V. door een tweeden en derden gevolgd worden, 'tzij dat men het volgend jaar weer te Hoogeveen samenkomt — waar men in de gemeente zélve reeds veel steun vindt — 'tzij dat men dan Noordelijker trekt, om in Friesland of Groningen te vergaderen.
, Onbekend maakt onbemind" geldt ook in deze.
Onze Zendingsbond moet meer bekend worden, dan zal hij ook meer sympathie nog ontmoeten in den lande.
Onverdraagzaam.
Het Weekblad voor Vrijz. Hervormden betwijfelde of ons bericht over het predikantstractemeut te Baarland (Z.), waar de kerkvoogdij geweigerd had eenige verhooging aan den dominé te geven, wel waar was. 't Gold ook vrijzinnige kerkvoogden. En natuurlijk hoort het Weekblad voor de Vrijz . Hervormden daar niet gaarne iets kwaads van. Vandaar direct dat artikel, dat „de Waarheidsvriend" wel weer gelogen zon hebben!
Ook - de 'schrijver van kerknieuws in de N. Rott. Ct. - — die zich altijd nog maar schuil houdt en zoodoende altijd ongestraft de zotste dingen kan lanceeren —-vatte vuur op ons stukje.
Wie zou ook ongestraft een vinger uitsteken naar die brave, verdraagzame modernen I ,
Intusschen willen we nu nog wél even berichten, dat ons artikel geheel op waarheid is gegrond. We hebben niet geschreven, dan met - de meest betrouwbare gegevens, waarom we gerust nog eens even op deze handelwijze van de kerkvoogden te Baarland kunnen terugkomen.
Trouwens deze dingen zijn allang publiek.
Zelfs is er op de Classicale vergadering te Goes over gesproken en is besloten de handelwijze van Baarlands kerkvoogden voor te houden aan het Pr.ov. College van toezicht.
Natuurlijk zijn hier ook weer allerlei uitvluchtjes.
De kerkvoogden beweren niet gegoed genoeg te zijn om het tractement met f 118 te verhoogen en het te brengen op f 1400.
Maar deze redeneering gaat in 't geheel niet op.
Ook kan gezegd worden: de kerkvoogdij van Baarland staat niet in het boekje der Vrijzinnigen als bij hen aangesloten.
Maar dat bewijst natuurlijk niets. Feit is, dat Voorzitter en Secretaris van de kerkvoogdij vrijzinnig zijn; dat deze vrijzinnige kerkvoogden de lakens uitdeelen; en dat deze vrgzinnige kerkvoogden aan den rechtzinnigen predikant, die van z'n schraal tractementje ook alle belastingen nog betalen moet, geen verhooging van inkomen willen geven en hebben geweigerd f 118 bij het tractement te doen.
We zqn benieuwd wat dr. Niemeyer en de groote onbekende van de N. Rott. Ct. nu verder zullen zeggen.
Een kentering ten goede.
Naar ons staatsrecht is de Staat onderwijzer en opvoeder. De Staat bouwt scholen . en geeft onderwijs door staatsambtenaren. En de Staat erkent bij onderwijs en opvoeding geen godsdienst, 't Gaat om maatschappelijke deugden — méér niet!
En ingevolge van dat Staatsrecht duldde de Staat ook naast zijn eigen staatsonderwijs geen andersoortig onderwijs.
De Staat, Schoolmeester zijnde, wikle schoolmeesteren en ergerde zich als een ander óok schoolmeesteren wilde.
Het bijzonder onderwijs was daarom in beginsel contrabande, 't Was verboden, 't werd bemoeilijkt, 't werd niet erkend, niet voor vol aangezien, als minderwaardig beschouwd — slechts geduld.
Het openbaar onderwijs bleef de aanhoudende zorg der Regeering, maar het bijzonder onderwijs was haar aanhoudend een sta-in-den-weg en tot ergernis,
Noodgedrongen kwam het tot eenige consessies. Langzamerhand kon slechts het bijzonder onderwijs een behoorlijke positie verkrijgen.
En ziet, nu zal dat de groote en goede vrucht van het Bevredigingsrapport zijn: dat met dit fatale stelsel van alleen staatsonderwijs gebroken zal worden.
Voortaan stelt de Overheid zich niet meer op het standpunt, dat zij alleen voor het onderwijs moet zorgen.
De ouders worden in hun recht gesteld, om onderwijs te doen geven aan hun kinderen naar de beginselen die aan de ouders lief zijn, onder toezicht en op kosten van den Staat.
Wel zal de Staat ook onder de nieuwe Schoolwetregeling zorgen dat er naast de bijzondere scholen ook openbare scholen zijn, naar het bekende type ingericht. Maar dat zal dan eigenlijk alleen zijn voor die ouders die geen initiatief tot schoolstichting bezitten. Voor die ouders die zelf zoo kleurloos zijn dat zij kleurloos onderwijs het meest volmaakt vinden. En och, wij hebben er vrede mee, dat de Staat ten slotte zorgt dat er tocli ook een school is waar zulke ouders hun kinderen willen heen zenden.
't Zal eigenlijk alleen voor zulke futlooze en kleurlooze en krachtelooze ouden zijn, dat de openbare school er is. Ja dan kan men geen moord en brand meer schreeuwen over het feit, dat onder de nieuwe Wet de openbare school er niet meer zijn zal.
Zij zal er wèl zijn.
Maar zij zal - zoo futloos eu krachteloos zijn — gelijk ze altijd geweest is — dat zjj ten doode opgeschreven is, als naast die openbare school het bijzonder onderwijs een plaats zal hebben verkregen welke aan dat onderwijs toekomt.
't Gaat dan ook om het vrije onderwijs, waartoe vrijheid zal worden gegeven
En als de ouders die vrije scholen stichten, bouwt de Staat de openbare scholen niet.
Alleen als er ouders zijn, die geen school stichten, en hun kinderen zoo zou. der onderwijs zouden komen, zegt de Staat: nu zal ik voor een school zorgen' een openbare school; daar kunnen dié ouders, die alle initiatief en alle belang, stelling in zake eigen onderwijs missen dan hun kinderen kwijt raken. '
Hier worden twee stelsels van onderwijs. geven verzoend, waartegen we geen overwegende bezwaren hebben en waarbij we wel hebben te bedenken, dat méér op 't oogenblik niet te verkrijgen was terwijl het beginsel van het vrije onderwijs vaster positie verkrijgt.
Hierin ligt zeer zeker een kentering ten goede.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juli 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juli 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's